Maandag 06/12/2021

Picasso met hamer en sikkelHet Britse museum Tate Liverpool organiseert volgend jaar een grote tentoonstelling over Pablo Picasso’s ‘communistische periode’. Het was geweten dat Picasso een Partijaanhanger was, maar volgens conservator Christoph Grunenberg ging zijn betrokkenheid veel verder dan gedacht. Door Han Ceelen

Een paar jaar geleden verscheen in de krant Le Monde een artikeltje over de Franse Communistische Partij. De partij, die wegens slechte verkiezingsresultaten steeds minder subsidie ontving, had een aantal musea benaderd met de vraag of ze kunstwerken wilden kopen. Een van de aangeboden werken was een tekening van Pablo Picasso.Het meest opmerkelijke aan het berichtje was eigenlijk dat men maar één Picasso te koop aanbood. Want de Spaanse schilder, die begin twintigste eeuw naar Parijs trok, deed in de jaren vijftig en zestig talloze schenkingen aan de Communistische Partij. Nu eens gaf hij geld voor feesten of partijbijeenkomsten, dan weer waren het schilderijen en partijaffiches. Niemand weet waar dat allemaal gebleven is, al gaat het gerucht dat sommige partijbonzen deze schenkingen als persoonlijke giften beschouwden.In de kunstwereld is lang wat lacherig gedaan over de communistische sympathieën van Picasso, die in 1944 lid werd van de Partij, en ze tot zijn dood in 1973 trouw bleef. Hij zou politiek naïef zijn geweest. Hij zou louter lid geworden zijn omdat dat, in de woorden van zijn biograaf John Richardson, “nu eenmaal politiek correct was” onder de linkse intelligentsia uit die tijd.

Trouwe communist

Maar de laatste jaren groeit bij sommige kunstkenners de overtuiging dat het toch allemaal niet zo simpel lag bij Picasso. Al was het maar omdat hij, in tegenstelling tot veel van zijn vrienden, tot het bittere einde communist bleef. Oók na het bekendworden van de misdaden van Stalin en het neerslaan van de Hongaarse opstand. In 2001 deed de Amerikaanse Gertje R. Utley in haar boek Picasso. The communist years al een poging om het heersende beeld bij te stellen. Gisteren volgde de aankondiging van het Tatemuseum in Liverpool dat men volgend jaar een grote expo gaat houden over Picasso’s communistische jaren. Het museum gaat 144 schilderijen samenbrengen uit de periode 1944-1973, plus een aantal aanverwante zaken als affiches en foto’s.Topstuk van de tentoonstelling wordt het schilderij The Charnel House uit 1944-1945, dat Picasso maakte op basis van een film over het uitmoorden van een gezin tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Maar er zullen ook minder bekende werken te zien zijn als The Rape of the Sabine Women (1962), dat de schilder maakte als protest tegen de Cubaanse rakettencrisis. Ook zal er veel aandacht zijn voor de vredesduiven die Picasso in vele vormen neerborstelde, en die tijdens de Koude Oorlog het symbool werden van de Vredesbeweging.“Ik denk dat deze tentoonstelling een heel nieuw licht kan gaan werpen op Picasso”, verklaart curator Christoph Grunenberg vanuit Liverpool. “Mensen zien hem nog altijd louter als creatief genie en als playboy, maar hij had ook een cerebrale kant en nam zijn politieke engagement zeer serieus.”Ook de veelgehoorde stelling dat Picasso in zijn communistische periode niet zijn meest interessante werk maakte, kan volgens Grunenberg bij het grof vuil. “Dat is een ouderwetse opvatting. Picasso heeft natuurlijk een carrière gehad die tientallen jaren omspande. Daarom gaan mensen er vaak vanuit dat het op latere leeftijd allemaal wel wat minder zal zijn geworden. Maar de laatste jaren zijn er op verschillende plaatsen in Europa tentoonstellingen geweest over Picasso’s latere werk, en wat ik daar zag benam mij de adem.”

