Vrijdag 23/10/2020

Muziek

Pianist James Rhodes: getekend door misbruik, gered door muziek

Beeld BELGA

De Britse concertpianist James Rhodes (40) werd als kind jarenlang seksueel misbruikt. Enkele keren was hij bijna dood. In zijn memoires beschrijft hij nu hoe hij werd gered door de muziek van Bach en co. "Eigenlijk voer ik een verloren strijd. Het is de kunst dat te accepteren."

"Ik drink niet meer, ik gebruik geen drugs meer, ik doe niet meer aan zelfverminking. Soms is het leven klote, soms is het goed. Het zou fantastisch zijn als het voor de helft van de tijd goed is. Maar het is moeilijk en uitdagend, vind ik. En verpletterend en verwarrend. Is dat pessimistisch? Ik denk het niet. Ik vind het eerder realistisch. Mensen die de hele tijd gelukkig zijn, vertrouw ik niet."

Hij zegt het rustig. Oogt broos. Vloekt en stampt veel minder dan hij in zijn boek James Rhodes, pianist doet. In zijn kleine, Londense appartement heeft zijn vrouw Hattie thee met melk gezet, hangen twee katten onverschillig op de sofa, en vertelt James Rhodes over zijn leven en zijn werk. Emotioneel wordt hij daar niet van. Hoogstens zwijgt hij even nu en dan.

Het is nochtans nogal een leven geweest. Veertig is hij nu, en daarvan heeft hij amper vijf jaar zorgeloos doorgebracht.

Rhodes wordt van zijn vijfde tot zijn tiende seksueel misbruikt door zijn turnleraar op school. De fysieke en emotionele gevolgen van het misbruik zijn gigantisch. Hij raakt depressief en verslaafd, krijgt rugklachten, belandt in psychiatrische instellingen, kampt met een hoofd vol angst en mankementen, en is enkele keren bijna dood.

Rhodes in jeans en sneakers. "Klassieke muziek is het enige genre waarin gedicteerd wordt wat mensen moeten dragen en hoe ze zich moeten gedragen. Hallucinant."Beeld GETTY

"Zonder muziek zou ik niet meer leven. Laat staan dat ik een productief, stabiel en soms gelukkig leven zou leiden."
(uit James Rhodes, pianist, p. 13)

Op zijn zevende, terwijl turnleraar Peter Lee zijn leven tot een hel maakt, ontdekt Rhodes thuis een cassettebandje met daarop de Chaconne voor soloviool van Bach, uitgevoerd op piano door Ferruccio Busoni. Wat er in zijn binnenste uiteengereten is, wordt door deze klanken weer geheeld. Muziek zal zijn leven worden, weet hij vanaf dan. En het zal zijn leven redden, zo zal later blijken.

Op zijn tiende verlaat Rhodes het schooltje waar Peter Lee lesgeeft, gaat hij naar een kostschool, en stort hij zich op de pianomuziek. Een kleine dertig jaar later is Rhodes een gevierd pianist, geeft hij overal ter wereld concerten, en slaagt hij er en passant in om een nieuwe wind te doen waaien door de wereld van klassieke muziek.

"Klassieke concerten gaan meestal zo: de pianist komt op, draagt een smoking, en speelt zijn stuk. Het publiek, ook in chique kleren, leest in het programmaboekje wat er te horen valt die avond, applaudisseert als het gedaan is en dat is dat. Het is het enige muziekgenre waarin gedicteerd wordt wat mensen moeten dragen en hoe ze zich moeten gedragen. Hallucinant. Want zo sluit je meteen een groot deel van het publiek uit."

Rhodes pakt het anders aan. Hij draagt een jeans en sneakers, omdat hij zich daar nu eenmaal comfortabel in voelt. Hij praat met zijn publiek. Vertelt over het leven en het werk van de componist, en over het stuk dat hij gaat spelen. "Er zijn best veel mensen die meer willen weten over klassieke muziek, maar niet weten waar ze moeten beginnen. Daarin wil ik helpen. In mijn boek geef ik daarom ook een selectie mee van stukken en uitvoeringen. Want zelfs als je voor jezelf al hebt uitgemaakt dat je de Vijfde symfonie van Beethoven wilt kopen, dan moet je nog gaan kiezen tussen een stuk of driehonderd uitvoeringen."

Van zijn klassieke idolen hebben de meesten niet bepaald een gelukkig leven achter de rug. Ze waren lelijk, depressief, arm, getraumatiseerd, geestesziek. Is dat een voorwaarde om een goeie kunstenaar te zijn?

