Vrijdag 30/10/2020

PLACE DU SAMEDI

Toen het erop begon te lijken dat de schier eindeloze zomer van 2014 het toch zou moeten afleggen tegen de steeds meer oprukkende herfstigheid, besloot ik met mijn goed ingesnoerde imaginaire hond nog eens een namiddagwandeling te maken. Algauw bevonden wij ons langs de schilderachtige Reyerslaan, alwaar de curieuzeneuzemosterdpot die ik ben even wilde checken hoe het staat met de rituele vernietiging van dat afschuwelijke Reyersviaduct.

Omdat ik allang en uit goede bron - wijlen de Heer L.P. Boon, uit Erembodegem - weet dat ook de afbreker opbouwt, kan ik me wel vinden in dit initiatief.

Dat viaduct heeft daar lang genoeg gestaan nu en wie dringend van het Meiserplein naar de Montgomerysquare ("Mongo", zeggen de taxichauffeurs ) wil, raad ik toch sowieso de metro aan. Eén voordeel heeft dat gammele gedrocht wel: het beneemt de inwoners van de beschaafde wereld elk uitzicht op dat verfoeilijke VRT/RTBF-complex, dat binnenkort overigens ook tegen de vlakte gaat.

Maar terug naar mijn hond en mij. Ter hoogte van het Karabiniersplein kwam ik een oude schoolmakker van me tegen. Hij werkt al bijna zijn hele leven tegen zijn zin in Brussel en bij de openbare omroep. Vroeger was hij lid van het extreem linkse Amada, maar nu neigt hij op de wijze van de toren van Pisa nogal naar de felle rechterzijde van een bekende volkspartij. Hij is kwaad op alles en iedereen en traditioneel nogal grof gebekt. Maar toch mag ik hem.

Hij vertelde me, exclusief voor de bladen van De Persgroep, dat hij zich naar zijn pensioen toe sleept maar eigenlijk had ik dat al van op een afstand gezien.

Ik probeerde hem een hart onder de riem te steken. Ik zei dat er toch ergere dingen in het leven moeten bestaan dan veertig jaar bij de VRT te werken. Hij keek me zorgvol aan en ik moet toegeven dat wij na samen even te hebben staan zoeken, daar op die Schaar-beekse stoep, toch niet zo gek veel konden bedenken.

"Maar het gaat daar toch niet meer als vroeger!", zei de eeuwige positivo in mij. "Met al die politieke benoemingen aan de top en zo. Dat bestaat toch gelukkig niet meer." Hij knikte. "Maar nu is het eigenlijk nog erger!", zei hij nors. "Iedereen gaat daar tegenwoordig in het zwart gekleed. En om iets te betekenen moet je moet tenminste een homo zijn. En als dat niet kan: een lelijk wijf!"

Ik had meteen door dat hij het over Klara had, maar ik sprak hem levendig tegen. "Bij mijn weten zitten daar behalve Jan Hautekiet en Patrick Riguelle toch weinig of geen homoseksuelen", opperde ik, maar het waren woorden in de wind.

Mijn destijdse medeleerling had op zijn polshorloge gekeken en zo vastgesteld dat het hoog tijd was om zich naar Brussel Noord te reppen om daar de dagelijkse postkoets naar Zelzate te halen.

Van dat station gesproken. Wat een rattenhol is dat, zeg. Ik kwam er eerder deze week tegen het spitsuur ook zelf even langs en ik kon maar niet geloven dat er duizenden mensen bestaan die zichzelf veertig jaar lang de duivel aandoen, om in deze hel tot tweemaal daags toe vrijwillig te gaan branden.

Omdat ik vond dat ik wel wat rust verdiende, wilde ik even op een van die gerieflijke marmeren banken daar gaan zitten, maar helaas waren die al door andere medemensen gemarkeerd met sporen van pis, kak, bloed en een beetje Cécemel. Daarom vluchtte ik de Starbucks in. Dat had ik niet moeten doen en wel omdat ik eigenlijk een onvoorwaardelijke hekel heb aan die ellendige Amerikaanse keten en niets mij meer uit mijn hum kan brengen dan dure, slappe koffie in kartonnen bekers.

Dan maar de kroeg in, dacht ik, en algauw hing ik samen met andere marginalen aan een bierinfuus in een van de barretjes in die grauwe tunnel van het Noord, waar de miserabele neonverlichting voor mensen als ik toch het voordeel biedt dat iedereen er daar even lelijk uitziet.

Op de twee krukken naast mij zaten twee mannen die, als je op hun snorren mocht afgaan, enkele walrussen in de familie hadden. Ze waren, terwijl de Jupiler rijkelijk door hun keelgat verdween, hevig aan het inhakken op de nieuwe federale regering.

Vooral fils à papa Charles Michel moest het ontgelden alhoewel ook excellenties uit gewestelijke bestuursorganen gemakshalve als "zakkenvullers" bestempeld werden. Vooral met de nakende pensioenhervormingen hadden ze last. "Maar wat betekent dat nu precies voor ons?", vroeg de ene, die al een beetje met dubbele tong sprak. "Dat betekent", zei de andere drinkebroer bijna boos, "dat wij gaan moeten doppen tot we 67 zijn!"

Ik rest my case en loop een bioscoop binnen, een wekelijks pleziertje dat ik me niet zal ontzeggen eer ik helemaal blind en doof ben.

Ik keek er naar uit om eindelijk de al redelijk druk besproken film Welp van Jonas Govaerts te zien. Ik had er, tegen mijn gewoonte in, hier en daar ook al iets over gelezen en wat daar gedrukt stond beviel mij niet. De film werd door vaklui bekeken als een genre-oefening in horror, als "de eerste Vlaamse griezelfilm", als een beloftevol debuut. Maar wat bijna niemand zag, was wat Welp eigenlijk wel was: een auteursfilm van een auteur die nu eens niet alleen geïnteresseerd is in zijn eigen navel, maar ook in die vaak donkere en harde wereld daarbuiten - denk maar eens aan Brussel Noord - waar wij en onze kinderen dagelijks doorheen worden gejaagd.

In het samenspel tussen echte kinderangsten en die schrikwekkende arena van het Grote Donkere Bos herkende ik algauw gevoelens die ik vier decennia geleden al voelde opwellen tijdens het lezen van William Goldings Lord of the Flies.

Ik voelde in Jonas Govaerts' cameravoering en acteursregie ook de hand van de jonge meester, die ik trouwens herkende vanuit zijn excellente kortfilms Of Cats And Women en Forever. Laat u vooral niet wijsmaken dat Welp over wolfjes zou gaan of over gemakkelijke griezels.

Hij gaat, zoals dat hoort bij een goede film, over het leven zelf.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234