Woensdag 21/04/2021

Pienter is vervelend

Brett Anderson van Suede over de poëzie van de eenvoud

De Britse popmuziek heeft de jongste dertig jaar heel wat androgyne sekssymbolen voortgebracht. Brett Anderson, zanger van de Londense neoglamrockformatie Suede, is er één van. Uit zijn obsessie voor Bolan, Bowie en The Smiths wist hij een geluid te puren waarin grandeur, bombast en een sterk ontwikkeld gevoel voor drama het middelpunt vormden. Maar op het onlangs verschenen Head Music heeft zijn groep de elektronica ontdekt en klinkt ze plotseling veel koeler, afstandelijker en futuristischer.

Dirk Steenhaut

Enerzijds is de vierde langspeler van Suede een synthese van alles wat het vijftal het voorbije decennium zoal heeft uitgericht, anderzijds wijst de muziek een richting aan waarin de groep in de nabije toekomst verder wil evolueren. De nieuwe nummers kwamen tot stand vanuit een ritme of een groove en werden gebouwd op drumloops en samples.

"Ik hou nog altijd van de songs op onze eerste platen, maar bij nader inzien hadden de arrangementen iets avontuurlijker gekund", verklaart Brett Anderson tijdens een promotiebezoek aan Amsterdam. "Zodra je vastloopt in je eigen formules, ben je in de popsector ten dode opgeschreven. Precies daarom wilden we dit keer een 'moderne' cd maken. Je wil altijd een stapje verder, niet? Nieuwe snufjes uitproberen, een andere klankkleur ontwikkelen.... En producer Steve Osborne bleek de geknipte man om ons daar een handje bij te helpen."

Hoewel je Head Music bezwaarlijk als een dansplaat kunt bestempelen, verraadt de muziek van Suede anno 1999 onmiskenbaar invloeden uit de hedendaagse techno-scene. "Ik hang vaak rond in clubs en discotheken en luister veel naar bands als The Beastie Boys of Asian Dub Foundation", verduidelijkt Anderson. "Dance is zonder twijfel de opwindendste muziekvorm van het ogenblik. Vooral de punky aspecten van het genre trekken me aan. Afgeborstelde r&b is aan mij niet besteed; geef mij maar agressieve raps en beats."

Uiteraard hebben Suedes recente experimenten met elektronica een ingrijpende invloed gehad op Andersons manier van schrijven. "Vroeger bouwde ik mijn liedjes op akkoordenstructuren die ik door een ander groepslid kreeg aangereikt. Ik verzon mijn teksten en zanglijnen dus volgens een patroon dat al helemaal vastlag en na een poosje dreigde die manier van werken behoorlijk saai te worden. Maar sinds ik in mijn studio met keyboards en drummachines begon te knoeien en me in nieuwe technologieën begon te verdiepen, ging ik inzien dat je een song niet op één maar twintig manieren kunt benaderen. Je gaat dus andere straatjes van je creativiteit verkennen en dat werkt bevrijdend. Ook omdat je met machines heel andere dingen kunt suggereren dan met een akoestische gitaar. Die nieuwe speeltjes hebben dus gewoon onze horizon verruimd."

Toch blijft het opnemen van een plaat voor Suede een soort van trial-and-errorproces. "In het begin weet je altijd heel precies welke richting je uit wilt", zegt Anderson, zuinig aan zijn thee nippend. "Je ontwikkelt een blauwdruk en bepaalt haarfijn aan welke criteria je plaat dient te beantwoorden. Zo stond het voor ons vast dat Head Music een moderne, toekomstgerichte plaat moest worden, gebaseerd op loops en grooves. Zelf wilde ik ook terug naar de eenvoud: liever dingen wegsnijden dan toevoegen. Dat was de theorie. Het uitgangspunt. Maar na enkele weken in de studio besef je ineens dat die regeltjes niet zomaar op alle songs toepasbaar zijn, dat sommige liedjes beter af zijn met een andere aanpak. Dus begin je van je oorspronkelijke opzet af te wijken. En uiteindelijk neemt je instinct het over van je verstand, gaat het opnameproces zijn eigen gang en eindig je met een plaat als Head Music, die eclectischer maar tegelijk organischer klinkt dan je ooit had durven te vermoeden. Ha, principes zijn er nu eenmaal om overboord te worden gegooid."

Andersons drang naar simplisme is op de nieuwe Suede-cd ook voelbaar in de teksten, die occasioneel van een hoog wegwerpgehalte getuigen. Bij het horen van de openingsregels van 'Savoir Faire' ("she live in a house / she stupid as a mouse"), krijg je zelfs even de indruk dat de zanger voortaan ook het peuterpubliek aan zich wil verplichten.