Rhodes: "Nee, integendeel. Ik hou niet van het idee van de getormenteerde kunstenaar. Ook al omdat die mannen niet gekker waren dan jij en ik. Ik ken niemand die nog nooit depressief of angstig is geweest, of geen littekens heeft. Jij wel? Het verschil is dat Bach en Beethoven en co. naar piano en papier grepen als ze zich slecht voelden, en dat ze een stuk begonnen te maken. Het was hun redding. Creatief zijn is dus net een teken van mentale gezondheid."

"Kinderverkrachting is de Mount Everest van alle trauma's. Hoe kan het ook anders? Ik ben vanaf mijn zesde jaar genomen, geneukt, gebroken, misbruikt en gemolesteerd. Keer op keer en jaren achtereen." (p. 30)

"Een veertigjarige man die zijn pik met grof geweld in de kont van een jongetje van zes steekt, dat noem je geen misbruik. Dat komt zelfs niet in de buurt. Dat is een gewelddadige verkrachting. Die leidt tot meerdere operaties, littekens (van binnen en van buiten), tics, dwangneurosen, depressiviteit, zelfmoordgedachten, ernstige zelfbeschadiging, alcoholisme, drugsverslaving, ronduit gestoorde seksuele afwijkingen, seksuele verwarring, paranoia, wantrouwen, dwangmatig liegen, eetstoornissen, posttraumatische stressstoornis, dissociatieve identiteitsstoornis en zo kunnen we nog wel even doorgaan." (p. 40)

Drie operaties aan de rug heeft Rhodes gehad. Er zitten nu titanium onderdelen in. Mentaal is hij kapotgemaakt. Wat nog erger is dan het fysieke misbruik, zegt hij, is dat het kind wordt opgedragen om er nooit met iemand over te praten.

"Dat betekent dat je de hele tijd moet glimlachen en je normaal gedragen als hij in je buurt is, want hij is je vader, je leerkracht, of de priester. Het maakt van het kind een partner in crime. Maar kinderen zijn niet gemaakt om twee gezichten op te zetten. Hoe langer je het doet, hoe meer fucked up je wordt. En het blijft decennia duren, het gevoel van schaamte en schuld en pijn en wantrouwen en haat. Dat bedoel ik met de Mount Everest: de gevolgen van het misbruik dijen altijd maar verder uit."

Bach, Prokofjev, Schubert, Beethoven, Brahms, Chopin, Mozart en Rachmaninov leerde hij later kennen. Wat James Rhodes op zijn veertiende al wel weet, is dat alcohol je voor even van de wereld kan doen verdwijnen, als je maar genoeg naar binnen kapt. Ondertussen verleent hij op de kostschool seksuele diensten aan medeleerlingen en leerkrachten, "want dat was ik nu eenmaal gewend".

Op zijn achttiende vertrekt hij naar de universiteit van Edinburgh. Het wordt een jaar vol drugs: blowen, heroïne roken, speed en cocaïne snuiven. Met als gevolg dat hij voor de eerste keer wordt opgenomen in een gesloten psychiatrische inrichting. Hij raakt er clean, haalt zijn diploma psychologie aan het University College van Londen, en begint aan een carrière in de Londense City. Het geld stroomt binnen, hij geeft het uit aan vrouwen, dure hotels, maatpakken en restaurants. Tot hij de vrouw ontmoet met wie hij zal trouwen en een zoon zal krijgen.

"Het was totaal van de pot gerukt om te denken dat een man als ik niet alleen kon trouwen, maar zo'n huwelijk ook nog zou kunnen volhouden, onderhouden en tot bloei brengen." (p. 99)

Een prachtig huis in een chique wijk in Londen, vier toiletten (waarom het er vier waren, begrijpt hij zelf nog altijd niet), een grote tuin en een prachtige Steinway-piano: James Rhodes wil zelf maar al te graag geloven dat het hem gelukt is zijn verleden het hoofd te bieden. Hij speelt opnieuw vaak en intensief piano, studeert hard op zijn stukken, ontmoet een mecenas die hem lessen aanbiedt bij een van de beste pianoleraars ter wereld, en slaagt er zo in om de moeilijkste stukken onder de knie te krijgen. Maar dan wordt zijn zoon vijf jaar.

"De dokters hadden me voor van alles gewaarschuwd, maar niet hiervoor. Toen ik vader werd, was het eerste gevoel er een van opluchting. Ik kon die onvoorwaardelijke liefde voelen voor mijn zoon, ik was dus geen psychopaat. Maar plots heeft hij de leeftijd waarop jij voor de eerste keer misbruikt bent. Je ziet je geweldige, perfecte zoon, en je kunt je niet voorstellen dat iemand zo'n kind kan aandoen wat er jou is aangedaan. Dat is verschrikkelijk."

