Maandag 24/01/2022

Piet Goddaer alias Ozark Henry

'Ik ben gevoelig voor de manier waarop iemand met mij spreekt, op welke manier men iets zegt en of men wel ge�nteresseerd is in mij. Tegelijk kan ik me gemakkelijk neerleggen bij het leven zoals het is''Ik ervaar mijn succes als volgt: mochten de mensen rondom mij niet veranderen, ik zou niet eens weten dat ik het heb. Maar als het er is, behandelen ze je anders. Ze worden beleefder of formeler, ze kijken naar je op of zweven, als in een roes. Je hebt nog zelden gewone contacten, zo met dat voetstukske eronder. Je voelt het brons al op je vel''Ik weet heel goed wat ik wil, maar aan de andere kant: ik heb geen ego dat bevredigd moet worden'

'Ik heb nooit een of ander groot podium of schijnwerper als einddoel voor ogen gehad'

The sailor not the sea, de nieuwste van Ozark Henry, heeft Piet Goddaer in zes weken tijd een gouden plaat opgeleverd. Zijn tweede dit jaar, en er was ook nog platina voor de vorige, Birthmarks. 'Dat vind ik toch wel curieus. Al die tijd sta je tegen een muur te zingen en plots is er dit.' Betty Mellaerts / Foto Stephan Vanfleteren

ijn platen zijn persoonlijke mijlpalen, ze turven een dag in mijn leven. Toch zijn het maar fragmenten van alles waar ik in die periode mee bezig ben geweest. Alsof je een fotoreeks zou maken waarvan je er een in een lijst aan de muur hangt en naar de andere niet meer omkijkt. Als ik door omstandigheden The sailor not the sea een half jaar later had gemaakt, zou het niet dezelfde plaat zijn geweest."

Maar je blijft wel staan achter wat je eerder maakte?

"Altijd. Ik ben geen perfectionist, vind ik, maar op het moment dat ik een plaat maak, geef ik het beste van mezelf. Daarna stopt het, ik kan gemakkelijk loslaten. Rond mijn achttiende zat ik op de tekenacademie. Soms lieten anderen mij hun werk zien. Ze vroegen naar mijn mening, maar ze zeiden er altijd bij dat ze er zelf niet tevreden over waren. Dat vond ik zo onnozel. In hun mappen staken nooit oudere tekeningen. Bij mij wel, sommige van toen ik twaalf was. Daar was ik niet beschaamd over. Ik hoefde op mijn twaalfde niet te kunnen tekenen met de maturiteit van iemand van achttien. Zo heb ik ook geen probleem om naar mijn eerste plaat te luisteren. Die heb ik acht jaar geleden gemaakt. Toen was ik een andere man en een andere muzikant."

Wanneer ben je aan de nummers voor The sailor not the sea begonnen?

"Meteen na Birthmarks. Een afgewerkte plaat stimuleert mij om te schrijven. Eigenlijk schrijf ik altijd, minstens drie nummers in een week. Gewoon omdat ik het graag doe. Op de duur heb ik veel materiaal. Als ik dan een plaat wil opnemen, loop ik er eens door en kijk ik welke nummers het beste uitdrukken wat me in die periode heeft beziggehouden. In het geval van The sailor not the sea waren dat de nummers die ik schreef terwijl ik in Zuid-Afrika verbleef. Ik voel intuïtief dat ze samen horen, en dat is ook de reden waarom er maar tien nummers op de plaat staan en geen twaalf. Er vielen almaar meer nummers af en ik vond het zonde om er nog twee 'aparte' bij te zetten. Ik wil een geheel.

"Daarom ben ik blij met een platenfirma die aanvaardt dat een commerciële overweging om een nummer al dan niet aan een plaat toe te voegen voor mij niet de doorslag geeft. Ook de volgorde waarop de nummers op de plaat staan, is belangrijk. Achteraf bekeken vind ik dat ik daar bij Birthmarks slordig in geweest ben. Daarom zit er geen verhaal in die plaat, het is alsof ik de hoofdstukken van een boek door elkaar heb gehaald. Maar zo is het nu eenmaal gegaan, het maakt deel uit van het leerproces."

Welk verhaal heb je dan nu willen vertellen?