"Da's inderdaad een wegwerptekst", geeft de zanger toe. "Maar dat impliceert nog niet dat het geen goede tekst is, toch? Sommige critici hebben Head Music afgebrand wegens mijn 'infantiele gerijmel'. Verrek, zouden mijn liedjes dan waardevoller zijn en van meer diepgang getuigen mocht ik het over de deplorabele staat van de wereld hebben? Naar mijn gevoel is dat een zeer eendimensionale interpretatie van waar het in rocklyriek om gaat. Want sommige van de beste popteksten ooit geschreven zijn tegelijk de meest betekenisloze. Tenslotte is in muziek niet de strikte betekenis van de woorden belangrijk, maar veeleer hun klank- of gevoelswaarde. Neem nu 'Alphabet Street' van Prince: dat gaat toch helemaal nergens over? En toch wérkt het. Wat telt is de wisselwerking tussen tekst en muziek. Kun je alleen maar een goede tekstschrijver zijn als je het over ernstige of zwaarwichtige onderwerpen hebt? Flauwekul! Die zogenaamd fantastische teksten van de Manic Street Preachers, dat is toch puur studentengeleuter? Toegegeven, 'Savoir Faire' is luchtig gebrabbel. Maar ik heb jarenlang 'pientere' teksten geschreven en ook die kwamen me onderhand de strot uit."

De Suede-zanger gaat zelfs zover 'Savoir Faire' als het sleutelnummer van de nieuwe cd naar voren te schuiven. "Het is mijn favoriet, ja. Het heeft een lekkere, maar niet meteen voor de hand liggende groove. En hoewel we er uitsluitend analoge keyboards op hebben gebruikt, klinkt het behoorlijk eigentijds. Alleen schuilt het modernisme niet in de sound, maar in de song zelf. Op welk instrument je ze ook speelt, de partijen blijven altijd overeind."

Eerder verklaarde Anderson al in interviews dat hij met Head Music meer afstandelijkheid nastreefde. "Ik bedoelde vooral dat het simpeler moest", corrigeert hij. "Het was zeker niet mijn bedoeling de ziel uit de songs te halen. Maar het mocht best een beetje minder persoonlijk, minder emotioneel zijn. Minder flower power, zeg maar."

Toen Suede vorig jaar een bijdrage leverde tot Twentieth Century Blues, een hommage aan Noel Coward, en daarvoor samenwerkte met de onderschatte Britse groep Raissa, gaf het vijftal met het elektronisch aangeklede 'Poor Little Rich Girl' al een voorsmaakje van het geluid dat op Head Music zou worden uitgediept. "Hmm. Maar voor het overige heb ik met het oeuvre van Coward niet de minste affiniteit. We deden enkel mee omdat Neil Tennant van The Pet Shop Boys, die een vriend van ons is, het had gevraagd. Maar heb je het origineel wel eens gehoord? (zingt een frivool 'tietiedietiedietiedie') Verschrikkelijk! Dus hebben we er twee akkoorden uitgelicht en er een drone van gemaakt. Zodra we het Coward-aspect eruit weg hadden geknipt, vond ik het wel geslaagd, haha."

Niettemin staat Anderson, net als zijn illustere voorganger, bekend als een fervent verdediger van het hedonistische principe. Zo heeft hij nooit een geheim gemaakt van zijn voorliefde voor geestesverruimende chemische substanties. "Precies, maar dat is verleden tijd. De meeste artiesten die drugs gebruiken maken zichzelf wijs dat ze het doen in functie van hun kunst, maar dat is een flauw excuus, besef ik nu. Vroeger dacht ik dat het spul me de dingen helderder deed zien. De waarheid is dat het enkel de verwarring in de hand werkte. Ik ben dus vastbesloten tijdens de opnamen van onze volgende plaat straight te blijven en nog uitsluitend water te drinken." (lacht níet) Head Music mag dan al luchtige momenten bevatten, toch is het een plaat vol ups en downs, die de luisteraar de indruk geeft dat hij op een emotionele roetsjbaan zit.

"Zo is het toevallig uitgedraaid. Zoals gezegd zijn we van bepaalde uitgangspunten vertrokken, maar als je daar per se aan wilt vasthouden, dreig je een hoop steriele nonsens te produceren. Er is onverwachts dus toch weer een dosis melancholie in de songs geslopen. Daartegenover staan wegwerpnummers als 'Elephant Man' en de titeltrack, die we louter voor ons plezier hebben gemaakt. Ze zijn rechtlijnig en trashy, maar wel bijzonder leuk om te spelen. Het was niet onze ambitie een verzameling perfecte songs uit te brengen. Het mocht best speels, impulsief en oneerbiedig zijn. 'Elephant Man', geschreven door onze toetsenman Neil Codling, namen we pas op twee dagen voor de plaat geperst zou worden, maar we vonden dat het er absoluut op moest. Het werd heel spontaan op de band gegooid, terwijl we met een nummer als 'She's in Fashion' wel een volle maand zoet zijn geweest. We hebben er zeker zes verschillende versies van ingeblikt, voor het uiteindelijk in de juiste plooi viel."

