Maandag 25/01/2021

Pieter De Crem, de Justin Bieber van de Wetstraat

De regering is dan wel in lopende zaken, voor Pieter De Crem lopen die zaken erg hard. Het land is namelijk in oorlog. En van beide feiten mocht de gemiddelde Belg afgelopen week ruim meegenieten. Woensdag toonde De Crem in prime time de eerste beelden van de F-16-aanvallen op Libië en twee dagen eerder had hij de vaderlandse pers en masse uitgenodigd naar Griekenland om er de Belgische gevechtsvliegtuigen in actie te zien.

‘De Crem glimt van trots’, had deze krant ’s anderendaags gekopt. Je moest immers blind zijn om niet te zien dat de minister genoot van zoveel aandacht voor zijn leger. Toch kwam het De Morgen op een opmerking van de woordvoerder te staan. Het ging hier niet om de eer en glorie van de minister, maar om een manier om de bevolking in alle openheid te informeren over de operaties in Libië.

Het sneertje naar zijn pr-beleid bleef echter niet hangen bij de minister. Dat blijkt wanneer we met De Crem donderdagochtend van Gent mogen meerijden naar zijn kabinet in Brussel. Of we hem een dagje mochten volgen, was de vraag geweest. “Lukt nooit”, had zijn woordvoerder gezegd. “Zo lang verdraagt hij niemand in zijn buurt”. “Geen probleem”, bleek het antwoord van de minister.

Iets voor achten stappen we in de dienstwagen, terwijl De Crem dossier na dossier signeert zonder te verifiëren waar hij zijn handtekening onder zet. “Als minister hou ik mij nooit bezig met wat achter de komma komt, maar zet ik de grote lijnen uit”, vertrouwt hij ons meteen toe. “Maar het zijn wel dikke lijnen. En die bestaan uit grote stippen. Daarom zijn mijn medewerkers zo belangrijk.”

Steun van militairen

En die medewerkers steunen hun baas ten volle, net zoals wel meer mensen bij Defensie. De relatie met de stafchef mag dan al met horten en stoten verlopen, sinds De Crem op post is, kreeg het leger tot grote tevredenheid van veel militairen zijn oorspronkelijke functie terug. “Onder André Flahaut waren we afgegleden naar een humanitaire organisatie die zandzakjes legde, een soort leger des heils dat op militair vlak niets meer betekende”, verwoordt een militair het ongenoegen van weleer. “De Crem heeft defensie de taken teruggegeven die een leger hoort te hebben. Nu kunnen we opnieuw datgene doen waarvoor we ooit gekozen hebben om militair te worden.”

En dat zijn missies zoals die in Libië, maar ook de bijdrage in Afghanistan. Het was een van de doelen die De Crem voorop had gesteld en waarin hij in zijn optiek met glans geslaagd is: ons land moest en zou opnieuw een betrouwbare NAVO-partner worden die deelnam aan militaire operaties. “Ik zeg het zonder tremelo en emotie in mijn stem, maar toen ik bij het begin van mijn ambtstermijn aankwam op internationale militaire vergaderingen was België van geen tel. We speelden geen enkele rol. Dat is ondertussen veranderd”, zegt De Crem wanneer we Brussel binnenrijden.

Het is ook die ommezwaai die hem op ramkoers bracht met de linkse oppositie in het parlement waar hij wekelijks een bitse vete uitvecht met kamerleden Dirk Van der Maelen (sp.a) en Wouter De Vriendt (Groen!). “Ok, hij heeft bereikt wat hij wilde en een bocht genomen naar meer militarisme, maar het enige dat hij doet is de NAVO en de VS achternalopen. Daarnaast ontbreekt het hem volledig aan visie en een kritische reflex”, zegt De Vriendt, die De Crem tot ‘minister van Oorlog’ omdoopte.

“Al is hij natuurlijk wel een dankbare minister voor een lid van de oppositie. Mocht hij niet bestaan, we zouden hem moeten uitvinden”, geeft Van der Maelen toe. “De Crem heeft een erg kort lontje. Als hij zich onzeker voelt, probeert hij de tegenstander met een straffe opmerking uit zijn lood te slaan. Zo heeft hij mij al eens uitgemaakt voor ‘Taliban’. Als hij dat doet, weet ik dat ik goed bezig ben. Achter zijn arrogante optreden gaat immers ook een zekere vorm van onzekerheid schuil.”

