Zaterdag 19/10/2019

Interview

Piet Huysentruyt en zoon/opvolger Cyriel: ‘Papa had iets te bewijzen. Hij wilde wraak nemen’

Cyriel en Piet Huysentruyt: ‘Op papier heeft papa nog weinig te zeggen, maar neem hem weg uit het restaurant, en we hebben een probleem.’ Beeld Carmen De Vos

Vlak voor de zomer besloot Piet Huysentruyt (56) zijn Zuid-Franse sterrenrestaurant over te laten aan zoon Cyriel (28). Kunnen ze daar nog samen door één deur? ‘Het ego van de chef is gigantisch groot. Als dat geraakt wordt, is het even blèten als een klein kindje.’

Likoké oogt nog verdacht verlaten als we om acht uur ’s ochtends aankloppen bij het sterrenrestaurant in het Zuid-Franse Les Vans. Cyriel Huysentruyt opent de deuren met een vermoeide zucht. Zes uur geleden stond hij hier nog om de zaak te sluiten na een zware avondshift. “Dat is eigenlijk het grootste verschil sinds ik het restaurant heb overgenomen: ik slaap veel minder. Als ik vijf uur in mijn bed kan liggen, mag ik spreken van een goede nacht. Jullie ook koffie?”

Sinds april van dit jaar is Cyriel de officiële eigenaar van het restaurant dat vader Piet Huysentruyt zeven jaar geleden opstartte. Een zaak bekroond met een Michelinster en een beoordeling van 17 op 20 door Gault&Millau.

“Vijf jaar geleden ben ik in Likoké begonnen als sommelier. Op papier ben ik sinds april de eigenaar van het restaurant, maar eigenlijk kreeg ik al drie jaar lang steeds meer verantwoordelijkheid. Het is dus niet zo’n abrupte koerswijziging als iedereen denkt. Papa zag dat ik er klaar voor was. “Toen ik hier de eerste dag binnenliep, keken de gasten naar me met een blik van: de zoon van Piet gaat zich ook eens moeien. Ik heb dus niet alles zomaar in de schoot geworpen gekregen; ik heb mezelf echt wel moeten bewijzen. Maar door mijn vader heb ik natuurlijk ook een enorme voorsprong op andere gasten van mijn leeftijd, dat zie ik ook wel.”

Piet Huysentruyt 

•  Geboren in Kortrijk op 7 december 1962

• volgde hotelschool Ter Duinen

• opende zijn eerste restaurant in Wortegem, meteen goed voor een Michelin-ster

• werd bekend met VTM-programma’s Lekker thuis en SOS Piet en tal van boeken

• opende in 2003 in het Franse Les Vans Le Lutin Gourmand, later Likoké

Het personeel druppelt ondertussen het restaurant binnen. “Van half tien tot ’s middags is het hier alle hens aan dek om de middagshift voor te bereiden. Dan heb je geen minuut meer voor jezelf. Eigenlijk werk je voortdurend op adrenaline.” Zeker deze zomer. Vader en zoon pendelen voortdurend heen en weer tussen Frankrijk en Antwerpen, waar ze samen Waterfront uitbaten, een tijdelijk drijvend restaurant in het Kattendijkdok in de haven. Deze week kondigden ze aan dat de ponton-pop-up ‘wegens succes’ tot 22 september zal openblijven. Weer wat minder slaap.

“Maar ik klaag niet. Hiervoor had ik een kantoorjob waar ik wél acht uur nachtrust kreeg, en toen viel ik in slaap achter mijn bureau omdat het werk zo saai was. De mensen die het meest afzien van het nieuwe werkritme zijn de mensen die het dichtst bij je staan. Die zeggen weleens: je belt niet, je bent er te weinig.

“In het restaurant is alles kraaknet, maar thuis is het nu complete chaos. Hier worden de glazen met handschoentjes op tafel gezet, thuis weet ik niet eens of er nog glazen in de kast staan.”

Veertig minuten later komt ook papa Piet aangewaaid. De tijd dat hij steevast om half zeven uit bed veerde, ligt al langer achter hem. Zijn stem klinkt nog rauw door de ochtend. Hij neemt een koffie aan en gaat naast Cyriel op het terras zitten.

Cyriel vertelde net over zijn nieuwe drukke leven dat u hem hebt ‘geschonken’.

