Maandag 12/04/2021

Philippe Geluck tekent niet alleen 'De Kat', hij ís ze ook

'Het is me weleens overkomen dat ik al dromende ideeën vond. Dan begin ik te lachen in mijn slaap waardoor ik mijn vrouw wakker maak''Als God de smeerlapperij in de wereld gewoon laat gebeuren, verdient hij het dat ik niet in hem geloof. Als hij daarentegen rechtvaardig is, zullen mijn vrijpostigheden hem amuseren'

Betty Mellaerts/Foto's Filip Claus

Je moet door de rue Hergé om bij tekenaar Philippe Geluck te geraken. Het is vanzelfsprekend dat hij in die buurt een huis vond, hij kan geluk zien. Zijn onsterfelijke Kat - 'Als de kerel die mij tekent op een dag sterft, pleeg ik zelfmoord' - laat Wallonië gniffelen, maar schopt ook ongedwongen tegen schenen. Hij is open, geestig en zachtaardig, vertoont geen sprankel eigendunk en zet de heerlijkste koffie.

'Twee dingen wist ik als kind al heel zeker: dat ik een artiest zou worden en dat ik geen legerdienst wou doen. Ik ben ook geen soldaat geworden. In het leger hoeft het niet noodzakelijk in je nadeel te spelen, maar ik heb me laten doorgaan voor een alcoholicus en ik ben afgekeurd. Ze hadden nochtans miliciens nodig, dat jaar. Zouden ze me na vijfentwintig jaar nog oppakken als ik u vertel hoe het gelopen is?'

Neen, natuurlijk niet, garandeer ik hem.

"Voor ik naar het Klein Kasteeltje vertrok, heb ik me in een week niet gewassen of geschoren, ik heb niet meer gegeten en dezelfde kleren aangehouden. Net voor ik binnenging, dronk ik twee slokken wodka en stak de fles in mijn zak. Ik zag eruit als een clochard en de geur van alcohol kwam je van ver tegemoet.

"Ik had de jaren voordien al rollen gespeeld in het Théâtre National, maar het theater is niet het medium dat het meest gevolgd wordt in België en al helemaal niet door militairen, dus was mijn naam hun niet bekend. Ik heb me netjes gemeld en het heeft geen tien minuten geduurd of ik stond alweer buiten. Ik werd naar de psychiater gestuurd. Die vroeg waarom ik dronk. Ik zei: ik drink niet. Ik zie nog altijd hoe hij in grote rode letters met veel uitroeptekens op mijn dossier schreef: tijdelijke zelfmoordneigingen. De psychoanalyse in het leger verhoudt zich tot de echte analyse zoals militaire marsen tot echte muziek: laten we het ons vooral niet te moeilijk maken!

"Ik besliste acteur te worden toen ik negen was. Dat kwam door mijn dictieleraar. Hij was de eerste kunstenaar die in mijn schooluniversum zijn intrede deed. Hij heeft ons over het leven van Molière verteld en ik wist: dat is wat ik wil doen.

"Na mijn humaniora heb ik gedurende drie jaar een acteursopleiding gevolgd. Iedereen zegt dat dat niet hoeft en een heleboel grote acteurs hebben het ook niet gedaan, maar het verknoeit niets. Ik heb er leren improviseren, mijn stem leren beheersen, klassiek leren dansen, wat verder tot niets heeft gediend omdat ik er heel slecht in was, en leren tapdansen, waar ik ook nooit iets van terecht heb gebracht. Nutteloze dingen dus, maar wel heel leuk om te doen. Later moet je je ontdoen van wat je op school hebt geleerd. Zo had ik een leerkracht die ons zei dat we na een voorstelling warme thee met honing moesten drinken, wat ik nauwgezet deed en toch had ik stemproblemen. Toen speelde ik een grote, uitputtende rol in de Driestuiversopera van Brecht en na elk optreden zag ik mijn collega's gewoon bier drinken. Op een dag had ik écht te veel dorst en dacht: jammer voor de leerkracht maar ik neem een pintje. 's Anderendaags reikte mijn stem boven die van de anderen uit en ik ben het tot ieders voldoening na elke vertoning blijven doen.

