Vrijdag 30/10/2020

Piet, Steven en Lieven Cnudde, de 'LSP-band' van Eine

'In Eine bier maken en enkel in Eine aan de caf�s leveren. Zoals het in oorsprong ooit was: brouwen binnen een perimeter en het binnen die perimeter weer opdrinken. Wij zijn een van de weinige brouwers die elke dag hun klanten kunnen tegenkomen'

Er zit nog leven in de brouwerij

Het zijn troebele tijden voor het Belgische bier. Op eigen bodem vindt het almaar minder fans. Grote brouwers ontslaan werkvolk, zetten koers naar het buitenland. 'En de kleine zijn niet inventief meer', kwam de Britse bierkenner Michael Jackson ons deze week melden. Waar zit het wezen van ons bier nog en waar is de passie? We vroegen het aan gedreven brouwers: een die pas afstudeerde, een trio dat de traditie getrouw een dorp blijft bevloeien met gerstenat en een die in kelder en garage bier bedenkt.

Marijke Libert

Foto's Stephan Vanfleteren

Morgen beter zou het eens in Eine bij Oudenaarde moeten proberen in café Brouwershoekske. Nu krijg je er, als eenzame onbekende ziel, nog ver voor middernacht, ongevraagd en zonder dat er landelijke zendtijd wordt verkwanseld, de mening van de dag mee. Met weinig nuance, bruut maar duidelijk. "De flikken, ach", zucht iemand tussen het troef maken door in zijn kipkapdialect, "met z'n tweeëndertigen staan ze erop te kijken hoe een jong Turks wijf (sic) ontsnapt en hier geraak je hoogstens tot de Scheldebrug met drie pinten in uw kloten..."

Er wordt niet gelachen, maar verder geklopt op tafel, gedronken alsof het een olympische discipline was. En ze maken elkaar grondig af - "goe gespeeld voor nen dommerik gelijk gij". Brouwershoekske is een van de Einse cafés die Cnudde op het vat hebben zitten. Cnudde bruin. Cnudde staat ook in grote stenen letters op de toren van de brouwerij recht tegenover de kroeg.

Binnen stellen de broers Lieven, Steven en Piet, de een al grootsprakeriger en minder tonrond dan de ander, zich op naast de brede koperen ketel. Volgende week zal daarin weer hun eigenzinnige mengsel draaien. De drie bereiden er, hoewel overdag elders in dienst, na de uren het generaties oude recept. Zeven keer per jaar brouwen ze zo'n vijfduizend liter Cnudde, in de streek beter bekend als 'kerkhofsop'. Cnuddes basisproduct wordt uit waterputten getrokken, pal naast de laatste rustplaats van menig Einenaar. Vandaar. Maar van de herkomst trekken de inwoners zich kennelijk weinig aan, zij gaan al decennia voor het resultaat. "Als het dorp roept dat het dorst heeft, zetten we ons aan het brouwen", zegt Lieven Cnudde, de luidste van de drie. Piet glimlacht, wrijft liefdevol over zijn brede voorkant en zwijgt. Steven, de stille, knikt en verdwijnt nadien weer even vluchtig als hij binnenkwam.

We zitten in het ouderlijke huis, waar de jongste, Piet, ongehuwd achterbleef. Lieven Cnudde wijst naar oude foto's aan de muur: "Dit is de tweede generatie, mijn grootvader. En daar een foto van ons drieën. En daar de vijfde generatie, onze eigen kinderen."

Wanneer proeven kinderen van een brouwer hun eerste bier?

