Dinsdag 14/07/2020

Plannen voor ondergrondse opslag radioactief afval zaaien twijfel

Als het gras maar niet gaat koken

Wat te doen met onze ruim 80.000 kubieke meter radioactief afval? Het gevaarlijkste spul, dat vele duizenden jaren lang fel en bedreigend blijft stralen, stoppen we straks best diep in de grond, zo stellen experts na 25 jaar onderzoek. Burgers die dit een huiveringwekkend idee vinden of vol vragen zitten, krijgen binnenkort de kans zich over hun bezorgdheden uit te spreken opdat de finale beslissing voldoende maatschappelijk draagvlak heeft. Een mooi voorbeeld van inspraak? 'Onrealistisch, dom en manipulatief', meent Greenpeace.

Door Barbara Debusschere

Afvalverwerking, daar zijn wij Belgen goed in. Zelfs als het gaat om de in stripverhalen als groen en stralend afgebeelde variant, zijn we voortrekkers. Momenteel stapelt ons land zijn kernafval nog op in bovengrondse bunkers. Maar diep in de zogeheten Boomse klei, onder het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in Mol, sleutelen wetenschappers al bijna dertig jaar aan manieren om ook dit gevaarlijke afval, dat zoveel commotie wekt, veilig en langdurig 'op te bergen'.

In een laboratoriumtunnel die toepasselijk de sinistere naam HADES kreeg (zie infografiek op volgende pagina), wordt getest of de dikke kleilaag tegen een stootje kan. Of, preciezer, of deze grond honderdduizenden jaren lang een veilige opbergruimte kan vormen voor middel- en hoogradioactief afval. Is deze natuurlijke laag op ongeveer 200 meter diepte waterdicht? Is ze bestand tegen aardbevingen? Geeft ze bij schokken 'mee', zodat er geen breuken ontstaan? Zal de kleilaag niet opdrogen en barsten door de hitte die dit hypergevaarlijke afval nog eeuwenlang zal blijven afgeven?

De wereld kijkt mee

De HADES-experimenten moeten, liefst zo overtuigend mogelijk, uitsluitsel geven. Talloze buitenlandse geïnteresseerden kijken mee. Want in Mol zijn ze de eersten die aan het boren en testen gingen. Nergens staat het onderzoek zo ver als hier.

"Dat is eerder toeval. Omdat de eerste drukwaterreactor in West-Europa die van Mol was, is hier het eerste onderzoek naar de afvalberging gestart", zegt Emile Biesemans, woordvoerder van de NIRAS (Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstof), de verantwoordelijke instantie op dit gebied.

Maar na al die jaren wroeten in de 'de hel' mag het nu vooruit gaan, zo vindt de NIRAS. Ze wil, na een consultatieronde bij de burger, tegen volgend jaar een definitief afvalplan en milieurapport voorleggen aan de federale regering, die dan een principiële beslissing moet nemen over welke richting het uit moet met de opslag van ons kernafval op lange termijn.

Tot nu is het namelijk allemaal voorlopig, de manier waarop België het afval van zijn kerncentrales 'verwerkt'. "Het zit in gebouwen en dat is op de zeer lange termijn - en daar praten we altijd over bij kernafval - te riskant", zegt Biesemans. "Gebouwen raken versleten en zijn kwetsbaar. Willen wij het risico nemen dat onze nazaten over honderden jaren, bijvoorbeeld door slijtage of een oorlog, met de gevolgen van ons radioactief afval opgescheept zitten? Ik dacht het niet."

Net daarom wordt gewerkt aan opslag in de natuur, wat velen zo mogelijk nog meer doet bibberen. Maar die kaart is al getrokken. De deels artificiële heuvel tjokvol radioactief afval die zo in Dessel zal ontstaan, en die over honderden jaren mogelijk een gewone heuvel in een bos zal lijken, is hier het tot nu toe meest concrete voorbeeld van. De heuvel is er nog niet, maar de regering heeft al beslist dat hij er komt, als permanente opslagruimte voor het laagradioactief afval, de zogenaamde 'categorie A', die tot 250 jaar radioactief kan blijven. Dit type kernafval, de grootste massa, zit nu nog opgeslagen in beton.

In Dessel wordt dit goedje verpakt in stalen vaten en twee lagen beton. Als de voorziene ruimte vol is, komen er nog wat lagen beton en ook klei overheen. Vandaar de heuvel. En de koortsachtige angst bij sommigen, dat in een verre toekomst mensen in dat 'natuurgebied' zouden gaan graven. "Het is zeer belangrijk dat kennis en informatie van generatie op generatie goed doorgegeven wordt", zegt Biesemans hierover.

