Maandag 14/06/2021

Peter van Straaten

Uit de onderste la van de 'chroniqueur van het dagelijks leven'

'Ik geniet van dat stiekeme'

Een jongeman die zijn jongeheer toont aan de wel zeer geïnteresseerde oude dame in de bookshop. Of tientallen glunderende jonge meiden die door de knappe knapen van Salon de léchage worden onthaald op een heftige befbeurt. In cartoons als Vader en zoon en Doe ik het goed? is Peter van Straaten de fijnzinnige chroniqueur van het leven. Maar, al is hij reeds 72, hij heeft nog steeds een driftige kant, zo bewijst zijn erotische bundeling Lust, en binnenkort komt daar nog Roken neuken drinken bovenop en exposeert hij in het Parijse Musée de l'érotisme. 'In een boek durf ik alles, maar in de praktijk...'

Door Geert De Weyer / foto's alex vanhee

Roken neuken drinken. Ten kantore van uitgeverij De Harmonie, hartje Amsterdam, wordt op de tweede verdieping door vormgever en uitgever de titel van Van Straatens nieuwste boek voorgelegd. De eind maart 72 wordende auteur staat erbij en kijkt ernaar. "Ik vind het wel mooi klinken, ja", zegt hij rustig, om er ironisch aan toe te voegen dat "het wel heel erg over mij gaat". Op de cover van het bewuste boek ligt een naakt stel op bed te doezelen. Naspel. Sigaret in de hand, twee glazen rode wijn en een asbak op een tafeltje verderop. Roken neuken drinken, zo zal de aanbiedingscatalogus later melding maken, 'speelt zich grotendeels af rondom het bed en de fles: de ideale combinatie voor verwarring, misverstanden en ontluistering'.

Het is, als het niet de groene natuur zelf is, de favoriete biotoop van Peter van Straaten, een van de opvallendste Nederlandse cartoonisten, die erin blijft slagen generatie na generatie geboeid te houden. In 1968 debuteerde hij in Het Parool met de wekelijkse strip Vader en zoon, waarin het generatieconflict tussen beiden centraal stond. De serie werd zo populair dat het snel een dagstrip werd. Van Straatens bedje leek gespreid. Hij ontpopte zich al snel als de chroniqueur van het dagelijks leven (Van Straaten: "Een zeer eervolle titel vind ik dat"), goot de kleine kantjes van de mens en de maatschappij in voortreffelijk gearceerde zwart-wittekeningen. In Doe ik het goed? laat een jongen zijn stijve roede aan zijn partner zien met de woorden: "Kijk, Brigitte, of heb je hoofdpijn?", of sist een oud echtpaar een op een bankje hevig vrijend jong koppel toe: "Dat moesten wij vroeger eens hebben geprobeerd!"

Van Straaten kan er prat op gaan een verkoopkanon te zijn. Van de voorbije veertien edities van Peter's zeurkalender werden sinds 1994 in totaal meer dan een half miljoen exemplaren verkocht, en hij werd overladen met prijzen waaronder driemaal de Gouden Ganzenveer en de Inktspotprijs, dé Nederlandse cartoonistenprijs. Zijn meest erotische werk verscheen in de bundels Aanstoot en Nastoot, boeken vol prenten waar de goegemeente in de jaren tachtig niet van terug had. Onlangs was het weer raak, met de woordloze bundeling Lust, met seks en humor als yin en yang. Twee meisjes die met gering succes op de tonen van hun blokfluit de piemel van de naakte jongen voor hen willen doen laten dansen, het begrip 'vogelaar' dat een dubbelzinnige lading krijgt als een ornitholoog een vogel in zijn verrekijker spot terwijl een vrouw hem een fellatio ten beste geeft, of twee koorddansers die hoog in de lucht een acrobatisch standje proberen. Binnenkort prijken de prenten aan de wanden van het Parijse Musée de l'érotisme. Met dank aan (politiek) cartoonist Willem, zegt Van Straaten, "want hij woont in Parijs en blijkt mijn werk naar het museum te hebben doorgestuurd. Aardig van hem. En leuk, want ik heb nooit eerder in Parijs geëxposeerd." Een kleine twee jaar geleden verscheen een film over Van Straaten. Op de cover van Een gelukkige hand zat de auteur tegenover een wat triest kijkende Agnes, zijn alter ego (of toch bijna), die hij sinds 1984 met veel succes in enkele gesmaakte romans dwong. De dvd verwerkt een lang interview met Van Straaten in een minifeuilleton waarin de roodharige Agnes (rol van Renée Fokker) haar liefdesleven en neuk-, rook- en drinkgedrag openbaart. Ook Van Straaten is daarin vrij open over zichzelf.