Rhodes stort in. Hij koopt scheermesjes. Aanvankelijk om er mee in zijn lijf te kerven, later ook om er zijn polsen mee over te snijden, wat hem bijna lukt. Hij geeft concerten. Gaat naar de AA. Gooit er in een gesprek met een onbekende therapeute voor de eerste keer alles uit over zijn afschuwelijke verleden. Hij licht zijn vrouw in. Wordt opnieuw opgenomen in psychiatrische inrichtingen. Wordt volgepropt met medicatie. Probeert opnieuw zelfmoord te plegen.

Een bevriende miljonair betaalt zijn verblijf in een Amerikaanse psychiatrische kliniek. Daar komt hij redelijk uit. Hij legt een klacht neer bij de politie, maar ze kunnen Peter Lee niet opsporen; hij blijkt onder een valse naam gewerkt te hebben op de school. Rhodes koopt weer scheermesjes. Hij eet niet meer en rookt zichzelf te pletter.

En dan ontmoet hij twee mensen die zijn leven voorgoed veranderen. Denis, de man die een plaat met hem wil maken - het wordt de eerste in een reeks van vijf - en later zijn manager wordt. En Hattie, natuurlijk, de liefde van zijn leven. Hattie is geweldig, zegt hij. "Ik ben kwetsbaar, en zij ook. Samen zijn we sterk. Als we met z'n tweeën zijn, komt alles in balans, zo lijkt het."

Ergens in het boek schrijft Rhodes dat het een onvergeeflijke zonde is om een kind te verwekken zonder dat je er absoluut zeker van bent dat je er de verantwoordelijkheid voor kunt dragen. Hij heeft dat gedaan, bij zijn eerste vrouw. En toch denken hij en Hattie nu ook aan kinderen. Hij is er bang voor, zegt hij, maar dat mag een mens niet tegenhouden.

"Ik ben ook bang dat ik het verkloot op het podium, of dat ik onderweg beroofd word. Maar ik kan toch niet mijn hele leven in mijn bed onder het deken blijven liggen? Als ik echt zou voelen dat ik het niet zou aankunnen, een nieuw kind, dan zou ik het niet doen. Maar ik probeer een onderscheid te maken tussen mijn angst en de realiteit. En de realiteit is: Hattie is geweldig, ik heb mijn carrière en mijn vrienden, we hebben veel steun. Een kind krijgen is zowat het ingrijpendste wat je in een leven kunt doen. Maar ik voel me meer klaar nu dan vroeger."

Ondertussen heeft Rhodes muziekdocumentaires gemaakt voor BBC en Channel 4, toert hij de hele wereld rond met zijn klassieke concerten, heeft hij vijf cd's opgenomen, schrijft hij columns voor The Guardian en The Daily Telegraph. Hij is beste vrienden met Benedict Cumberbatch en Stephen Fry, en er zijn plannen om een eigen muzieklabel op te zetten.

Tegen Peter Lee legde Rhodes enkele jaren geleden een nieuwe klacht neer, en het onderzoek werd heropend. Lee werd gevonden, hij werkte als bokscoach voor tienjarige jongetjes. Hij werd gearresteerd en aangeklaagd voor tien gevallen van sodomie en aanranding, maar stierf vlak voor zijn proces.

Beeld Nieuw Amsterdam

"Voor mijn zoon" (p.5)

James Rhodes, pianist - opgedragen aan zijn zoon - is er niet zonder slag of stoot gekomen. Zijn eerste echtgenote probeerde de publicatie ervan tegen te houden. "Ze was bang dat het materiaal zo heftig is dat het onze zoon zou schaden. Onzin. Wat ik in het boek vertel, is al enkele jaren bekend in het Verenigd Koninkrijk. Hij hoeft me maar te googelen om er alles over te lezen. Het proces heeft veertien maanden geduurd en 2 miljoen euro gekost. Ze is tot bij het Hooggerechtshof geweest. Stel je voor dat dit boek verboden geweest zou zijn. Wat een precedent zou dat geschapen hebben voor journalisten, filmmakers en schrijvers."

Zijn zoon, die nu twaalf is, zou aan asperger lijden, lees je hier en daar, maar daar wil Rhodes niet veel over kwijt. "Ik kan alleen maar zeggen dat hij niet meer of minder kwetsbaar is dan iemand anders van zijn leeftijd. Ik moest hem laten testen wegens het proces, maar er was geen teken van autisme of asperger. Hij is een charmant en grappig kereltje, met veel vrienden."