"Toen mijn opleiding voorbij was, wilde een vriend van mij in verscheidene theaters auditie doen en hij vroeg me om zijn replieken aan te geven. Ik ben met hem meegegaan, ook naar het Théâtre National. Aan het eind van zijn auditie hebben ze hem bedankt en mij gevraagd om te blijven. We zijn vrienden gebleven, gelukkig. Ik had geen vastomlijnde carrièreplannen en het is bijna vreselijk om toe te geven, maar toen ze mij een hoofdrol aanboden, vond ik dat vanzelfsprekend en zo is het in mijn leven blijven gaan. Alles haakte gewoon in elkaar. Ik heb nooit werk moeten vragen of zoeken, men is het me altijd komen voorstellen.

"Ik heb geluk gehad, zeker wel, maar ik heb ook vaak keuzes moeten maken. Ik heb programma's bij radio of televisie stopgezet zonder een alternatief te hebben, omdat ik vond dat ik artistiek gezien rond was. Ik heb ook vaak neen gezegd, erg verleidelijke voorstellen afgewezen omdat ik niet helemaal overtuigd was. Ik ga voort op mijn intuïtie, denk pas achteraf na, al ben ik niet impulsief. Weet je, geluk komt bij veel mensen gewoon voorbij, maar je moet het zien en het op het goede moment grijpen. En dat is niet aan iedereen gegeven. Soms zie ik het bij vrienden gebeuren, dan zeg ik: doe het, dit is een goede zaak voor jou, maar ze twijfelen en het geluk is weg. Ik heb er een zesde zintuig voor. Daar heb ik nu geluk in. Net als in mijn artistieke gave. Die kan je verfijnen, temmen, in goede banen leiden, maar je moet ze eerst krijgen. De uitreiking van de talenten waarmee je je leven begint, gebeurt onrechtvaardig."

"We woonden in Brussel in een groot huis en een ruitenwasser kwam de ramen zemen. Op een bepaald ogenblik ging hij naar het toilet. Mijn broer en ik hadden daar tekeningen opgeplakt over de familie en de politiek, een soort muurkrant. Die man was dat allemaal gaan lezen en heeft hardop gelachen. Hij vroeg aan mijn moeder of hij er enkele mocht meenemen om ze te laten zien aan een vriend die bij een tijdschrift werkte. Dat was het begin van mijn tekencarrière.

"Het tekenen zit in de familie. Mijn broer is graficus geworden en mijn vader is politiek tekenaar geweest, van 1945 tot 1953. Hij maakte karikaturen en omslagtekeningen voor de Pourquoi Pas. We leefden tussen het papier en de penselen en potloden. Ik heb nooit les in tekenen gehad, maar alles al doende gevonden, door te kijken.

"Mijn eerste tekeningen waren wreedaardig, van een zeer zwarte humor, beïnvloed door de tekenaars van het Franse satirische tijdschrift Hara Kiri. Ik geloof dat mijn eerste tekening er een was van een visser met één arm. Hij heeft beet en aan zijn haak hangt een arm.

"Als adolescent was ik erg somber. Ik voelde dat de adolescentie niet meer dan een doorgang was. Ik voelde mij een gevangene van de school. Als zestien-, zeventienjarige zag ik het einde van de tunnel, ik wist dat de zon scheen aan de andere kant, dat het geluk daar lag, maar ik liep er nog in.

"Ik was een goede leerling, maar ik stond voor een muur van onbegrip. Eind jaren zestig kwam de vrijheid, Woodstock, de Beatles, lange haren. Ik zat op school, mijn haar was kort, ik droeg een das en al wat artistiek was, werd veracht. Alleen wat ik afgrijselijk vond, wiskunde en wetenschappen, was voor hen waardevol. Sindsdien heb ik alles omgegooid. Het belangrijkste is nu literatuur, kunst, filosofie, talen, communicatie. Rekenen heeft voor mij, net als voor veel mensen, geen enkel belang. Zolang je je brood kunt afrekenen en je wisselgeld kunt tellen, is het goed. Er is maar een heel kleine minderheid gediend met wiskunde. Wat vindt u daarvan?"

"Precies hetzelfde", antwoord ik.

"Gelukkig denken mijn kinderen er net zo over", zegt hij. "Mijn zoon niet", zeg ik. "Die houdt wel van wiskunde."