Je zegt op die dvd dat je een uiterst saaie en slome lul was. Je haalt ook aan dat je wel móést drinken omdat je een verlegen jongetje was.

"Ik merkte dat drank me enorm hielp in de omgang met mensen. Dan was ik wat vrijer, durfde ik wat meer. Nu, op die manier raak je natuurlijk aan de drank, maar dat is gelukkig niet gebeurd. Ik was geen alcoholicus, wel een zuiplap. Dat leverde wel inspiratie op. Als je onuitgeslapen wakker wordt terwijl je nog een béétje dronken bent, dan ben je heel lucide en krijg je allemaal ideeën die in nuchtere toestand aan je voorbij zouden gaan. Net door die halve dronkenschap krijg je vreemde en leuke invallen. Het gebeurt dat ik die vertaal naar cartoons. Nu, ik moet eerlijk zeggen dat ik tegenwoordig eerder moe dan dronken word. Echt dronken ben ik bijna nooit meer, vroeger wel. Heel veel zelfs."

Ging je dan echt enkel drinken om je sociale contacten te onderhouden?

"Nee, op een gegeven moment ga je ook de drank en de roes lekker vinden. Maar ik heb nooit alleen gedronken, ik zat altijd op café. Een alcoholist sluit zich, als het heel erg wordt, helemaal af en drinkt alleen nog thuis."

Wanneer had jij de behoefte om erotisch werk te maken? Was dat een drang?

"Drang is een groot woord, het leek me gewoon leuk om te doen. Ik kwam op het idee in 1968 of 1969, tijdens de seksuele revolutie. De trend was toen dat seks overal móést en zou gebeuren. Het was ook allemaal heel 'gewoon'. Toen heb ik geprobeerd te laten zien hoe 'gewoon' dat was door expliciet mensen in het openbaar de liefde te laten bedrijven zonder dat omstanders er echt aanstoot aan namen. Dat was natuurlijk niet zo, voor mij stond dat werk toen voor de uiterste consequentie van de kreet 'het moet, het zal, het mag en het is heel gewoon'."

Wat voor reacties kreeg je daar in die tijd op?

"Veel negatieve, vooral van wat oudere dames die mijn bravere werk zeer waardeerden, maar die plots ernstig teleurgesteld waren door de viezigheid die ik maakte. Nu, ik heb het toen enkel gepubliceerd in een boekwerkje van uitgeverij De Bezige Bij ('Variaties op variaties', 1970, GDW). Dat was een boekje voor liefhebbers en lokte niet zoveel reacties uit. Bij Aanstoot, dat in 1984 verscheen - zo'n vijftien jaar later -, was dat wat anders.

Nu, ik verborg zulk werk eerst in mijn onderste la in de hoop dat ze het pas na mijn dood zouden vinden. Maar als je iets hebt gemaakt, wil je het toch laten zien, dus op een gegeven moment wilde ik het in boekvorm. Het was De Arbeiderspers die het per se wilde publiceren. Ik weet nog dat men Theo Sontrop (Nederlandse uitgever-dichter, GDW) toentertijd ontzettend trachtte af te raden het uit te geven. 'Dat moet je niet doen', zeiden ze, 'je zal er amper exemplaren van verkopen.' Nou, dat viel mee. Er zijn er tienduizend van gemaakt en er kwam nadien nog een herdruk. Dus in totaal moeten dat twintigduizend exemplaren zijn geweest. Dat was toch veel, hoor. Door dat succes kwam drie jaar later Nastoot, maar ik vond Aanstoot toch beter. Het is ook mooier uitgegeven. En ik vond de titel zo knap. Die kwam overigens van Rinus Ferdinandus, de toenmalige hoofdredacteur van Vrij Nederland."