Piet: “Ik herken veel van toen ik zelf een eigen restaurant opende. Wij zijn ook zo begonnen, met een zware lening die in onze nek hijgde. En twee kinderen erbij. Cyriel stopte niet met blèten. (lacht)

“De oude Piet denkt dan: hij moet het allemaal maar zelf ondervinden, want wij hebben ook heel hard moeten werken. Maar de rustigere Piet denkt: wees toch voorzichtig. Het blijft je kindje, hè.”

Ah, u bent een veranderd man?

Piet: “Vijftig worden heeft me rustiger gemaakt. Daarvoor heb ik altijd maar zitten rennen. Het moest altijd meer en beter. Ik wist niet wat genieten was. Mijn broer, neven en nichten zijn allemaal ingenieurs. Daardoor heb ik wel extra hard geknokt om me te kunnen bewijzen. Dat minderwaardigheidscomplex heeft zeker meegespeeld om altijd zo hard te gaan. Maar echt genieten, dat kon ik niet.

“Ik golf nu, en die sport heeft me veel over het leven geleerd. Bij golf kun je de fout altijd alleen maar op jezelf steken. Klop je de stick in de grond, dan is het jouw fout, terwijl je in het leven de schuld altijd wel bij iemand anders kunt zoeken. De stokken die in twee gebroken zijn, ik wil ze je opsturen. Bij golf is het: rust, rust, rust. Je moet de fouten van je kunnen afzetten.”

Piet Huysentruyt: ‘Er zijn al chefs die geen vegetarische of veganistische maaltijden meer serveren. Dat is misschien hard, maar ik vind dat er wel boenk op.’ Beeld Carmen De Vos

Cyriel: “Ik heb mijn papa altijd als een levensgenieter gezien, maar er is een verschil tussen van het leven genieten en het echt omhelzen. Hij heeft jarenlang elke dag dubbele shifts gedraaid, het is tijd dat hij geniet van wat hij allemaal heeft verwezenlijkt.”

Piet opende zijn eerste restaurant toen hij even oud was als Cyriel, in het Oost-Vlaamse Wortegem-Petegem. Hij mocht er meteen zijn eerste Michelinster ontvangen. “Het is een harde stiel, maar het is niet voor niets geweest. Zie ons hier nu zitten, in het zuiden van Frankrijk. Je moet er gewoon voor zorgen dat de motor gesmeerd blijft, dat je voor je gezondheid zorgt. Je kunt niet thuiskomen om twee uur ’s nachts en dan nog een fles whisky opentrekken.

“Cyriel gaat nog sporten voor hij ’s ochtends aan zijn shift begint. In die zin is de tijd wel veranderd. Toen ik jong was, gingen we na elke shift nog op café om dan om acht uur ’s ochtends weer naar het restaurant te trekken. Dat zou ik nu niet meer kunnen.”

Het leven van een chef kan pure rock-’n-roll zijn. Liep dat ooit uit de hand?

Piet: “Je bent daar allemaal niet mee bezig. Je vliegt algauw van een paar pintjes in de champagne. Maar als je jong bent, mag je niet te snel ingaan op al die verleidingen. Ik heb veel chefs ladderzat achter hun fornuis zien kruipen. Zo ver heb ik het gelukkig nooit laten komen.”

Cyriel: “Voor alle duidelijkheid: wanneer ik om twee uur ’s nachts na een shift thuiskom, kruip ik in mijn bed. Dan ben ik doodop.” (lacht)

Hoe hard is de stiel veranderd sinds u dertig jaar geleden begon?

Piet: “Vroeger was er één vast menu waar niet van afgeweken werd; tegenwoordig moet je rekening houden met vegetariërs en een veelvoud aan allergieën. Dat is soms best lastig. Als je met één veganist in je restaurant zit, moet je een volledig nieuw menu uit je mouw schudden. Als je daar te veel rekening mee houdt, breng je alle andere mensen in je restaurant in de problemen.

“Vorig jaar kwam hier nog iemand eten die zei dat hij veganist was, maar die dan toch een stukje kaas nam toen we met de kaaskar passeerden. Terwijl de chef speciaal een veganistisch brood had gebakken om die persoon tevreden te stellen. Daar kookt mijn bloed van. Of iemand die zei dat hij allergisch was voor tomaten, maar die uiteindelijk gewoon niet graag bleek te lusten. Sorry, maar je zit in het zuiden van Frankrijk; tomaten zitten hier in álles.

