Vrijdag 13/12/2019

Fenomenen

Pleiter Johan Platteau: "Er zijn rechters voor wie ik als burger nooit hoop te verschijnen"

Johan Platteau: "Weet je wat het allerschoonste was aan assisen? Op het einde, als na een week debatteren het verdict was uitgesproken, de voorzitter die zei: 'Ik trakteer'". Beeld Eric de Mildt

"Ik vind mijn job de mooiste die er is. Mensen in het diepst van hun ellende een luisterend oor aanbieden, op zoek gaan naar het goede. Dat is toch het aller-allerschoonste?" Strafpleiter Johan Platteau (50), de man van 12 vrijspraken. De volksjury is dood, of toch zo goed als. Tijd voor een bilan, misschien.

Jef Vermassen: 80 assisenzaken, 14 vrijspraken. Johan Platteau: 69 assisenzaken, 12 vrijspraken. Toch ziet niemand hem als de briljantste strafpleiter van zijn tijd. En ook niet als de sluwste, de taalvaardigste of de duurste. Zijn kracht lijkt te schuilen in zijn chaos, in die karakterkop. Hij geeft je helemaal niet het gevoel dat hij wordt betaald voor wat hij doet - wat trouwens af en toe ook niet zo is.

Als rechtenstudent bracht Johan Platteau uren door op de publieksbanken van het oude assisenhof in Gent. Zijn idolen heetten Jef Vermassen en Piet Van Eeckhaut. Ook al zijn z'n statistieken intussen net zo impressionant, hij is nog steeds een en al ontzag voor hen. Ook voor Vic Van Aelst. "Hij stond een keer een Albanees te verdedigen", vertelt hij. "Vic stond te argumenteren dat zijn cliënt echt niet zo'n slechte man was. Zegt de rechter: 'Hij had wel een heel wapenarsenaal.' Waarop Vic: 'Ja maar mijnheer de voorzitter, een Albanees zonder wapens, dat is als een café zonder bier.' Prachtig toch? Een café zonder bier."

Het gesprek vindt plaats in de tot kantoor verbouwde kelderverdieping onder de architecturale parel langs de Jan Van Rijswijcklaan in Antwerpen waar hij werkt en woont. Het dossier van de kasteelmoord ligt in dozen gestapeld op de pingpongtafel. Hij zegt deze ruimte te hebben ingericht om "beter te kunnen denken".

Uw vader wilde niet dat u advocaat werd, las ik.
Johan Platteau: "Hij zei: 'Gade gij echt heel uw leven staan roepen dat diene mens een ongelukkige jeugd heeft gehad?' Het was mijn opa, een gerechtsdeurwaarder, die aandrong. Ik was 18 toen hij stierf en op zijn sterfbed heb ik hem beloofd dat ik rechten zou doen."

U begon goed: drie vrijspraken in uw eerste drie assisenzaken.
"De eerste zaak was een schietpartij in het Gentse garagistenmilieu. (pretoogjes) Een getrouwde vrouw had een overspelige relatie met mijn cliënt, maar koos uiteindelijk toch voor haar echtgenoot. Waarop die mijn cliënt begon te tergen. Die zei: 'Awel, ge hebt ze nu, laat mij met rust.' Maar die ander bleef hem maar bellen en mijn cliënt heeft op zeker ogenblik gezegd: 'Nog één keer en ik kom u vinden.'

Johan Platteau. Beeld Eric de Mildt

"Er zaten twee patronen in zijn geweer, maar hij heeft maar één keer geschoten. Hierdoor hebben wij de kwalificatie van intentie tot doden kunnen betwisten. Als ge wilt doden, zei ik, dan schiet ge twee keer. We hebben ook gezegd dat het slachtoffer de feiten heeft uitgelokt door hem te bellen en te treiteren.

