Zaterdag 23/01/2021

Persvrijheid sneuvelt te Anderlecht

Door de inbeslagname van redactioneel materiaal dreigen journalisten die verslag uitbrengen van rellen, in de toekomst zelf gevaar te lopen

Dirk Voorhoof vindt het opeisen van de beelden van de Anderlechtse rellen een stap te ver

@5 INFO Opinie:Dirk Voorhoof is hoogleraar mediarecht aan de Universiteit Gent en de universiteit van Kopenhagen en publiceerde onlangs het boek Het journalistiek bronnen- geheim onthuld.

Bij de mediadirecties rolde eergisteren een wel heel ongewone fax binnen, afkomstig van de lokale politie Brussel, zone Zuid, Dienst lokale recherche. Aan de hoofdredacteurs van de kranten, magazines en tv-omroepen en aan het persagentschap Belga werd gemeld dat de politie van het Brusselse parket de opdracht had gekregen om over te gaan tot de inbeslagname van alle beelden van de rellen rond het Dapperheidsplein in Anderlecht op 23 mei.

Het staat niet ter discussie dat het parket, met een beroep op de politie, in het kader van een opsporingsonderzoek bepaalde onderzoeksdaden kan stellen om de vermeende daders van misdrijven op het spoor te komen of om bewijsmateriaal te verzamelen met het oog op de vervolging van verdachten. Maar bij het uitvoeren van opsporingsmaatregelen en bij het stellen van onderzoeksdaden moet het gerecht wel rekening houden met bepaalde andere fundamentele rechten en vrijheden in de samenleving. Nog niet zo lang geleden gingen politie en parket in de fout toen bij de arrestatie en ondervraging van een persoon die verdacht werd van cocaïnesmokkel, een cameraploeg van het VRT-programma Terzake alles op beeld mocht vastleggen, met volstrekte miskenning van het geheim van het onderzoek, het recht op privacy van de verdachte en diens recht op een eerlijk proces. Het hof van beroep verklaarde meteen al het verzamelde bewijsmateriaal onwettig.

Als het gerecht zelf een beroep wil doen op journalistiek materiaal, moeten nog meer alarmlichten tegelijk gaan knipperen, want dat komt algauw in strijd met de persvrijheid. Onlangs werd de Belgische staat veroordeeld omdat hij de telefoongesprekken van een journaliste van De Morgen op onwettige wijze had nagetrokken, in het kader van het onderzoek naar een lek bij de politie. En nog maar pas werd België door het Europees Mensenrechtenhof veroordeeld omdat in Brussel bij een journalist allerlei journalistiek materiaal in beslag was genomen. Politie, parket en rechters moeten dus een bijzondere terughoudendheid aan de dag leggen als de onderzoeksdaden betrekking hebben op media en journalisten.

De foto's en beelden van de rellen in Anderlecht waarover de redacties beschikken zijn weliswaar niet als journalistieke bronnen te beschouwen in toepassing van de Bronnenwet van 7 april 2005, maar dat betekent niet dat dit materiaal zomaar in beslag mag worden genomen. De opvordering of inbeslagname van journalistiek materiaal dreigt immers de essentie van de werking van de media en de journalistiek ernstig in gevaar te brengen. Het belang van het opsporingsonderzoek of van de strafvordering moet in de regel achter blijven op het belang van een vrije nieuwsgaring. De inbeslagname van redactioneel materiaal is niet enkel intimiderend voor de journalist: door een dergelijke actie van het parket dreigen journalisten die verslag uitbrengen van manifestaties of rellen, in de toekomst zelf gevaar te lopen. Betogers en relschoppers zullen er dan wel voor zorgen dat journalistiek materiaal achteraf niet meer in handen kan vallen van politie of gerecht. Ook de perceptie die wordt gecreëerd dat pers en politie aan elkaar informatie doorgeven, ondergraaft de essentie van het onafhankelijk functioneren van de media en de journalistiek, "zonder inmenging van overheidswege", zoals artikel 10 van het Europees Mensenrechtenverdrag dat voorschrijft. In een democratische samenleving moet inderdaad iedereen zijn eigen rol kunnen spelen: politie en gerecht die van ordehandhaver en de media die van berichtgever.

Daarmee is niet gezegd dat er geen omstandigheden kunnen zijn die de inbeslagneming van foto's of beeldmateriaal uitzonderlijk toch kunnen helpen rechtvaardigen. Rechtspraak van het Mensenrechtenhof in Straatsburg, maar ook vonnissen en arresten in andere landen hebben ondertussen duidelijk gemaakt dat dit enkel kan in geval van zeer ernstige misdrijven, bijvoorbeeld opsporing van verdachten van seksueel misbruik van kinderen of bij geweldpleging of rellen met dodelijke afloop of zeer ernstige verwondingen. Een bijkomende voorwaarde is tegelijk dat het gerecht geen andere middelen heeft om tot identificatie van vermeende daders over te gaan. Alleen in zo'n uitzonderlijke context kan tot inbeslagname van journalistiek materiaal worden overgegaan. Maar ook dan niet zomaar als een 'fishing-operation' waarin men meteen "alle" beeldmateriaal opvordert, maar zeer gericht en selectief, waarbij de journalisten en redacties de kans wordt gelaten om materiaal dat toch in relatie staat tot vertrouwelijke bronnen, achter te houden.

De vordering namens het Brussels parket voldoet duidelijk niet aan deze basisprincipes. Er was immers een massale aanwezigheid van politiemensen tijdens de rellen, inclusief identificatieteams. Er werden tientallen personen voorgeleid en geïdentificeerd en de politie was dus zelf in de mogelijkheid om tal van vaststellingen te doen. Bovendien zijn er voor zover ons bekend geen ernstige slachtoffers: er vielen geen doden, geen zwaargewonden. Enkel, hoe vervelend ook voor de betrokkenen, materiële vernielingen. Dergelijke feiten vallen veel te licht uit om daarvoor het belang van de persvrijheid te doen sneuvelen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234