Maandag 13/07/2020

'Persoonlijk lijkt mescaline mij de boeiendste drug'

Huxley, Rimbaud, Baudelaire, Ginsberg en Burroughs; het zijn maar een paar namen uit een lange rij schrijvers die zich aan drugs 'bezondigden'. Door roesmiddelen, dachten ze, konden ze hun geest openen voor het onbekende. De vraag is of de literaire kwaliteit van hun werk er wel bij gevaren heeft. Jan Godderis, psychiater en letterenminnaar, schreef er een kanjer van een boek over, En mijn verrukking neemt geen end, cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit. Hij komt tot een genuanceerd besluit: een roesmiddel is een katalysator die grote schrijvers laat opstijgen tot ongekende hoogten en literaire dwergen terugwerpt in diepten van ellende. Door Marnix Verplancke

Eerst even wat dit boek niet is: een uitputtend overzicht van alle roesmiddelen en alle schrijvers die er gebruik van hebben gemaakt. Godderis wou geen encyclopedie schrijven, wel een persoonlijke kijk op de relatie tussen drugs en literatuur, wat maakt dat hij over bepaalde figuren kort is en aan andere, zoals Ernst Jünger en Henri Michaux bijvoorbeeld, een paar honderd bladzijden wijdt. Ook de behandelde roesmiddelen zijn specifiek gekozen: opium, hasjiesj, mescaline en het eraan verwante lsd. Wie dus iets wil lezen over F. Scott Fitzgeralds alcoholprobleem gaat beter ergens anders zijn licht opsteken. Godderis: "Drank en nicotine hebben weinig invloed op de verbeelding. Het bekendste nicotineboek zal wel Italo Svevo's Bekentenissen van Zeno zijn, maar over de effecten van de stof leer je er niet veel uit. Dit gaat over Svevo's persoonlijke verslaving aan de sigaret en hij put daarbij uit zijn eigen correspondentie. Zo schreef hij briefjes naar zijn geliefde Livia waarin stond: 'Mijn liefste, vandaag rook ik mijn laatste sigaret en zo niet beloof ik je plechtig je nooit meer te zoenen'. Flauwekul natuurlijk, want hij is achteraf met haar getrouwd en zal dus wel meer gedaan hebben dan wat gezoend. We krijgen hier een beeld van de tragiek van de verslaving, net zoals in Malcolm Lowry's Under the Volcano, maar over wat de stof met de literatuur doet, zegt dat niet veel. Je komt immers niet in een toestand van rêverie terecht door een paar zware havanna's te roken. Als je het niet gewoon bent, word je er alleen maar misselijk van en de kans dat er dan nog iets creatiefs gebeurt, lijkt me vrij klein."

Waarom nemen schrijvers eigenlijk roesmiddelen?

"Het is moeilijk om daar algemene uitspraken over te doen. Iedere schrijver had wel een andere reden, ook al was het nogal eens om te vluchten uit de realiteit en dan niet meteen met het idee in het achterhoofd dat dat iets zou opleveren op creatief vlak. Een man als Charles Baudelaire heeft op bepaalde momenten de opiumtinctuur laudanum gedronken omdat hij het leven ondraaglijk vond. Bij Thomas De Quincey zal dat onmiskenbaar ook het geval geweest zijn. Die schrijver wist maar al te goed dat hij op een bepaald moment een verslaafde was en er zal wel een goede reden zijn waarom zijn Confessions of an Opium Eater uiteenvallen in twee delen: 'The pleasures of opium' enerzijds, en anderzijds 'The pains of opium'. Je zou zelfs met recht kunnen beweren dat de aandacht die De Quincey besteedde aan de verslavingsproblematiek maatschappelijk gezien veel meer zoden aan de dijk heeft gezet dan de paar medische publicaties die er in zijn tijd op dat vlak verschenen.

"Jünger en Michaux hebben zowat alles gebruikt met uitzondering van morfine en heroïne en toch zijn zij nooit verslaafd geraakt. Voor hen maakten roesmiddelen deel uit van een levensomvattend project. Ofwel gingen ze uit persoonlijke interesse op zoek naar de grenzen van de geest door het gebruik van roesmiddelen, ofwel gingen ze in op een verzoek van wetenschappers om de invloed van roesmiddelen te testen. Zo werd Jünger bijvoorbeeld gecontacteerd door Albert Hoffman, de ontdekker van lsd, om met dat product te experimenteren omdat hij dacht dat een begaafd auteur toch veel beter onder woorden moest kunnen brengen wat het betekende om onder invloed van lsd te zijn dan een literatuuronkundige chemicus. Jünger had toen al wat ervaringen met drugs en hij had erover geschreven vanaf zijn eerste werk, Das Abenteuerliche Herz. Michaux vertrok dan weer vanuit een toevallige ervaring met ether en wat opium tijdens zijn jeugd. Hij snapte echter meteen dat dat hem literair iets kon opleveren."

