Zondag 16/01/2022

Picasso’s rode periode

In het Britse museum Tate Liverpool is vanaf vandaag een grote tentoonstelling te zien over Pablo Picasso's ‘communistische periode’. Met behulp van 150 schilderijen proberen de curatoren het beeld bij te stellen van Picasso als louter creatief genie en playboy. Volgens hen ging Picasso’s politieke engagement veel verder dan gedacht.

In de kunstwereld is lange tijd wat smalend gedaan over de communistische sympathieën van Picasso. De Spaanse schilder werd in 1944 lid van de Communistische Partij en bleef die tot aan zijn dood in 1973 trouw. Maar volgens velen had dat engagement weinig om het lijf. Hij zou politiek naïef zijn geweest en louter lid geworden zijn omdat dat, in de woorden van zijn biograaf John Richardson, “nu eenmaal politiek correct was onder de linkse intelligentsia uit die tijd”.

Dat beeld klopt niet, stellen de curatoren van Tate Liverpool. Volgens hen was Picasso wel degelijk politiek geëngageerd, en is dat ook overduidelijk terug te vinden in zijn werk uit de periode 1944-1973. Niet altijd letterlijk, geeft curator Christoph Grunenberg toe. “Maar ik denk dat je zelfs in zijn vroege werk toch ziet dat er bepaalde onderwerpen zijn die steeds terugkeren. Hij hield zich vanaf het begin bezig met onderdrukking en menselijk lijden. Dat bedoelde Picasso als hij zei dat hij een communistische schilder was.”

Om hun stelling te illustreren hebben Grunenberg en zijn team van over de hele wereld meer dan 150 schilderijen naar Liverpool gehaald. Plus een aantal aanverwante zaken als affiches, posters, foto’s en brieven. Top- en openingsstuk van de expo is het schilderij Charnel House (1945), het beste van een serie ‘historische’ schilderijen die Picasso maakte na de Guernica. Charnel House baseerde hij op een film over het uitmoorden van een gezin tijdens de Spaanse Burgeroorlog.

Vervolgens worden in een serie kleine ruimtes wat minder bekende werken getoond die eveneens een duidelijke politieke lading hebben. Zo hangt hier bijvoorbeeld De vrouwen van Algiers, dat Picasso maakte bij het begin van de oproer die tot de Algerijnse onafhanke-lijkheidsoorlog leidde. Ook bij The Rape of the Sabines (1962), gemaakt op het hoogtepunt van de Cubaanse rakettencrisis, kun je moeilijk om de politieke boodschap heen.

Verder is er ook veel aandacht voor de vredesduiven die Picasso op latere leeftijd in talloze variaties op het doek zette. Tijdens de Koude Oorlog zouden ze het symbool worden van de internationale vredesbeweging.

Het verhaal wordt kracht bijgezet door een grote hoeveelheid archiefmateriaal die cocurator Lynda Morris boven water wist te halen. Zo zijn er foto’s te zien van Picasso op vredesconferenties en in gesprek met Sovjetfunctionarissen. Ook wordt een telegram getoond dat Picasso kreeg van Fidel Castro en aanbevelingen van het Russische politbureau. De gevolgen die Picasso’s communistische sympathieën hadden voor zijn bewegingsvrijheid komen eveneens aan bod. Bij zijn enige reis naar Engeland om een vredesconferentie bij te wonen in Sheffield werd hij twaalf uur vastgehouden door immigratieofficials. In de VS werd hem in 1950 zelfs de toegang geweigerd toen hij met een delegatie president Truman ervan wilde overtuigen om de kernbom uit te bannen. De FBI had een dossier over hem aangelegd en zag hem als een gevaar voor de staatsveiligheid.

Ondanks die veelheid aan materiaal weet de tentoonstelling volgens de Engelse critici niet op alle punten te overtuigen. “Krijgen we nu echt een ander beeld van de schilder?”, vroeg de recensent van The Times zich af. Slechts enkele van de schilderijen zijn expliciet politiek, voegde hij eraan toe. Bij de meeste andere blijft het gissen naar de betekenis en zijn de communistische referenties die de curatoren menen te zien voor discussie vatbaar.

Picasso zelf deed er tijdens zijn leven trouwens weinig aan om duidelijkheid te scheppen over dit soort kwesties. Hij verkondigde voortdurend een communistische schilder te zijn, maar tegelijk deed hij artistiek geen enkele concessie. Zo liet hij zich niets gelegen liggen aan het door de Sovjet-Unie voorgeschreven socialistisch realisme. De communisten waren echter zo verstandig om hier geen halszaak van te maken en maakten Picasso tot een van de paradepaardjes van de partij.

Een andere kritiek van de Engelse pers is dat Picasso in zijn communistische periode niet zijn interessantste werk maakte. Maar daar is curator Grunenberg het niet mee eens. "Dat is een ouderwetse opvatting. Picasso heeft een carrière gehad die tientallen jaren omspande. Daarom gaan mensen er vaak vanuit dat het op latere leeftijd allemaal wel wat minder zal zijn geworden. Mij beneemt dit werk de adem."

Expo in Tate Liverpool belicht ‘communistisch werk’ van Spaanse kunstschilder

Picasso als communist

1944: Pablo Picasso (63) wordt lid van de Parti communiste français. Hij verklaart dat zijn beslissing is ingegeven door idealistische en humanitaire motieven.

1945: Hij schildert Charnel House, over het uitmoorden van een Spaans gezin tijdens de burgeroorlog.

1949: Picasso schildert zijn eerste vredesduif.

1950: Hij wordt de toegang geweigerd tot de VS wegens gevaar voor de staatsveiligheid.

1953: Hij maakt een portret van Stalin na diens overlijden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234