"Je zou het kunnen samenvatten als: het verhaal van de onbestorven weduwe, uitkijkend over de zee. Ik wilde vooral dat de plaat klonk zoals ik ze in mijn hoofd hoorde. Dat wil ik altijd, maar dat lukt niet zomaar. Nu klopt het tot in de details en dat vind ik bijzonder."

Waarom was die reis naar Zuid-Afrika zo belangrijk?

"Ik lees de krant en kijk naar de televisie, ik had me dus wel een beeld gevormd van de toestand in Zuid-Afrika. Maar ter plaatse was de realiteit groot en complex. Dat tegenstrijdigheden zo dicht naast elkaar kunnen bestaan wist ik niet. Alsof je vanuit Kortrijk na een halfuur rijden in het centrum van Bagdad zou staan, terwijl die verwoeste stad geen invloed op je leven heeft. Alsof de wereld waar jij vandaan komt daar ophoudt. Dat is heel bizar. Dat artsen uit de hulpverlening er als een dokter Mengele moeten beslissen: jou verzorg ik wel en de ander niet, hoewel die ook een zekere dood tegemoet gaat, dat is shockerend. Natuurlijk kan het niet anders. Er waren honderdduizend noodlijdenden die dringend hulp nodig hadden en er waren maar hulpmiddelen voor duizend mensen. Iemand moet beslissen. Maar dat daar dan zo luchtig over gedaan wordt... Waarschijnlijk ben ik - net als de meeste mensen - te gevoelig om dat aan te kunnen."

Hoe verklaar je dat uit al de ellende die je hebt gezien de schoonheid van een nummer als 'Indian Summer' ontstaat?

"Wij gingen naar de sloppenwijken, maar rond een uur of vijf moesten we daar weg omdat het er te onveilig werd. Ik had ook zin om de Kaap te zien, de natuur is er fantastisch. We reden langs de zeelijn en zagen de zon ondergaan. Al wat je die dag hebt beleefd, zit in je lijf. Je hebt een paar keer voor je leven moeten lopen en 's avonds maak je een schoonheid mee zoals je nog nooit hebt gezien. Er kwam een euforie over mij, maar ik voelde mij schuldig, ik durfde er niet van te genieten. Alles zat gewrongen. Omdat ik altijd 's avonds schreef, zit er tristesse in dat nummer, maar tegelijk is de muziek mooi en romantisch. Als je ze neerschrijft of er een reflectie op maakt, komt er ook in extreme emoties een evenwicht."

Ben jij een mens van extreme emoties?

"Dat denk ik wel."

Hoge pieken en diepe dalen?

"Neen. Ik snijd me aan een snipper papier, maar ik kan mijn hand bij wijze van spreken zonder een kik te geven door een zaag halen. Ik ben al gevoelig voor de manier waarop iemand met mij spreekt, op welke wijze men iets zegt en of men wel geïnteresseerd is in mij. Tegelijk lijkt het alsof ik een hard vel heb gekregen van mij zo vaak aan die kleine dingen te snijden en kan ik me gemakkelijk neerleggen bij het leven zoals het is. Daarin verschil ik van veel andere mensen. Zij zijn ongevoelig voor de kleine dingen die het leven rijk maken, maar als er iets ingrijpends gebeurt, zoals een sterfgeval, kunnen ze daar bij God niet over."

Toch heeft de dood van je jeugdvriend ook bij jou lang doorgewerkt, je schrijft er nog nummers over.

"De verwerking van wat je meemaakt gebeurt achteraf, en als iemand jong sterft, is het toch nog iets anders. Hij was achttien, had botkanker, veel pijn en was lang ziek. Het is vreselijk om iemand zo te zien afzien, maar het was niet één grote gruwel. Tot in zijn laatste dagen vond hij het leven meer dan de moeite waard en we hebben nog veel fantastische momenten beleefd. Dat totaalbeeld maakt het tot wat het is. Sinds zijn dood voel ik me rijker en verantwoordelijker."

Verantwoordelijk waarvoor?