Dossier bij de FBI

Pablo Picasso was inderdaad al 63 jaar toen hij op 4 oktober 1944 lid werd van de Parti Communiste Français. Hij verklaarde dat zijn beslissing was ingegeven door idealistische en humanitaire motieven, en dat hij in het communisme een uitweg zag van de wreedheden van het Francoregime en de nazi’s.Picasso was op dat moment een van de helden van het bevrijde Parijs, en de communisten reageerden dan ook zeer verheugd op het nieuwe lid van de familie. Het nieuws werd de volgende dag groot gebracht in de communistische krant L’Humanité, compleet met foto. Daarop konden de lezers zien hoe de wereldberoemde kunstenaar werd ontvangen door de hoofdredacteur en de Partijsecretaris.In intellectuele kringen wekte Picasso’s stap weinig verbazing. De Communistische Partij was een van de grootste partijen van Frankrijk, en oefende veel aantrekkingskracht uit op linkse intellectuelen. Tot Picasso’s fellow travelers behoorden mensen als Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir, Louis Aragon, Fernand Léger, Henri Matisse en Tristan Tzara.Maar onder modernistische kunstenaars werden toch wel wat wenkbrauwen gefronst. Picasso’s werk stond immers compleet haaks op het door de Sovjet-Unie voorgeschreven socialistisch realisme.De communisten waren echter zo verstandig om hier geen halszaak van te maken, en Picasso werd al snel opgenomen in de partij. Samen met Aragon en natuurkundige en Nobelprijswinnaar Frédéric Joliot-Curie was hij zelfs een van de paradepaardjes. Hij kreeg een persoonlijke opleiding van de uit ballingschap in Rusland teruggekeerde partijleider Maurice Thorez, en kreeg een prominente rol bij initiatieven als het Front Nationale des Arts en het Frankrijk-Sovjet-Uniecomité. Ook tekende hij petities tegen de NAVO en sprak hij zijn steun uit voor de Amerikaanse communistische partij. In 1950 werd hem zelfs de toegang tot de Verenigde Staten geweigerd toen hij samen met een delegatie president Truman ervan wilde overtuigen om de kernbom te bannen. De FBI had een dossier over hem aangelegd en zag hem als een gevaar voor de Staatsveiligheid.Belangrijker misschien nog vanuit Sovjetoogpunt was dat Picasso uitgroeide tot een boegbeeld van de internationale Vredesbeweging: een door onafhankelijke intellectuelen opgerichte club die een mantelorganisatie werd van de Sovjets. Picasso hield verschillende toespraken voor de organisatie en ontwierp ook hun logo, al ging dat laatste min of meer bij toeval. Toen de beweging in 1949 een congres organiseerde in Parijs, werd Picasso gevraagd een affiche te ontwerpen. Toen het werk niet opschoot, kwam Aragon naar zijn atelier, greep een schilderij van een duif en besloot dat dat de affiche zou worden. Een paar dagen later was de vogel overal te zien in de stad, en was de term ‘vredesduif’ geboren. Later zou Picasso er nog talloze variaties op schilderen. In 1950 kreeg hij de Stalin-Vredesprijs van de Sovjetregering voor zijn inspanningen.Artistiek gezien deed Picasso intussen nog steeds geen enkele concessie aan het door de Sovjets gepredikte realisme. In 1953 ontstond daarover nogal wat tumult toen Picasso na Stalins dood een portret van de grote leider liet afdrukken in Aragons tijdschrift Les Lettres Françaises. Het volgens Jean Cocteau in vijf minuten vervaardigde jeugdportret was bedoeld als eerbetoon, maar vond weinig instemming bij de lezers. “Waar is de glans, de glimlach, de intelligentie - in een woord de menselijkheid -, elders altijd zo zichtbaar in de portretten van onze geliefde Stalin?”, vroeg een van de lezers zich in een ingezonden brief af.

‘Complexe relatie’

De vraag die velen zich sindsdien gesteld hebben is: wat was nu precies de reden van Picasso’s communistische engagement, en hoe diep zat het? Volgens Picasso’s voormalige vriendin Françoise Gilot, die in de naoorlogse jaren met hem samenwoonde, moest er niet te veel belang worden gehecht aan zijn stellingnames. “Het is verkeerd om er te veel van te maken. Hij wilde niet alleen maar een geprivilegieerd persoon zijn, een wereldberoemde schilder. Hij wilde deel uitmaken van het volk. Maar ik denk niet dat het veel verder ging dan dat.”Volgens Salvador Dalí was Picasso zelfs helemaal geen communist (evenmin als hijzelf), en Picasso zelf maakte de zaak er ook niet helderder op. In de jaren veertig verklaarde hij dat het communisme het logische uitvloeisel was van heel zijn leven. Eigenlijk was hij in zijn kunst altijd al een communist geweest, zei hij. Maar door de verschrikkingen van de Spaanse Burgeroorlog en het naziregime was hij tot de overtuiging gekomen dat hij “niet alleen met zijn kunst moest strijden, maar met zijn hele wezen”. Twintig jaar later zei Picasso in een interview dat de kunstenaar per definitie een antisociaal wezen was, die zich nooit iets door de staat mocht laten opleggen. Curator Grunenberg erkent dat Picasso’s relatie met het communisme “complex en ambigu” was. “Het klopt: hij zegt tegelijk dat hij een communistisch schilder is, en dat hij als hij een stilleven maakt gewoon een object schildert. Maar ik denk dat je zelfs in zijn vroege werk toch ziet dat er bepaalde onderwerpen zijn die steeds terugkeren. Hij hield zich vanaf het begin bezig met onderdrukking en menselijk lijden. Daarover praat hij als hij zegt dat hij een communistische schilder is.”Volgens Grunenberg is het communistische engagement van Picasso terug te voeren op het anarchisme waarmee hij tijdens zijn jeugd in Barcelona had kennisgemaakt. “Misschien gaat het zelfs nog wel verder, en kun je het herleiden tot een pacifistische traditie uit de 19de eeuw. Hoe dan ook: ik ben er zeker van dat hij het serieus meende.” Hoewel dus overtuigd van Picasso’s bedoelingen, is Grunenberg bepaald geen fan van Gertje R. Utleys boek Picasso. The Communist Years. “Het is een nuttig boek, daar niet van, maar het is heel duidelijk vanuit een bepaald Amerikaans perspectief geschreven. Er zit bijna een veroordelende toon in het boek, en dat is zeker niet de bedoeling van onze tentoonstelling. Wij proberen het op een Europese manier te benaderen en een wat genuanceerder beeld te geven. Dingen waren lang niet altijd zwart-wit. De Sovjets hielden niet van Picasso’s manier van schilderen, maar ondertussen heeft hij wel degelijk expositiesDe tentoonstelling volgend jaar komt op een goed moment, gelooft Grunenberg. “Ik kom zelf oorspronkelijk uit Duitsland, en het is me erg opgevallen dat de communistische geschiedenis de laatste twintig jaar compleet was weggevaagd. Het was bijna alsof het nooit bestaan had. Door de crisis beseffen we nu misschien weer dat het kapitalistische systeem ook niet het antwoord is op al onze vragen, en kunnen we weer gaan terugkijken. Natuurlijk zijn er onder het communisme geweldige fouten gemaakt. Er heeft zelfs een massamoord plaatsgevonden onder Stalin. Maar ik denk ook dat mensen als Picasso na de oorlog oprecht

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234