"U moet hem straffen, het eruit slaan", grapt hij met een uitgestreken gezicht.

'Alles waartegen ik mij op school verzette, is terug te brengen tot één man: de prefect. Hij is het enige wezen dat mijn pad gekruist heeft voor wie ik haatgevoelens koester. Als hij eenmaal een bevel had gegeven, was er geen enkele ruimte meer voor dialoog, echt militaristisch, onmenselijk. Ik geloof dat je altijd met de mensen moet praten. Gehoorzamen, ook al is de opdracht onnozel, ligt me niet.

"Ik was het op school vaak niet eens met de leerkrachten of die prefect en kwam daarvoor uit. Het was geen gratuite opstand, ik had erover nagedacht. Mei '68 was toch nog heel fris. We kwamen uit een strakke en ernstige maatschappij, censuur bestond nog, Vietnam woedde. Je wist waartegen je moest protesteren, de dingen waren duidelijk. Hippies en beatniks waren edelmoedige opstandelingen die de liefde predikten. Nu zijn sommige jongeren zo ontredderd omdat ze niet meer weten waartegen ze in opstand moeten komen, zodat ze zichzelf beschadigen of zelfs vernietigen met piercings, littekens, drugs.

"Moeten we nu pleiten voor een hardere maatschappij zodat de jeugd ertegen kan schoppen? Voor hen is dat in elk geval gezonder. Mij heeft het geholpen. Ik heb ontdekt dat ik me niet beter voel als de dingen zonder problemen gaan. Ik hou van uitdagingen. Misschien moest ik me aan een aantal dingen stoten om mezelf te bewijzen dat ik leefde.

"De Kat is mij ook min of meer per ongeluk overkomen. Het begon in 1983. Luc Honorez, journalist bij de krant Le Soir, zocht een tekenfiguur. Dat wist ik, maar ik had het erg druk. Ik speelde toneel, ik had een televisieprogramma en had het ontwerp almaar uitgesteld. Luc drong aan, belde en zei: er zijn nog een drietal andere kandidaten, morgen wordt er op een vergadering over beslist. Je stuurt tegen morgenochtend een tekening door of het wordt niets. Toen ben ik er 's avonds voor gaan zitten.

"Om de mensen na ons huwelijksfeest te bedanken voor hun attenties had ik een koppel katten getekend, een vrouwtje met fladderende oogjes en een mannetje met ronde brillenglazen, zoals ik ze draag. Als je het kaartje openvouwde, bedreven ze de liefde. Familie was hier en daar wel geschokt hoor: 'Oh wat leuk, twee poezen!' Tot ze het kaartje openden.

"Ik heb erop doorgedacht, de kater overeind gezet, een das omgedaan en het was vertrokken. Het had ook iets anders kunnen zijn: ik had al weleens een vogel getekend of een paar koeien.

"Diezelfde avond heb ik vier, vijf gags gemaakt, dat ging echt goed. Ik ben naar boven gelopen, heb mijn vrouw gewekt en haar de tekeningen getoond. Ze heeft er hard om moeten lachen, mij had het geamuseerd om ze te maken, dus ik dacht: dit zit wel goed. 's Anderendaags heb ik ze naar de krant gestuurd en ze werden aanvaard. Eerst moest ik elke week een strip maken, dus wou ik een voorsprong nemen. Dat eerste weekend heb ik er 120 getekend en er veel van overgehouden.

"Ofwel schieten de ideeën mij zo te binnen ofwel ga ik aan mijn tafel zitten en werk op een thema. De inspiratie komt meestal snel. Ik werk graag, de inspanning is het hele plezier. Ik heb een tijdje geprobeerd om ideeën op te doen bij het lezen van boeken, maar dat wordt afschuwelijk. Je kan niet meer voor je plezier lezen, dus dat heb ik afgeschaft. Als ik lees, lees ik, als ik werk, werk ik.

"Het is me weleens overkomen dat ik al dromend ideeën vond. Dan begin ik te lachen in mijn slaap waardoor ik mijn vrouw wakker maak. Ik probeer haar dan uit te leggen wat er zo grappig is. Soms is het onnozel, soms kan ik het niet uitleggen, maar een keer of drie bleek het een goed idee dat ik meteen opschreef en later gebruikte."