Vond je het leuk om zo'n beetje controversieel te zijn?

"Zeker, dat vond ik wel aardig. Tuurlijk, je steekt je nek uit."

Goed gescoord voor een verlegen jongen.

"Ja, goed, maar ik ben toch ook wel ambitieus. Ik ben niet te verlegen om iets te publiceren. Maar publiceren is iets wat je een aangename, veilige afstand bezorgt. Ik sta tenslotte niet op het toneel, dat zou ik verschrikkelijk vinden."

Je bent wel een van de weinige auteurs die zo open over hun privéleven praten. Je zegt bijvoorbeeld onverbloemd dat je geil wordt bij je tekeningen.

"Ik heb daar wel een beetje spijt van, hoor. Ik heb de neiging iets te veel te vertellen. Telkens weer heb ik daar spijt van. 'Wat gaat het de mensen aan,' denk ik dan. Waarom zou ik hen daarmee lastigvallen? Het liefst zou ik toch schuilgaan achter mijn werk, hoor."

Daar is het te laat voor, vrees ik.

(fijne grijns) "Daar is het te laat voor, ja."

Je hebt de zeden en gewoonten in de loop der jaren zien veranderen. Zijn we nu losser of gewoon hypocrieter geworden?

(denkt na) "Hm, we zijn in een overgangsperiode beland, denk ik. Hoewel, op de Nederlandse televisie loopt een programma dat Spuiten en slikken heet. Ken je dat? Nou, kijk er maar eens naar. Als ik dat zie, denk ik meteen: 'Peter, je wordt oud!' Dat is me allemaal iets te openhartig. Men vraagt niet alleen aan de gasten hoe vaak per week ze het doen, men krijgt ook nog antwoord op de vraag hoe ze het doen. Dan zit ik toch met mijn oren te flapperen. Ik denk dat ik toch eerder van dat stiekeme geniet. Het is gelukkig nog steeds niet zo dat het in het openbaar gebeurt. Stel dat dat wel zo zou zijn, ik zou niet weten welke kant ik moest op kijken."

Denk je dat zo'n programma jou vroeger als verlegen jongen zou hebben geholpen?

"Nee, dat denk ik niet, want ik ben nogal preuts opgevoed. In een boek durf ik alles, maar in de praktijk..."

Je vertelde ooit dat, als je iemand betrapt op vreemdgaan, je de neiging hebt te kiezen voor de vreemdganger. Waarom?

"Het komt erop neer dat ik niet wil kiezen. Noch voor de bedrieger, noch voor de bedrogene. Daardoor bemoei ik me er niet mee en heb ik automatisch voor de bedrieger gekozen, begrijp je? Dat overkomt heel veel mensen. Je wil niet klikken, hé. Nu ja, soms denk ik ook: 'Net goed voor die klootzak of trut.' Dat speelt weleens in mijn gedachten, moet ik bekennen."

Je hebt zelf hard gestreden tegen de aandrang van minnaressen. Je wilde er niet op ingaan, maar je zei er ooit in een ruk bij dat als je het hád gekund, je het ook had gedaan.

"Dat is ook zo. Als je me vraagt of ik monogaam ben, dan zeg ik: in principe niet, in de praktijk wel."

Is vreemdgaan een alternatief antwoord op wat jij 'slijtage tussen partners' noemt?

"Het is niet het antwoord, het is slechts een antwoord. (denkt lang na) Laat ik het zo zeggen: het gebeurt bij heel veel mensen. Het is maar net hoe je ermee omgaat. Waar ik vroeger persoonlijk voor vreesde, was een échte verhouding. Ik bedoel: elkaar met enige regelmaat zien. Dan trap je in de val dat je moet gaan liegen en een aparte agenda moet aanschaffen om je ontrouw te dirigeren. Zo'n dubbelleven zou ik niet aankunnen. Dat soort praktische problemen kon ik er gewoon niet bij hebben. Maar verder heb ik er geen moreel oordeel over of bezwaar tegen. Ik ben niet zo'n erge moralist."