"Om zelf niet gratuit te leven. Ik ben mij er sterk van bewust dat ik al meer dan twaalf jaar langer mag leven dan hij. Dat is een derde meer! Mijn moeder was zesenveertig toen ze stierf. Los van het feit dat ik toen zelf maar vijftien was, heeft zij toch meer kansen en een rijker leven gehad dan mijn vriend van achttien. Daar denk ik vaak aan. Ik zou absoluut niet graag mijn vader verliezen. Hij is al zeventig ondertussen en ik hoop dat hij nog heel lang meegaat, maar ik zou er wel mee kunnen leven als het gebeurt. Een mens legt een weg af en op een bepaald moment weet je dat je op je bestemming bent. Niet dat zijn dood mij geen verdriet zou doen, maar ik zou het kunnen plaatsen. Dat is voor mij geen diep dal."

Maar de confrontatie met de dood is toch niet simpel voor een opgroeiende jongen?

"Zeker niet. Mijn moeder was van in het begin erg ziek, en als je iemand gedurende drie jaar ziet doodgaan, ben je wel erg snel volwassen. Daar stond ik in die volwassen wereld, maar ik moest als een kind nog naar school. Dat besefte ik goed en tegelijk ook dat ik nog nergens verantwoordelijk voor was. Daarom was ik een lastig kind en dat wist ik ook. Ik had het nodig om zo te zijn. Het maakte het leven tenminste nog wat aannemelijk, al de rest was toch zijn onschuld kwijt.

"Je omgeving gaat ook heel raar met je om. Ik was verder wel een goede student, maar als ik lastig deed op school, zei men: 'Laat hem maar, zijn moeder is nog maar pas gestorven'. Als de volwassenen rondom jou al niet met verdriet en verlies omkunnen, hoe moet je het als kind dan doen? Niemand praat over wat er gebeurd is, want dan voelt men zich ongemakkelijk, en met mij spraken ze er zeker niet over, want ik was 'nog maar een kind'. Dat was het moeilijkste."

Welke rol heeft muziek in dat verwerkingsproces gespeeld?

"Geen grote rol, eigenlijk. Die stond op de achtergrond. Ik keek veel naar films en las enorm veel, allemaal gelegitimeerde manieren om niet met de wereld bezig te moeten zijn. En met een boek lukt het beter dan met een plaat. Als je leest, laat iedereen je met rust. Als je naar muziek luistert, spreken ze je toch aan."

Is muziek maken nu ook een manier om niet bezig te moeten zijn met de wereld?

"Ja en ik denk dat veel van wat ik toen voelde er nu via mijn muziek uitkomt. Vooral in de mooie dingen. Een mens kiest doorgaans niet voor de dood, en het gebeurt veel. De dood heeft altijd andere gezichten. Er was mijn moeder, dat vriendje Wouwie en als ik me niet vergis, zijn drie van mijn grootouders in hetzelfde jaar gestorven. Het was telkens anders. Soms was het bericht een mokerslag, maar op de duur - omdat het vaak gebeurde - kreeg het iets banaals. Dat je gemakkelijk bezig kunt zijn met de praktische organisatie van een begrafenis en je verdriet uitstelt, vind ik heel shockerend. Alsof je eraan went. Vanwege die vele gezichten duikt de dood vaak op in mijn nummers."

Wanneer is muziek dan wel belangrijk geworden in je leven?

"Pas toen ik een plaat had gemaakt, bijna negen jaar geleden. Al doende ontdekte ik dat ik er graag mee bezig was. Ik maakte wat cassetjes voor mezelf en speelde hier en daar in een groepje, maar ik hechtte er geen belang aan. Ik had wel materiaal rondgestuurd naar platenfirma's, zoals ik ook eens mijn gedichten naar uitgeverijen had gestuurd. Om te weten waar ik stond. Van de uitgeverijen kreeg ik meestal een beleefde brief terug met informatie of commentaar, maar over mijn muziek heb ik nooit iets gehoord. Toen maakte ik wat opnames met de groep van mijn broer waarin ik speelde. We hadden een zeker succes en een paar kleine platenlabels waren geïnteresseerd in ons. Toen vroegen ze of ik nog wat anders had liggen. Ik liet weer een cassetje horen. In zes weken tijd regende het interesse voor mijn werk. Dat vond ik heel bizar. Maar het voorstel van Double T was concreet en het interesseerde me wel om een plaat te maken."

Waar haalde je het lef vandaan om te denken: ik heb iets te melden?

