Dinsdag 29/11/2022

InterviewHet gezin

Pleegvaders Joost en Kristof: ‘Er bleek veel meer mogelijk dan wij aanvankelijk dachten’

Toon met pleeg­vaders Joost en Kristof. Beeld Wouter Maeckelberghe
Toon met pleeg­vaders Joost en Kristof.Beeld Wouter Maeckelberghe

Joost Bloemendal (40) en Kristof Schrey (41) uit Mortsel zijn pleegvaders van Toon (1). Ze willen hun gezin graag uitbreiden via co-ouderschap. ‘Toen ik uit de kast kwam, wist ik dat mijn kinderwens sowieso op een andere manier zou worden ingevuld.’

Eline Bergmans

Toen Joost en Kristof elkaar zeven jaar ­geleden leerden kennen, kwam het gesprek al vrij vlug op kinderen. “Mijn vorige relatie was afgesprongen, mede doordat mijn ex mijn kinderwens niet deelde”, vertelt Joost Bloemendal, die als Nederlander naar Mortsel verhuisde voor de liefde. Hij werkt in de IT-sector. Ook Kristof Schrey, die in september start als zorgcoördinator in een basisschool, wilde graag kinderen.

“Als homostel is dat niet vanzelfsprekend”, zegt Joost. “Toen ik uit de kast kwam, wist ik dat mijn kinderwens sowieso op een andere manier zou worden ingevuld. Mijn beste vriendin had als lesbienne hetzelfde probleem. Wij hebben een tijdje overwogen om samen een kindje te krijgen. Dat gesprek veranderde toen zij een vaste partner kreeg. Uiteindelijk heeft ze me gevraagd om donorpapa te worden. Daar ben ik heel blij mee.”

Ook Kristof vond het prima dat zijn partner donorvader werd. “Voor mij was het vanzelfsprekend om Joost die ruimte te geven. Ik weet hoe bijzonder zijn band is met de mama van het kindje en dat verandert niets tussen ons. Er is een groot verschil tussen liefde en vriendschaps­liefde.”

Toen Joost donorvader werd, wakkerde dat het gesprek over kinderen in hun eigen gezin aan. “We hebben eerder een opvoedwens dan een kinderwens”, zegt Kristof. “Daarom dachten we eerst aan adoptie, maar dat idee hebben we snel opgeborgen. De wachttijden voor homokoppels zijn lang, soms langer dan tien jaar. Zo kwamen we bij pleegzorg uit. We vonden het ook een fijn idee om een kindje uit de nood te helpen.”

In 2020 werd de Nederlandse vriendin van Joost via inseminatie zwanger, en zetten Joost en Kristof hun eerste stappen richting pleegzorg. “Er bleek veel meer mogelijk dan wij aanvankelijk dachten”, vertelt Kristof. “Er zijn nu eenmaal veel kinderen die een opvangplaats ­zoeken.”

Het stel uit Mortsel wilde graag gaan voor langdurige opvang en liefst van een kindje jonger dan drie jaar. “Hoe jonger het kind, hoe minder risico op een rugzakje”, zegt Joost. “Hoewel ik niet zo’n babymens ben, leek het ons in verband met de hechting heel fijn om een baby te kunnen op­vangen.”

Rechtbank

Tweeëntwintig maanden geleden kwam Toon in hun gezin. Toon is een schuilnaam: de identificatie van minderjarigen die onder een maatregel van de jeugdrechtbank vallen, is verboden. Omwille van de kwetsbare situatie geven we geen verdere details over de redenen van de plaatsing.

“Vlak na zijn geboorte hebben we zijn ­ouders ontmoet. Op basis van dat gesprek mochten zij, maar wij ook, beslissen of we verder wilden gaan”, vertelt Kristof. “Hoewel pleegzorg die druk tracht te beperken – we kregen het kindje bij dat eerste gesprek nog niet te zien – voelde het als een soort sollicitatie­gesprek. Het was heel spannend en intens allemaal.

“We hadden wel een connectie met de ouders”, zegt de zorgcoördinator. “Twee weken op voorhand kregen we telefoon dat Toon zou komen. Dat was enorm spannend. We moesten in veertien dagen ons huis babyproof maken. Gelukkig hebben we veel spullen van kennissen in bruikleen gekregen. In de tussentijd hebben we ook nog snel een geboortekaartje gemaakt. Pleegzorg had ons dat aangeraden: op een dag zal Toon die vraag krijgen op school en het zou jammer zijn als hij er geen zou hebben.”

“Het moment dat we hem gingen halen om met zijn drietjes naar huis terug te gaan, was ­onvergetelijk”, vervolgt Kristof. “Een baby in huis gooit heel je leven overhoop, maar het ging ook wel vanzelf. Toon heeft nooit anders ­geweten dan dat wij zijn papa’s zijn. Dat we hem zelf ­hebben opgehaald in het ziekenhuis is ­tamelijk uitzonderlijk: het betekent dat hij niet aan ons, maar wel aan zijn eigen ouders moet wennen.”

