Maandag 01/06/2020

Peter Praet: 'Ik heb geleerd hoe de overheid werkt'

Nieuwe baan bij de Nationale Bank

Peter Praet stapt op als kabinetschef van minister van Financiën Didier Reynders (PRL). Maandag begint hij een nieuwe job als directeur bij de Nationale Bank van België. Een verrassende overstap, want Praet, de vroegere hoofdeconoom van de Generale Bank en later Fortis, was bij de start van de paars-groene regering met de grote trom binnengehaald. Een terugblik op veertien maanden als kabinetschef.

Toen u in augustus vorig jaar besloot om kabinetschef te worden, dacht iedereen dat u zich zou klaarstomen voor een politieke carrière?

Peter Praet: "Neen. Dat is nooit de bedoeling geweest. In de politiek moet je soms naargelang het partijstandpunt neen zeggen tegen een goed idee of een argument dat goed verdedigbaar is. Dat is zeer moeilijk. De nieuwe politieke cultuur heeft me aangetrokken, het intellectuele debat dat binnen een paars-groene coalitie mogelijk is."

Na veertien maanden houdt u het echter voor bekeken.

"Het was de bedoeling dat ik zo'n twee jaar zou blijven. Maar het vroegtijdige opstappen van Jean-Jacques Rey bij de Nationale Bank maakt dat ik vroeger vertrek."

U gebruikt het kabinet als springplank voor de Nationale Bank?

"Ik ben altijd op zoek naar opportuniteiten. Maar het is zeker niet zo dat ik een deal had met de partij (PRL, JCS) om over te stappen naar de Nationale Bank. Ik houd steeds twee, drie opties open. Ik ben vijftig jaar. Mijn vrouw werkt niet. Ik heb geen eigen vermogen opgebouwd. Ik ben niet vanuit een andere instelling naar dit kabinet gedetacheerd. Dat maakt mijn baan als kabinetschef erg volatiel. Ik had geen zin om hier tot mijn 54ste te blijven zitten. Een beetje zekerheid mag wel."

Toen u veertien maanden geleden besloot om uw baan bij Fortis vaarwel te zeggen, verklaarde u dat het na twaalf jaar werken als onafhankelijk analist tijd werd om geconfronteerd te worden met de moeilijke realiteit van het beleid. Hoe moeilijk was die confrontatie?

"Toen ik hier aankwam, werd ik overstelpt met dossiers waarvan ik de inhoud nauwelijks kende. Het beursdossier, fiscaliteit, werknemersparticipatie... Ik wist in het begin niet met wie ik contact moest opnemen. Maar ja, no pain no gain. Het was een ontzettend interessante ervaring. Ik heb hier heel veel geleerd. Ik heb geleerd hoe je in team kunt samenwerken. Hoe je een netwerk kunt uitbouwen. Ik heb geleerd hoe de overheid werkt. Ik heb mijn land veel beter leren kennen. Daarmee kan ik mijn voordeel doen in mijn volgende functie. Mijn passage op het kabinet was absoluut nodig. Vergeet immers niet: ik blijf bij de overheid aan de slag."

Uw eerste ervaring op het kabinet was dus niet echt positief?

"Het was niet gemakkelijk. In het begin was er duidelijk sprake van enige afstand ten aanzien van mijn persoon. Men vond het vreemd dat iemand van de privé naar de overheid overstapte. Toen ik hier aankwam, was het precies of ik in de vroegere DDR was aanbeland. Ik heb dat toen gezegd tegen een aantal ambtenaren. Pas op, het is een karikatuur. Maar het werkt hier zeer hiërarchisch, onderdrukkend. Er is hier weinig humor. Er zijn hier te weinig financiële prikkels voor de ambtenaren. Er moet nog veel veranderen, maar begrijp me niet verkeerd. Er zitten hier heel veel mensen van een zeer goed niveau. Maar de overheid moet anders gaan werken. De hervorming van de administratie is ontzettend belangrijk. In de afgelopen maanden heb ik zelf bezoeken afgelegd aan de administratie en ben ik in contact getreden met de ambtenaren. Het spijt me dat ik die mensen moet achterlaten."

Welke meerwaarde heeft u kunnen bijdragen?