Mannen de pineut

Opvallend in je vervolgreeks Doe ik het goed? is dat de mannen steeds de pineut zijn. Ze zijn altijd de onhandige sekspartner, vallen in slaap na het klaarkomen, krijgen geen erectie. De vrouwen staan er steeds als sterke persoonlijkheid. Ik heb het even nagekeken: slechts uitermate zelden teken je zwakke vrouwen. Hoe komt dat?

"Goh, dan zou ik mezelf moeten analyseren en daar ben ik nogal slecht in. Het is niet zo dat ik vind dat alle vrouwen vreselijk sterk zijn, maar vrouwen hebben op seksgebied toch vaker de touwtjes in handen. Omdat wij mannen zo graag willen, natuurlijk. En vrouwen kunnen ook veel beter - en ik besef dat het heel gevaarlijk is wat ik nu ga zeggen - seks bedrijven uit berekening. Dat komt in ieder geval veel voor. Ze zijn misschien wat sluwer en opportunistischer."

Terwijl mannen in wezen huppelende zaadballen zijn?

"Daar komt het wel op neer, ja. Die lopen hun lul achterna."

Laatst vertelde iemand me dat als Louis Paul Boon ooit een tekenpen ter hand had genomen, hij Peter van Straaten was geweest. Kan je je daarin vinden?

"Dat heeft nog niemand me verteld, maar dat kan ik me wel voorstellen, ja. Ik heb zijn Mieke Maaike's obscene jeugd geïllustreerd, weet je. Ik heb hem nooit zelf ontmoet, maar ik denk wel dat hij Lust een mooi boek had gevonden. Dat weet ik wel zeker."

Waarom duiken er zoveel minnaars en minnaressen in je werk op?

"Nou, ik weet ook niet waarom ik zo geïnteresseerd ben in het huwelijk, in het slechte huwelijk zelfs. Op een of andere manier heeft zo'n huwelijk een tragikomisch effect. De verhalen die daaruit voortspruiten, zijn vaak drama's waar je mooi om moet lachen. Voor een tekenaar is dat prima materiaal."

Put je dan ook uit je eigen leven?

"Nee, voor negentig procent zijn het toch fantasieën, maar ik pluk natuurlijk wel uit de werkelijkheid. Ik kijk naar mensen, hoor hen praten en haal daar heel wat inspiratie uit."

Zijn jouw tekeningen soms een spiegel van wat je zou willen zijn?

"Onherroepelijk sluip je zelf in je werk. Dat kan en wil ik ook niet vermijden. Ik wil het hoogstens een beetje verbergen, want echt openhartig ben ik niet. Bij een personage als Agnes herken ik haar aarzeling en onzekerheid, het onhandig in het leven staan en voortdurend plannen maken waar uiteindelijk toch niets van komt."

Over jouw literaire kwaliteiten rond Agnes en je drie verhalenbundels was iedereen erg enthousiast, maar je deed er eigenlijk niets mee.

"Nou ja, het was geen hoogstaande literatuur. Het was op z'n hoogst een beetje handig geschreven. Ik ben geen romancier. Bovendien, toen ik er eenmaal mee opgehouden was, heb ik geen typemachine meer aangeraakt. Als men me nu een tekst vraagt, word ik doodzenuwachtig. Ik zeg dat ook allemaal af. Ik wil niet meer schrijven. Ik ben toch meer een tekenaar, dat voelt zoveel natuurlijker aan dan schrijven."

Teken je nu meer dan vroeger, of makkelijker of sneller?

"Het kost me allemaal niet echt veel moeite, ik zit niet echt te worstelen met tekeningen. Ik ben daarin nog vrij handig. Maar ik besef iedere dag dat ik nog lang niet klaar ben."

Is er eigenlijk erotisch werk uit de onderste schuif dat niet in Lust of welke andere publicatie dan ook terechtkwam?

(resoluut) "Nee."

Je brengt nu een erotische cartoonbundel uit en in het Parijse Musée de l'érotisme hangt over enkele weken je werk te kijk. Ik zie het heel weinig mensen van jouw leeftijd doen.