"Ik kreeg alle teksten van de bijlagen uit de krant op voorhand toegestuurd en ik mocht interveniëren met een tekening waar ik wou. De Kat was een stoorzender, hij dook op plaatsen op waar men hem niet verwachtte en dat wekte al eens irritatie op. Sommige ouderwetse journalisten beklaagden zich daarover bij de hoofdredacteur: 'Ik probeer hier een ernstig artikel te schrijven en dan staat die kat daar wat onnozel te doen.' Op den duur wisten ze wanneer ik op de krant kwam werken en begonnen ze hun teksten zo laat mogelijk in te leveren. Tot ze na enkele maanden beseften dat de geïllustreerde artikels veel meer gelezen werden dan de andere. Van dan af kwamen ze als bij toeval even langs om me te vertellen dat ik mocht doen wat ik wilde, hoor, maar dat ze een tekst hadden waarin misschien wel een aardige tekening zat. Ik bleef onverstoorbaar. De Kat had de aandacht getrokken, was sympathiek geworden en innemend, hij werd een afspraak en ten slotte onmisbaar.

"Maar de echte grote doorbraak kwam er pas met het eerste album, dat oorspronkelijk door Casterman geweigerd werd omdat de uitgeverij dacht dat het publiek er geen interesse voor zou hebben. Ik heb gewacht, maar ik geloofde er heel erg in. Ik heb het nog eens voorgesteld: als jullie het niet doen, geef ik het album zelf uit. Dat vonden ze nu toch niet echt de taak van een tekenaar en ze drukten op drieduizend exemplaren. Op drieënhalve dag waren die de deur uit. Het werd een gigantisch succes, maar dat begreep Casterman niet, ook de herdrukken verschenen op drieduizend exemplaren. Ondertussen is het album 130.000 keer verkocht. Bij het tweede boek hebben ze overigens dezelfde vergissing gemaakt: 'Het eerste is een succes, ja dat is normaal, een toevalstreffer...' Ach, dat is België.

"Je brengt met je boek duizenden mensen aan het lachen, maar je bent er niet bij. Gelukkig kan ik ook voor publiek optreden bij radio en televisie en ervaar ik die lach ook lijfelijk. Iemand laten lachen is een ongelooflijk plezier omdat je geluk brengt, die indruk heb ik toch. Het ontroert me als mensen me zeggen: een familielid zat in de put, ik heb hem jouw boek gegeven en het heeft hem door een operatie of een ziekte geholpen. Dan besef ik dat het niet nutteloos is wat ik doe.

"Hoe bekender je wordt, hoe meer mensen verwachten dat je geestig bent als je ze ontmoet. Toch zijn ze niet schaamteloos, hoor. De Kat is geen dijenkletser, dus word ik in de winkel niet gevraagd om nog eens een mop te vertellen. Je moet vooral niet in de fout vervallen om voortdurend iedereen overal aan het lachen te willen brengen, dan wordt het krampachtig. Ook voor het boek is dat zo. Er is plaats voor emotie, mensen moeten al eens kunnen nadenken over de dingen, glimlachen, hard lachen. In het gebruik van humor moet je fijngevoelig zijn.

"Vanzelfsprekend ben ik De Kat, met het masker op uit het Griekse theater. Ik grimeer en verkleed me als kat om de dingen anders te kunnen zeggen, van op een afstand. Sommige komieken zien er van nature al komisch uit. Bij mij zit het binnenin en de kat is mijn vertolker. Als ik er had uitgezien zoals hij, was ik vast acteur gebleven."

