Maandag 10/05/2021

Pianu

Ici c'est la Corse. Pianu, pianu

"Tuut tuut!" Net als we gaan vertrekken naar het zuiden van het eiland stopt een auto toeterend naast de onze. Ha, 't is Jean-Paul. Zijn verlegen glimlach geeft zijn goedaardige boeventronie iets jongensachtig. "Hebben jullie vijf minuten?" vraagt hij door het open raampje. Vijf minuten lijkt me lang voor een vertrek dat al uren aansleept, maar goed. Ici c'est la Corse. Pianu, pianu. Pianu is een van de stopwoorden van onze Corsicaanse gastheer Michel. Pianu, pianu is ook wat er aan het begin van ons dorpje Pieve staat op een verkeersbord onder het silhouet van twee schoolkinderen. Op 't gemak dus, voor de zoveelste keer. Jean-Paul steekt een bos bloemen omhoog. "Die zijn voor jou", zegt hij, "om me te verontschuldigen dat ik je vorige week heb beledigd." Jean-Paul heeft samen met Michel enkele dorpen verder op de lagere school gezeten. Verleden week was hij op bezoek. Michel had me nog maar net aan hem voorgesteld of Jean-Paul vroeg al: "Hoe kun je in hemelsnaam in Amerika wonen, een land dat door heel de wereld wordt gehaat?" Het is een vraag die me al vaak is gesteld, vaak op een beschuldigende toon. Ik gaf hem dus onverstoord mijn standaardantwoord dat er op neerkomt dat een mens een onderscheid moet maken tussen de regering en de inwoners van een land. Michel viel me met veel vuur bij. Het gesprek kabbelde na enkele minuten naar andere onderwerpen. Ik was de 'beledigende' vraag van Jean-Paul snel vergeten. "Je had me helemaal niet beledigd", zeg ik. Als bewijs geef ik een zoen op zijn grijze stoppelbaard. Een kwartier later rijden we eindelijk Pieve uit. Goed dat Jean-Paul me eraan herinnerde waar ik eigenlijk woon. Na twee weken van woeste berglandschappen, piepkleine dorpjes, stokoude kurkeiken, kabbelende riviertjes, heldere sterrenhemels, verbazende stilte, knapperende houtvuren, televisieloze dagen en onmodieus geklede mensen lijkt New York oneindig ver weg. Niet dat Corsica een paradijs is. Op de kustweg van Bastia naar Bonifacio zien we telkens opnieuw op bruggen en muren de slogan Arabi fora, Corsicaans voor 'Arabieren buiten'. In elk stadje op dezelfde baan lopen er behoorlijk wat Arabisch uitziende mensen op straat. "Het zijn vooral Marokkanen", legt Michel ons later uit, "ze werken in de wijngaarden, de fruitteelt en de bouw. Corsica zou platliggen als ze er niet meer zouden zijn." Het doet me denken aan Amerika, waar Mexicaanse immigranten steeds meer tegenkanting krijgen naarmate het land afhankelijker wordt van hun goedkope arbeid.

In de krant Corse-Matin staat een bericht dat me ook aan 'thuis' doet denken. Het gaat over het feit dat steeds meer mensen moeite hebben om aan een brandverzekering te geraken voor hun vakantiehuis in Corsica. Vorig jaar staken Corsicaanse nationalisten 210 dergelijke woningen, vooral villa's aan zee, in brand. Dat is minder dan het gemiddelde van 300 per jaar in de jaren tachtig maar toch nog intimiderend veel. Ik herinner me de frustratie die ik zelf in 1985 voelde toen verschillende verzekeringsmaatschappijen weigerden om het huis dat we toen gekocht hadden te verzekeren, omdat het in een van de armenwijken lag waar brandstichting een serieus probleem was. Intussen is die discriminatie niet alleen onwettelijk geworden in New York maar gelukkig is de epidemie van brandstichtingen om verzekeringspremies op te strijken ook al een tijd uitgewoed.

Op ons tochtje leer ik ook dat Corsica Amerika ingrijpend heeft beïnvloed. Zo wist ik niet dat de uitvinder van Coca-Cola een Corsicaan was. Straffer nog. Pasquale Paoli, de babbu di patria ('vader des vaderlands') van Corsica liet in 1755 een grondwet opstellen, gebaseerd op de scheiding der machten en de burgerrechten, die niet alleen Frankrijk maar ook Amerika als model diende. Als ik de lokale chauvinisten mag geloven, zou de wereld er vandaag anders uitzien zonder het Corsicaanse voorbeeld.

Nog twee dagen en ik vertrek terug naar het gehate Amerika waar volgens Jean-Laurent, de cafébaas van Pieve, behoorlijk wat Corsicanen naartoe zijn getrokken. "De meest protserige villa's in de streek zijn door hen neergepoot", zegt Jean-Laurent. Op onze tocht naar het zuiden komen we een bejaarde Corsicaan tegen die koos om thuis te blijven. Hij zit op een muurtje van een parking en kerft met een versleten mes in een stukje hout. Naast hem staat het enige autootje op de winderige parkeerplek: een gehavend, stofferig Renaultje. De man heeft de getaande huid van iemand die zijn leven lang heeft buiten gewerkt. Op zijn hoofd staat een ouderwetse pet. Onder ons in de vallei blaat een kudde geiten van meer dan honderd. Ze grazen op de drassige oevers van een rivier en knabbelen hier en daar aan het lentegroen. Het klinkt idyllisch maar ook een brommende hydro-elektrische centrale maakt deel uit van het plaatje. De geiten wandelen het moderne complex vrolijk binnen langs openstaande hekken. De man op de parking houdt hen in de gaten. Hij is de herder. Dat beroep is niet meer wat het was. "Tegenwoordig volgen herders de kudde per auto", vertelt de man. Voor hij wegrijdt geeft hij ons nog twee geschenkjes die in New York van pas kunnen komen: een uit hout gesneden instrumentje om in de muil van ons lammetje te plaatsen zodat het niet meer kan zuigen bij de moeder en een stukje schors om thee van te maken. "Dat helpt tegen stress", zegt de herder. n

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234