Lieven: "Op hun vijftiende ongeveer. Maar het proces, het maken, volg je al veel eerder. Dat zie je en voel je overal, dat zit in je genen. Je draagt zelf die geschiedenis mee. Je kent het verhaal van die eerste Cnudde, overgrootvader Fons, en van grootvader Omer. Onze pa Louis maakten we zelf mee. (zucht) Wat hij ons voor onnozelheden en dommigheden naar het hoofd slingerde toen we besloten door te gaan met bierbrouwen. 'Zo', zei hij, 'dus jullie gaan het eens opnemen tegen die supermarkten en drankcentrales.' Terwijl, ach... het bier heeft ons gebracht tot waar we nu zijn. We konden met de opbrengst ervan studeren, we hebben standgehouden en zijn koppig gebleven. We hebben een paar generaties goed kunnen leven, allemaal dankzij Cnudde. Bon, er waren betere tijden. Wij herinneren ons die zelfs nog, toen hier volop knechten rondliepen, toen er bijna constant gebrouwen werd, meer dan twintig keer per jaar, de leveringen aan de toen nog talrijke cafés in de buurt. We zaten hier, hé Piet, aan deze tafel. Ze staat nog altijd zoals ze toen stond, tegen het raam aan geduwd. Tegen de muur plakt nog altijd hetzelfde groene behangpapier van vijftig jaar geleden, met over de onderkant plastic gespannen. Dat was om ons, de kinderen, te beletten op het papier te tekenen. Van aan die tafel zaten wij naar buiten te kijken naar het leven op de brouwerij. Dat wis je niet zomaar uit.

"Toen de laatste twee knechten verdwenen, waren wij op een leeftijd dat we konden helpen. Wij hebben jaren in de brouwerij gewerkt. Ons vader reed toen ook nog rond, ging naar particulieren, bracht bakken bier aan huis. Om de drie weken hadden we prijs en moesten we mee uitdragen. Zodra we zelf een rijbewijs hadden, mochten wij de rondes doen. Na school, op vrijdagavond en op zaterdag. Intussen studeerden we iets wat niets met bier te maken had. Ik werd licentiaat wiskunde, Steven industrieel ingenieur en Piet deed notariaat. Wij moesten een diploma hebben. We spreken over de jaren zeventig, toen de oliecrisis woedde, toen de bierfolklore begon te verdwijnen. Ons pa wou geen investeringen meer doen. Hij zou het hele boeltje begraven. In 1993, twee jaar voor vader stierf, besloten we een bvba op te richten en, weliswaar met een beperkt debiet, verder te brouwen. We werken met dezelfde attributen uit de jaren vijftig, in de toenmalige koperen ketels."

Is het dat koper van de ketels dat de authentieke, zeg maar vrij zurige smaak van Cnudde mee bepaalt of komt het van het grondwater?

Lieven: "Ik hoor jou komen. Je denkt aan 'kerkhofsop'. (heft zijn glas op, toont) Kijk, een beentje, en hier op de bodem, zie je die tand? Onze putten zitten 15 meter diep en als het regent, tja, dan sijpelt er van alles door. Zo drinkt Eine uiteindelijk zichzelf op. Al hebben we wat tegenslag natuurlijk, want er wordt niet meer rond kerken begraven tegenwoordig. Daarom ook dringen we er bij de pastoor geregeld op aan om er nog een verse in te leggen, kwestie van onze biersmaak te vrijwaren. (lacht luid)"

De Cnuddes lachen traditioneel met die opmerking over kerkhofsop, maar ergens moet dat toch gestoken hebben?

"Toch niet, dat is zo typisch voor hier. Zurig bier is echt Oudenaards. Opmerkingen maken, mythes lanceren en bijnamen geven aan mensen en bieren is ook kenmerkend voor onze streek. Ik vind: laat die mythe bestaan, laat maar praten. Hoe meer erover getaterd wordt, hoe beter voor de commercie. En wat dat zure betreft, het water wordt gekookt en permanent wordt de zuurtegraad gecorrigeerd. Anderzijds kan het dat het grondwater iets aan de smaak toevoegt van Cnuddebier, net zoals het soort mout en de gist dat onvermijdelijk doen."

Werden op een bepaald moment de zonen rond de tafel geroepen, waarna vader-brouwer zijn geheim recept doorgaf?

