Zaterdag 19/06/2021

AchtergrondPesten

Pesten op het werk, in tijden van corona: ‘Er ontstaan nieuwe vormen van geweld’

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Het voorbije jaar gingen we massaal telewerken, maar toch daalde het aantal pesterijen op de werkvloer nauwelijks. Experten zijn niet eens verrast. Zij leggen uit waarom en slachtoffers getuigen: ‘Ik droeg als enige een mondmasker in de vergaderzaal, en werd sindsdien geviseerd.’

Sara* begon vorig jaar, net voor de pandemie haar gezwinde intrede deed, nog vol goede moed aan haar nieuwe job bij een interimkantoor. Ze kwam terecht in een team van drie, met wie ze het allemaal goed kon vinden. “Helaas kan ik niet hetzelfde zeggen over de manager. Die zorgde meteen voor een toxische sfeer in ons team. Als ze één van ons drie een compliment gaf, zei ze in dezelfde adem hoe slecht iemand anders zijn werk had gedaan. Ze gaf regelmatig aan geen vertrouwen te hebben in ons en zorgde ervoor dat we ons dom voelden, als we vragen stelden. We zaten met drie in dezelfde situatie, maar konden elkaar door de pandemie enkel via Slack een hart onder de riem steken. Het was heel eenzaam.”

De coronacrisis bleek voor haar manager vooral een handig excuus om het team nog meer tegen elkaar uit te spelen, zegt Sara. “Met één collega kon ze het bijvoorbeeld helemaal niet vinden, en die mocht plots als enige niet meer op kantoor komen werken. Ze gebruikte de pandemie echt om mensen te isoleren, wat ervoor zorgde dat die ene collega er mentaal volledig onderdoorging. Maar ook ik werd bij momenten hard aangepakt en geïsoleerd, of hoorde dat ze achter mijn rug over me had geroddeld tegen de rest van het team.”

Afstand tussen collega’s

Sara was lang niet de enige die het voorbije jaar slachtoffer werd van pesterijen op de werkvloer. De Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (IDEWE) zag het aantal pestdossiers dat ze jaarlijks behandelen, ook tijdens de pandemie min of meer gelijkblijven. Ondanks een lichte daling in het totaal aantal meldingen over psychosociaal welbevinden op de werkvloer, telden ze daar toch 39,6% conflictdossiers (in 2019 was dat 40%) en 14,9% pestdossiers (tegenover 14,8% het jaar voordien).

Verrassend misschien, in een jaar waarin op heel wat werkplekken telewerk de norm werd en collega’s toch minder (fysiek) tijd met elkaar hebben doorgebracht. “Tegenwoordig horen en zien velen van ons elkaar vooral online, maar die vorm van contact mist soms toch wat verbindende communicatie”, zegt Hilde De Man, verantwoordelijke psychosociaal welzijn bij IDEWE. “Werknemers kunnen daardoor sneller het gevoel hebben dat ze buitengesloten of gemeden worden. Online is het bovendien moeilijker om de berichten of mails van je collega’s of leidinggevende in de juiste context te plaatsen, waardoor ze harder kunnen aankomen en relaties tussen collega’s op de spits kunnen drijven.”

Sommige organisaties kampten het voorbije jaar ook met financiële moeilijkheden, wat op bepaalde werkplekken tot meer onderlinge concurrentie heeft geleid, zegt De Man. “Werknemers maken elkaar dan het leven zuur om toch maar hun eigen job te kunnen behouden. In sommige teams zijn de banden het voorbije jaar hechter geworden, maar op andere plekken is de sfeer door het beperkte contact ondertussen ver te zoeken.”