Plutonium en uranium

Wat we met de ruim 10.000 à 13.000 kubieke meter middel- en hoogradioactief afval, categorieën B en C, moeten aanvangen, is daarentegen nog helemaal niet duidelijk. Het gaat onder andere om splijtstoffen, plutonium, uranium en mox, die duizenden tot honderdduizenden jaren radioactief kunnen blijven.

Met de bovengrondse opslag (in onder meer gewapend beton en glas, zie kader) kunnen we nog even verder, zegt Biesemans. Maar omdat je, als het over kernafval gaat, geen tien maar vele honderden jaren vooruit moet plannen, acht NIRAS de tijd nu rijp om de eerste, principiële knoop door te hakken. Omdat het wetenschappelijke bewijzen heeft dat het veilig is, is NIRAS voorstander van opslag in de diepe kleilaag van Mol of in een gelijkaardige laag in de regio Gent-Zelzate. Die stelling is gebaseerd op internationale consensus en 30 jaar onderzoek van het SCK, waaronder de HADES-experimenten .

Nog vier andere opties

Biesemans noemt met opmerkelijk minder enthousiasme nog vier andere opties, die ook in het plan voor de regering zullen worden voorgesteld. "We kunnen nog langer doorgaan met bovengrondse opslag, bijvoorbeeld omdat besloten wordt dat nog meer onderzoek naar ondergrondse opslag nodig is. Dat betekent wel dat er extra opslagruimte moet worden voorzien. We kunnen ook wachten op een Europese oplossing, waarbij het ene land categorie A, het andere categorie B en nog een land categorie C verwerkt. Maar dat is op dit moment politiek ondenkbaar", zegt Biesemans.

Daarnaast zijn er nog twee alternatieven: opslag onder de oceaanbodem en 'chemische transmutatie'. "Van het eerste zijn wij geen voorstander omdat dat moeilijk te controleren valt", zegt Biesemans. En de chemische transmutatie, waarbij de radioactiviteit wordt geneutraliseerd, dat is voorlopig nog theorie."

Het is de bedoeling de regering een plan voor te leggen waarin al die opties beschreven staan. Alvorens de overheid beslist, legt de wet een raadpleging op die het publiek de kans geeft op het afvalplan te reageren.

Maar de NIRAS wil meer dan dat. Biesemans: "Dit is een emotioneel geladen, voor velen bijna niet te bevatten kwestie. Hoe goed uitgedokterd ons plan op wetenschappelijk vlak ook is, zonder maatschappelijk draagvlak sta je nergens." Daarom organiseert de NIRAS tussen 23 maart en 9 april 'consultatierondes.' Zowel externe deskundigen en maatschappelijke organisaties als de gewone burger mogen hun zegje doen over de opslag van het hoogradioactieve afval.

Via een speciale website (niras-afvalplan.be) kunnen geïnteresseerden vragen stellen en zich inschrijven voor discussiesessies over de wetenschappelijke, financiële en economische, ethische en milieu- en veiligheidsgerelateerde aspecten. De resultaten van alle sessies in groepjes van telkens zes mensen worden dan meegenomen in het afvalplan dat aan de regering wordt voorgelegd.

"Een van de vragen kan zijn of we het afval permanent moeten afsluiten of net bereikbaar moeten laten voor het geval dat er later betere alternatieven beschikbaar komen."

"We verwachten ook zeker not in my backyard-reacties, van mensen die het niet in hun buurt willen, en vragen over economische compensaties voor de regio waar de opslag op lange termijn zal gebeuren en die dus imagoschade riskeert", zegt Biesemans.

Minstens dertig jaar geduld

De NIRAS-woorvoerder benadrukt herhaaldelijk dat het niet de bedoeling is het debat te sturen en dat men enkel wil polsen naar de bekommernissen die leven. Maar het is duidelijk dat de instelling steun hoopt te krijgen voor de opslag in klei.

Biesemans: "Honderd procent zekerheid bestaat niet, maar de bewijzen dat dit de veiligste optie is hebben we, dankzij het HADES-onderzoek. Zowel de kleilaag daar in Mol als die in de regio Gent-Zelzate blijkt te voldoen aan de strengste eisen. Internationale experts hebben de onderzoeksrapporten daarover al goedgekeurd."

De kleilagen blijken erg homogeen en vooral elastisch, wat cruciaal is om schade en lekken door schokken en barsten te voorkomen. Ook laat deze klei geen water door, zodat contaminatie uitgesloten wordt. Het HADES-project heeft ook aangetoond dat de Boomse klei in haar 35 miljoenjarige bestaan nog geen kik heeft gegeven. "Die geologische stabiliteit is ook een veiligheidsgarantie", aldus nog Biesemans.