"Dat komt natuurlijk omdat ik absoluut niet christelijk ben opgevoed. Mijn ouders waren heel, heel licht protestant, maar waren geen notoire kerkbezoekers. Eens per jaar, rond Kerstmis, ging mijn moeder naar de kerk voor het orgel. Dat gaf haar zo'n beetje een heilig gevoel. Mijn ouders gaven me de Kinderbijbel, want ze wilden wel dat ik er iets van af wist. Ik heb die Bijbel even doorgenomen, maar het zei me niet zoveel. Nu, onze samenleving is, hoe je het ook wendt of keert, een christelijke samenleving, dus dat maakt dat veel mensen zich niet uitspreken over seks. Zeker oudere mensen niet. Het heeft ook wel iets onsmakelijks om erover te praten, denk ik. Ik kan me voorstellen dat mensen denken: 'Hé, bah, ik wil godverdomme niet weten hoe die oude man over seks denkt.' Ik zou daar ook wat ingetogener mee moeten omgaan."

Lust volgt bijna twintig jaar na Nastoot. Ben je er in opdracht van de uitgeverij aan begonnen?

"Het was een opdracht voor mezelf. Ik bleef tijdens mijn vakanties maar doorgaan met het tekenen van zulke taferelen. Op een gegeven moment wilde ik weer zo'n boek. Drie jaar geleden had ik het al willen uitgeven, maar mijn uitgever had toen alle tekeningen samen gezien en liet weten dat hij nog wat humoristische taferelen miste. De laatste drie jaar heb ik me daar dan over gebogen, en ik moet zeggen dat het het boek goed heeft gedaan. Er zitten niet echt grappige situaties in, eerder knipogen."

Volgens enkele boekhandelaars die ik sprak, kopen heel veel vrouwen je boek, terwijl ik dacht dat het een typisch mannenboek was.

"Dat verbaast mij ook, ik dacht ook dat het een echt mannenboek is. Zouden de vrouwen het niet kopen voor hun mannen?"

Misschien heb je je reputatie wel mee en denken vrouwen dat je in Lust even sterke vrouwelijke persoonlijkheden neerzet als in Doe ik het goed?

"Dat zou misschien wel kunnen. In Lust hebben ze beiden vakantie, doen zowel mannen als vrouwen het goed."

Internationaal ben je niet echt doorgebroken. Lust is een universeel thema, dus dat moet lukken.

"Dat zou je denken, maar we zijn ermee naar de Frankfurter Buchmesse geweest en hoewel die uitgevers het allemaal prachtig vonden, wilden ze Lust allesbehalve uitgeven. Ja, natuurlijk is het allemaal erg onschuldig, maar elke uitgever deinsde ervoor terug. Heel vreemd. Het is nu afwachten hoe de Franse uitgevers zullen reageren op de expositie in Parijs. Het past natuurlijk helemaal in zo'n erotisch museum. Daar kan je er geen kwaad mee doen. Maar voor het overige trekken de meeste landen zich toch steeds terug. In de Verenigde Staten heeft men ontzettend veel moeite met erecties. Met een zogenaamd beavershot hebben ze totaal geen problemen. Je ziet het voortdurend in films of in Playboy. Maar een lid in erectie, nee, dat kan niet. (bladert door 'Lust') Hier zie je héél veel erecties, dus het is niet echt een boek voor de Amerikanen."

Hoe beschrijf jij je boek? Als erotiek, liefde of porno?

"Ik heb het zelf altijd porno genoemd, maar dat woord mag ik van mijn uitgever niet in de mond nemen. (grijnst) Ach, het zijn erotische prenten. Onschuldige erotische prenten."

Thijs van de Brink, verslaggever van de Evangelische Omroep, dacht er anders over. Hij sprak over het boek alsof het des duivels was.

"Bij ons loopt op Radio 1 een programma dat Met een oog op morgen heet. Iedere avond heeft het een andere presentator. Hij was toevallig de presentator van dienst en kreeg Lust op zijn bord. 'Het is niet mijn eigen keuze', begon hij, 'maar we zullen het er maar over hebben.' Hij vond het een verschrikkelijk boek. Net daardoor werd het dan weer wel een leuk gesprek, want ik zat met hem in de studio. Het boek was hem cadeau gedaan, maar hij liet weten dat hij het niet mee naar huis zou nemen. 'Ik laat het hier', zei hij, 'ik vind het verschrikkelijk.' Ik heb me nauwelijks verdedigd. Ik werd er een beetje lacherig van. Hij ging in de aanval, tja, dan doe ik wat een bokser doet: ontwijken. Hij had natuurlijk gehoopt dat ik zou zeggen dat hij gelijk had, dat ik zou bevestigen dat ik een grove smeerlap was. Maar dat zie ik zo dus niet."