Cyriel Huysentruyt (28)

• begon na een kantoorjob in 2014 als sommelier in Likoké

• is sinds april dit jaar eigenaar van de zaak

• runt nog samen met zijn vader tot 22 september de pop-up Waterfront in Antwerpen 

“Als je iets wilt aanpassen aan het menu dat we presenteren, ben ik er voorstander van om 20 euro extra aan te rekenen. Er zijn al chefs die op hun menu zetten dat ze geen vegetarische of veganistische maaltijden serveren. Dat is misschien hard, maar ik vind dat er wel boenk op.”

Cyriel: “Ik vind dat veel te verregaand. Er zijn restaurants die zo veel autoriteit hebben dat ze kunnen doen wat ze willen, ze zitten toch vol. Maar ik vind het nog steeds de taak van een restaurateur om een dienst aan je klanten te verlenen. Natuurlijk zit er rek op dat credo: als je na je maaltijd verwacht dat je ook minder moet betalen dan je tafelgenoten die wel vlees op hun bord kregen, dan vind ik dat ook vervelend.”

Piet: “Mensen die zo losjes omspringen met het woordje allergie terwijl ze iets gewoon niet lusten, verpesten het natuurlijk voor wie écht allergisch is voor iets.”

Cyriel: “Je zou bijna een medisch attest moeten voorleggen om je allergieën te bewijzen.”

Piet: “Er zijn restaurants die het al zo aanpakken. Dat kan dus hè.”

Pakt Cyriel het hier helemaal anders aan?

Piet: “Ik vind hem een veel betere gastheer dan ik. Als ik een slechte dag heb, kan ik dat niet omkeren. Je zíét dat ook aan mij. Met mijn ogen alleen kan ik al iemand neerbliksemen. Vroeger kreeg ik zelfs woedeaanvallen. Gelukkig is dat nu voorbij. Cyriel blijft in de omgang met klanten altijd heel hoffelijk. Als het eten in een restaurant schitterend is maar de zaakvoerder is een eikel, dan komen de mensen niet terug. Maar als het eten gewoon goed is en de gastheer charmant, dan geven ze het een tweede kans.”

Cyriel: “Je merkt al op voorhand welke tafels moeilijker te bedienen zullen zijn. Soms komen mensen naar het restaurant en lijkt het alsof ze wíllen dat het tegenvalt. Zo’n tafel proberen we dan, ondanks de frustraties, extra hard te verwennen. Dan kunnen ze bijna niet anders dan glimlachen wanneer ze op het einde van de avond naar buiten wandelen.”

Piet: “Dat heeft hij van zijn moeder. Die kon dat ook.” (lacht)

Cyriel: “Bij zo’n tafel is het echt: kont open en likken. Maar uit zulke situaties haal je op het einde van de dag ook wel het meeste voldoening.”

Cyriel: ‘Soms komen mensen naar het restaurant en lijkt het alsof ze wíllen dat het tegenvalt. Bij zo’n tafel is het echt: kont open en likken.’ Beeld Carmen De Vos

En hoe gaat het er achter de schermen aan toe?

Piet: “In mijn restaurant was er altijd spanning. En als die er niet was, dan creëerde ik ze zelf. Iedereen moest bij mij op de toppen van zijn tenen lopen. Je mag niet vergeten dat je elke dag over die lat van twee meter moet springen. Ik denk dat ik daardoor soms echt niet te genieten was. Maar het is nu eenmaal zo dat talent alleen niet volstaat om het te maken.

“Ik weet dat Cyriel talent heeft en ik moet hem niet pushen omdat hij de lat voor zichzelf al zo hoog legt. Dat maakt het voor mij ook gemakkelijker om de zaak stilaan los te laten.”

Cyriel: “Op dat vlak pak ik het wat anders aan. Als ik in mijn zaak kom, wil ik thuiskomen. Spanning mag er alleen zijn als die het team naar een hoger niveau tilt; slechte sfeer vind ik not done. Door het restaurant leef ik praktisch samen met mijn personeel, dan moet het ook leuk blijven.”

Vlaanderen kent u als de goedlachse televisiekok. Viel dat beeld moeilijk te rijmen met de Piet die hier een sterrenzaak moest runnen?