"Eigenlijk was de vrijspraak te danken aan Franske, de vaste Gentse assisenwatcher. Die zat daar altijd, hij miste geen enkele zitting. Ik kende hem uit de tijd dat ik daar als student zat. Nu droeg ik een toga, en Franske siste naar me: 'Meester! Meester! Ge moet de jury laten kiezen tussen den 71 en den 411.' De jury is mij gevolgd voor artikel 411: uitlokking. Mijn cliënt heeft twee jaar gekregen, wat in zijn geval met twee jaar voorhechtenis neerkwam op een technische vrijspraak. Hij mocht als een vrij man de zaal verlaten."

Uw tweede vrijspraak was die van Thaci Din, de bewaker van Anthony De Clerck.
"Wacht, u wilt ze allemaal overlopen? Dan moet ik eens gaan zien op de lijst van (gerechtsjournalist) Gust Verwerft."

U herinnert zich uw eigen vrijspraken niet meer?
"Voor sommige moet ik toch even goed nadenken. De zaak-Anthony ga ik nooit vergeten. De hele fine fleur van de Vlaamse strafpleiters was er, op dat proces. René Verstringhe, Piet Van Eeckhaut, Jef Vermassen en de jonge garde van toen: Walter Van Steenbrugge, Hans Rieder, Geert Waegebaert. Ik heb voor Thaci Din artikel 71 gepleit, argumenterend dat die man in dat misdaadmilieu geen vrije keuze had.

"Piet Van Eeckhaut is naar me gekomen. Hij vond het ongehoord dat ik de vrijspraak vroeg:'Dat is waanzin, dat doét ge niet!' Ik zeg dit met genegenheid, want ik heb Piet altijd gekoesterd. Ik heb geantwoord: 'Het spijt me. U verdedigt uw cliënt, ik de mijne.' En ik moet zeggen: Piet Van Eeckhaut is me na de replieken meteen komen feliciteren met mijn pleidooi en ook na de vrijspraak was hij de eerste.

"Een vrijspraak halen is plezierig, maar ik heb niet noodzakelijk een vrijspraak nodig om een goed gevoel te krijgen. Als een uitspraak oog heeft voor nuance, als de cliënt ze kan aanvaarden en als hij er een nieuw perspectief uit kan halen, dan doet dat ook deugd."

Strafpleiter Johan Platteau. Beeld Eric de Mildt

Johan Platteau heeft geen vennoten, alleen twee stagiaires. Het liefst werkt hij alleen. "Als je een uitgebouwd kantoor hebt met medewerkers en administratie, dan moet er inkomen zijn", zegt hij. "Dan verlies je een stuk vrijheid. Ik vind dat je iemand gratis moet kunnen verdedigen. Geld heeft voor mij nog nooit de doorslag gegeven om een zaak aan te nemen of niet."

Wat dan wel?
"Het contact. Je moet iets vinden dat voeling en binding brengt. De feiten op zich, hoe gruwelijk ook, zullen mij niet verhinderen. Er moet wel spijt zijn, schaamte eventueel. Je moet het gevoel krijgen dat je voor die mens een meerwaarde kunt zijn. Respect of dankbaarheid kan al genoeg zijn. Ik heb ook mensen verdedigd die meerdere moorden, tot dubbele roofmoord, hebben gepleegd. Zaken waarvan ik op voorhand wist dat ze op levenslang zouden uitdraaien. Ik heb wel altijd, ook in zaken waarin de uitspraak vooraf vastlag, geloofd dat ik als advocaat iets kon doen. Al was het maar iets van die mens zijn waardigheid teruggeven.

"Ik vind mijn job de mooiste die er is. Mensen in het diepst van hun ellende een luisterend oor aanbieden, op zoek gaan naar het goede en hen mogen verdedigen. Dat is toch het aller-allerschoonste? Dat je de tragiek van die mensen een beetje kunt verwoorden en rechters meenemen in dat verhaal. Soms kun je ondanks het onherroepelijke en verschrikkelijke dat is aangericht toch nog een schone uitspraak binnenhalen.