'Een zekere ernst is mij niet vreemd. Ernst is het besef van de kwetsbaarheid van de dingen. Humor gebruik ik als schild tegen de wisselvalligheden van het leven. De zwarte humor ging na mijn schooltijd voorbij, met ouder worden rond je de scherpe kanten wat af. Toen vond ik dat kwaliteitshumor stout moest zijn, hard en wreed. Nu weet ik dat je zachter en toch even sterk kan zijn, maar aan lieve humor ben ik nog niet toe! "Humor is een wapen dat meer deugd doet aan wie de grappen bedenkt of leest dan kwaad aan degenen tegen wie ze gericht zijn. Zelfs politieke tekeningen halen niet zoveel uit. Mijn humor vecht nu tegen domheid en somberte. Hij beschermt me tegen morele agressie, de miserie, het lijden van de anderen. Als ik niet had getekend, was ik misschien hulpverlener geworden. Dat komt door mijn opvoeding. Mijn vader was een militante communist, de eerlijkste mens die ik ooit heb ontmoet. Hij ontvlamde voor elke goede zaak die in de actualiteit kwam. Ook nu nog houdt hij zich bezig met een vereniging voor het milieubehoud en probeert de planeet te redden voor wie na ons komt. Thuis werd veel over politiek gepraat. Ik ben negen jaar na de oorlog geboren en heb nooit onder de gevolgen ervan geleden maar ik hoorde in mijn jeugd over niets anders praten. Mijn ouders en hun vrienden hadden die oorlog wel ten volle meegemaakt, velen van hen waren joden. Toch was het leven niet triest; ik heb feest met hen gevierd, ze waren vrolijk terwijl ze alle redenen hadden om het niet te zijn. Zij wilden een betere wereld bouwen met hoop en broederlijkheid zodat die gruwel nooit meer zou gebeuren. Ze hebben er met enthousiasme voor gevochten, maar je ziet dat het resultaat niet geweldig te noemen is. Hun idealisme ontroert me diep, misschien heeft het me toch erg beïnvloed. Het geeft je een geweten en een gevoeligheid die je anders niet zo meekrijgt.

"Mijn familie is atheïstisch en ik heb een kijk op de kerk die niet ver afstaat van die op het leger. Het verschil is dat de kerk rust op een beginsel van broederlijkheid, maar zodra het een instituut wordt met diensthoofden en bazen, moet je op je hoede zijn. Het leven is moeilijker als je niet gelooft, je moet een eigen levensethiek opbouwen, maar in onze cultuur baad je toch in een christelijke beschaving. Daarom veroorloof ik mij af en toe grappen over God of het geloof. Mensen schrijven me dan boze brieven, wat me verbaast. Tenslotte ontvangt de koning in mijn naam de paus, ook al ben ik het er niet mee eens. Ik betaal pastoors met mijn belastingen. Dus ga ik ervan uit dat ik af en toe als een kwajongen met God mag lachen. Als hij de smeerlapperij die er overal in de wereld is gewoon maar laat gebeuren, verdient hij het dat ik niet in hem geloof. Als hij daarentegen rechtvaardig is, zoals men zegt, zullen mijn vrijpostigheden hem veeleer amuseren.

"Hoe fantastisch mijn jeugd ook was, ik had niet het gevoel dat ze mij toebehoorde, ik was de zoon van mijn ouders. Toen ik achttien was, werd ik van mij, alsof ik voor de tweede keer geboren werd. Ik wist: mijn leven begint nu en ik ga het in handen nemen. De ontmoeting met mijn vrouw was mijn derde geboorte, het begin van mijn leven met twee. Als je alleen bent, is egoïsme niet veraf, met zo'n belangrijke liefde is dat niet meer mogelijk.

"Het was liefde op het eerste gezicht, net als in de film. Daar werkten we ook aan: ik was acteur en zij scriptgirl. Het duurt nu al drieëntwintig jaar en ik ben nooit op iemand anders verliefd geworden. Een dichter heeft gezegd: het grootste avontuur van de twintigste eeuw is het koppel. Dat is zo. Het is een uitdaging en daar hou ik van. Je moet beschikbaar zijn, vrijgevig, de andere niet beladen met je angsten en zorgen, luisteren, signalen van je geliefde proberen op te vangen. Je kan beslissen om de deur te sluiten voor verleidingen, maar het moet wel een stevige deur zijn zodat ze nog met geen stormram open te beuken valt. Het kan gebeuren dat je toch nog overspoeld wordt door een verliefdheid, tenslotte kan je ook omvergereden worden door een autobus en daar heb je al evenmin verweer tegen.

"Ik heb mijn vrouw verleid met humor, ja, na de liefde op het eerste gezicht moet je haar ook zien te houden! Wij hebben het geluk gehad dat we elkaar niet te vroeg hebben ontmoet, we hadden beiden andere avonturen gehad. Dat is het verschil: met haar was het liefde, geen avontuur. Het is niet slecht eerst een beetje te leven, anders blijf je je over de liefde vragen stellen die je op een dag toch beantwoord wil zien. Ik wist dat zij de vrouw van mijn leven was. Alles was anders. Honderdvoudig. En dat is niet veranderd."