Overigens, mocht de overheid groen licht geven voor de klei-optie, dan zou categorie B ten vroegste tussen 2040 en 2050 en categorie C ten vroegste tegen 2075 daadwerkelijk in de klei 'verdwijnen'. Er is veel tijd nodig voor de vergunningsprocedure en de milieu-effectenrapportage, en voor afspraken over sociale en economische voorwaarden. En: de stoffen van categorie C moeten eerst nog 50 à 60 jaar afkoelen voor ze onder de klei kunnen.

Wat de burger ervan vindt zal dus nog moeten blijken, maar bij de milieuorganisaties klinkt zware scepsis. "Ondergrondse opslag kan op dit moment de beste papieren voorleggen en het HADES-project is zeer interessant en gebeurt ook zeer grondig. Maar wij vinden dat het onderzoek helemaal nog niet is afgerond", zegt energie-expert Bram Claeys van de Bond Beter Leefmilieu.

De geologische stabiliteit is volgens Claeys niet overtuigend aangetoond. Er zijn rapporten die aangeven dat aardbevingen in de toekomst niet uit te sluiten zijn. Claeys: "Ook met de klimaatverandering, die er onder andere voor kan zorgen dat het gebied rond Gent onder water komt te staan, is te weinig rekeningen gehouden."

Nog problematischer is volgens de BBL dat niet is bewezen dat het effect van de warmte die de stoffen in die klei zullen afgeven geen obstakel vormt. Biesemans geeft toe dat het onderzoek wat dat betreft nog loopt. Het laatste HADES-experiment bestaat erin de klei aan een temperatuur van tachtig graden te onderwerpen om te zien of de laag daardoor niet uitdroogt en barst. Volgens Biesemans staat het onderzoek echter wel ver genoeg om al een principiële beslissing te nemen.

"Daar zijn wij het totaal niet mee eens. Dit is geen futiele kwestie maar een centraal vraagstuk. Je steekt daar letterlijk jarenlang een chauffage in de grond en hoe goed die stoffen ook verglaasd en ingepakt zijn, niemand weet wat het resultaat is als die zware hittebronnen al die tijd op hun verpakking kunnen inwerken, en wat het effect op den duur op die klei kan zijn. Wij vinden het absurd om al een debat over de te volgen piste op te starten als je nog niet eens hebt vastgesteld dat van die opslag in klei bij wijze van spreken het gras niet zal gaan koken", aldus Claeys.

Nepconsultatie

Ook kernenergiespecialist Jan Vande Putte van Greenpeace heeft zware bedenkingen. "Het is goed dat dit debat gevoerd wordt, maar wij vrezen dat dit er, via een soort pr-campagne en een nepconsultatie, nu snel doorheen wordt geduwd. Ook over de opslag van laagradioactief afval heeft de NIRAS in Dessel, Mol en Fleurus consultatierondes opgezet, maar die waren ontgoochelend eenzijdig. Zij stippelen de krijtlijnen uit en hopen vooral steun voor hun visie te sprokkelen. Dat zie je nu ook. De alternatieven worden enkel karikaturaal opgediend. Dat is manipulatief", zegt Vande Putte.

En dat terwijl er volgens Greenpeace enkele belangrijke zaken over het hoofd worden gezien. Dat noch met de effecten van de klimaatverandering, noch met de nieuwe generatie splijtstoffen rekening wordt gehouden is voor hen een groot bezwaar.

Vande Putte: "Ons nieuwe kernafval is veel radioactiever dan vroeger omdat de stoffen die worden gebruikt sterker zijn. Vandaag kan tot 60 gigawatt per ton per dag aan elektriciteit worden opgewekt, terwijl dat dertig jaar geleden nog maar de helft was. We zitten dan ook met types afval die veel zwaardere of andere opslagmaatregelen vereisen, die geen vijftig maar honderd jaar moeten afkoelen en die ook anders kunnen reageren op de voorgestelde verpakkingstechniek in de klei. Nu al lijkt de financiering een probleem te worden. Geen rekening houden met alle factoren kan ons letterlijk en figuurlijk duur komen te staan."

Wat moet er dan wel gebeuren, Greenpeace? Vande Putte: "Men weet nu echt nog niet wat de beste aanpak is. Dat kun je spijtig vinden, maar het domste wat je in zo'n geval kunt doen is zeggen dat je het wel weet. Nu is de kernafvalopslag min of meer beheersbaar. Zo snel mogelijk een langetermijnaanpak in gang zetten zonder dat alles is afgecheckt en uitgeklaard, kan ertoe leiden dat we over dit afval en de effecten ervan uiteindelijk de controle verliezen."

www.niras-afvalplan.be

Jan Vande Putte (Greenpeace):

Het domste is om nu al te beweren dat je weet wat de beste oplossing voor dat afval is

n Een van de schachten van het HADES-laboratorium, 200 meter diep onder de Molse grond. Hier wordt geëxperimenteerd met de opslag in klei.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234