Piet: “Ik heb het daar soms echt moeilijk mee gehad. Onlangs kwam hier nog een journalist langs die zei: ‘Jij hebt toch tegen heel wat schenen geschopt’. Dan moet ik toch eens nadenken. Ik ben altijd rechtdoorzee geweest, ik heb altijd mijn gedacht gezegd. En soms is dat misschien hard om te horen.”

Piet is, naast een vaste waarde op het televisiescherm, ook altijd vergezeld geweest van een vleugje controverse. In 2014 kreeg hij de wind van voren toen hij op televisie de poten van een levende kreeft ontleedde. Een jaar later verkondigde hij op Radio 2 zijn ontevredenheid met de manier waarop hij door VTM vervangen werd door tv-chef Sofie Dumont. “Dat is als Lionel Messi vervangen door FC Poelkapelle”, zei hij. Voormalig programmadirecteur Jan Segers reageerde even scherp in een vlammende open brief waarin hij Piet ‘rancuneus’ noemde.

Piet: “Ik heb in de loop van de jaren geleerd om wat vaker mijn mening voor mezelf te houden. Wanneer je in het begin op televisie komt, sluiten de producers je in de armen omdat je een uitgesproken mening hebt. Maar dan word je een vedette en krijg je plots van iedereen te horen wat je zeker níét mag zeggen. Daar heb ik mee geworsteld.

“Ik zit ook bewust niet op sociale media. De mensen mogen van mij denken wat ze willen, ze mogen mij gerust een dikkenek vinden. In mijn wereld bestaan Twitter en Facebook niet. Voor mij telt enkel wat er zich hier en nu afspeelt. Als ik me ergens aan stoor, ga ik het u zeggen door in uw ogen te kijken. Zo ben ik altijd geweest: zeg het mij in the fucking face. Maar vandaag wordt elke uitspraak opgeblazen en elke oorlog uitgevochten in de media. Ik ben daar toch allemaal wat voorzichtiger in geworden.”

Piet: ‘Als ze het over honderd jaar over mij hebben, dan weet iedereen: dat was ‘SOS Piet’. Vóór mij wáren er geen kookprogramma’s.’ Beeld Carmen De Vos

Er is niets waarvan u spijt hebt?

Piet: “Als ik één fout mag toegeven, is dat ik het dan misschien allemaal té hard heb gezegd. Misschien had ik dingen wat genuanceerder kunnen formuleren. Maar als er zaken zijn waarvan ik spijt heb, dan zal ik het wel tegen die persoon zelf zeggen.”

Wat later zit Piet op vraag van onze fotografe gewillig met een azuurblauw tafelkleed om zijn nek geknoopt aan tafel. Hij glimlacht breed zonder dat dat van hem werd gevraagd. De goedlachse Piet die Vlaanderen kent van zijn tv-shows is zelfs nu nog steeds niet ver weg, al zet hij zich vandaag de dag niet meer in de schijnwerpers om het merk Piet Huysentruyt levendig te houden. “Als ik nog interviews geef, is dat omdat ik Likoké onder de aandacht wil brengen. Omdat ik Cyriel op die manier kan helpen. When you don’t promote something, something terrible happens: nothing.

Hebt u eigenlijk een aanwezige vader gehad, Cyriel?

Cyriel: “Ik heb toch het gevoel dat mijn vader er altijd is geweest. Mijn zus en ik zijn al vroeg naar Frankrijk verhuisd waardoor we het hoogtepunt van de gekte rond de VTM-programma’s SOS Piet en Lekker thuis wat hebben gemist. Daar ben ik eigenlijk heel dankbaar voor. Ik ben nooit graag beschouwd geworden als ‘de zoon van.’”

Piet: “Toen we naar Frankrijk verhuisden (Cyriel was toen zeven jaar, zijn dochter Marie was negen, SDW), kon ik voor het eerst mijn kinderen in bed steken. Ik heb hun dat ook gezegd. Ik heb het restaurant Le Lutin Gourmand opgestart in Frankrijk omdat ik dacht dat mijn televisiecarrière achter de rug was. En dan werd SOS Piet plots geboren. Door dat programma ben ik tien jaar lang geen aanwezige vader kunnen zijn.”

Was u er graag meer geweest voor uw kinderen?

Piet: “Het is altijd gemakkelijk om achteraf te zeggen dat je er liever meer was geweest. Maar we zitten hier nu wel, het nestje is gebouwd. Ik heb iets kunnen doorgeven aan mijn kinderen.”