Spuwen uit frustratie

Ook voor wie tijdens de pandemie wel nog gewoon op zijn werkplek verwacht werd, heeft het coronavirus een nieuwe voedingsbodem voor pesterijen gecreëerd. De mate waarin collega’s zich aan de veiligheidsmaatregelen houden, durft weleens een motief voor schimpende reacties te zijn, stelt De Man. “Als je één van de weinigen bent in je team die steeds zijn mondmasker draagt of regelmatig zijn handen ontsmet, kan dat voor wrevel of lacherige opmerkingen zorgen”, klinkt het.

Pesters kiezen er nu eenmaal graag de buitenbeentjes uit, mensen die zich op één of andere manier anders gedragen dan de rest van de groep. “Ik hoorde zelfs al enkele verhalen van collega’s die het voorbije jaar tijdens een ruzie naar elkaar zijn gaan spuwen. Er ontstaan dus ook nieuwe vormen van geweld tijdens de pandemie.”

Ook Jan, een zestiger uit Brussel die liever niet met zijn familienaam in de krant komt, moest zich op zijn vorige werkplek verantwoorden, omdat hij de veiligheidsmaatregelen au sérieux nam. Drie jaar werkte hij in een onderwijsinstelling, eerst met plezier, tot het vorige zomer fout liep. “Drie maanden na het begin van de pandemie werd ik met mijn collega’s voor een vergadering samengeroepen. Iedereen zat samengehokt in een piepklein zaaltje, en niemand droeg een mondmasker. Ik voelde me onveilig en had daarom een sjaaltje om mijn mond en neus geknoopt, maar toen ik mijn leidinggevende na de vergadering aansprak op de situatie, schoot die opmerking bij hem in het verkeerde keelgat. Sindsdien is hij me beginnen viseren, en het sjaaltje dat ik toen droeg, is hij gaan aangeven als onwettig bij ons management, gewoon om me die opmerking betaald te zetten. Ik kon niks goeds meer doen bij hem; in 45 jaar carrière is dat het meest hallucinante wat ik al heb meegemaakt.”

Opmars van cyberpesten

“Hoewel iemands persoonlijkheid natuurlijk een rol speelt in de mate waarin die persoon gaat pesten, is het toch vooral de werkomgeving die beïnvloedt in hoeverre pesterijen zich op het werk kunnen manifesteren”, zegt Chahida Azzarouali. Als onderzoeker bij de KU Leuven legt ze zich al langer toe op pestgedrag op de werkvloer, en dit jaar leidt ze een onderzoek naar de impact van het coronavirus op pesterijen op het werk. “Als de topmanagers in een bedrijf weinig belang hechten aan het mentaal welzijn van hun werknemers, wordt er vaak heel wat meer gepest. Pesters krijgen bij wijze van spreken een carte blanche, en voor slachtoffers is de drempel in die bedrijven ook veel hoger om het pestgedrag aan te kaarten.”

Volgens Azzarouali wordt ongeveer 18 procent van de Belgen op één of andere manier gepest op het werk. Het aantal zwaar gepesten ligt in ons land op 3,5 procent, maar in bedrijven waar pesters gewoon vrijuit gaan, loopt dat cijfer zelfs op tot 10%.

Azzarouali vermoedt dat het aantal fysieke aanvallen op collega’s het voorbije jaar wellicht wel is afgenomen, maar dat cyberpesten dan weer in de lift zit. De mentale impact van die digitale pestvorm mogen we volgens de onderzoeker niet onderschatten. “Online voelen we ons vaak ongeremder, omdat er geen omgeving is die ons gedrag kan afkeuren. Daardoor gaan we soms nog verder dan we in het echt zouden doen.”

De gevolgen van pesterijen op het werk, in het echt of digitaal, kunnen dan ook bijzonder heftig zijn. Slachtoffers van pestgedrag hebben bijvoorbeeld meer conflicten thuis, en geven vaker aan minder tevreden te zijn over hun relatie. Maar ook de partners van slachtoffers van pestgedrag kunnen na een tijd depressiesymptomen vertonen. Wie zich slecht voelt op het werk, schuift op het einde van de werkdag immers niet uit dat professionele pantser om goedgeluimd tijd door te brengen met zijn familie of vrienden.