"Veel mensen die ik heb verdedigd, konden zich een week daarvoor niet voorstellen dat ze ooit een moord zouden plegen. Ik heb het beeld uit een boek, en het is juist: het leven is een brug. Een brug moet gewicht kunnen dragen, en daarom zijn er pijlers. Ons werk, erkenning, aandacht, wat affectie, dat zijn allemaal pijlers onder de dagelijkse last. Het kan een echtscheiding zijn, een financiële tegenslag of een ontslag: als alles opeens wegvalt, dan zakt uw brug in. Ik heb dat vaak gezien. Wij overschatten allemaal onze mentale draagkracht. Daardoor probeer ik bescheiden in mijn job te staan."

U betaalt soms ook tegenexpertises uit eigen zak.
"Soms is dat echt nodig. Expertises zijn in strafzaken heel belangrijk."

Ik zag u eind 2014 pleiten in de zaak van Isabelle Debackere, een net uit de psychiatrie ontslagen moeder die onder invloed van foute antidepressiva haar zoontje had gewurgd.
"Dat is nu een zaak die ik niet gewonnen heb."

U leek te lijden in haar plaats.
"Ze is verschrikkelijk zwaar gestraft, hè? Dertig jaar."

Omdat ze op het eind een glas water naar Jef Vermassen gooide. Hij trad op voor haar ex, en had haar in zijn pleidooi neergezet als heks. Hij richtte zich tot de jury: 'Nu ziet u haar ware gelaat!'

"Zij kon het mentaal niet meer aan."
Platteau vertelt over Olav Herreman, de man over wie de politie beweerde dat die 20 kilometer was gaan rijden met een lijk op zijn brommer. Over die ene keer in Antwerpen, met een Pool die daar terechtstond voor een moord die hij niet had gepleegd. Opnieuw met pretoogjes: "Het café naast het oude Antwerpse justitiepaleis zat die avond vol Polen. We hebben daar toen een serieuze polonaise gedaan."

Hoe erg is het einde van assisen voor u?
"Het was een heel grondige, transparante procedure en die wordt nu vervangen door het correctionele proces, waar alles vooral snel moet gaan.

"Mijn favoriete boek is L'Étranger van Albert Camus. Daarin zegt het hoofdpersonage dat hij zich een vreemdeling voelt op zijn eigen proces. Zijn advocaat zegt dat hij moet zwijgen, dat hij het wel gaat uitleggen. Hij hoort de procureur bezig en hij denkt: 'Die begrijpt er helemaal niks van.' Hij is een toeschouwer op zijn eigen proces, een stuk van het decor."

En daar gaan we nu naartoe?
"Nee, daar zitten we nu al middenin. Men zegt dat assisen te omslachtig was en veel te lang duurde, maar het was wel erg transparant. Je kon alles wat er werd gezegd perfect aftoetsen aan wat je zelf gezien en gehoord had. De uitslag in een strafzaak hangt in grote mate af van hoe het onderzoek is verlopen. Assisen liet ons, advocaten, toe om dat onderzoek ter zitting mondeling over te doen. Door getuigen op te roepen die ze tijdens het onderzoek waren vergeten, of door vragen te stellen die niet waren gesteld. Dat is nu allemaal weg.

Strafpleiter Johan Platteau. Beeld Eric de Mildt

"Een beroepsrechter steunt op het strafdossier. En een rechter kán het werk van de politie niet in twijfel trekken. Hij moet ervan uitgaan dat de politie en de onderzoeksrechter hun werk correct doen. Ik heb het in alle dossiers gezien, altijd: zodra de politie in de gaten krijgt dat een zaak gaat worden gecorrectionaliseerd, voeren ze de onderzoeken niet meer zo grondig.

"De speurders worden voor assisen als getuigen opgeroepen. Dat alleen al, de schrik om daar af te gaan, is een garantie op nauwkeuriger politiewerk. Het vertrouwen van minister Geens in het openbaar ministerie is te groot."

Op welke manier dan?