"Iedereen vraagt me dat. Maar ik kan daar moeilijk op antwoorden. We hebben hier alles in team gedaan. Daar zit de meerwaarde. Ik kan niet zeggen dat ik dit en dat heb gerealiseerd. De ambiance was er. We hebben geen fouten gemaakt in de belangrijke dossiers zoals Euronext, de begroting, het stabiliteitsprogramma en de voorbereiding van de eurogroep."

Als kabinetschef was het ook de bedoeling dat u zich zou bezighouden met de Europese dossiers. In 2001 is België het hele jaar voorzitter van de eurozone. Gaat u die afspraak missen?

"Heel veel mensen zetten grote vraagtekens bij mijn overstap naar de Nationale Bank. Het zou een conservatief bedrijf zijn, een instelling zonder toekomst. Niets is minder waar. Het is niet omdat België is toegetreden tot de muntunie en de Nationale Bank daarin moet meedraaien, dat het belang van de instelling afneemt, integendeel. Voor de Centrale Banken in de landen van de eurozone ligt er heel wat werk in het verschiet op het vlak van het vergaren van informatie. Die banken hebben een intieme kennis van hoe de economie in hun land werkt. Die informatie is belangrijk bij het uitstippelen van het monetaire beleid in Europa. Het beleid is zeker geen top-downoefening vanuit Frankfurt. Informatie vanuit de lidstaten is evenzeer belangrijk. Ook op het vlak van de analyse moet er nog heel wat werk worden verricht. Bijvoorbeeld, wat is het effect van het rentebeleid op de bedrijven? Studies wijzen erop dat kleine en middelgrote ondernemingen kwetsbaarder zijn voor renteverhogingen dan grote bedrijven. In tegenstelling tot grote ondernemingen kunnen kmo's meestal geen beroep doen op de kapitaalmarkt. Zij moeten aankloppen bij de banken en betalen daarvoor een hogere prijs. De wetenschappelijke analyse daarover is pas begonnen."

Hoe zal uw directeurschap precies worden ingevuld?

"Dat is nog niet gefinaliseerd. Ik hoop dat ik betrokken zal worden bij de Europese dossiers. Bij de Nationale Bank is er Jan Smets, de man die waakt over de invoering van de eurobiljetten en muntstukken. Marcia De Wachter heeft zitting in het Economisch en Financieel Comité. Er is zeker nog plaats voor een derde man. Als België de eurozone voorzit, moet de Nationale Bank daarbij betrokken zijn. Zo zou het zeer interessant kunnen zijn om bijvoorbeeld hearings te organiseren om meer informatie van de financiële markten te verkrijgen. Wat proberen de markten ons te vertellen? Zij vragen meer duidelijkheid, meer visibiliteit en communicatie over het monetaire beleid."

Een gebrekkige communicatie is precies wat de financiële markten de voorzitter van de Europese Centrale Bank Wim Duisenberg verwijten. Twee weken geleden blunderde hij door aan te geven dat de ECB niet zou interveniëren ten gunste van de euro, waardoor de eenheidsmunt op een historisch dieptepunt is geraakt. Hoe ernstig is de situatie?

"Men overdrijft. Toegegeven, Duisenberg heeft een communicatiefout gemaakt. Maar men moet dat niet overdrijven. Als je een Amerikaan vraagt wat de waarde van de dollar is, dan zegt die: een dollar is een dollar. Dat moeten we in Europa ook leren. Een euro is een euro. Dat de euro zo zwak presteert, is zeker geen kwestie van een verkeerde uitspraak van de voorzitter. Duisenberg is een goede centrale bankier. Je kan hem niet de verantwoordelijkheid voor alle problemen in de schoenen schuiven. Het probleem zit hem eerder bij de financiële markten. Zij hebben moeilijkheden om te begrijpen hoe de Europese besluitvorming werkt. Zij weten niet hoe de samenwerking tussen de ministers van Financiën en de Centrale Banken verloopt. Ze vragen daarover meer duidelijkheid. In een wereld waarin op elk moment de financiële markten een serieuze schok kunnen ondergaan, vragen ze meer leiderschap. Dat is belangrijk. De financiële markten willen weten wat er gaat gebeuren. Duidelijkheid is vereist. Dat is de uitdaging van mijn nieuwe baan."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234