Zondag 16/05/2021

Piet Römer doet gewoon zijn best

Sartre, Pinter: noem een naam en Piet Römer speelde er een stuk van. Momenteel staat Römer op de theaterplanken en speelt vier avonden per week in Festen. Daarna volgt weer een nieuwe Baantjer, de Nederlandse politieserie die op de Vlaamse televisie al drie jaar lang steeds drukker bekeken wordt. Deze maand werd Römer 75. 'Mensen vinden nu dat ze je een klap op de schouder mogen geven.'

Amsterdam

De Volkskrant

Ronald Ockhuysen

Of hij nu bakkersknecht was, acteur bij de Haagse Comedie, columnist, cafébaas of inspecteur De Cock - Piet Römer vindt van zichzelf dat hij 'gewoon zijn best deed'. "Ik ben niet iemand die met grote woorden over zijn eigen carrière praat. In de kern is het allemaal gewoon werk. Soms gaat het goed. Soms minder. Maar het blijft werk. Leuk werk, dat wel."

Ruim vijftig jaar zit hij nu in het acteervak. Van alles heeft hij gedaan. Mies Bouhuys en Aristofanes, Sartre, Pinter - noem een naam, en Römer speelde er een stuk van. Momenteel staat hij vier avonden per week in Festen, een toneelbewerking van de gelijknamige Deense film. Römer is Klingenfelt, een patriarch die zijn kinderen jarenlang seksueel misbruikte. Zijn zoon Han Römer speelt zoon Klingenfelt. Tijdens een speech slaat hij zijn vader met de waarheid om de oren.

"Behoorlijk heftig", erkent Römer, ook al is hij een aanhanger van de theorie dat acteren meer met spelen dan met voelen te maken heeft. "Het is bijzonder om dit samen met mijn zoon te delen. Han en ik spraken elkaar niet al te vaak. Onze relatie is er hechter door geworden."

Als de tournee erop zit, kan Römer meteen door. Er staan dertien afleveringen op stapel van Baantjer, hét kijkcijferkanon van de Nederlandse commerciële zender RTL4. De strapatsen van inspecteur De Cock zijn bij onze noorderburen wekelijks goed voor bijna 2 miljoen kijkers. Dat is net zoveel als het Journaal van acht uur of een avondje Champions League. In Vlaanderen is Baantjer de enige Nederlandse politieserie die aanslaat. In prime time op zondagavond weet de serie soms tot een miljoen kijkers te boeien.

"'Wist je dat RTL-baas John de Mol Baantjer eerst helemaal niet zag zitten? Mijn zoon Peter, toen hoofd van de drama-afdeling, heeft er echt aan moeten trekken. Het bedrijf verdient er ook niet erg veel aan. Ze dachten: dat duurt maar een jaartje. Er zijn nogal onhandige afspraken gemaakt met de uitgever en met de schrijver. Dat zijn de spekkopers."

Waarin het succes van de serie zit, weet hij ook niet precies. "Het is herkenbaar. Je kunt je makkelijk identificeren. Er zijn zelfs clubs die Baantjer-avonden organiseren. Ik wist niet wat ik hoorde." Het is een fijne klus ('ik heb een goed pensioen, en een fraai salaris'), maar artistiek verheffend is het spelen van de inspecteur niet. "Baantjer is een format. Daar kan niet te veel aan worden gerommeld. Ik heb al honderdduizend keer moeten vragen: 'Waar was u gisteravond tussen acht en halftien?' Natuurlijk denk ik weleens: kan dat echt niet anders? Maar het werkt nou eenmaal zo. Het zijn poppetjes die steeds weer hetzelfde kunstje doen."

De terugkeer naar het theater werkte bevrijdend. Na Relapsus (1995) van Wim T. Schippers dacht hij dat het voorbij was met zijn theaterloopbaan. Te veel gedoe, dat gereis naar Nederlandse schouwburgen in Stadskanaal en Heerlen. Om drie uur 's middags vertrekken, 's nachts weer Amsterdam binnenrijden. "Het is zwaar, met die files. Het reizen neemt de helft van de dag in beslag. Dat vind ik nogal wat. Toch wilde ik na negen jaar heel graag terug naar het toneel. Het stuk sprak me aan, en ik kon samenwerken met die gekke jongens van cabaretgroep NUHR. Ik baalde ook van die filmcamera. Het theater is waar ik vandaan kom. Nu kan ik weer met een frisse kop aan Baantjer beginnen."