"We zijn 2016. Vindt u het normaal dat je bij het consulteren van een dossier enkel gebruik mag maken van pen en papier? Dat het verboden is te scannen of te kopiëren? Sommige magistraten doen er alles aan om onze inzage in strafonderzoeken tot in het absurde te beperken. Het recht op bijkomende onderzoeksdaden wordt zo volledig uitgehold. Met als onvermijdelijke gevolg dat mensen soms veel te lang en volkomen onschuldig in de gevangenis worden opgesloten.

"Ik verdedigde een Afghaanse jongen die in Mechelen werd beschuldigd van moord en ik kreeg hem maar niet vrij. Hij had twintig maanden in voorarrest gezeten, zo hard was men overtuigd van zijn schuld. Op het einde heeft het parket zelf de vrijspraak gevorderd. Die jongen is dan rechten gaan studeren aan de VUB en kwam in hetzelfde jaar terecht als de dochter van de onderzoeksrechter die hem had aangehouden. Die is mij nog komen vragen: 'Zeg, die cliënt van u, die gaat mijn dochter toch niets misdoen?'(lacht)

"Ik heb het vaak gezien dat het openbaar ministerie tijdens het proces opeens de vrijspraak vorderde voor iemand die het maandenlang had opgesloten. Als dát geen bewijs is van de meerwaarde van assisen."

Morgen verschijnt die jongen voor de correctionele, en hij wordt veroordeeld?
"Op basis van alleen maar het dossier? Zeker."

Weinigen kunnen het zich voorstellen dat de politie met opzet onschuldigen oppakt.
"Ik zeg u: als de politie gelooft in een piste, dan gaat ze alles wat niet bij dat oordeel past wegduwen. Dat is des mensen, dat is instinct. Zodra je hebt besloten dat iets vaststaat - 'den dienen heeft dat gedaan' - dan weiger je nog te denken. Je wéét al hoe het zit, dus alles wat daar niet in past verdient geen aandacht. Een goede politieman moet ook op een gegeven moment op tafel kloppen: 'Dát is het'. Dat is zijn drive. Het is aan de onderzoeksrechter om daar een beetje kritisch op toe te kijken, maar in de praktijk gebeurt dat niet altijd.

"Neem Olav Herreman, met dat lijk op die brommer. Die onderzoeksrechter was echt overtuigd van zijn zaak, hoor. Hij heeft de reconstructie zelfs laten filmen en dan zag je dat de agente die het lijk moest spelen van de brommer viel, er weer opklom en zich goed moest vasthouden om niet nog eens te vallen. Maar de onderzoeksrechter zelf, die was daar blind voor."

Strafpleiter Johan Platteau. Beeld Eric de Mildt

Waar zou u het liefst worden vermoord?
"In Antwerpen. De moordbrigade van de federale politie daar, waarmee ik nochtans vaak in de clinch ben gegaan, die is top. Ik heb in heel Vlaanderen assisen gepleit en het niveauverschil onder de politiediensten is soms extreem."

Is het selecteren van juryleden niet iets heel archaïsch? Mensen met een goede baan komen met een attest, verpleegsters en leraren worden gewraakt omdat je die niks kunt wijsmaken. Wie blijft over? De postbode, de werkloze.
"Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik voor dwaze mensen stond te pleiten. Je schrikt er soms van hoe oplettend ze zijn. Hoe afgewogen en genuanceerd ze oordelen. Er zijn daarentegen rechters voor wie ik als burger nooit hoop te verschijnen. Het is een minderheid, maar sommigen zijn uitgeblust. Ze geloven in niets of niemand meer, ze denken het allemaal al te weten. Dat gevoel heb ik bij een jury nooit gehad. Een jury hoeft geen carrière te maken, die stapt na de zitting niet in de lift met een collega."