"Het was een combinatie van twee dingen. Eerst en vooral: er zat muziek in mijn hoofd die ik nergens anders vond. Misschien heb ik niet goed gezocht, maar zo was het. Daarnaast was er het vreemde fenomeen van de platenwereld. Als je Het verdriet van België leest, mag je ervan uitgaan dat Hugo Claus dat boek heeft geschreven. Ik dacht dat het met platen hetzelfde was. Dat de artiest die vermeld wordt op de hoes garant staat voor wat er op die plaat te horen is. Maar dat bleek niet zo te zijn. Ik wilde dat wel en omdat er toch zoveel interesse was voor mijn werk heb ik dat afgedwongen. Niet dat ik er iets van kende. Ik had een heel schema opgesteld en had mij geïnformeerd over wat er technisch voor mijn opnames interessant zou kunnen zijn, maar ik kon niet eens met die apparatuur werken. Ik was zo.

"Toen ik in die groep van mijn broer speelde, kwam iemand ons vragen of we geen zin hadden om in het voorprogramma te spelen van Sonic Youth. Pas op, in grote zalen als de AB en de Hallen van Schaarbeek. Die man zei: 'Kunnen jullie eens een demo opnemen? Dan laat ik hem horen aan de anderen die daar mee over beslissen'. Ik weigerde en antwoordde: 'Jij hebt ons toch gezien, heb je zelf geen mening?' Een beetje brutaal, misschien, ja, maar ik kon niet begrijpen dat je de mening van een ander nodig hebt om te weten of iets goed is of niet. Door die manier van doen kreeg ik veel wind tegen. Ik weet gewoon heel goed wat ik wil, maar aan de andere kant: ik heb geen ego dat bevredigd moet worden. Ik heb nooit een of ander groot podium of een schijnwerper als einddoel voor ogen gehad, laat staan dat ik heb nagedacht over welke stappen ik daarvoor moest ondernemen."

Verraste het je dat die podia en schijnwerpers er wel waren?

"Alles heeft mij verrast. Dat ik in zes weken tijd een platencontract tekende, een plaat kon maken waarvoor ik alles zelf mocht doen, en later het succes. Maar zo gemakkelijk is het allemaal niet gegaan. Die eerste plaat is commercieel tegen honderd per uur geflopt. Dan laat iedereen je vallen en sta je daar met alleen wat complimenten links en rechts. David Bowie vond de plaat goed, hoorde ik, maar als ze niet in de winkel ligt of niet besproken wordt, vindt het publiek ze toch niet. Trouwens, Bowie vond 'iets' goed, maar men had geen idee over wie het ging. Nu, zeven, acht jaar na datum, duikt dat verhaal altijd weer op en stelt het iets voor omdat men mij kent."

Vond je het erg dat je plaat flopte?

"Ik kon erin komen en het verbaasde mij niet, ik vond ze zelf hermetisch. De platenfirma ontgoochelde me wel. Als zij wilde bewijzen dat ze in mij geloofde, hoefde ze maar één ding te doen: mijn plaat verkopen. En dat deed ze niet. De middelen om de volgende te maken werden tevens teruggeschroefd. Ik begon eraan. Een van de twee platenbazen geloofde voor honderd procent in mij, van hem kreeg ik altijd carte blanche. De andere, die de dagelijkse leiding had, zag de plaat totaal niet zitten. Dan kwam hij de studio binnen. Ik heel enthousiast aan het werk. Stond hij een beetje in mijn nek te blazen: 'Klinkt tof, maar wie wacht hier nu op?'. Het enige wat ik kon doen, was ervoor zorgen dat mijn technici niet te veel ontmoedigd geraakten en voortdoen. Maar ik heb nadien wel mijn platencontract opgezegd en gekeken wie er nog in mij geïnteresseerd was. Dat bleek een major te zijn die akkoord ging met mijn werkwijze."

Jij bleef er intussen wel in geloven?

"Ik dacht: waarschijnlijk is dit mijn laatste plaat, hierna zal niemand nog in mij willen investeren. Mocht ook Birthmarks commercieel niets hebben voorgesteld, dan zou ik dat vervelend hebben gevonden. Los van het respect van een aantal collega's en mensen uit het vak zou ik immers bewezen hebben dat het publiek geen boodschap had aan mijn muziek. Voor dat stigma was ik wel bang."

