Zondag 01/11/2020

Piet Pienter en het Internet

Woekerende bakkebaarden, cowboytronies en schouderlang haar. Je moet al over een kennersoog beschikken om in de groepsfoto onderaan het prille Microsoft-team te herkennen. Ziet u die schuchtere, nog puberale trekjes vertonende jongen onderaan links, die zo devoot kijkt alsof hij elk ogenblik ten hemel kan varen? Dat is de jonge Bill Gates, die ooit de rijkste man ter wereld zou worden.

Jean-Paul Mulders

Zo zag de Microsoft-ploeg eruit in 1978, het jaar waarin deze courant het levenslicht zag. Een zootje ongeregeld, waarvoor je bij valavond wel een straatje om zou lopen. "We sliepen maar weinig en we raakten het besef van dag en nacht langzamerhand kwijt", schreef Gates later over die opwindende begintijd. "Als ik in slaap viel was dat meestal achter mijn bureau of op de grond. Op sommige dagen kwam ik ook niet aan eten toe en zag ik zelfs niemand. Maar na vijf weken was onze BASIC geschreven - en was 's werelds eerste microcomputersoftwarebedrijf geboren." Of er in de begindagen van de krant ook wel eens redacteurs pardoes op de grond in slaap vielen weet ik niet, vermits mijn jonge hersentjes in die tijd nog bijna uitsluitend door centiaren, deciliters en stichtende voorbeeldzinnetjes als Michel ne fume pas in beslag werden genomen. Wel schuilen in de diepste spelonken van mijn geest nog echo's van het BRT-journaal van die bewuste decemberavond waarin de oprichting van - voorwaar - een nieuw landelijk dagblad werd aangekondigd. Dat maakte een diepe indruk op mij. Ik herinner me zelfs dat ik vage plannen had om die fameuze De Morgen elke dag trouw te kopen en alle exemplaren nauwgezet te stockeren. Tienjarigen kunnen soms rare gedachten koesteren. Mijn vriendje David en ik overwogen in die periode overigens ook ernstig de bouw van een intergalactisch ruimtetuig, dat door zes Porsche-motoren zou worden aangedreven. Twee decennia geleden is het intussen, en toch lijkt dat alles nog zo tastbaar aanwezig. De boterhammen met donkere Kwatta-choco op woensdagmiddag. De Piet Pienter en Bert Bibber-strips, waarvan de pagina's toen nog afwisselend bruin en blauw waren ingekleurd ... Zelfs de geur ervan zou ik uit duizenden herkennen. Bevreemdend is het dat dit alles zich afspeelde in een tijdsgewricht waarin niemand ooit gehoord had van wat nu vertrouwde begrippen zijn geworden: Internet en multimedia, chatten en emoticons, de Macintosh... Had je die woorden toen publiekelijk uitgesproken, men zou zich op de schedel hebben getikt of - in het beste geval - aan een uitheemse appelsoort hebben gedacht. En toch werden toen de grondslagen gelegd voor de zoemende machines die later mee mijn leven zouden bepalen. "Op 9 oktober 1978 verhuisde IBM naar een nieuw hoofdkwartier op het Victoria Reginaplantsoen", lees ik in een oude bedrijfspublicatie. "Een torengebouw van 22 verdiepingen met 26.000 vierkante meter kantoorruimte." Maar op dat eigenste moment was de kompjoeter voor mij niet meer dan een paar schimmige afbeeldingen in een boekje van de Hoe en Waarom-reeks. Ze zagen er niet uit, die computers uit 1978. Lompe bakbeesten waren het, met processoren die een stuk minder krachtig waren dan de exemplaren die je nu in goedkoop speelgoed vindt. "Een moderne laptop van 60.000 frank kan meer verwerken dan de IBM-mainframecomputer die twintig jaar geleden honderden miljoenen kostte", las ik ergens anders. En de wedloop naar meer power is nog lang niet teneinde. Volgens de fameuze wet van Moore verdubbelt de potentie van computers om de achttien maanden. Een blik in de toekomst werpen is altijd een heikele zaak; getalenteerde zieners zijn er in het verleden vaak genoeg aan geweest voor hun moeite. Ik denk maar aan die zelfgenoegzame hoofdambtenaar van het Amerikaanse octrooibureau, die in 1899 alvast zijn kantoor wilde opdoeken omdat 'alles toch al uitgevonden was'. Of aan de gerenommeerde Oxford-professor die het in 1878 nog presteerde elektrisch licht als "een foefje" af te doen. Of aan Thomas Watson, de IBM-topman uit de jaren dertig die boudweg beweerde dat de wereld aan 5 (vijf!) computers wel genoeg zou hebben.