Wat denk je dan?

"Hij zei dat het vrouwonvriendelijk was, maar dat is dit boek dus absoluut niet. Een vrouw laten zien die de daad verricht, vindt hij echter sowieso al vrouwonvriendelijk. Tja, daar scheiden meteen al onze wegen... Ik ben natuurlijk ook niet christelijk, ik weet niet hoe die mensen denken."

Je richt je op het bravere, klassiekere genre. Naar excessen als sm of bondage verwijs je nooit.

"Nee, bah, dat vind ik ook totaal niet interessant, laat staan dat het me opwindt. Sadomasochisme, mensen in rubberen of leren pakken, zweepjes erbij... (schudt het hoofd), dat zegt me allemaal niets. Ik teken vooral de scènes die ik zelf leuk vind. Het zijn allemaal scènes waaraan ik best zou willen meedoen, gesteld dat ik dat zou durven."

Je wordt de chroniqueur van het alledaagse leven genoemd. Telkens is er dat korte zinnetje bij die tekeningen. Die werken enorm goed.

"Dat is een kwestie van isoleren. Dat gebeurt in mijn fantasie. Doordat ik die zinsneden isoleer, krijgen ze een ontzettende lading. Maar er blijft weinig van over als je enkel die cartoon neemt zonder dat zinnetje. Met die zin krijgt het een soort ander leven, een andere intentie. Er zijn mensen die ook weleens cartoons tekenen en daar dan hun eigen onderschriften bij verzinnen. Maar hun zinnen zijn altijd veel te lang. Een paar jaar geleden was er een wedstrijd waarbij men citaten onder mijn tekeningen moest verzinnen. Heel veel mensen kwamen met heuse dialogen aanzetten. Dat kan helemaal niet. Het moet allemaal in die ene zin worden gepropt. Het mogen ook twee zinnen zijn, maar dat is al veel. Het moet, zo vind ik, uit dezelfde mond komen."

Teken jij eerst en verzin je dan een tekst of andersom?

"Dat hangt ervan af. Meestal heb ik eerst een zin, maar het gebeurt ook andersom. Op maandag moet ik iets over het bedrijfsleven tekenen. Ik teken graag een vergadering. Dan heb ik weleens de neiging om, terwijl ik die kopjes teken, langzamerhand te beseffen wie er aan het woord zal komen en me in te beelden wat die persoon zal zeggen. Vaak weet ik het pas halverwege de tekening."

Slotsom: Peter van Straaten is chroniqueur van het leven én ouwe rukker.

"Tja, als mensen lezen dat ik 71 ben, zullen ze wellicht denken: 'Hé, wat een vieze man.' Tja..."

Omdat dit gesprek in een valentijnsnummer staat: wat is liefde voor jou?

"Liefde is een geheim. (denkt heel lang na) Hm, ik kan niet zeggen wat het precies is. Liefde komt met de jaren. Je wordt verliefd, raakt vervolgens aan iemand gewend en kan ten slotte niet meer zonder die persoon. Dat is voor mij liefde: iemand niet kunnen missen." n

info De expositie Lust is vanaf 27 maart te zien in het Parijse Musée de L'érotisme, boulevard de Clichy 100, op 100 meter van Le Moulin Rouge. Metrostation Blache. www.musee-erotisme.com of 0033-1/42.58.28.73. Het boek Roken neuken drinken verschijnt de eerste week van maart bij De Harmonie. Lust verscheen bij Manteau/De Harmonie.

Vrouwen hebben op seksgebied toch vaker de touwtjes in handen. Omdat wij mannen zo graag willen, natuurlijk

Ik teken scènes waaraan ik best zou willen meedoen, gesteld dat ik dat zou durven

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234