Maandag 25/10/2021

InterviewLien Busschots

‘Persoonlijke kritiek vindt Bram minder fijn. Ik denk niet dat iedereen beseft hoe hard zoiets kan aankomen’

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

Over het weer valt altijd wel een boom op te zetten, maar deze zomer nog meer dan anders. Zware regenval en overstromingen, extreme temperaturen en bosbranden: Lien Busschots weet waarover ze het mag hebben met haar echtgenoot, Bram Verbruggen – elke woensdag uw weerman op Eén, de rest van de werkweek majoor in het leger en avonturier in binnen- en buitenland.

Lien is een optimist. Ze stelt voor om af te spreken op een terras, en dat is gewaagd in deze kletsnatte zomer. We gokken en verliezen: midden in het gesprek gaan de sluizen open en moeten we verhuizen.

Lien Busschots: “(lacht) Ik had het moeten weten. Maar zelfs met een weerman in huis weet je niet altijd wat voor weer het zal worden.

“We worden er voortdurend over aangesproken, ik misschien nog vaker dan Bram. Helaas moet ik telkens het antwoord schuldig blijven als ze mij om een voorspelling vragen: ik ken niks van meteorologie.”

Jullie zijn net terug van vakantie. Mooi weer gehad?

(lacht) Ja. Maar dat was toeval, hoor. Het is niet zo dat Bram de weerkaarten bestudeert en we dan onze bestemming kiezen.”

Waar zijn jullie naartoe gegaan?

“Naar Oostenrijk. Dat lag al lang vast. Meestal kiezen we vooraf alleen het land en zien we daar wel waar we terechtkomen, maar in coronatijden wilden we het toch beter plannen. Ik zag het nog niet zitten om te vliegen, en we vreesden dat het te druk zou worden in Frankrijk, waar we ook graag naartoe gaan. Vorig jaar zijn we naar het Zwarte Woud gegaan, en dat was goed meegevallen. Zo kwamen we op het idee om naar Oostenrijk te gaan, mijn eerste wandelvakantie in de bergen. Het was heel fijn.”

Zoeken jullie dan de rust op?

“We zijn geen mensen die een hele dag aan het zwembad liggen. We zoeken wel een rustige omgeving, Bram nog meer dan ik. IJsland vond hij geweldig: hij liep daar de hele tijd naar de wolken te kijken. En als we tien kilometer verder reden, kwamen we in een totaal ander weerbeeld terecht. Boeiend, of toch voor een weerman. (lacht) Ik heb wel graag cultuur in de buurt. Ik vond Australië en Cuba fantastisch. (aarzelt) Dat zijn reizen van een paar jaar geleden. We blijven niet altijd dicht bij huis.”

Dat zeg je haast verontschuldigend.

“Ja. Omdat ik weet dat het niet goed is voor het klimaat. Ik wil me inzetten voor een beter milieu, ik ben daar bewust mee bezig. Maar ik vind het ook moeilijk. Ik had daar onlangs nog een discussie over met vrienden: haalt het echt iets uit als jij en ik geen rundsvlees meer eten, maar onze buurman drie keer per jaar het vliegtuig neemt? Ik zou het beter vinden als de overheid duidelijke maatregelen oplegt. Dit mag, dat mag niet. Dat zouden mensen ook doen, dat hebben we tijdens de coronacrisis wel bewezen. Pas dan zal er echt iets veranderen.”

Is de druk om groen te leven groter als je met een weerman getrouwd bent?

“Dat denk ik niet. Iedereen beseft intussen wel de ernst van de zaak, nee? We hebben een hybride auto, we eten heel weinig vlees en we hebben overwogen om thuis een windboom te zetten, een soort kleine windmolen. Maar die bleek zo duur, dat we het uiteindelijk niet hebben gedaan.”

Jullie zijn deze maand acht jaar samen.

“We kennen elkaar al veel langer, we zaten in dezelfde vriendengroep. Maar eerst waren we te jong, daarna had hij een relatie, en daarna ik. Tot we elkaar toch in het oog zijn gesprongen. (lachje)

Wat trok je aan in hem?

“Zijn zin voor avontuur. We hebben een paar maanden gedatet, en hij nam me elke keer mee naar een andere plek. Soms in Nederland, dan weer gingen we naar Antwerpen, Brugge of Gent. Hij doet dat nog steeds. Dan zegt hij plots: ‘Kom, we zijn weg.’ En dan rijden we naar een stad, of gaan we gewoon op café. Dat vind ik tof.”