‘We dachten eerst aan adoptie, maar dat idee hebben we snel opgeborgen. De wachttijden voor ­homokoppels zijn lang, soms langer dan tien jaar.’ Beeld Wouter Maeckelberghe
‘We dachten eerst aan adoptie, maar dat idee hebben we snel opgeborgen. De wachttijden voor ­homokoppels zijn lang, soms langer dan tien jaar.’Beeld Wouter Maeckelberghe

Om de veertien dagen ziet Toon zijn ouders. “Het afscheid van ons is meestal moeilijk, maar wij hebben het geluk dat het contact met de ­ouders van Toon voorbeeldig loopt”, zegt Joost. “Dat brengt ons ook rust. Je hoort van andere pleegouders dat ouders soms niet komen opdagen voor de bezoekjes, of dat er wantrouwen is. Dat is bij ons niet het geval: ze zijn heel dankbaar dat wij Toon opvangen.”

Aanvankelijk vonden de bezoekjes plaats op een locatie van pleegzorg, maar nu komen de ouders ook maandelijks naar Mortsel op bezoek in het pleeggezin van Toon. “Ik vond het een grote stap om de ouders ook toe te laten in onze privésfeer en ik was ook een beetje bang dat ook zij er moeite mee zouden hebben, maar het komt de vertrouwensband ten goede”, zegt Joost. “In het traject is het hoogst haalbare dat je pleegzorg niet meer nodig hebt, dat de bezoekjes zonder hen kunnen plaatsvinden. Daar werken we dus naartoe.”

Kristof: “Het bespaart ons ook tijd. Want dat was iets wat we allebei onderschat hadden: het geregel en de administratie die bij pleegzorg komen kijken. Naast de bezoekjes om de twee weken moeten we om de elf maanden naar de rechtbank, maar moeten we bijvoorbeeld ook toestemming vragen aan de rechter als we naar het buitenland gaan.”

De balans tussen werk en gezin is iets wat de pleegvaders allebei onderschat hadden. “In een heterorelatie zet de mama vaker een stap opzij na de geboorte van een kind”, zegt Joost. “Ons leek dat niet nodig: we zijn allebei blijven doorgaan met voltijds werken, maar zijn daar toch op onze grenzen gebotst. Ik werk als zelfstandige IT’er voor Colruyt in Halle, maar ik zoek nu ook een baan dichter bij huis.”

“Ik werkte vorig jaar als directeur van een basisschool, maar ik liep mezelf compleet voorbij”, vertelt Kristof. “Thuis kon ik niet meer focussen op wat ik belangrijk vind: de zorg voor Toon. Ik heb echt aan de noodrem moeten trekken en start daarom in september met een nieuwe job als zorgcoördinator.”

Meer dan gewenst

Vandaag is Toon een nieuwsgierige peuter. Zijn pleegvaders zouden het gezin graag uitbreiden met een broertje of zusje. Dat zou opnieuw een pleegkindje kunnen zijn, maar ze onderzoeken eerst de weg van co-ouderschap.

“Ik heb zelf een iets sterkere voortplantingswens dan Kristof”, zegt Joost. “Een draagmoeder zou een heel mooie optie zijn, maar ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat de kans dat een vrouw zich daarvoor zou aanbieden erg klein is. Er zijn wel manieren om – als je geld genoeg hebt – in Amerika, Canada of ­Malta een draagmoeder te vinden. Dat heeft even door ons hoofd gespeeld, maar het staat net te ver van ons af.”

Op dit moment zijn Joost en Kristof in gesprek met andere wensouders over bewust co-ouderschap. Ze leerden hen kennen via de Nederlandse stichting ‘Meer dan gewenst’, die wensouders met elkaar in contact brengt. “In Nederland krijgt een kind altijd de keuze om zijn papa te leren kennen. Maar in België is anoniem donorschap nog steeds de norm. Dat bemoeilijkt onze wens naar co-ouderschap. In België kiezen vrouwen vaak nog net iets liever voor anoniem donorschap omdat het wettelijk allemaal makkelijker geregeld is. Bovendien is er dan niet de vrees dat de vader het kind zal komen opeisen. Bij ons is er altijd een derde of vierde ouder betrokken, en dat maakt het gezin een veel dynamischer gegeven.”

Inmiddels verwacht het lesbische stel in Nederland een tweede kindje. Opnieuw is Joost de donorvader. “Het zou heel mooi zijn als ons co-ouderschap opnieuw parallel zou lopen met de geboorte van mijn tweede donorkindje”, zegt Joost. “Vigo, mijn eerste donorkindje, is door een speling van het lot op een dag na even oud als Toon. Dat maakt het heel bijzonder. Door de afstand – ze wonen in Noord-­Nederland – is fysiek contact iets moeilijker, maar we videobellen regelmatig. Hij is een soort neefje voor Toon. Ik hoop dat ze later ook een goede band zullen ­krijgen.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234