Het woord is eruit. Wat De Crem en zijn aanhangers ‘zelfzeker’ en ‘vastberaden’ noemen, is voor zijn tegenstanders niets minder dan ‘arrogant’ en ‘hautain’. Jef Tavernier, voormalig Agalev-minister en De Crems politieke opponent in thuisbasis Aalter kan erover meespreken. “Telkens opnieuw zoekt hij het conflict, gaat hij voor de aanval. Ik heb hier in de gemeenteraad gezien hoe hij mensen probeert te kwetsen. Hij speelt telkens de man.”

Anderen relativeren het arrogante imago dat De Crem meedraagt. “Ok, je kan zeggen dat hij autoritair is, maar dat is nu eenmaal de leiderschapsstijl die hij hanteert”, oordeelt CD&V-collega Inge Vervotte. “In het parlement zal hij inderdaad eerst voor de confrontatie kiezen en schrikt hij er niet voor terug om eens een ferme klets uit te delen. Maar dat hij dat doet om zijn onzekerheden te verbergen? Ik denk niet dat Pieter veel onzekerheden heeft”, lacht Vervotte.

Ook vicepremier Guy Vanhengel (Open Vld) nuanceert: “De Crem kan inderdaad vierkant zijn in zijn uitspraken, maar dat hoort nu eenmaal bij zijn karakter én bij zijn departement. In het leger houdt men van duidelijkheid. Van de chef wordt verwacht dat hij de chef is. En op dat vlak is hij een goede chef.”

Zelfs Dirk De Boodt van de socialistische legervakbond ACOD, niet meteen De Crems grootste steunpilaar, relativeert het stuurse imago van de defensieminister. “Ik heb hem op een vergadering nog nooit weten schelden, roepen of tieren. Zelfs als ik hem de dag voordien in de pers hard heb bekritiseerd, komt hij mij vriendelijk een hand geven. Het zou alleszins geen slechte acteur zijn.”

‘Tegen kritiek moet je kunnen’

Acteur of niet, de uitdrukking ‘met uitgestreken gezicht’ lijkt in elk geval uitgevonden voor de man uit Aalter. Dat blijkt ook wanneer we hem tijdens een snelle lunch confronteren met de steeds terugkerende kritiek op zijn omgang met politieke tegenstanders. “Ach, mensen als Van der Maelen zijn mijn grootste propagandisten”, klinkt het zonder verpinken. Het sp.a-Kamerlid heeft hem net nog in de commissie Buitenlandse Betrekkingen traditiegetrouw op de korrel genomen. “Ze mogen mij eigenlijk een factuur sturen. Ik trek mij daar eerlijk gezegd niet veel van aan. Tegen kritiek moet je kunnen. Als je meppen uitdeelt, moet je zelf ook kunnen incasseren. If you can’t stand the heat, stay out of the kitchen.”

Het is De Crem ten voeten uit. Wie kritiek levert, heeft het volgens hem niet goed begrepen of staat nu eenmaal in het andere kamp en kán hem bijgevolg geen gelijk geven. Was er niet al ‘Crembo’, dan was ‘Teflon Pieter’ een goed alternatief als bijnaam geweest. Of het nu over zijn omstreden beleidskeuzes gaat - “In de politiek moet je keuzes maken. Het is misschien een oude manier van politiek doen, maar nog altijd de beste” -, over de kritiek op zijn vele reizen - “Dat is allemaal terug te brengen tot drie lettergrepen: ja-loe-zie” - of over de incidenten in New York en Libanon waar hij zich dronken en/of woest zou hebben gedragen - “Als je een herstructurering doorvoert waarbij je het aantal generaals met een vierde terugbrengt dan maak je niet alleen vrienden” -, raken doet de kritiek hem schijnbaar niet. Zijn gebruinde vel en altijd onberispelijke kledij lijken wat dat betreft het perfecte pantser tegen alles en allen die hem aan het wankelen willen brengen.

Of toch. “Er is wel iets waar ik het moeilijk mee heb”, zegt De Crem vlak voor we de auto uitstappen. “De bedreigingen. Zoals die van Sharia4Belgium. Het is ook niet de eerste keer. Zoals die keer toen iemand mijn woning is binnengereden. Dat heeft een grote indruk gemaakt op mijn kinderen. Als politicus besef ik dat ik op de publieke scène speel, maar wanneer je persoonlijk bedreigd wordt en ook je familie betrokken raakt dan ben je in de eerste plaats echtgenoot en vader.” Dus toch een moment van vertwijfeling. Al is het even snel verdwenen als het is gekomen.

A man with a plan

Maar terug naar de essentie. En dat zijn volgens een politicus als De Crem de harde resultaten. Het land mag dan al jaren stilstaan, op defensie bewoog er wel heel wat. Terwijl de regering sinds 2008 evenveel wissels onderging als de Rode Duivels tijdens een oefeninterland, werkte de minister van Defensie rustig en lustig door om zijn transformatieplan voor het Belgische leger, het paradepaardje van zijn ambtstermijn, uit te voeren. “Slechts één betoging is er geweest”, glundert De Crem. “Op 1 juli van dit jaar zal 85 procent van de transitie voltooid zijn: 1.500 militairen minder per jaar, een jaarlijkse besparing van 125 miljoen euro en een derde minder kazernes, waardoor 15.000 militairen gemuteerd worden en 7.000 ook effectief van werkplaats moeten veranderen. Dat resultaat mag er zijn.”

Het heeft hem alvast goede punten binnen de regering opgeleverd. “Het moet gezegd dat hij op landsverdediging in moeilijke omstandigheden een goede beurt maakt”, geeft begrotingsminister Guy Vanhengel hem een pluim. Inge Vervotte heeft er een verklaring voor. “Als hij een stelling inneemt dan gaat hij er voor, eerder dan diplomatisch en op zachte manier zijn gelijk te halen, zegt hij gewoon rechtuit: daar wil ik naartoe en zorg maar dat het in orde komt. En als er kritiek komt, ligt hij er echt niet wakker van.”

“Ik heb gewoon gedaan wat ik moest doen”, zegt De Crem vals bescheiden. “Ik ken het politieke spel. Ik wist bijgevolg al snel dat het onmogelijk zou zijn om voor elke beslissing eerst een consensus binnen de ministerraad te vinden. Daarom heb maximaal gewerkt binnen de wettelijke mogelijkheden die ik had. Had ik eerst aan iedereen zijn mening gevraagd dan waren we geëindigd met meer kazernes, meer militairen en toch minder geld.”

Vakbondsman De Boodt ergert zich aan de goednieuwsshow die de minister houdt over de pijnlijke herstructurering. “Hij wil pronken op het internationale forum, maar vergeet ondertussen de mensen in de kazernes. Moet je fier zijn op het feit dat 5.000 mensen moeten verhuizen van werkplek en tot honderd kilometer per dag moeten pendelen?”. Ook Van der Maelen geeft tegengas: “Hij klopt die hele hervorming te veel op. Het had veel beter gekund als hij met meer overleg te werk was gegaan in plaats van de botte hakbijl boven te halen. Hij loopt wel hoog op met de daling van het aantal militairen, maar dat is grotendeels een natuurlijk evolutie. Daarnaast hoor je hem niet meer over de vrijwillige legerdienst, want dat is gewoon een mislukking geworden.”

Emmanuel Jacob, van de onafhankelijke legervakbond ACMP is het niet eens met de kritiek. “Je moet De Crem van mij geen standbeeld geven, maar hij heeft ten minste het lef gehad om de herstructurering die broodnodig was op te zetten en een sociaal plan uit te werken. Dat was een verademing na 8,5 jaar zonder beslissingen. Het heeft hem zelfs geliefd gemaakt bij de gemiddelde militair, al zal hij altijd zijn absolute tegenstanders hebben.”

Maar laat net die tegenstanders een drijfveer zijn voor De Crem om nog harder zijn eigen weg te gaan. “In de politiek is er één grote regel: be yourself. Die volg ik elke dag. Dat geeft het voordeel van de duidelijkheid. En de kritiek? daar kan ik gewoon heel goed tegen. It's part of the game.” Willen ze hem dus Crembo of minister van Oorlog noemen, het zij zo. Meer nog. “Als ik naar mijn zoon bel, neemt hij op met ‘Ah, Crembo’. Ja, zelfs mijn vrouw noemt mijn soms zo.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234