Bram was toen nog een nobele onbekende, nu werkt hij bij MNM en presenteert hij het weerbericht op Eén, afwisselend met Frank Deboosere en Sabine Hagedoren. Doet dat iets met een mens?

“Hij is er niet door veranderd of zo. Hij wordt ook niet voortdurend herkend. Bij mensen van mijn generatie is hij vrijwel onbekend. Zij kijken veel minder tv, en meer naar Netflix en andere streamingdiensten. De oudere generaties, zeg maar de oma’s en opa’s, herkennen hem wel. Die spreken hem geregeld aan: ‘Ha, onze weerman!’ Of: ‘Slecht weer, hè!’”

Het is altijd de schuld van de weerman.

(lacht) Dat is echt zo. Hij kan ertegen, hoor. Maar persoonlijke kritiek, bijvoorbeeld over de manier waarop hij het weer presenteert, vindt hij minder fijn. De drempel is laag geworden. Vroeger moesten mensen nog pen en papier nemen, nu sturen ze online een bericht. Ik denk niet dat iedereen beseft hoe hard zoiets kan aankomen.”

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

Bram lijkt erg op zijn gemak voor de camera.

“Hij doet het enorm graag. Hij komt altijd goedgezind thuis van de VRT. Soms maakt hij zich wel zorgen over de toekomst. Onlangs liep de uitzending van de Olympische Spelen uit en werd het weerbericht geschrapt. Dat raakte hem, omdat hij het zo graag doet. Helemaal ongegrond is zijn angst ook niet, denk ik. Jonge mensen kijken niet meer naar ‘Het journaal’ of naar het weerbericht, zij volgen alles online. Zal er in de toekomst nog wel een weerbericht zijn? Veel van onze vrienden hebben zelfs geen tv meer, ze kijken alleen nog op hun laptop.”

CORONA IN DE KLAS

Zouden de media iets voor jou zijn?

“O, nee, absoluut niet. Dit interview is een uitzondering. Vorig jaar waren we uitgenodigd op de MIA’s, en het was leuk om heel even in het wereldje te mogen rondlopen, maar ik blijf liever op de achtergrond. Ik zou het niet fijn vinden om constant op straat herkend te worden, ik zou het gevoel hebben dat ik mijn ding niet meer kan doen. Al klinkt dat nu alsof ik veel verkeerde dingen doe, wat voor alle duidelijkheid niet zo is. (lacht)

Jij werkt in het onderwijs: je geeft wetenschappen aan het Sint-Jozefscollege in Aarschot.

“Ik sta in de eerste graad, bij leerlingen van 12 tot 14 jaar. Een toffe leeftijd, ze begrijpen al veel en kunnen toch nog begeleiding gebruiken – zeker in september, als ze net van de lagere school komen.

“Als kind wilde ik verpleegkunde studeren, maar dat heeft onze dokter me afgeraden: ik heb een zwakke rug, ook omdat ik zo groot ben, en dan is het beroep van verpleegster niet ideaal. Ik heb daarna kinesitherapie geprobeerd, maar dat bleek me niet te liggen, en toen ben ik voor het onderwijs gegaan. Ik heb het me nog geen moment beklaagd, ik doe mijn job heel graag. Ik weet niet of ik het mijn hele leven zal doen, maar nu zou ik niets anders willen.”

Zijn de voorbije twee schooljaren meegevallen?

“Eigenlijk wel. Tijdens de eerste lockdown heb ik het even moeilijk gehad, toen we plots online moesten lesgeven. Hoeveel werkdruk mag je de leerlingen in zo’n situatie opleggen? En dan mag ik nog niet klagen, ik geef een bijvak. Voor de collega’s van Nederlands en wiskunde was de druk veel groter, omdat er in het volgende schooljaar wordt voortgebouwd op die leerstof.

“Het afgelopen schooljaar was makkelijker. Omdat ik in de eerste graad sta, mocht ik naar de klas en hoefde ik niet online les te geven. En omdat mijn leerlingen al wat groter zijn, voelde ik me veilig. Ze kunnen al zelfstandig werken, het is makkelijk om afstand te houden. In de kleuter- en lagere school zal dat een stuk moeilijker geweest zijn. Chapeau voor onze leerlingen: ze hebben de maatregelen heel goed opgevolgd. Mondmasker dragen, handen ontsmetten: ze deden het zonder morren.