De komst van het Internet had vrijwel geen enkele techniekprofeet voorspeld; steevast gingen hun gedachten uit naar meer spectaculaire dingen als ruimtetuigen, onzichtbaarheid, gezinshelicopters en kernenergie voor een prikje. Maar van al dit leuks is voorlopig maar weinig in huis gekomen, terwijl het Net boomt zoals nooit eerder een industrietak heeft geboomd. Vijf jaar geleden kon je in België nauwelijks toegang krijgen tot het Internet. Nu telt ons land 600.000 netizens, en nog vertienvoudigt het digitaal verkeer elk jaar. Na de wet van Moore is er nu ook zoiets als de Internet Law, die stelt dat de vraag naar bandbreedte om de drie à vier maanden verdubbelt... wat op zijn beurt natuurlijk weer gigantische commerciële perspectieven opent. Bandbreedte. Het magische woord is gevallen: de snelheid waarmee een lijn informatie van het ene naar het andere apparaat kan vervoeren. Hier wringt het schoentje nog, waardoor meer spectaculaire toepassingen als video-on-demand voorlopig toekomstmuziek blijven. Het Internet zoals we het nu kennen, is eigenlijk niet meer dan een voorafspiegeling van de veelgeroemde informatiesupersnelweg. Het zal nog wel een jaar of tien duren voor alle mogelijkheden ervan voor een ruim publiek beschikbaar zullen zijn. Af en toe vang je al een glimp op van die vreemdsoortige Brave New World, bijvoorbeeld wanneer je toevallig op de site van Ready Store verzeilt en vaststelt dat de on line supermarkt nu al pure realiteit is. Wie zijn appels, chips en douchecrème via Internet bestelt, kan de spullen na het werk op een van de (voorlopig) zeven Ready Points in en rond Brussel gaan oppikken. De steward zet de juiste boodschappenzakjes in je kofferruimte, je tekent voor ontvangst en kunt welgezind verder in de file gaan staan. Dat het de voedingsindustrie menens is, blijkt uit het feit dat de GIB-groep voor deze Internetwinkel zelfs een aparte afdeling heeft opgericht. Concurrent Delhaize levert desgewenst aan huis. Of dit alles hartverheffend nieuws is, is natuurlijk weer een andere vraag. Een mooiere illustratie van het begrip 'vervreemding' lijkt nauwelijks te vinden. Dat er laagvliegende Internetsatellieten, denkende koelkasten, gsm-gestuurde koffiezetapparaten en e-mailende microgolfovens zitten aan te komen, weten we onderhand wel zeker. Maar wie zich concreet probeert voor te stellen hoe het Net en dus het leven er over een kwarteeuw zal uitzien, wordt onvermijdelijk geconfronteerd met de beperkingen waarover zelfs de meest getalententeerde zieners uitgleden. "Deze ene kabel die het netwerk in huis brengt, zal ongetwijfeld meer transporteren dan alleen telefoontjes, films en nieuwsberichten", schrijft goeroe Bill Gates voorzichtig. "Maar we kunnen ons niet voorstellen wat de informatiesnelweg ons over vijfentwintig jaar te bieden zal hebben. Net zomin als iemand uit de Steentijd, met een primitief mes in de hand, een visioen had kunnen krijgen van Ghiberti's deuren voor het Baptisterium in Florence."

Met dank aan Els Stevens (Microsoft), Marianne Schouten (IBM) en Marc Van Aken (UUNET).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234