Hij vindt het allemaal relatief, die bekendheid. "Toen ik met Baantjer begon, had ik veertig jaar toneel achter de rug, en talloze series. We werkten met een jonge ploeg. Ik kende niemand. En niemand kende mij. Die bekken vielen open toen we op straat gingen werken en er steeds mensen naar mij toe kwamen om een handje te geven."

Römer wil maar zeggen: roem stelt in Nederland niet veel voor. Bovendien: mensen die echt iets voorstellen, die zijn zo vergeten. Neem Paul Steenbergen, de grote toneelacteur. "Zegt vrijwel niemand nog iets. Omdat hij niet van de tv was, maar van het toneel. Dat vind ik vreselijk. Dat Nederland zijn toneelgiganten niet kent."

Zelf heeft hij geen problemen met zijn status van bekende Nederlander. Het is alleen wel anders dan veertig jaar geleden, toen televisie nog magie had. "Mensen vinden nu dat ze je een klap op de schouder mogen geven." Verzet plegen heeft weinig zin, leerde Römer in de loop der jaren. "Net zoals het onzin is er status aan te ontlenen. Ik zie ze genoeg, van die types die echt denken dat ze door hun tv-werk meer zijn dan anderen. Die denken dat ze een grotere broek aan moeten trekken, op grotere schoenen moeten gaan lopen. Zielig vind ik dat."

Er was een periode waarin Piet Römer genoeg had van zijn vak. Hij opende in 1976 in de Amsterdamse binnenstad een café. "Nogal naïef", oordeelt hij nu. "Ik dacht: eigen kroegje, vaste klantenkring. Een verlengstuk van mijn huiskamer. Dat werd het niet. Ze kwamen met bussen bij me binnenstappen, en ik stuurde ze weg. Ik wou geen Tante Leen zijn die bovenop de toonbank stond te zingen. Juist niet. Ik wilde gewoon een café. Dat lukte dus niet."

Onafhankelijk en vrij, dat wil hij zijn. Niemand moet hem vertellen wat wel of wat niet hoort. Ook niet toen hij in de jaren zestig en zeventig bij het gesubsidieerde toneel werkte. Is tv-werk minderwaardig? Dan hapt Römer juist toe. Hij vond klussen erbij horen. Diskjockey was hij. Zanger. En hoofdpiet - dat was hij ook; veel dertigers en veertigers denken bij Zwarte Piet altijd eerst aan Piet Römer in een pofbroek. "Prachtig om te doen. En het betaalde goed. Zo is het ook: ik moest vijf kinderen onderhouden."

Het zegt hem niet zoveel dat hij 75 wordt. Al is hij twee jaar geleden wel verhuisd naar een benedenhuis. "Driehoog werd wat problematisch. Al moet ik zeggen: ik mis het klimmen en sjouwen wel een beetje. Ik was gedwongen dagelijks trap op en trap af te gaan. Nu ben ik lui aan het worden; ik ga meteen op zoek naar een lift."

Eigenlijk houdt hij niet van terugblikken. Sterke verhalen genoeg, daar niet van, maar hij vindt het ook iets treurigs hebben. Zo van: het is allemaal voorbij. Aan de andere kant valt niet te ontkennen dat de toekomst hem begint in te halen. Kleindochter Nienke en kleinzoon Thijs Römer zijn inmiddels acteur. Ja, natuurlijk vindt hij dat mooi.

Er kan, zegt hij, in de loop van twee generaties veel veranderen. Toen hij bij het toneel ging werken - op zijn 24ste, getrouwd en allang vader - werd in zijn omgeving vreemd opgekeken. Daar viel toch geen cent in te verdienen? Vijftig jaar later is die keuze voor de kinderen van zijn kinderen vanzelfsprekend.

"Als ik had geweten wat mij te wachten stond, dan had ik het niet gedurfd. Ik deed het, omdat ik onbevangen was. Ik dacht: ik ben banketbakker geweest, ik ben behanger geweest, nu word ik toneelspeler. Zo ging dat. Ik vond het doodnormaal, terwijl ik amper kon spreken en geen enkele repertoirekennis had."

Het was moeilijk, met alleen de lagere school als basis. Jarenlang keek hij op tegen gestudeerde mensen. "Al hadden ze alleen maar een technische middelbare opleiding gehad. Dan dacht ik al: die weet meer dan ik. Dat gevoel is nu helemaal weg. Ik kijk niet meer zo snel tegen iemand op."

Baantjer, TV 1 zondag 21.30

'Ik zie ze genoeg, van die types die echt denken dat ze door hun tv-werk meer zijn dan anderen. Zielig vind ik dat'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234