“Ze zijn ook zeer bereid om zich te laten vaccineren. Ik las dat twee derde van de 12- tot 17-jarigen intussen een eerste prik heeft gekregen. Dat is goed nieuws. Maar ik begrijp ook de twijfelaars: zij lezen het nieuws voornamelijk online en daar zit niet altijd een filter op. Welke bron is betrouwbaar en welke niet? Welk artikel is onzin en welk niet? Ik kan me inbeelden dat het soms verwarrend is.”

Studies hebben bevestigd dat de jeugd mentaal het hardst getroffen is door corona: 44 procent van de jongeren tussen 10 en 18 jaar heeft iets meer depressieve gevoelens, bij 33 procent zijn die depressieve gevoelens sterk toegenomen.

“Er waren ook bij ons leerlingen die het heel zwaar hadden, vooral in de tweede en de derde graad. Zij mochten niet naar school komen en hadden niks om naar uit te kijken, ze konden onder de middag niet eten en babbelen met hun vrienden en vriendinnen. Het leek alsof ze alleen nog moesten studeren en taken maken. Eén van onze leerlingen heeft zichzelf van het leven beroofd. Dat was een zware klap, voor iedereen.

“De leerlingen van de eerste graad hadden het iets beter, omdat zij wel naar school mochten komen, maar ze vonden het natuurlijk jammer dat hun hobby’s wegvielen. Ik denk dat zij die coronajaren vrij goed zijn doorgekomen, al weet je dat nooit zeker. Kinderen tonen niet altijd hoe ze zich voelen.”

Vrees je voor een leerachterstand?

“Dat is onvermijdelijk. Maar we kunnen het niet alleen op corona steken. Ik geef nu zes jaar les, en het niveau is duidelijk gezakt. Het lijkt alsof kinderen steeds minder moeten kennen, en alleen nog veel moeten kunnen.”

Is dat goed of slecht?

“Ik heb daar toch bedenkingen bij. Ik vind het belangrijk dat ze ook achtergrondkennis hebben.

“Het onderwijs ligt me na aan het hart. Ik hecht veel belang aan mijn lessen, en ik steek er veel tijd in. Dat wordt weleens onderschat. Ja, ik heb veel vakantie, maar zelfs dan ben ik meestal voor de school bezig. Zij het tegenwoordig iets minder: Bram heeft me geleerd niet té perfectionistisch te willen zijn.”

Wat doe je als je niet voor de school bezig bent?

“Dan zit ik in mijn moestuin. En in de winter lees ik boeken over tuinieren. Ik vind het zó leuk om groenten uit eigen tuin te kunnen eten. Dit jaar is de oogst iets minder door het slechte weer, maar daar lig ik niet wakker van. Ik gebruik nu eenmaal geen pesticiden.

“Heb je Het goeie leven gezien, het programma van Wim Lybaert? Dat vond ik geweldig. Volgens Bram zou het iets voor mij zijn. Het is ook het enige waar ik ooit aan zou willen meewerken.”

In Zwijndrecht wordt mensen afgeraden om nog groenten uit eigen tuin te eten, na de PFOS-vervuiling door chemiebedrijf 3M.

“Vreselijk is dat. Ik ben zo blij dat we daar niet in de buurt wonen. Je zult daar maar een boer zijn. Die mensen moeten álles weggooien. En wie weet wat er nog allemaal in de bodem zit. Nu ja, als ik in de winkel al die grote, prachtige groenten zie liggen, heb ik daar toch ook vragen bij.”

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

BRAM BIJ DE TALIBAN

Bram is niet alleen weerman: hij combineert zijn werk bij de VRT met een job bij het leger.

“Als kind wilde hij gevechtspiloot worden. Hij is op zijn 16de bij de luchtcadetten gegaan en op zijn 18de geslaagd voor alle toelatingsproeven. Maar hij is niet door de medische tests geraakt. De eerste keer was zijn BMI te laag, de tweede keer werd hij afgekeurd omdat hij aan één oor niet voor 100 procent hoort. Door die opleiding was wel zijn interesse voor meteorologie gewekt. Hij heeft die richting toen gevolgd, en daarna kon hij meteen aan de slag bij Meteo Wing, de meteorologische afdeling van het leger.

“Hij werkt er nog steeds; hij is intussen majoor, de op één na hoogste in rang. Maar in oktober neemt hij een jaar loopbaanonderbreking. In het leger heerst een zeer hiërarchische structuur, terwijl Bram net van vernieuwing en verandering houdt. Hij werkt volgens mij ook veel te hard: minstens zes, meestal zeven dagen per week. We hebben vrienden die worstelen met een burn-out, en we hebben de voorbije jaren mensen, soms nog jong, onverwacht ziek zien worden en overlijden. Dat heeft hem doen beseffen dat hij meer van het leven moet profiteren.”