Lieven: "Nee, zo gebeurde dat niet. Wij mochten gewoon in de brouwerij meedoen en merkten het vanzelf. Er werd daar iets in gegooid, aan die kraan gedraaid, ginds iets gedaan, elders een pomp aangezet. Je doet jarenlang handelingen, volgt een schema. Op de brouwdag staan we er nu binnenkort weer met z'n drieën. Ieder kent zijn plek en zijn werk, dat hoeft niet meer uitgelegd. Het productieproces doen wij helemaal alleen. Wij brouwen, filteren, steken op vat en nadien rijden wij met de camionette rond. Het is misschien een sleur, maar tegelijk ook best gezellig. Handenarbeid in plaats van altijd dat werken met die brains.

"En af en toe is er interesse van buitenaf. We staan ook in dat boek van bierpaus Michael Jackson. Hij is hier jaren geleden geweest en vond het opmerkelijk hoe wij bleven doordoen, op onze manier. In Eine bier maken en enkel in Eine aan de cafés leveren. Zoals het in oorsprong ooit was: brouwen binnen een perimeter en het binnen die perimeter weer opdrinken. Wij zijn een van de weinige brouwers die elke dag hun klanten kunnen tegenkomen. Stel je voor, hoe lang het zou duren vooraleer die van Jupiler hun klanten hebben gezien. Die moeten dan naar Tsjechië of Hongarije trekken, of naar Brazilië.

"Wij hebben de voorbije jaren natuurlijk evoluties opgemerkt. Hoe de groten zoals Inbev kleine regionale bieren, dorpsbieren zoals het onze, overnamen, dat brouwen wat lieten aanmodderen en uiteindelijk besloten: schluss ermee. Ik denk aan Krüger uit Eeklo en Zultebier uit Zulte of Wiels... Waar zijn die naartoe? En die voegden toch ook iets eigenzinnigs toe aan ons smaakpallet? Wat overbleef, zijn de grote zware bieren. Op dat niveau stellen wij ons al lang niet meer. Cnudde brouwen is meer hobby dan commercie.

"Je zou kunnen zeggen: je moet behoorlijk geschift zijn om daar je vrije zaterdagen en avonden aan op te offeren, om bij grote ketels te gaan staan en oude pompen in gang te steken en nadien met vaten bier rond te rijden. Zijn er dan geen stichtender dingen te doen? Nu, kijk rondom u. Als wij stoppen, is alles hier weg. Brouwerij verdwenen, en de hele achtergrond. Kijk binnen naar de muren, het behang, de tafel, stel u dat geluid voor van de tonnen die over het voorplein ratelden, van schreeuwende knechten, stel je die vader voor die hier tjolde. Wij tjollen nu verder met eigen middelen en op onze eigen manier. Met succes en met mislukkingen. Twee keer hebben we tegenslag gehad en moesten we ons vocht naar Aquafin sturen. Wat er precies gebeurd was, weet ik niet. Iets met de gist die niet pakte, iets met het keren van het water, iets met de temperatuur. Hoe dan ook, het bier was slecht en moest via zo'n plastic buis rechtstreeks de riool in. Kerkhofsop weg. Dat doet zeer. Je ziet al die liters lopen en naast die riool staan dan mannen van Douane en Accijnzen te controleren of je het goedje niet in een andere tank steekt om later zwart te verkopen."

Drinken 'die van Cnudde' iets anders dan eigen bier?