Er zit geen sleet op ontroering?

"Een man mag huilen, ja hoor. Ik heb gehuild bij de film Brassed Off, als de band 'Danny Boy' gaat spelen onder het raam van de vader en dan die close-up van de zoon! Vreemd genoeg heb ik ook moeten huilen tijdens de herdenking van de landing in Normandië. Die oude Amerikanen die voor het eerst terug op het strand kwamen waar ze hun vrienden hadden verloren terwijl zij tussen de kogels door hadden weten lopen. Die duizenden graven met witte kruisen en daarin jonge mensen van twintig. Ik dacht: ik kan vrij leven dankzij hen en dat liet me in mijn zetel als een sukkel snotteren.

"Ik heb ook gehuild bij de geboorte van mijn zoon. Je ziet, ze stromen nogal, mijn tranen. Ik drink veel water, dat moet tenslotte ergens verwijderd worden! Bij mijn dochter niet meer, toen was ik al een vaste klant, liep ik groetend het ziekenhuis binnen: hier zijn we weer!

"Bij de eerste was het een onbeschrijflijk gevoel. Zijn geboorte heeft ook de angst die ik tot dan had voor mijn eigen dood weggenomen. Ik begreep: dat is het leven, je zal plaats moeten maken voor hem."

De Kat zegt: "Met het voortschrijden van de tijd blijft een klootzak een klootzak en wie het niet was, wordt het." Of hij dat echt gelooft, vraag ik.

"Tja, de schrijver wou provoceren. Het is waar voor een groot deel van de wereld. Veel mensen verbitteren met ouder worden. Velen zeggen dat ze jong zijnde links waren en daarna verrechtst zijn. Weinigen leggen de weg in omgekeerde zin af. Wie jong is, wil nog wel delen, maar later denken mensen alleen nog aan zichzelf. Ik wil me daartegen wapenen. Geld maakt van mensen klootzakken. Ze zouden op het hoofd van hun buurman of zelfs hun geliefden lopen omwille van het geld. Het ultraliberale economische systeem is afschuwelijk omdat het de andere verplettert. Bill Gates wordt groot door zijn concurrenten af te maken en op te kopen. Waarom wil een mens altijd sterker en beter zijn dan de andere? Waarom kan je geen economie maken waarin je elkaar helpt? Dat is zo mooi aan kunst: een geniale schilder belet een andere niet het ook te zijn.

"Thuis hebben we nooit veel geld gehad en toen ik na mijn eerste boek de platenwinkel binnenstapte en drie platen tegelijk kocht, had ik het gevoel Onassis te zijn. Nu wonen we in een mooi huis en ik verdien mijn brood, maar ik werk ook al vijfentwintig jaar en ik heb nooit concessies gedaan. Als De Kat in Frankrijk echt doorbreekt, zal ik heel veel geld verdienen, maar nu is het nog niet zo. Al wat met de commercialisering van De Kat te maken heeft, hou ik nauwlettend in de gaten. Alle gadgets moeten hier of in het slechtste geval in Europa gemaakt worden en in goede omstandigheden. Ik heb altijd geweigerd om iets in het Verre Oosten te laten vervaardigen. Ik heb alleen maar dingen willen doen waar ik trots op kon zijn.

"Onze behoeften zijn ook niet veel veranderd. Vorige week kregen we een doos kaviaar cadeau. We hebben vrienden uitgenodigd om ze leeg te eten en ik vroeg aan mijn vrouw: weet je nog hoe we nooit zoveel kaviaar hebben gegeten als toen we arm waren? Het eerste jaar dat we elkaar kenden, vierden we voortdurend kleine verjaardagen: drieëntwintig dagen samen, zevenendertig. Op een dag had ik voor een optreden bij de radio enkele duizenden franken gekregen en terwijl we verder geen cent bezaten, heb ik al het geld erdoor gedraaid aan acht dozen kaviaar en enkele flessen champagne. We vierden tenslotte onze vijfenzestigste dag!"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234