Zullen we hem vaker op Eén zien?

“Daar is nog geen duidelijkheid over. Die onzekerheid bezorgt hem wat stress. Maar het komt wel goed. Zoals altijd.”

Was Bram betrokken bij de zoektocht naar Jürgen Conings, de militair die Marc Van Ranst had bedreigd en wekenlang spoorloos was?

“Nee. Op dat moment was hij niet aan de slag: hij had net zijn studie voor de graad van majoor achter de rug en zat in een overgangsperiode. Misschien maar goed ook.”

Kende hij Jürgen Conings?

“Hij heeft hem één keer ontmoet, op een evenement dat hij mee had georganiseerd. Het leek hem toen wel een aardige kerel, maar het was een oppervlakkig gesprek. Wat er is gebeurd, is vooral heel jammer.”

Na de zaak werd Defensie overladen met kritiek. Het is inderdaad bizar hoe iemand die bekendstond als ‘een potentieel gevaarlijke terrorist’, zware wapens uit het legerdepot kon meenemen.

“Die kritiek raakte Bram niet echt, hij heeft er alleszins weinig over gezegd. Hij heeft zich in het verleden al druk genoeg gemaakt over het starre systeem, volgens mij heeft hij het losgelaten.”

Hij zit bij Defensie niet alleen maar achter een bureau: een paar jaar geleden is hij voor zes maanden op missie naar Afghanistan geweest, dat intussen helemaal in handen van de taliban is gevallen.

“We waren net één maand samen. Hij zat tot midden januari in Afghanistan, en twee weken later vertrok ik voor zes maanden op buitenlandse stage. Nu zou ik het niet meer kunnen, denk ik, zo lang zonder elkaar leven. Je dreigt sowieso uit elkaar te groeien. We konden toen ook alleen maar skypen, als we het geluk hadden dat de verbinding niet uitviel.”

Wat moest hij daar doen?

“Het weer voorspellen. Hij moest bijvoorbeeld bepalen of een bombardement kon lukken. Niet evident, zei hij. Eén keer heeft hij sneeuw voorspeld. Het is heel uitzonderlijk dat het in Afghanistan sneeuwt, ze dachten dat hij een grap uithaalde. Maar het hééft die dag gesneeuwd.”

Was het er gevaarlijk?

“Hij beweerde van niet, maar er werden geregeld luchtbommen afgevuurd. Als dat gebeurde, ging er een alarm af en moesten ze binnen de tien seconden in de schuilkelder zitten: die bommen steken vol spijkers en scherpe voorwerpen. Eén keer is het bijna fout gegaan. Bram was buiten toen het alarm afging. Hij rende naar het gebouw, maar de toegangscode werd om de paar dagen veranderd en hij kon zich die niet meteen herinneren. Hij raakte maar net op tijd binnen, een tel later ontplofte er een bom waar hij had gestaan. Hij is daar zwaar van onder de indruk geweest. Hij heeft het toen alleen aan mij verteld, zijn ouders wisten het niet. Hij wilde hen niet bang maken. Bij mij zat de schrik er nadien ook in. Het was geen makkelijke periode.”

En toen vertrok jij voor zes maanden naar het buitenland.

“Ik heb stage gelopen in Vietnam. Ik heb er meegewerkt aan verschillende projecten, en ik gaf les in weeshuizen, maar ook aan volwassenen en aan kinderen van de rijke elite, die veel geld overhadden voor Engelse lessen van een westerling. Ik heb daar veel geleerd, vooral over de omgang met mensen uit alle lagen van de bevolking. Dat komt me nu goed van pas bij mijn job als leerkracht.

“Het was boeiend, maar soms ook hard. We hebben schrijnende toestanden gezien. Baby’s zonder ouders, kinderen in weeshuizen die amper speelgoed hebben. Ze waren zo blij als ze ons zagen, omdat wij wat speelgoed meebrachten en ze eindelijk iets hadden om de tijd te verdrijven.”

Waar waren hun ouders?

“Weg. De bodem zit daar nog tjokvol gif van bombardementen tijdens de Vietnamoorlog. Dat gif veroorzaakt afwijkingen bij ongeboren kinderen en ouders brengen hun baby na de geboorte in veel gevallen naar het weeshuis.”

Omdat ze er niet voor kunnen zorgen, of omdat ze het niet willen?

