Woensdag 22/01/2020

Philippe Nahon

'Vaak werd ik niet betaald voor een rol. Ik sta liever voor de camera in plaats van niets te doen. Ik help graag jongeren die met me willen werken'

Theaterman wordt doodeenzame Crusoë in film

Hij wordt wel eens met Jean Gabin of Lino Ventura vergeleken, maar in tegenstelling tot die monstres sacrés werd het grootste deel van de filmcarrière van Philippe Nahon door bijrollen bepaald. Tot zijn provocerende rol van ex-slager in het subversieve Seul contre tous (1998) van hem een icoon maakte en hij door vele jonge Franse regisseurs gevraagd werd. In zijn jongste film, de Belgische productie Vendredi ou un autre jour, levert Nahon als Robinson Crusoë een wanhopig gevecht tegen de eenzaamheid.

Brussel

Van onze medewerker

Luc Joris

In Vendredi ou un autre jour, Yvan Le Moines adaptatie van Michel Tourniers bestseller Vendredi ou les limbes du Pacifique (een variant op het mythische Crusoëverhaal), ondergaat Nahon een heuse metamorfose. Bijna de hele film lang is hij zo goed als onherkenbaar dankzij een pruik met wilde lange haren en dito baard en snor. "Ik wil het toch even vermelden, maar de Naamse grimeuse Fabienne Adam heeft schitterend werk geleverd. Haar bijdrage was heel belangrijk. Ik had vijfendertig draaidagen. Om halfzes 's morgens begon ze me te maquilleren. Tegen zeven uur waren we klaar. Omdat er niet chronologisch gedraaid werd, moest ik tijdens de dag soms opnieuw van pruik, snor en baard veranderen. Nadien moest Fabienne de lijm eraf doen voor de volgende dag. Het waren lange dagen voor haar."

Le Moines film laat zich het best samenvatten als een soort studie van eenzaamheid. Gedurende meer dan twintig jaar blijft Nahons personage helemaal alleen op een eiland in de Stille Zuidzee achter. Pas laat krijgt hij het gezelschap van de kleurling Vrijdag, maar sympathiek kun je hun meester-slaafrelatie niet noemen. Nahon wordt vaak gecast als bikkelharde cop, seriemoordenaar, getroebleerde ziel of eenzaat, maar hij is geen fan van eenzaamheid. Integendeel. "Ik heb veel vrienden en een formidabele familie. Soms trek ik voor een paar dagen alleen naar mijn huis in Bretagne, niet ver van Brest. Ik wandel er op de rotsen of op het strand. Na drie of vier dagen krijg ik het toch moeilijk." Die stilte, intense repetities of gesprekken met de regisseur heeft Nahon ook niet nodig om zich op een rol voor te bereiden. "Ik treed onmiddellijk in een personage. In Seul contre tous heb ik alleen maar geïmproviseerd. Ik heb nooit een scenario van Gaspard Noé gekregen. Trouwens, toen mijn vrouw de film zag, zei ze me dat ze er zich niet bewust van geworden was dat ik zo'n harde rol had. Ze had het niet aan me gezien. Vanaf het moment dat men 'cut' roept, ben ik opnieuw Philippe Nahon."

Zoals zoveel acteurs is ook Nahon een kind van het theater. Als tiener trok hij vaak alleen naar de Comédie-Française. Voor een oude Franse frank kocht hij zich een zitje in de foyer. Als hij samen met zijn vader ging, een man met een belangrijke post in een bank en de persoon die hem die liefde voor het theater bijgebracht heeft, zat hij in een zetel in de orkestbak. "Ik herinner me nog heel goed de dag waarop ik na een voorstelling tegen mijn vader zei dat ik ooit aan de andere kant zou staan. 'Je bent gek', luidde het. 'Het is een heel onzeker beroep. Je zult altijd een vogel op een bank zijn.'"

Maar Nahon volgt koppig zijn eigen weg. Vanaf zijn vijftiende speelt hij amateurtheater, onder meer op Ile de Ré. Vervolgens versiert hij een job als regisseur bij het nu verdwenen Les Trois Baudets, een cabarettheater met Raymond Devos en Jacques Brel op de affiche. Nadien volgt de grote leegte: achtentwintig maanden legerdienst in Algerije. Nahon zit op een post aan de grens met Tunesië. Als radioman wisselt hij patrouilles via het seinen van morse. Op verzoek steekt Nahon er een toneelstuk met dansnummers in elkaar. En hij zingt 'Le deserteur', een toen in Frankrijk verboden lied. "Ik heb er enkele dagen in de gevangenis voor moeten zitten. Maar uit zo'n oorlog kom je niet onverschillig." Terug in Parijs raakt hij via vrienden van zijn vader aan zijn eerste filmrol: een gangster in Le doulos van de grote Jean-Pierre Melville. "Ik was heel verlegen, maar ik mocht sterven in de armen van Serge Regianni. Het was buitengewoon."

In de volgende jaren vinden we Nahon vooral op de toneelplanken terug. Hij trekt gedurende enkele jaren met een toneelgezelschap door de Provence - het klassieke repertoire, van Molière tot Le cid - en is verbonden aan het Théâtre de la Ville. Zijn filmografie dikt zich aan met tv-films en bijrollen in films van Jacques Doillon, René Feret en Roumain Goupil. Tot Noé hem in 1991 contacteert voor Carne, een kortfilm waaruit later het provocerende Seul contre tous gedistilleerd wordt. Het is de film die hem opnieuw onder de aandacht brengt.

Vooral jonge regisseurs weten hem te vinden: Mathieu Kassovitz (La haine), Jacques Audiard (Un héro trop discret), Christophe Ganz (Le pacte des loups), de Belgen Benoît Mariage (Les convoyeurs attendent) en Fabrice Du Welz (Calvaire) en ettelijke kortfilmers. "Of je nu een langspeler of een kortfilm draait, het is dezelfde manier van werken. Vaak werd ik er niet voor betaald. Dat trek ik me niet aan. Ik sta liever voor de camera in plaats van niets te doen. Ik help graag jongeren die met me willen werken."

Hoe je het ook draait of keert, de rol van zijn leven blijft die van de verbitterde paardenslager in Seul contre tous. Nahon wil er het volgende over kwijt: "Hij is geen racist. De bourgeoispers heeft er een racist van gemaakt. Hij wordt rancuneus. Trouwens, extreem rechts verwerpt de film. Iedereen zegt ook altijd dat hij incest met zijn gehandicapte dochter pleegt. Ik heb me altijd tegen dat idee verzet. Toen we de film opnamen, had mijn dochter ongeveer dezelfde leeftijd. Dus dat geneerde me enorm. Ik heb nooit willen aanvaarden dat er van incest sprake was. Voor Noé natuurlijk wel. Tien jaar later is hij er in Irréversible in geslaagd om me te laten bekennen, in de scène waarin ik in de gevangenis zit, dat ik met mijn dochter geslapen heb. Het was eruit voordat het tot me doordrong wat ik gezegd had. Hij is een leperd. (lacht)" Momenteel heeft Nahon een project op stapel met Alain Corneau: een remake van de Melvilleklassieker Le deuxième souffle, met Daniel Auteuil, Jacques Dutronc en Monica Bellucci. "Mijn vrouw zei onlangs nog tegen me: 'Je bent goed geslaagd in je leven.' Dat klopt. Ik doe graag wat ik doe. Ik heb twee slechte filmervaringen gehad, omdat het niet vlotte met een acteur, maar voor de rest was het schitterend."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234