Maar het publiek kocht massaal je platen. Heeft dat je veranderd?

"Ik denk het niet. Toen ik klein was, luisterden we naar jazzsingles van mijn vader. Blue Rondo Ala Turk. Mijn broer en ik zaten mee te zingen - ik ken de melodie nog altijd - en vonden dat ongelooflijk plezant. Pas veel later ontdekte ik dat die compositie van Dave Brubeck is. Dat muziek haar eigen leven leidt en voor iedereen iets anders betekent, vind ik tof. Als ik mijn nummers op de radio hoor, primeert dat gevoel. Muziek legt een weg af die je zelf nooit kunt gaan."

Waarom heb je jezelf de naam Ozark Henry gegeven?

"Ik zocht een pseudoniem omdat ik naïef geloofde dat mijn muziek meer tot haar recht zou komen als de persoon erachter zo ver mogelijk geminimaliseerd werd. Daarom wilde ik ook geen foto's. Voor Birthmarks ben ik daarvan teruggekomen, en dat is meteen de enige toegeving die ik in mijn carrière heb gedaan. Door de wisselende bezettingen waarin ik optrad, wisten de mensen niet meer of Ozark Henry een project was, een duo, een trio of een groep. Ik liet het maar gaan en de verwarring werd te groot.

"De naam haalde ik uit een boek met daguerrotypes. Daar stond een foto in van The Ozark Mountain Family. Veel van die foto's hebben me trouwens tot nummers geïnspireerd. Henry komt gewoon uit het boek Junky van William Burroughs. Omdat ik graag een symmetrische naam had, kwam dat goed uit. Het laat zich eveneens goed schrijven, zelfs ondersteboven kun je het nog lezen."

In deze eindejaarsperiode kijken we terug op het afgelopen jaar. Wat heeft 2004 voor jou betekend?

"Ik heb enorm genoten van het feit dat ik twee gouden en twee platina platen heb gekregen. Dat vind ik toch wel curieus. Al die tijd sta je tegen een muur te zingen en plots is er dat. Het is ook raar dat mijn plaat tussen de andere in de ultratop staat. Niet dat ik mij beter voel, maar wat ik doe is qua inhoud zo anders. De ultratop is een lijst met muziek van een bepaalde kleur die blijkbaar goed verkoopt. Mijn kleur is anders, maar staat daar evengoed tussen. Daar sta ik van te kijken. Het bewijst dat het publiek die muziek ook kan appreciëren als het de moeite doet om ervan te proeven."

Hoe meer je ervan proeft, hoe meer je erin ontdekt, overigens. Hoe belangrijk is het om met die lagen te werken?

"Dat heeft te maken met die reis, met een zekere kwaliteit waaraan iets moet voldoen om duurzaam te zijn. Als ik wil dat deze vloer lang meegaat, moet ik kiezen voor eikenhout. Dat parket zal ik dan boenen, onderhouden, bewerken. Op het eerste gezicht ziet het er misschien niet beter uit dan linoleum, maar als je er met blote voeten over loopt, voel je het wel. Aan die kwaliteit werk ik altijd, heel ambachtelijk. Dat maakt dat platen resistent zijn tegen de tijd en zelfs mooier worden met de jaren. Omdat alles zo instant is geworden, zijn mensen rondom mij wel eens bang. Krijgt een plaat nog de kans om op die manier beluisterd te worden, vragen ze zich af."

Ja dus, anders zou je er niet zoveel verkopen.

"Dat is zeker. Uiteindelijk is Birthmarks ook heel traag gegaan. De plaat heeft zichzelf verkocht. Ze werd veel gedraaid op de radio, dat is een feit, maar toen was ze al een jaar uit. Er waren vijftienduizend exemplaren verkocht voordat radiomakers zich afvroegen wat dat eigenlijk was, die Ozark Henry."

In songs verwoord je geregeld de angst om de realiteit kwijt te geraken, door het succes of het werk, bijvoorbeeld. Ben je daar ook bang voor?