En ook economisch zijn de gevolgen van pestgedrag op het werk reusachtig. Azzarouali: “Wie gepest wordt op het werk, zit vaak weken- of zelfs maandenlang thuis omdat de situatie zo onhoudbaar is geworden. De maatschappelijke kost van pesterijen op de werkvloer is dus ook erg groot.” Belgische cijfers bestaan er nog niet, maar een conservatieve raming uit het Verenigd Koninkrijk toonde aan dat de kosten van pesten en ongewenst gedrag op het werk fiks kunnen oplopen, tot zelfs 2.281 miljard pond of 2.6230 miljard euro per jaar.

Het helpt al helemaal niet dat er het voorbije jaar zo drastisch gesnoeid werd in alle aspecten van ons leven die niét uit werk bestaan; zorgeloos samenkomen met vrienden zit er niet meer in, en ook heel wat hobby’s zijn weggevallen. “Als het dan misloopt op het werk, kunnen die problemen nog veel groter lijken”, zegt Hilde De Man.

Grote schaamte

Sara probeerde het manipulatieve gedrag van haar manager uiteindelijk aan te kaarten bij de HR-dienst van het bedrijf waar ze werkte, maar die trokken zoals gevreesd de schouders op. Resultaat: het hele team gooide de handdoek in de ring, en Sara werkt ondertussen ergens anders, waar ze zich naar eigen zeggen veel beter voelt. Ook Jan stopte met zijn job, na eerst maandenlang ziek thuis te zijn geschreven door de bedrijfsarts omdat de spanningen hem te veel werden. Eerder dit jaar kon hij met pensioen, en hij zegt vooral blij te zijn niet meer naar zijn oude team te moeten terugkeren.

Chahida Azzarouali zucht: het is in veel gevallen zo dat de slachtoffers van pesterijen uiteindelijk de onderneming verlaten, terwijl de daders hooguit een berisping krijgen. “Daarom zijn pesterijen ook zo moeilijk om over te praten: bij het slachtoffer leeft toch een zekere machteloosheid. In een werkomgeving die pesterijen tolereert, is de gepeste vaak ook bang dat hij zonder job zal komen te vallen van zodra hij het pestgedrag aankaart.” Hilde De Man beaamt dat weinig cases uiteindelijk in de arbeidsrechtbank voorkomen, omdat het meestal aan bewijzen en getuigen ontbreekt. “En zelfs als het wel zover komt, is het vaak woord tegen woord.”

Zowel De Man als Azzarouali vinden dat er een grote verantwoordelijkheid bij leidinggevenden ligt om samen met de werknemers een werkplek te creëren waar pestgedrag systematisch veroordeeld wordt, óók nu we tijdens de pandemie vooral van thuis uit werken. “Benadruk bijvoorbeeld het belang van een respectvolle omgang met elkaar en stel regels op over de manieren en de uren waarop collega’s elkaar kunnen contacteren tijdens het telewerken”, zegt Azzarouali. “Ook over het naleven van de coronamaatregelen kan je als manager gemakkelijk duidelijkheid scheppen, zodat werknemers daar niet creatief mee kunnen omspringen en mensen zich geviseerd of onveilig voelen”, vult De Man aan.

Maar het is ook belangrijk om waakzaam te blijven over het mentale welzijn van onze collega’s, stelt Azzarouali, Om, kortom, niet te vergeten dat er achter die tekstballon op Slack ook écht een persoon schuilt. Want wie nu pestgedrag ervaart en daaronder lijdt, doet dat vaak in de onzichtbaarheid van zijn of haar eigen woning. “Bel of mail elkaar dus af en toe om te vragen hoe het gaat, zodat mogelijke slachtoffers van pesterijen tenminste weten dat er naar hen geluisterd wordt.”

*Sara is een schuilnaam

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234