Hoe is jullie band nu? Zijn jullie ook vrienden naast jullie gelijklopende professionele leven?

Piet: “Ik hoorde Cyriel laatst tegen iemand verkondigen: ‘Wat de buitenwereld ook denkt van mijn pa, hij is mijn maat’. En zo zie ik het ook. We werken natuurlijk samen, maar daarnaast is er ook ruimte voor een vriendschapsband.”

Cyriel: “Dit jaar vind ik die band toch wat moeilijker om te onderhouden omdat ik het zo druk heb. Mijn zus mis ik ook enorm. Het is – wanneer je samenwerkt – ook aanlokkelijk om voortdurend over het werk te praten. Soms moeten we echt zeggen: en nu gaan we het eens níét over het restaurant hebben.”

Zijn jullie allebei even ambitieus?

Piet: “Mijn ambitie komt deels voort uit een complex, denk ik. Mijn broer en neven en nichten zijn zoals ik al zei allemaal ingenieurs, waardoor ik me extra hard wilde laten gelden. Maar ook wat mijn vader overkomen is, heeft ervoor gezorgd dat ik altijd maar hárd wilde gaan. De man bouwde zijn leven op in Congo, had er een bloeiende koffieplantage van 300 hectaren, maar moest vluchten toen het land onafhankelijk werd. Hij is terug naar België gekomen en was alles kwijt. Toen er bij hem kanker vastgesteld werd, heeft hij niet eens meer gevochten. Mijn moeder zei: ‘Uw pa was blij dat hij weg was’.

“Ik heb het altijd jammer gevonden dat mijn pa het hoogtepunt van mijn carrière niet meer heeft meegemaakt. Maar goed, ons moeder heeft het gezien, dat is ook veel.”

‘Ik hoorde Cyriel laatst tegen iemand verkondigen: ‘Wat de buitenwereld ook denkt van mijn pa, hij is mijn maat’. En zo zie ik het ook.’ Beeld Carmen De Vos

Cyriel: “Ik denk dat iedereen zijn eigen dromen heeft. Papa had iets te bewijzen, hij wilde een soort van wraak nemen. Ik wilde vroeger muziek spelen en wist wel dat ik ergens de beste in wilde worden, maar alleen nog niet in wat. Het hele restaurantgebeuren heb ik ook altijd gezien als een soort show. 

“Het is meer dan alleen maar een kok die ’s ochtends zijn keuken binnenwandelt. Als je kijkt naar wat Nick Bril en Jonnie Boer doen, bijvoorbeeld. Dat zijn allemaal wereldsterren. Sergio Herman is een fantastische chef, maar in mijn ogen is hij ook een rockster. Ik voel nog voor elke shift die kriebels in mijn buik. Voor mij is mensen voeden ook een manier om de wereld te veroveren.”

U wordt niet graag ‘de zoon van’ genoemd. Hebt u het gevoel dat u uit een schaduw moet treden?

Cyriel: “Ja en nee. Bij de Franse klanten zijn ze niet zo bezig met Piet. En na achttien jaar gehoord te hebben dat ik de zoon ben van Piet Huysentruyt, zeg ik nu: ‘Nee, Piet is mijn vader’.

“Ik zou mijn ouders heel trots willen maken door dit avontuur op een goede manier voort te zetten. Maar ze beseffen ook wel dat het niet gemakkelijk is om in het zuiden van Frankrijk een zaak uit te baten. Zeker de wintermaanden blijven lastig. Om die moeilijke periode te overbruggen, organiseren we ook die culinaire pop-ups, zoals nu in Antwerpen. Maar goed, als ik over vijf jaar zeg dat het niet lukt om het restaurant rendabel te houden, dan is dat ook maar zo.

“Mijn pa is stilaan gas aan het terugnemen, maar hij schuilt nog in elke hoek van de zaak. Op papier heeft hij nog weinig te zeggen, maar neem hem morgen weg uit het restaurant, en we hebben een probleem. Onlangs heb ik hem een berichtje gestuurd om te zeggen dat ik hem echt nog nodig heb. Alleen trek ik het nog niet. Voor sommige dingen moet hij maar met zijn vingers knippen en ze gebeuren. Zijn bekendheid zorgt ervoor dat hij evenementen en appearances kan organiseren die ik zelf niet zou rondkrijgen. Voor mij alleen zouden jullie hier niet zitten, hè. Ik ben me daar bewust van. Er zijn mensen die een heel leven aan de kar trekken en nooit een artikel krijgen.”