Jack, een fictieve naam, woont met zijn moeder in Amerika. Drie of vier keer per jaar ziet Rhodes hem. Is dat genoeg? "Ja, het is goed zo. We facetimen ook elke week en we schrijven brieven."

Mist Jack zijn vader? "Natuurlijk. Ik mis hem ook vreselijk. Maar je wordt gewoon aan het gevoel van iemand te missen. En als ik hem zie, hebben we een geweldige tijd. Ik hoef niet de vader te zijn die zegt dat hij zijn huiswerk moet maken en op tijd naar bed moet."

Over zijn eigen familie spreekt Rhodes nauwelijks. Niet in het boek, niet in interviews. Bewust. Hij wil hen niet met een schuldgevoel opzadelen, zegt hij. Zijn ouders wisten niets van het misbruik. "Mijn moeder merkte niet dat er iets fout zat of wilde er niets van merken", schrijft hij. "Ik neem het haar niet kwalijk. Ze was een jonge, naïeve moeder die het leven niet goed aankon en wanhopig probeerde haar ellende te beheersen, ook al ging ze gebukt onder een slapeloosheid waar geen valium tegenop kon, met een heel gezin om voor te zorgen en zonder te weten hoe dat moest."

Maar hij en zijn moeder staan nu dichter bij elkaar dan ooit, zegt hij, en dat is goed zo.

Ook met zijn eigen zoon heeft Rhodes ondertussen gepraat over zijn verleden. "Hij weet er deels van. Hij weet ook dat er een boek is. Maar ik wil niet dat hij het leest voor hij 18 is."

Zijn ex-vrouw en zijn zoon wonen in Amerika, en daar is het nog niet uitgebracht, maar natuurlijk kan een boek tegenwoordig de weg over de oceaan wel vinden. "Dan is het zo. Ik denk dat we kinderen onderschatten. Het idee dat hij een psychiatrische crisis krijgt omdat hij leest over zijn vader die als kind misbruikt werd, is belachelijk." De laatste keer dat Rhodes een psychiatrisch ziekenhuis uitliep, was in 2007. Bijna tien jaar geleden is dat. Maar, zo schrijft hij:

"Ik heb geen idee of ik de komende paar jaar overleef. Ik heb al vaker momenten gehad dat ik me goed, sterk, stabiel en robuust voelde en het daarna toch allemaal weer naar de klote ging. Ik ben helaas altijd maar twee slechte weken verwijderd van een gesloten afdeling." (p.267)

Dat geldt nog steeds, zegt hij. "Hattie kan mij verlaten. Ik kan mijn handen breken en geen piano meer spelen. Mijn ex-vrouw kan mij het bezoekrecht aan mijn zoon ontzeggen." Dat klinkt fragiel. "Dat is het ook. Ik haat het. Maar het is wat het is. Ik kan het niet minder fragiel maken." Er zullen dingen gebeuren in zijn leven, zal hij sterk genoeg zijn? "Dat weet ik niet. Vraag me het over een jaar nog eens opnieuw."

Ergens in het boek schrijft Rhodes dat hij elke dag beseft dat hij het nooit zal kunnen accepteren. Dat er niets is dat hij kan doen om het ooit draaglijk te maken. Het klinkt alsof hij een verloren strijd voert. Hij zwijgt even. "Zo zou je het kunnen bekijken. Maar als ik dat kan accepteren, dan is er geen strijd meer. Het is gewoon wat het is. Elke dag lees of hoor of zie ik iets wat me aan mijn verleden doet denken, en dat zal ik nooit kunnen veranderen. Het enige wat ik kan veranderen, is mijn reactie erop."

Denkt Rhodes dat hij ooit minder boos zal zijn? "Nee. Maar de tijdspannen tussen mijn periodes van woede zullen wel langer duren, denk ik. In plaats van elke minuut zullen het uren worden, en dan dagen, en dan misschien enkele weken, en misschien zelfs enkele maanden. Althans, dat hoop ik."

Meermaals was Rhodes bijna dood. Is hij toch blij om te leven? Hij zegt weer even niets. "Dat is een moeilijke vraag. Ik weet het niet. Soms. Soms zou het zo fijn zijn om niet te bestaan. Ken je dat, dat je zo moe bent en gewoon voor altijd wilt slapen? Maar op een goeie dag kan ik ook gelukkig zijn. Omdat ik een vader ben, en een echtgenoot. En omdat ik muziek maak."

James Rhodes is op 13 november te gast op het Crossing Border Festival in Den Haag. www.crossingborderfestival.nl

James Rhodes, pianist verschijnt bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Elk hoofdstuk daarin begint met een verwijzing naar een muziekstuk en de uitvoerder. De uitvoeringen zijn gratis te beluisteren via Spotify.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234