Dinsdag 09/08/2022

Piepedood na 40 kilometer tegen de wind

Ann De Craemer, klaar voor de voorbereiding van De Ronde Beeld Franky Verdickt
Ann De Craemer, klaar voor de voorbereiding van De RondeBeeld Franky Verdickt
Ann De Craemer

Tijden kunnen, gelukkig, veranderen. Aan het begin van de twintigste eeuw was een fietsende vrouw een curiosum, maar vandaag kijkt niemand nog verwonderd naar een vrouw op een zadel. Daar moet ik echter meteen een nuance aan toevoegen: een vrouw met een 'gewone' fiets wekt niet langer verbazing op, maar zij die diep voorovergebogen het stuur van haar koersfiets vasthoudt wél. Ik kan het weten, want al tien jaar ben ik in het bezit van dergelijk exemplaar, en hoewel steeds meer vrouwen de geneugtes van het wielrennen ontdekken, kom ik in Vlaamse velden maar weinig leden van het vrouwelijk verzet tegen. Als het al gebeurt, gaat het om dames die in groep rijden. Een vrouw die in haar eentje de pedalen van haar koersfiets rond trapt: het blijft een zeldzaam zicht. Wanneer mannen er daarenboven eentje in hun vizier krijgen, kunnen ze er, geloof mij vrij, niet tegen als de vrouw sneller dan hen blijkt te zijn, en gooien ze zich puffend en zwetend in de strijd om haar in flitsend tempo voorbij te rijden. Voor de blik in hun ogen wanneer je hen daarna vrolijk weer inhaalt, zou elke vrouw die graag haar mannetje staat geld geven.

Zelf trek ik met mijn koersfiets altijd alleen op pad, zoals ik achter deze computer ook altijd solo mijn woorden en zinnen zit te tikken. Waarschijnlijk is fietsen voor mij trouwens precies dat: een verlengstuk van mijn schrijvende leven. Als ik fiets, kan ik mijn hoofd bevrijden van de woorden die zich in mijn hoofd een weg naar het scherm proberen te banen, maar tegelijk vallen op mijn fiets vaak de puzzelstukken van een hoofdstuk in elkaar.

Wanneer ik echter intensief aan een nieuw boek werk, zoals dat nu al een maand of vier het geval is, fiets ik zelden afstanden van meer dan 60 kilometer. Na een paar uur begint het verhaal opnieuw aan mijn mouw te trekken, en de wintermaanden gebruik ik ook wel eens als excuus om sneller dan gewoonlijk terug te keren naar de warmte van mijn werkkamer.

Deze eerste bekentenis noopt mij tot een tweede: ik heb, jazeker, getwijfeld toen De Morgen mij vroeg om op 5 april de Ronde van Vlaanderen te rijden. Op 15 mei moet ik het manuscript van mijn nieuwe roman inleveren, en bovendien is mijn conditie door mijn vrijwillige opsluiting van het voorbije half jaar niet bijster goed - dus zal ik er wel in slagen deze uitdaging tot een goed einde te brengen?

'Plus est en vous', legde ik mijn twijfels het zwijgen op, en ik besloot het te doen. Woensdag heb ik me ingeschreven voor de Ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen - niet de volle afstand van 249 km, maar die van 135 km, die maar liefst vijftien hellingen bevat en gereden wordt door de meesten van de 16.000 deelnemers. Schrijvers hebben wel eens last van een groot ego, zegt men, maar niet deze keer: denken dat ik na slechts twee maanden training de volledige Ronde van de profs aankan, zou een geval van schromelijke zelfoverschatting zijn.

Met die training ben ik zaterdag begonnen. De wind blies me van mijn fiets, en na een tocht van 40 kilometer was ik, zoals dat in mijn dialect heet, piepedood. Ik kneep de remmen dicht bij het standbeeld van Briek Schotte in Kanegem, een deelgemeente van mijn thuisbasis Tielt en de plek waar onze laatste der flandriens werd geboren. "Koersen, dat is stampen tot ge niet meer weet van welke parochie ge zijt", fluisterde Briek me toe, en die wijsheid indachtig stond ik op van de bank naast zijn standbeeld, klikte mijn schoenen in de pedalen en ging de resterende tien kilometer opnieuw het gevecht met de wind aan. De avondzon verzachtte de kou van de snerpende wind, net als deze verzen uit het gedicht 'Februarizon' van Paul Rodenko, die als geen ander beschrijven wat ik zag en voelde toen ik tegen vijf uur naar huis fietste:

De populieren werpen met een schoolse nijging
elkaar een bal vol vogelstemmen toe
en héél hoog schildert een onzichtbaar vliegtuig
helblauwe bloemen op helblauwe zijde.
De zon speelt aan mijn voeten als een ernstig kind.
Ik draag het donzen masker van de eerste lentewind.

null Beeld Ann De Craemer
Beeld Ann De Craemer
null Beeld Ann De Craemer
Beeld Ann De Craemer
null Beeld Ann De Craemer
Beeld Ann De Craemer
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234