Komen er eigenlijk nog mensen naar Likoké om Piet Huysentruyt te zien?

Piet: “Je zou dat aan hen moeten vragen. Ik kan alleen vaststellen dat mensen verrast zijn wanneer ik goeiedag kom zeggen. Ze lijken niet te verwachten dat ik daar ben.”

Hoe kijkt u terug op de Piet die in Wortegem zijn eerste restaurant opstartte?

Piet: “Met zeer veel trots, hè. Ik ben van heel eenvoudige komaf. Na vijf jaar had ik mijn lening al afbetaald met 10 procent rente. Ik weet nog dat ik toen dacht: als ik dit overleef, dan kan ik alles aan. En dat was echt zo.

“Met Likoké wilde ik de cirkel rond maken, mijn carrière eindigen op de manier waarop ik ze was begonnen: met een toprestaurant. Ik wilde aan mezelf bewijzen dat ik nog kon meedraaien op het hoogste niveau. Of om het nog eens in voetbaltermen uit te drukken: dat ik nog bij Anderlecht kon sjotten. Ik denk dat ik voor mezelf toch een mooi afscheid van de gastronomie heb gecreëerd.”

Maar uw overweldigende succes als televisiekok kende wel een abrupt einde. In 2012 won Jeroen Meus een Televisie Ster met een programma dat nog maar enkele maanden op de buis was. U keerde met lege handen naar huis terug.

Piet: “Toen vond ik dat in elk geval bijzonder pijnlijk. Het ego van de chef is gigantisch groot, ik geef dat toe. Als dat geraakt wordt, is het even blèten als een klein kindje. Maar dat is nu allemaal voorbij. De tijd heelt alle wonden, en ondertussen is Jeroen een goede maat van mij geworden. Ik vind Jeroen trouwens een goede opvolger van Piet Huysentruyt. Hij is een vakman en hij is grappig.

“Ik ben me ervan bewust dat televisie jeugdig moet zijn en dat het een vluchtig medium is. Maar ik zeg het u, als ze het over honderd jaar over Piet Huysentruyt hebben, dan gaat iedereen weten: dat was SOS Piet. Vóór mij wáren er geen kookprogramma’s. Dat gaf me de kans om te groeien in de televisie. Ik mocht West-Vlaams spreken, kwam nog weg met een scheve mop. Ik zat toen met mijn vingers in de potten en zo. Nu zou daar allemaal veel kritiek op komen.”

Cyriel: “Ik heb me altijd heel bewust buiten al die controverse en media-aandacht gehouden. Maar alles wat er in de afgelopen zeven jaar is gebeurd, komt natuurlijk ook in de mailbox van Likoké terecht. Aan de hele heisa met die kreeft ontsnapte ik bijvoorbeeld ook niet. Of dat effect op ons restaurant heeft gehad? Er is in 2014 één tafel niet komen opdagen door het hele voorval met die kreeft. Maar er zijn ook mensen die me gewoon mailen om te zeggen wat voor een dikkenek mijn vader is. Die berichten verwijder ik dan gewoon.”

Zouden jullie ooit samen een televisieprogramma kunnen presenteren?

Cyriel: “Er zijn al aanvragen geweest om samen een programma te beginnen, ja. Het mag zeker niet iets zijn waarbij ik gewoon naast mijn pa sta. Mijn ego is daar te groot voor. Ooit wil ik me daar wel mee bezighouden, maar het moet een goed programma zijn. En ik weet ook wel dat – als het ooit gebeurt – het met mijn vader zal zijn.”

Piet: “Ik ga het kort houden: ik zou het mooi vinden om het hoofdstuk televisie ook op een mooie manier af te sluiten. Net zoals Likoké me de kans heeft gegeven om dat met de gastronomie te doen.”

Dan veert hij op uit zijn stoel, drinkt in één teug zijn koffie op. “Ik ga nog wat in de hof werken. Het is hier de voorbije twee jaar heel droog geweest, een echt probleem.”

En dan is hij weg. Cyriel laat ons uit. “Merci om helemaal tot hier te komen”, zegt hij, om dan achter de gevel van zijn restaurant te verdwijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234