Lieven: "(opgewonden) Zeg, wij gaan ook wel eens buiten Eine hé! En daar kun je naar het schijnt veel andere dingen drinken. Ik ben echter niet zo opgezet met hoe de smaak van het bier nu aan het veranderen is. Die zoete brol die ze overal beginnen te maken voor de zoete muilkens van de madams en de verzoete papillen van de generatie die met cola is grootgebracht. Weerzinwekkend. Wij, de Cnuddes, maken bitter en wij blijven dat doen. Wij krijgen daar ook geen commentaar op, toch niet van die van Eine. En als er al een reactie komt als we een café binnenkomen, is het: 'Awel, de bliksem ingeslagen?' Ze steken dan het glas in de lucht en kijken naar het mengsel dat soms iets troebeler kan zijn dan anders. Nu, dan drinken we er samen een op. Ook dat is zo belangrijk bij dorpsgebonden bieren, dat ze een sociale functie vervullen. Het zijn ook bieren die zichzelf blijven in een tijd dat alles globaler wordt: producten, mensen, smaken. Die global taste is de ondergang van alles, die laat geen ruimte meer voor keuze en variëteit. Jackson zei het deze week nog in De laatste show: 'Het wordt tijd dat de Vlaming zijn eigen bier weer leert kennen en smaken en onderscheiden.' De Vlaming moet ook die variëteit weer leren kennen. Enkel op die manier kan bier weer een afzet in eigen land krijgen én de appreciatie die het verdient."

Hannes Withouck, pas afgestudeerde brouwer

Jaarlijks leveren ze drie studenten af die graag 'in het bier' zouden terechtkomen. KaHo Hogeschool Sint-Lieven, heet het in huidige campustermen, maar in Gent en omstreken worden ze al honderd jaar 'de brouwerijschool' genoemd. In het begin van de twintigste eeuw kwamen hier vooral zonen van Vlaamse brouwers de stiel leren. Brouwer Van Honsebrouck uit Ingelmunster, van het bekende Kasteelbier, zat hier ooit toen brouwen op zich een finaliteit was. Het vak brouwerij-mouterij zit nu in de richting 'biochemie' vervat.

Hannes Withouck studeerde vorig jaar af, liep stage in de sector en maakte als eindwerk twee hectoliter schoolbier. "Dat trouwens meer dan te drinken was", knipoogt Hannes. "Kiezen voor bier startte bij mij vanuit een gedrevenheid. Het begon te kriebelen toen ik in het laatste jaar middelbaar zat. Dat productieproces intrigeerde me en het bier proeven zelf ook, uiteraard. Wie het bier niet kan smaken kan het moeilijk maken. Je leert bieren kennen en daarna onderscheiden. Ik proef onderhand het verschil tussen een Jupiler, een Maes en een Stella. Jupiler is zwaarder, Stella iets aromatischer. Het liefste echter drink ik het bier uit mijn streek. Ook dat is typisch, dat je geboorteplaats een rol speelt. Ik kom uit Menen, dus ik ben opgegroeid met Bockor. Jij, uit Oudenaarde, zal wellicht het iets zuriger bier kunnen smaken. Herkenning, vorming van smaak hebben toch ook iets met je roots te maken, met de bodem waaruit bier ook deels getrokken is.

"In het laatste jaar middelbaar mochten we geïntegreerde proeven doen en ik koos ervoor om bier te brouwen. Mijn neef, die hier toen aan het KaHo studeerde, hielp me. We knutselden thuis een brouwinstallatie ineen met een ketel op een gasbekken en nog een paar attributen. In totaal had ik er 50 euro in geïnvesteerd. We brouwden en deden van alles, met als resultaat ineens 40 liter bier, een bak of zes, dat we na gisting anderhalve maand later met plezier hebben genuttigd. De vrienden hebben de dagen nadien absoluut niet op het toilet doorgebracht. Vanaf dag één had ik ook een grote fan. Mijn vader, die redelijk verzot was op mijn zelf gebrouwen bier. Ik heb maar een paar keer op die primitieve manier brouwsels gemaakt, nadien ben ik naar de brouwersschool getrokken en nu werk ik hier na mijn studie nog mee in het onderzoeksteam."

Wat is zo intrigerend aan bierbrouwen?