En dat is wel een verschil met hoe de hippiecultuur van de jaren zestig omsprong met roesmiddelen, lijkt me. Zij wilden toch niet meer dan gewoon stoned zijn?

"Jünger en Michaux waren gedisciplineerd en ze hadden een project, de eerste een filosofisch-esthetisch en de tweede een theoretisch-esthetisch. Michaux wou achterhalen wat het wezen was van de poëzie en hoe voorstellingen, op welke wijze ze ook gegenereerd mogen worden - door meditatie of het innemen van roesmiddelen - omgezet worden in taal of picturale elementen.

"Naast het zuiver literaire Misérable miracle heeft Michaux meer theoretische werken geschreven over drugs waaruit blijkt dat de man op de hoogte was van de nieuwste wetenschappelijke bevindingen. Vergelijk dat met wat er aan de overzijde van de oceaan gebeurt en het contrast kan moeilijk groter zijn. Zelfs een Allen Ginsberg, die toch de interessantste figuur uit die tijd is, maar zeker Timothy Leary en Ken Kesey waren slechts kleine jongens daarmee vergeleken, hoe boeiend hun exploten en ideeën ook mogen zijn. Het idee dat roesmiddelen tot een bewustzijnsverruiming konden leiden die dan zou aanzetten tot het omverwerpen van de bestaande maatschappijvorm om die te vervangen door een vrijer en democratischer alternatief is ook nu nog een valabel project, alleen vind ik wat eraan vooraf is gegaan nog interessanter.

"Laten we ons beperken tot lsd en mescaline en kijken wat Henry Havelock Ellis daarover geschreven heeft. Dat is een juweel van een fenomenologische beschrijving van wat hij voelde onder invloed van mescaline. Of neem Aldous Huxley in The Doors of Perception, waarin hij beschrijft hoe zijn waarnemingen veranderen onder invloed van hetzelfde middel. Dat waren diepgravende studies. Het wonderlijke is dat alle hippies met Huxley onder de arm liepen, net als met Herman Hesses Steppenwolf, maar ik durf er mijn hoofd op te verwedden dat ze geen van beide boeken ooit hadden gelezen. En hetzelfde geldt voor Les paradis artificiels van Baudelaire, de kampioen onder de slechtst begrepen boeken over genotmiddelen, want in plaats van de ophemeling van de hasjiesj waarvoor dit boek altijd gehouden wordt, is het er juist een definitieve afrekening mee. Baudelaire stond heel huiverig tegenover hasjiesj en iets minder huiverig tegenover de laudanum waaraan hij van tijd tot tijd verslaafd was en die hem hielp zijn syfilispijnen te bestrijden. Als je leest hoe duidelijk hij zich uitlaat over de negatieve aspecten van de opium kun je toch moeilijk beweren dat hij een advocaat geweest is van de roes. En toch werd deze man er in de jaren zestig te pas en te onpas bij gesleurd, als een soort bijbel die - zoals het met bijbels gaat - niemand had gelezen."

Hebben roesmiddelen grote literatuur opgeleverd?

"Ik ben er niet van overtuigd dat we veel teksten hebben die tijdens de roes geschreven zijn. Michaux heeft dat geprobeerd, maar het bleek niet mogelijk. Mescaline is te desorganiserend om iets georganiseerds als het schrijven van een tekst mogelijk te maken. Maar toch kan men moeilijk beweren dat sommige auteurs die om welke redenen dan ook ervaringen hebben kunnen opdoen met roesmiddelen hetzelfde oeuvre geschreven zouden hebben zonder die middelen.

"De beschrijvingen die De Quincey maakt in zijn Confessions zijn niet alleen van een zeer hoog literair gehalte, zijn uit de opiumroes afkomstige opvattingen over de menselijke geest als een palimpsest en zijn intuïtie dat die geest als een dark interpreter werkt, kun je bijna niet anders zien dan als prefiguraties van hoe de psychoanalyse tachtig jaar later de mens zou opvatten. En hetzelfde geldt voor Rimbaud. