Donderdag 02/12/2021

Pillen slikken tegen beter weten in

Antidepressiva blijken in de meeste gevallen nauwelijks effect te hebben

De Belg blijft verslingerd aan medicijnen. Maar werken al die pillen ook echt, of slikken we gewoon kritiekloos wat de farmaceutische industrie ons belooft? Alvast wat antidepressiva betreft lijkt dat laatste het geval: na twintig jaar Prozac blijken antidepressiva zo goed als geen effect te hebben.

Door Tom Cochez

Het nieuws sloeg gisteren in Groot-Brittannië in als een bom. Een nieuwe studie waarin alle wetenschappelijke onderzoeken over de effectiviteit van antidepressiva naast elkaar werden gelegd, maakt duidelijk dat de veelbesproken emo-medicatie nauwelijks effect heeft. Alleen bij patiënten met een zeer zware depressie zouden antidepressiva beperkt werken. Bij alle andere depressies werken ze niet significant beter dan placebo's. Anders gezegd: het overgrote deel van de mensen die van hun arts antidepressiva voorgeschreven krijgen, kan evengoed suikerpilletjes slikken. Die werken evengoed.

"Echt verrassend zijn de resultaten niet", reageert de Gentse professor farmacologie Marc Bogaert. "Het is al langer bekend dat de resultaten van onderzoek naar de impact van antidepressiva niet echt overtuigend waren. In onze aanbevelingen van het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie hebben we ook al herhaaldelijk opgemerkt dat antidepressiva eerder uitzonderlijk voorgeschreven zouden moeten worden. De nieuwe studie documenteert en onderbouwt die stelling nu nog verder."

Het onderzoekteam rond professor Irving Kirsch van de University of Hull kreeg toegang tot alle wetenschappelijke studies over de belangrijkste antidepressiva zoals Prozac, Seroxat en Efexor.

Anders dan voorheen konden de onderzoekers deze keer dus het volledige palet aan wetenschappelijke studies raadplegen. Niet alleen de onderzoeken waarvan de resultaten in toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften werden gepubliceerd, maar ook de studies waar nooit een letter over verscheen in een officiële publicatie.

Om een registratie van een nieuw geneesmiddel te krijgen moeten farmaceutische bedrijven alle onderzoeken ter beschikking stellen van de Amerikaanse keuringsdienst FDA. Ook de studies dus waarvan de resultaten liever niet aan de grote klok werden gehangen wegens niet eensluidend positief.

Die verruiming van het onderzoeksmateriaal waarop de meta-analyse gebeurde bleek van groot belang. "Meta-analyses over antidepressiva hebben eerder al melding gemaakt van de beperkte voordelen van antidepressiva in vergelijking tot placebo's", schrijft Irving Kirsch. "Maar wanneer ook de niet-gepubliceerde data mee in rekening worden gebracht, dan zijn de voordelen te beperkt om wetenschappelijk significant te kunnen zijn."

Dat uitfilteren van studies plaatst de wetenschappelijke wereld vandaag voor grote problemen. Door wetenschappelijke studies op een selectieve manier te gebruiken kan immers een volledig verkeerd beeld ontstaan. In Groot-Brittannië gaan er dan ook stemmen op om het wettelijke kader dat farmaceutische bedrijven verplicht alle gegevens kenbaar te maken, verder aan te scherpen.

"Theoretisch zijn farmaceutische bedrijven verplicht om al hun gegevens kenbaar te maken", zegt Marc Bogaert. "Ook bij ons legt de wet van 7 mei 2004 inzake experimenten bij de mens die verplichting op. Alleen is zoiets zeer moeilijk afdwingbaar. De affaire rond het geneesmiddel VIOXX (dat intussen van de markt werd gehaald, ToC) heeft ons geleerd dat bedrijven soms data achterhouden die niet in hun verhaal passen."

Maar naast de moeilijk afdwingbare wettelijke verplichting om data vrij te geven speelt nog een ander probleem: de wetenschappelijke publicatie ervan. Zelfs al zijn de resultaten vrij te raadplegen, publicatie in wetenschappelijke tijdschriften blijft de norm. Daar wordt het wetenschappelijk debat gevoerd.

Bedrijven zijn dan ook geneigd om enkel de onderzoeken met positieve resultaten te publiceren in toonaangevende wetenschappelijke vakbladen zoals The British Medical Journal of The Lancet. Andere onderzoeken worden vaak simpelweg niet gepubliceerd

Vorige maand nog verscheen in The New England Journal of Medicine een studie, ook al over antidepressiva, die bovenstaand probleem kwantitatief duidt. Van de 74 wetenschappelijke studies over antidepressiva die bij de FDA geregistreerd werden, werd een derde gewoon nergens gepubliceerd. Zevenendertig studies die door de FDA als positief voor het geneesmiddel waren bestempeld, werden gepubliceerd. Slechts één positieve studie werd nergens gepubliceerd. Studies met negatieve of onduidelijke resultaten werden ofwel niet gepubliceerd (22 studies) ofwel zodanig gepresenteerd dat de resultaten toch nog positief oogden (11 studies). Slechts drie negatieve studies werden wel gepubliceerd. "Dat leverde het beeld op dat 94 procent van de studies positief waren", schrijven de auteurs in The New England Journal of Medicine, "terwijl volgens de analyse van de FDA slechts 51 procent positieve resultaten opleverde."

Toch is er volgens professor Bogaert beterschap te verwachten. "Steeds meer prestigieuze vakbladen stellen voorwaarden voor de publicatie van artikels. Een belangrijke voorwaarde is dat de studie vanaf de start aangekondigd werd. Op die manier krijgen we zicht op studies die ooit startten, maar waarvan de resultaten nooit gepubliceerd werden. Uiteindelijk zouden er registers moeten komen waarin alle wetenschappelijke studies verschijnen die ooit werden opgestart. Zo kan men achteraf nagaan wat de resultaten waren, ook als de betrokken bedrijven die resultaten liever niet onder de aandacht brengen."

Wie de problematiek van het 'gebiast' onderzoek als geen ander kent, is David Healy. De Ierse psychiater beet zich vast in de negatieve effecten van antidepressiva en botste daarbij op de verhoogde kans op zelfmoord bij mensen die Prozac gebruiken. Opmerkingen daarover kostten hem uiteindelijk een belangrijke promotie.

In een interview met De Morgen vorig jaar gaf Healy voorbeelden van de manier waarop farmaceutische bedrijven hun wetenschappelijke data selectief gebruiken om toch maar te bewijzen wat bewezen moet worden. Zo beschreef Healy een studie van de farmareuzen Pfizer en GSK waarbij de indeling van de proefpersonen bewust gestuurd werd om toch maar tot een resultaat te komen dat elke relatie tussen antidepressiva en zelfmoord miskent.

In hetzelfde interview noemde Healy het uitgangspunt achter de werking van de nieuwe antidepressiva, de zogenaamde SSRI's (selective serotonine reuptake inhibitors) een fabel. "Het wordt voorgesteld alsof antidepressiva een chemisch onevenwicht in onze hersenen herstellen. Dat het gehalte serotonine bij depressieve mensen te laag is en dat die ssri's dat verhogen. Dat is niet zo. Alle bewijzen tonen dat het serotoninesysteem bij depressieve mensen perfect normaal is. Alleen is dat een heel krachtig idee dat mensen graag willen geloven."

Vraag blijft of de nieuwe studie die zorgvuldig gecreëerde mythe kan doorprikken. "De ideeën die mensen over medicatie hebben veranderen, is zeer moeilijk", zegt Marc Bogaert. "Een bekend voorbeeld is antibiotica. Het zit nu eenmaal in het hoofd van veel mensen dat antibiotica helpen, ook bij een simpele verkoudheid. Dat is niet waar, maar toch blijven we massaal antibiotica slikken. De campagnes die de overheid heeft opgezet leveren resultaat op, maar het gaat langzaam."

Vorige maand nog werd wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat naar schatting 300.000 Belgen onterecht cholesterolverlagende medicatie gebruiken. Afgaand op de stijgende verkoop van de cholesterolverlagers is er niemand die daardoor een pilletje minder slikt.

Hetzelfde geldt voor slaap- en kalmeringsmiddelen. "Ook de zogenaamde benzodiazepines worden, ondanks de ontradende campagnes van de overheid, nog steeds massaal en verkeerd gebruikt", zegt Marc Bogaert. "De kans dat na deze publicatie straks alleen nog mensen met een zware depressie antidepressiva zullen gebruiken, is dan ook klein."

Toch is de boodschap van de onderzoekers onder leiding van Irving HIrsch duidelijk. "Er is amper reden om antidepressiva voor te schrijven aan mensen die niet lijden aan een zware depressie."

En zelfs bij die laatste groep is het effect van de geneesmiddelen eerder beperkt. Concreet wordt de effectiviteit gemeten met de zogenaamde HRSD-schaal (Hamilton Rating Scale of Depression). Patiënten krijgen een vragenlijst waarbij de antwoorden gescoord worden. Wie een score boven de 18 heeft, krijgt de diagnose 'zware depressie'. Alleen voor die groep noteerden de onderzoekers een (beperkt) effect van antidepressiva in vergelijking met placebo's.

Precieze gegevens over hoe groot de groep mensen met een zware depressie is, zijn er niet. Wat wel vaststaat, is dat het slechts om een fractie gaat van de grote groep mensen die vandaag antidepressiva slikken. Alleen al in België worden jaarlijks ongeveer 7 miljoen doosjes antidepressiva verkocht, goed voor een jaaromzet van om en bij de 200 miljoen euro. De hap die antidepressiva uit het budget voor gezondheidszorg nemen, is bijgevolg gigantisch.

"Dat er toch massaal antidepressiva voorgeschreven worden, ondanks het feit dat we eigenlijk al langer stellen dat het vaak niet zinvol is, heeft vele oorzaken", zegt Marc Bogaert. "Maar veel heeft te maken met de vicieuze cirkel waarin arts en patiënt terechtkomen. De patiënt verwacht een voorschrift en voor de arts is een geneesmiddel voorschrijven vaak de makkelijkste manier. België sluit aan bij de Zuid-Europese cultuur: patiënten verwachten aan het einde van een consultatie een voorschrift. De arts speelt daarop in. Er zal nog veel bewustmaking van het medisch korps nodig zijn vooraleer we die situatie kunnen keren."

Maar er is meer aan de hand. Tegenover de maatschappelijke overdosis antidepressiva staat een ontoereikend psychotherapeutisch kader. "De niet-medicamenteuze aanpak van mensen met een depressie is in België absoluut onvoldoende uitgebouwd", zegt Marc Bogaert. "We hebben amper structuren en mensen die patiënten met een depressie kunnen begeleiden. De bestaande centra voor psychologische begeleiding worden zwaar overvraagd en hebben wachtlijsten die veel mensen afschrikken. Zo wordt het nog vanzelfsprekender om toch maar voor medicatie te kiezen."

Als het van de farmaceutische industrie afhangt, blijft die medicatie ook een belangrijk onderdeel van de behandeling van mensen met een depressie. De studie van de ploeg rond professor Kirsch wordt door de Belgische geneesmiddelenindustrie niet voor vol aangezien.

"Exhaustieve wetenschappelijke gegevens en een brede medische ervaring leren ons dat deze antidepressiva wel degelijk doeltreffend werken", stelt pharma.be-woordvoerder Olivier Remels. "De resultaten van deze studies werden door de overheid goedgekeurd, met het duidelijke bewijs dat deze geneesmiddelen werken. Een mogelijk placebo-effect bestaat bij vele medicijnen, wat niet wil zeggen dat deze geneesmiddelen niet effectief werken. Het is ook logisch dat het effect van geneesmiddelen duidelijker merkbaar is bij de zwaar depressieven."

Pharma.be toont zich verder zeer bezorgd dat patiënten nu onverhoeds hun behandeling zouden afbreken. "Naar aanleiding van zo'n berichtgeving zouden de betrokken patiënten hun behandeling in vraag kunnen stellen. De berichtgeving kan dus een gevaar inhouden voor de therapietrouw. Therapietrouw is bij deze aandoening zeer belangrijk. Antidepressiva kunnen enkel verkregen worden onder doktersvoorschrift. Patiënten zouden meer bepaald de opvolging van hun behandeling kunnen verwaarlozen of hun behandeling stopzetten, zonder voorafgaand medisch advies in te winnen."

Professor Marc Bogaert:

In België verwacht de patiënt

een voorschrift en de arts speelt daarop in. Er zal veel bewustmaking nodig zijn om dat te keren

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234