Hannes: "Heel simpel, het feit dat je met de vier componenten water, mout, hop en gist en met een paar onderscheiden handelingen ineens tot een pint bier komt. De aanpassingen die je zelf doet, zodra je begrijpt wát je doet natuurlijk, bepalen je eindproduct. Heel boeiend is dat. Je kunt ook accenten leggen, naar een graad bitterheid gaan, een aroma maken, fruit of honing of kruiden toevoegen. Je experimenteert met soorten mout, met de zuurtegraad, met gist, trouwens hét geheim van de brouwer. De gist kweekt hij meestal ook volgens een eigen cultuur. Brouwen is kortom één grote speurtocht. Door bier te smaken en maken leerde ik ook veel over de evolutie van bier. Ik stel nu vast dat bier almaar zoeter wordt, terwijl ik de bitterder bieren prefereer, zoals veel mensen trouwens die voor brouwerij kiezen. Wat onze toekomst zal zijn met ons diploma is een andere zaak. Veel afgestudeerden komen eerst bij de kleinere brouwerijen terecht, maar nadien eindigt het meestal bij die grote industriële. En die trekken nu volop naar het vroegere Oostblok. Want terwijl bij ons in West-Europa de bierconsumptie daalt, stijgt ginds de vraag naar bier enorm. In Polen bijvoorbeeld is het opmerkelijk. Vandaar dat brouwerijen als Inbev die richting uitgaan om er met onze Belgische kennis te produceren voor dat stijgende aantal afnemers.

"De Belgen zijn ook volop wijndrinkers geworden wegens het enorme aanbod en de diversiteit. We mogen ons terecht zorgen maken over de toekomst van ons bier. In België, met zijn vele soorten bieren, moeten we ook blijven investeren in het aparte aanbod, in de aanmaak van speciale bieren. We moeten ze blijven maken en ermee experimenteren. Daarbij komt dat bier vooral een cafédrank is, maar het cafébezoek is enorm teruggelopen. Je ziet het zelfs bij jeugdcafés. Het is nog maar vijf jaar geleden dat ik volop naar het jeugdcafé ging. Toen zat dat stampvol en werden er verdorie vele pinten Bockor verzet. In datzelfde jeugdcafé zit nu, zoveel jaar later, nog tien of twintig man. Bier is een zeer sociaal product, wijn vraagt om een iets beperkter context. Bier drink je op het voetbal, wijn op restaurant.

"Ik ben pas afgestudeerd, maar nu al merk ik dat ik overal en altijd met dat bier bezig ben. Waar ik kom op café wil ik het plaatselijke brouwsel proeven. Waar ik ook ben, ruik ik het. Laatst nog liep ik in Leuven rond met een vriend. Ik stond ineens stil en zei: tiens, ik ken die geur, dat is draf. Draf is het biologische afval dat je na filteren overhoudt uit bier. Die draf wordt na afname naar de boer gebracht of naar de gft-hoop. We liepen kennelijk in de buurt van een brouwerij waar men net de draf uit de infiltratielaag had gehaald en ik rook dat. Ik vond dat een lekkere geur, trouwens. Bier smaken of ruiken is altijd een enorm zintuiglijke ervaring."

Louis Meulders, thuisbrouwer

De oude wasmachines waarin hij ooit bier 'zwierde', zijn weg. En Louis' hobby werd de voorbije jaren 'opgewaardeerd'. Hij verhuisde van kelder naar garage. De auto ruimde plaats voor een uiterst ordelijke minibrouwinstallatie. In de hoge opbergkast vlak voor de kantelpoort gisten 'Gruuten Duyst' en 'Trapikdoor', in bakken, op fles. Het bekendst werd Louis met zijn Gagelbier, te koop in de betere bioshop. Louis' fascinatie voor bier startte met de open vraag: Hoe zou het bier van de druïden gesmaakt hebben?