In de zaak van de kasteelmoord verdedigt hij dokter André Gyselbrecht, die intussen al ruim drie jaar vastzit, en ook zijn zoon Peter.
Elisabeth Gyselbrecht, echtgenote van kasteelheer Stijn Saelens (34), stapte in oktober 2011, goed vier maanden voor de moord, naar het Brugse parket met een incestklacht tegen haar eigen man. Haar vader, André, huurde er Jef Vermassen voor in. Staelens leefde kennelijk in een eigen wereld, met een diep ontwikkeld geloof in aardstralen en omgang met kinderen. De familie Saelens is in West-Vlaanderen erg gefortuneerd dankzij het in 2000 doorverkochte meststoffenbedrijf, en invloedrijk. Het Brugse parket deed met de incestklacht hetzelfde als met de aangiften tegen bisschop Roger Vangheluwe. Niks. En toen volgde een huurmoord.

Het parket wil ook deze zaak correctioneel afhandelen.
"Terwijl het allemaal draait om één vraag. Wat is ethisch juist? Moet je je het lot van je kleinkinderen aantrekken? Moet je onverschillig blijven? Moet je zeggen: 'Ik heb mijn leven, mijn duiven en Club Brugge, dat ze voor rest allemaal doen wat ze willen?' Of is het je plicht als grootvader om ervoor te zorgen dat je kleinkinderen veilig kunnen opgroeien? Als je de overtuiging hebt dat dat niet zo is, wat moet je dan doen? André Gyselbrecht heeft alle stappen gezet die hij kon zetten. Wat is ethisch juist en wat is onjuist? Die vraag had ik graag voorgelegd aan een lekenjury."

U wilde gaan voor een vrijspraak voor een huurmoord?
"Het is een ontzettend menselijk en tragisch verhaal. Een dokter die alles heeft om gelukkig te zijn: een mooie carrière, gezonde kinderen en kleinkinderen. Die dan wordt meegezogen in een toestand die niemand wil en op den duur niet meer weet wat hij moet doen om goed te doen. Kun je die man het stempel geven van een crimineel?"

Het parket wilde u onlangs van de zaak laten halen omdat u zou zijn gaan eten met een andere procespartij, Elisabeth Gyselbrecht. Een deontologische fout.
"Ik zal u vertellen hoe het gegaan is. Na de wedersamenstelling van de kasteelmoord ga ik op restaurant met enkele collega's, en ook Peter Gyselbrecht, mijn cliënt. We eten iets, het is gezellig, ik drink te veel en voel me niet meer in staat om met mijn motor terug naar Antwerpen te rijden. Peter is bereid om me met de auto naar huis te brengen. Hij vraagt aan de vriend van zijn zus om de motor op te halen. Die zal ermee naar Antwerpen rijden en met Peter terugkeren. Dat was het plan. Goed, Peter overhandigt de sleutel van de motor aan de afrit en wij rijden door.

"De man die de motor gaat ophalen, vergist zich. Hij kruipt op de verkeerde motor en merkt dan pas dat de sleutel niet past. De eigenaar ziet dat, noteert de nummerplaat van de auto waarmee die man is gekomen en belt de politie. Wat later staat de politie voor de deur bij Elisabeth Gyselbrecht, die het hele verhaal uit de doeken doet. Misverstand uitgeklaard. Maar dan heeft ergens iemand een proces-verbaal opgesteld waarin staat dat Elisabeth Gyselbrecht zou hebben gezegd dat ze die avond met mij iets is gaan eten. Een leugen. (boos) Ik heb ernstige vermoedens dat de politie dat zinnetje in haar mond heeft gelegd op vraag van het parket."

Strafpleiter Johan Platteau. Beeld Eric de Mildt

Intussen bent u van alle blaam gezuiverd door de Orde van Advocaten.
"Toch is dit voor mij het einde van de rechtsstaat. Ik heb altijd voor rechtbanken gezegd wat ik meende te kunnen zeggen, ik ben nooit bang geweest. Nu wel. Wat als er geen getuigen waren geweest? Ze hebben mij op een laffe manier getackeld in de hoop dat ik de match zou moeten stoppen."