Tijdens de opnameperiode van Head Music luisterden de leden van Suede veel naar Amerikaanse gangsta rap, en 'Elephant Man', geschreven vanuit het standpunt van een popgroep die zichzelf het einde vindt, klinkt al net zo snoeverig als de zelfverheerlijkende verhalen van Ice-T of Snoop Dogg. Het grote verschil is dat de heldendaden van de Britten zo tongue-in-cheek worden beschreven, dat de luisteraar er nog hooguit een kermisattractie in kan zien.

"O, er is sprake van een gezonde dualiteit", legt Anderson uit. "Want behalve dat opschepperige zit er ook een fikse dosis onzekerheid in die song. Zelf hou ik wel van die rappers en hun overdrijvingen, maar dat we echt door hen beïnvloed zouden zijn? Nee, dat kan ik niet beamen."

Wie voor Anderson als tekstschrijver wél model heeft gestaan, is de Franse existentialist Albert Camus. Naar zijn zeggen was de zanger van Suede vooral ondersteboven van diens roman L'étranger. Alleen: valt dat wel te rijmen met het simplisme dat hem bij het maken van Head Music voor ogen stond?

"Camus was natuurlijk een briljant en gerespecteerd schrijver, maar voor het overige zie ik daar geen tegenspraak in", vindt hij. "Zelf ben ik vooral onder de indruk van de eenvoud en de beknoptheid van zijn stijl. Die is wel descriptief, maar toch heel bondig, trefzeker en uitgebeend. Camus heeft geen halve pagina nodig om een situatie te beschrijven: hij kiest voor de simpelste, directste en minst pretentieuze manier. En juist in die eenvoud schuilt voor mij de poëzie. Eigenlijk bedreef Albert Camus al poplyriek avant la lettre: je begrijpt altijd precies wat hij bedoelt en er schuilt iets moois achter het feit dat hij geen 'mooischrijver' probeert te zijn. Maar ach, misschien heb ik er wel niets van begrepen."

Brett Anderson is een van die songwriters die, net als Bruce Springsteen, in hun werk regelmatig terugvallen op dezelfde woorden of metaforen en zo hun eigen universum scheppen. Een beetje als een schilder die zich telkens weer van een identiek kleurenpalet bedient.

"Sommigen zien in die werkwijze een gebrek aan ideeën, maar zij dwalen. Dat eigen lexicon helpt je gewoon een herkenbare signatuur te ontwikkelen. Anthony Burgess doet iets soortgelijks in A Clockwork Orange: hij ontwerpt zijn eigen taal. Je begint te lezen en denkt: verhip, wat is dít voor een boek? Maar twee pagina's verder heeft de schrijver je al bij je nekvel en word je volledig opgeslorpt. You're hooked."

In het verleden stond in de songs van Suede altijd het persoonlijke centraal, maar op Head Music doet Anderson voor het eerst openlijk aan maatschappijkritiek. in 'Crack in the Union Jack' neemt hij de nationalistische gevoelens van zijn landgenoten op de korrel. "Dat nummer handelt over het verschil tussen wat een land of een volk echt horen te zijn en de morele façade waar het zich achter verschuilt. In die zin gaat het zeker niet uitsluitend over Groot-Brittannië. Maar het beeld van die gescheurde vlag schept wél een context voor de andere songs op de plaat. Achteraf gezien is 'Crack in the Union Jack' misschien wel een iets te negatieve afsluiter voor de cd. Dat nummer flitste me door het hoofd toen ik in de studio zat. Ik ramde het er meteen uit, maar het was zeker niet als statement bedoeld. Dat geldt trouwens voor alle donkere songs op de plaat: ze zijn niet representatief voor de manier waarop ik tegen het leven aankijk. Het zijn snapshots, momentopnamen van stemmingen die komen en gaan. Het is niet omdat ik af en toe een pessimistische song schrijf, dat ik ook een pessimist bén."