Louis: "Van toen ik jong was, dronk ik heel graag bier. Meteen wou ik weten wat erin zat. Ik proefde, vergeleek en trachtte te detecteren. Ik studeerde voor regent Frans-geschiedenis-Latijn en ging in de journalistiek. Bier bleef een hobby. In 1986 was er het fameuze 'jaar van het bier', een omwenteling voor mij. Toen stelde ik me de vraag hoe in de begintijden van het bier de smaak was. Over de oude Belgen konden we moeilijk iets te weten komen, maar wat met de middeleeuwen? Daarover was toch een en ander verschenen? Ik belde naar de brouwerijschool van Gent en vroeg aan een docent of die wist wat bij benadering de smaak van middeleeuws bier was. De man antwoordde heel laconiek: 'Mijnheer, wij proberen vandáág goed bier te maken.' Ik begon materiaal te verzamelen, snuffelde in het stadsarchief van Mechelen in geschriften van en over Dodoens. Ik las er dat de middeleeuwer gemiddeld 300 liter bier per jaar dronk, drie keer meer dan wij nu doen.

"Ik vernam dat ze bij de trappisten van Tilburg ooit geprobeerd hadden om zo'n oud bier te reconstrueren, dat echter niet drinkbaar bleek. Het was moeilijk na te gaan hoe dat bier gesmaakt kon hebben, want er werd geen hop toegevoegd maar gruit of kruiden. De hop kwam in ons land pas rond 1400 binnen en werd pas vanaf de zestiende eeuw volop gebruikt. Maar dat gruit vormde de basis van het bier van de middeleeuwer. De vraag was welk gruit. Ik kwam erop uit dat de plant gagel veel werd gebruikt, in onze streek toch. Ik trok naar de mensen van de Brasserie La Chouffe en zeurde zo lang over dat gagelbier dat ze het uiteindelijk gingen maken. In 1989 met name, volgens hun brouwschema en met hun recept, maakten ze 2000 liter, die vlot van de hand ging. Daarna stopten ze met die productie. Bon, dacht ik, dan ga ik zelf gagel zoeken.

"Ik kwam in die tijd met een raadselachtige soort wedergeboren druïde in contact, een heel alternatieve man die zich met riten van druïden bezighield, maar die - en dat interesseerde me vooral - wist waar de gagelstruiken stonden. Meestal bevonden die zich in moerassig gebied. Hij plukte de plant, droogde ze en ik kon ermee aan de slag. Maar hoe? In 1992 ben ik dan maar zelf beginnen te brouwen, heel kleinschalig en na het volgen van een cursus thuis bierbrouwen. Het was heel amateuristisch in het begin, letterlijk met potten en pannen. Ik ben toen in de kelder begonnen met een koperen wasketel die ik bij mijn schoonmoeder op de zolder gevonden had en met een paar bakkersemmers van 30 liter. Een fase later ging ik op zoek naar oude wasmachines, je weet wel, met dat roerwerk erin. Ik vond er uiteindelijk drie en brouwde zo'n tien jaar lang bier in wasmachines. Nu werk ik met inox materiaal uit grootkeukens. Niet met te grote ketels, want je moet wat je brouwt ook nog opgedronken krijgen, nietwaar. Het bier dat je maakt, mag je huis niet uit, anders doe je aan bierhandel. Je mag het enkel binnen de eigen muren, met jouw gasten drinken. Niet met te veel gasten op geregelde tijdstippen of men verdenkt je ervan café te houden. Jawel, de regels zijn streng. Ik mag zelfs mijn dochter die in Antwerpen woont geen flesjes bier meegeven, anders krijg ik last met Douane en Accijnzen."

In welke ketels of wasmachines werd uiteindelijk het ultieme middeleeuwse bier gebrouwen?