"Het leeft niet in maar rond mij. Veel mensen leven in een cocon en weten niet wat er in de wereld gebeurt. Ik ervaar mijn succes als volgt: mochten de mensen rondom mij niet veranderen, ik zou niet eens weten dat ik het heb. Maar als het er is, behandelen ze je anders. Ze worden beleefder of formeler, ze kijken naar je op of zweven, als in een roes. Je hebt nog zelden gewone contacten, met dat voetstukske eronder. Je voelt het brons al op je vel."

Pas op, daar komen duiven op zitten.

"Dat zeg ik ook altijd. Ze maken een standbeeld van je, maar tegelijkertijd voel je de nijd. Nog maar net versteend en de duiven zijn er al, hop, fietsen ertegen. Daaraan voel je dat er iets veranderd is. Maar ik ben mentaal en fysiek in evenwicht, daar zorg ik wel voor. Ik ga lopen, rijd op tijd en stond naar de zee om tot rust te komen en probeer gezond te leven. Tijdens de tournee had ik een keelontsteking. Het was concerten afzeggen of een paardenmiddel halen. Ik wil niemand teleurstellen en koos voor de medicijnen, maar dat mag niet te vaak gebeuren. Hoe snel de vaart ook is, je mag jezelf niet voorbijlopen."

Treed je graag op, eigenlijk?

"Ik ben niet gemaakt voor de planken en daarom maak ik kleine tournees. Optreden is iets heel aparts. Als ik zes weken lang mijn muziek live reproduceer, hoor ik ze op een totaal andere manier. Daardoor ontdek ik weer dingen over mezelf en dat maakt het interessant. Het vraagt wel veel energie. Na anderhalf uur ben ik pompaf, terwijl ik in de studio gemakkelijk zestien uur per dag kan werken. Uit respect voor de mensen die komen kijken, ga ik altijd heel diep. Ik probeer te zijn zoals ik was toen ik de liedjes schreef. Dat kun je geen honderd keer opbrengen. Ik heb net een reeks optredens afgesloten. Op het einde ervan kon ik het niet meer opbrengen om het nummer 'Cry' te zingen. Het is heel intens. Ik voelde het niet meer en doen alsof kan ik niet. Dat zal wel onprofessioneel zijn, maar acteurstranen zijn voor mij niet oprecht genoeg."

Je hebt altijd je intuïtie gevolgd. Hoe wist je dat je daarin moest geloven?

"Als ik voor iemand anders werk, val ik terug op vakmanschap, maar voor mijn eigen platen wist ik al vroeg dat mijn intuïtie klopt. Nauwgezet vertellen wat ik wil zeggen, geen enkel detail verloren laten gaan. Op die manier besta ik en daarom klopt het. Dat het ook voor anderen een betekenis kon hebben, wist ik natuurlijk niet."

Wat deed het je toen je dat ontdekte?

"Ik vond het plezant omdat ik er ook offers voor gebracht heb, al heb ik dat niet altijd zo gevoeld. Toen ik aan platen begon, was ik naïef en idealistisch. Ik dacht dat kwaliteit en inhoud altijd hun weg zouden vinden. In de realiteit promoot de muziekindustrie geen plaat alleen omdat ze kwaliteitsvol is. Dat gaf me een andere kijk op de zaak, maar het heeft me nooit van mijn stuk gebracht. Als je er desondanks geraakt, is het succes heel zoet."

Waaraan schrijf je dat succes toe?

"Ik weet het niet. Soms denk ik: omdat ik altijd ben blijven doorgaan. Maar dat is geen goede tip, als voorbeeld telt het niet. Ik ben uiteraard heel dankbaar dat ik ze nu met anderen kan delen, maar mocht er geen publiek zijn voor mijn platen, dan zou ik nog altijd evenveel muziek maken en opnemen. Voor mezelf. Als ik dat niet kan doen, maak ik muziek in mijn hoofd. Dat geraakt vol op de duur, en dan kan ik niet goed meer luisteren naar wat er rondom mij gezegd wordt. Dus moet ze eruit. Vergelijk het met honger hebben. Wie geen eten krijgt, is alleen nog met voedsel bezig tot hij gegeten heeft."

'The sailor not the sea' van Ozark Henry is uitgegeven bij Sony.

'Dat muziek haar eigen leven leidt en voor iedereen iets anders betekent, vind ik tof. Als ik mijn nummers op de radio hoor, primeert dat gevoel. Muziek legt een weg af die je zelf nooit kunt gaan'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234