“Beide, denk ik. Ik heb ook met volwassenen gewerkt, mannen en vrouwen met een fysieke of mentale handicap. Zij hadden in de meeste gevallen zelfs geen bed. Ze lagen dag en nacht op de grond. Schokkend, maar we konden er niets aan doen. ‘Wij werken op onze manier,’ zeiden de verzorgers.”

Zou je zelf adoptie overwegen?

“Dat weet ik niet. Ik zou daar pas iets over kunnen zeggen als Bram en ik kinderen willen en het niet zou lukken, denk ik.”

Jullie zijn vijf jaar geleden getrouwd.

“Klopt, maar wel alleen voor de wet. Er was ook geen groot feest, we hebben het beperkt gehouden.”

Zijn jullie niet gelovig?

“Ik niet. Ik zou het hypocriet vinden om voor de kerk te trouwen als ik nooit naar de mis ga. Eigenlijk zijn we vooral uit praktische overwegingen getrouwd. Bram en ik hebben samen het huis van zijn grootouders verbouwd. Als ik mee wilde afbetalen, moest ik me ofwel inkopen, ofwel moesten we trouwen. Niet echt de grote romantiek, hè. (lacht) Misschien geven we ooit nog een groot feest, als we zoveel jaar getrouwd zijn. Geen traditioneel feest, waarbij je urenlang aan tafel moet zitten, dat is niks voor ons. Eerder een fuif. Iemand van mijn basketbalploeg heeft thuis een priester laten komen. Dat vind ik ook mooi. We zien nog wel.”

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

EDDY & THE CATS

Je speelt basketbal?

(knikt) Bram en ik zijn allebei heel sportief. Dat is ook één van de redenen waarom ik op hem ben gevallen. Ik vind dat belangrijk bij een partner. Niet omdat hij slank of gespierd moet zijn, dat maakt me niet uit, maar omdat het aantoont dat hij voor zichzelf zorgt, en dat hij met zijn gezondheid bezig is, fysiek en mentaal. Al hangen wij ook weleens in de zetel, hoor.

“Ik heb tot mijn 16de gejudood op een vrij hoog niveau, maar daar raakte ik op uitgekeken. Daarna ben ik basketbal beginnen te spelen, en dat doe ik nog steeds. Puur recreatief, maar wel met een gezonde drang om te winnen. Als de tegenstander beter is, kan ik tegen mijn verlies, maar als ik weet dat ik had kunnen winnen, doet het pijn.”

De Belgian Cats, de Belgische basketbalvrouwen, deden het minder goed dan gehoopt op de Olympische Spelen.

“Die kwartfinale was zo spannend en vooral zo jammer (de Belgian Cats verloren met één punt verschil van thuisland Japan, red.). Ze hadden de finale kunnen halen, ze hadden het alleszins verdiend. En het blijft een topprestatie. De omstandigheden zijn echt niet te onderschatten: de mentale druk, de temperatuur, de luchtvochtigheid...”

Hun thuiskomst was minder fijn: sportcommentator Eddy Demarez gaf denigrerende opmerkingen over de geaardheid en het uiterlijk van de speelsters. Tegen collega’s, dacht hij, maar hij vergat zijn microfoon uit te zetten, waardoor iedereen het kon horen.

“Ik vind dat erg. Zulke uitspraken kunnen niet. Niet op het werk, niet tegen vrienden, niet tegen je partner. Nooit. Punt. Als je zoiets al denkt, hou het dan voor jezelf. Wat maakt het uit op wie iemand valt, dat zegt toch niks over de persoonlijkheid? Het is jammer dat sommigen het daar blijkbaar nog moeilijk mee hebben.

“Maar wat mis ik de Spelen! Bram en ik hebben alle sporten gevolgd die ons interesseren, vooral de ploegsporten. We zaten voor de televisie te supporteren: ‘Komáán!’ We hebben ook elke avond naar Van hier tot in Tokio gekeken, het programma van Karl Vannieuwkerke. Jammer dat het gedaan is!”

In Humo’s zomerreeks ‘Tussen Hemel & Hel’ koos Bram als zijn favoriete onenightstand zonder aarzelen zijn VRT-collega….

“...Cath Luyten! Hij paaide me achteraf door te zeggen dat ik op haar lijk. (lacht) En dat hij trots zou zijn als ik er op haar leeftijd nog zo knap zou uitzien. Ze is ook een knappe, vlotte en spontane vrouw, ik begrijp zijn keuze wel.”

Wie zou jij kiezen?

“Ha! Doe mij maar Bartel Van Riet. Hij lijkt me een avontuurlijke man zonder sterallures. En Bram, maak je geen zorgen, hoor. Hij lijkt op jou. (lacht)

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234