Voor hij tot de spilfiguur van Suede uitgroeide, ging Anderson kortstondig door het leven als architectuurstudent. Ziet hij een verband tussen songwriting en het ontwerpen van gebouwen? De zanger schudt het hoofd: "Als student was ik een regelrechte ramp", lacht hij. "Mocht je mijn ontwerpen zien, dan zou je onmiddellijk duidelijk worden dat ik er niets van terechtbracht. Oorspronkelijk volgde ik een cursus ruimtelijke ordening, maar toen viel ik voor een meisje dat architectuur studeerde. En van het een kwam het ander."

Het meisje in kwestie was niemand minder dan Justine Frischmann, tegenwoordig bekend als zangeres en gitariste van Elastica. Destijds maakte ze deel uit van de oerbezetting van Suede, maar ze verliet de groep nadat Damon Albarn van Blur haar van Anderson had afgesnoept. "Hoe dan ook: architectuur is een machtige kunstvorm. Met schilder- of beeldhouwkunst hoef je niet alle dagen te leven, maar aan architectuur valt niet te ontkomen. Ze dringt zich op aan het landschap. Bij het zien van een imposant gebouw moet ik soms, net als bij het horen van een fantastische plaat, naar adem happen. Meer parallellen kan ik echter niet bedenken. Laten we het er maar op houden dat ik muzikant ben geworden omdat ik nergens anders voor deugde."

In de beginperiode van Suede hulde de groep zich vaak in een waas van seksuele ambiguïteit. Dat bleek niet alleen uit haar liedjesteksten, maar ook uit haar platenhoezen en Andersons controversiële uitspraken. Toen hij zich tijdens een interview liet ontvallen dat hij zich beschouwde als "een biseksueel die nog nooit met een man had geslapen", had de roddelpers er weer een slachtoffer bij.

"Wat me het meest irriteerde is dat we er zo'n campy imago door kregen. Het voelde als een keurslijf aan en reduceerde ons tot een karikatuur. Als ik tijdens een gesprek de stelling durfde te verdedigen dat seksualiteit niet beperkt hoeft te zijn tot man-vrouwrelaties, werd ik prompt als een mietje gedoodverfd. Vroeger dacht ik dat het zinvol was op een open manier over seks te praten om de enggeestigheid te lijf te gaan, maar intussen heb ik mijn lesje wel geleerd. Je woorden worden toch steevast verdraaid, dus ga ik het onderwerp voortaan maar uit de weg.

"Weet je, toen we in deze business terechtkwamen, waren we groentjes die nog alles moesten leren: songs schrijven, optreden, je ideeën helder formuleren, met de media omgaan. Popmuziek is communicatie. Als je verkeerd wordt begrepen, kan het dus ook aan jezelf liggen, hé? Misschien wilde ik onderwerpen ter sprake brengen die, het tijdstip en de context in acht genomen, gewoon te ingewikkeld waren. Na tien jaar ben ik wel al iets bedrevener geworden in die dingen, maar tegelijk ben ik me ervan bewust dat er nog veel te verfijnen valt."

Toen Suede in 1982 debuteerde, was het gezelschap het voorwerp van een nooit geziene mediahype. Melody Maker wijdde een omslagverhaal aan de groep en noemde haar "the best new band in Britain", nog voor ze over een platencontract beschikte. Een tweesnijdend zwaard, bleek achteraf, want hoe flatteus al die superlatieven ook bedoeld waren, ze schiepen verwachtingen die Suede onmogelijk kon inlossen.

"Op het moment dat we die stukjes lazen, voelden we ons totaal euforisch", herinnert Anderson zich. "Maar twee minuten later sloeg de schrik ons al om het hart. Een heel onbehaaglijk gevoel. Zelfs nu we onderhand veteranen zijn geworden, gaan we nog altijd gebukt onder het gewicht van de slagzin Engelands Hoop in Bange Dagen."

"We moeten steeds weer bewijzen dat de aandacht die ons toen te beurt viel écht gerechtvaardigd was", verzucht drummer Simon Gilbert, die zich voor het eerst in de discussie mengt. "Aan respect van collega's hebben we echter geen gebrek: je hoort echo's van wat wij doen in de muziek van The Longpigs, Ultrasound, Placebo en Geneva. Niet dat ze ons letterlijk kopiëren, maar je merkt wel dat ze naar onze platen hebben geluisterd."

"Ach, ook wij hebben een tijdlang onze helden geïmiteerd", zegt Anderson grootmoedig. "Iedere band bouwt, bewust of onbewust, voort op andermans ideeën. Geloof nooit muzikanten die beweren dat ze nog nooit iets van hun idolen hebben gejat. Ze liegen dat ze scheel zien."

De cd Head Music is uit op Nude Records en wordt verspreid door Sony. Suede speelt morgen op Pukkelpop in Hasselt-Kiewit om 22 uur, als hoofdact in de Marquee.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234