Louis: "Van in het begin al in die koperen wasketels. Al was het eerst nattevingerwerk. Ik kapte maar dingen bijeen, stelde bij, warmde op, experimenteerde links en rechts en wachtte af wat eruit kwam. Proefbrouwsels van 25 tot 30 liter, gemaakt met gagel. Licht bier, donker bier, meer gagel, minder gagel. Dat smaakte aanvankelijk tamelijk vreemd. Niet slecht maar vreemd. Ik doseerde de gagel, begon meer over brouwschema's te leren en maakte intussen een biertje, Gagelbier, dat enorm in de smaak viel bij de plaatselijke groep van de Wielewaal. Ze namen flessen mee, vonden het zo fantastisch dat ze het wilden verkopen. Op basis van mijn ultieme bijgestelde recept werd in de proefboerderij Naudts in Lochristi het Gagelbier gemaakt dat nadien ook in bioshops werd gekocht. Het recept mag niemand kennen natuurlijk. Dat is geheim."

Intussen verkoopt het Gagelbier, waarop Louis niet eens een patent nam, vrij goed en gaat de opbrengst naar Natuurreservaten. Louis: "Wat de natuur wordt ontnomen gaat naar de natuur terug, dat principe vind ik nogal mooi. En de smaak is niet te vergelijken met ander bier. Of het middeleeuws is, wie zal het zeggen? Het is een kruidenbier. Zoals bij alle kruidenbieren is dosering heel belangrijk. Een van de bekendste kruidenbieren is Hoegaarden, waaraan koriander en sinaasschillen werden toegevoegd.

"Intussen brouw ik volop met hop en stel ik vast dat het moeilijkste aan brouwen is om de smaak constant te houden. Het probleem bij thuisbrouwers is dat het mengsel telkens weer anders smaakt. Ik heb geen proefpanels die geurcomponenten onderzoeken zoals bij grote brouwerijen gebeurt. Grote brouwerijen gaan hun bier versnijden, in meerdere tanks mengen om een zo constant mogelijke smaak te hebben. Het is zaak om een uniformisering van de smaak te vrijwaren. Massaproducten moeten overal en op elk moment hetzelfde smaken en uitgerekend dat moet worden bewaakt. Terwijl de oogst van de hop en de gerst elk jaar anders is, zoals bij de druif ook het geval is. Meer zon, een natte zomer, het kan de smaak beïnvloeden. Van wijn aanvaardt men dat er verschillen zijn. Van bier niet, die moet de smaak hebben die men kent.

"Ik leerde door het bierbrouwen ook mijn smaak te ontwikkelen. Ik herken bieren, ik ruik aan een Jupiler en stel meteen die zwavelcomponenten vast. Ik drink hoe langer hoe liever bitter bier. De oudere, echte brouwers van toen vonden hun bitterste bier ook altijd het beste. Intussen maakt dat zoete bier een opmars. Waarom heeft Rodenbach zo'n opdoffer gekregen, denk je? Nu komt het een beetje terug, maar gemodificeerd. Sinds het bier door Palm overgenomen werd, is het zoeter geworden. Veertig jaar geleden was die zurige Rodenbach hét studentenbier. Mijn lievelingsbier vroeger was de tripel van Westmalle. Nu is het Orval, behoorlijk bitter maar aanvaardbaar bitter. Een paar kleine brouwerijen proberen de laatste jaren extreem bittere bieren op de markt te brengen. Een Amerikaanse brouwer heeft er ooit eentje gemaakt dat drie keer bitterder was dan Orval, met de toepasselijke naam Alimony... alimentatiebier. Een bittere pil om te slikken. Dus je ziet dat naast die globale en grootschalige verzoeting een heel klein gedeelte naar extreme bitterheid streeft, al is dat op de markt verwaarloosbaar, want een nicheproduct."

Wat vindt de thuisbrouwer van 's werelds beste 'Westvleteren'?

"Een vrouwenbiertje. Zoet. Er zit meer alcohol in en heeft daardoor die indruk lekkerder want zoeter te zijn. Dat verklaart het groeiende succes van Spaanse en Australische wijnen bij ons: ze zijn tot twee graden alcoholrijker en worden daarom meer gesmaakt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234