U zou er een vorm van erkenning in kunnen zien. Eerst werd Jef Vermassen verplicht om zich terug te trekken als advocaat van André Gyselbrecht, nu probeerde men u weg te krijgen.
"Ik denk niet dat ze bang zijn van mij. Ik denk dat ze gewoon kwaad zijn. Misschien heb ik dingen gezegd die pijn hebben gedaan. Maar als ik dat doe, is dat niet om hen te kwetsen. Ik ben ook niet rancuneus. Ik ben ongelofelijk blij dat ik verder kan optreden voor André en Peter, want dat zijn mensen wier tragiek ik heb leren kennen. Het is een eer om hen te mogen verdedigen. Ik heb ook zoveel goesting. André Gyselbrecht is nu 66 jaar, die mens ziet fysiek af. Die wil weten wat er met hem gaat gebeuren. Leven met die knagende onzekerheid, dat is onhoudbaar."

Het is vrijdagnamiddag. Vroeger was dit het moment waarop hij ergens in een cafeetje in zijn eentje op zijn nagels zat te bijten, tobbend, wachtend op het verdict. Nu zit hij hier, naast die pingpongtafel. "Wij hadden een systeem dat goed werkte. En dat verdwijnt. Omdat het efficiënter moet, sneller.Terreuraanslagen wakkeren angst en onzekerheid aan bij de mensen. Anders dan een psychiater kan een politicus niet zeggen dat we dat moeten duiden en er niet aan toegeven. Een politicus zegt: 'Wij doen er iets aan!' Dus krijg je een verrechtsing. Meer blauw op straat, meer repressie. Het individu betekent steeds minder. Dat is wat nu gebeurt: de verdediging van het individu altijd maar moeilijker maken."

Was het niet eerder de parachutemoord die assisen fataal werd?
"Ook, ja. (zucht) Hij zal het niet graag horen, want hij blijft een van mijn idolen, maar als er iets is wat assisen mee kapot heeft gemaakt, dan is het Jef die is gaan optreden voor de slachtoffers. Dat idee komt van hem: meer aandacht voor de slachtoffers. Het strafproces werd een soort therapie om het berokkende leed te helpen verwerken. Ik vind dat een proces dient om te oordelen over schuld of onschuld, en in geval van schuld over de straf. Een proces dient niet als vorm van verwerking voor de nabestaanden. Voor verwerking moet je bij de therapeut zijn. Die is daarvoor opgeleid en biedt betere hulp."

Wie ten onrechte veroordeeld wordt, kan in het post-assisensysteem wel beroep aantekenen.
"Dat is een van de positieve dingen, ja."

"De minister zegt dat hij een minder formele justitie wil. Het is niet omdat een onderzoeksrechter een handtekening is vergeten, dat de verdachte vrijuit gaat. De publieke opinie aanvaardt dat niet en ik als burger ook niet. Maar het formalisme dat bij het openbaar ministerie is weggehaald, wordt nu bij de verdediging gestald. Wij krijgen niet meer de vrijheid om een tekst te schrijven zoals we willen. Wij moeten dat nummeren, op straffe dat de rechter er anders geen rekening mee moet houden. Wij moeten de dossiers van aangehouden cliënten op de griffie met pen en papier overschrijven en mogen niet scannen of kopiëren. Onze pro-Deovergoeding dekt langs geen kanten de kosten. De verdediging krijgt nog wel het woord, maar wordt van alle kanten verhinderd om weerwerk te bieden."

Het is niet meer leuk?
"Weet je wat het allerschoonste was aan assisen? Op het einde, als na een week debatteren het verdict was uitgesproken, de voorzitter die zei: 'Ik trakteer'. Alle procespartijen, de procureur, de rechters en de advocaten, gingen samen op café. Er werd iets gedronken, gesproken, de emoties werden weggespoeld. We ervaarden elkaar weer als mens en niet langer als tegenstrever. Daardoor konden we een volgende keer weer respectvol met elkaar omgaan."

"Ik heb nog nooit een correctionele zaak gehad waarin de voorzitter voorstelde om iets te gaan drinken."

Lees alle afleveringen op demorgen.be/dossier/fenomenen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234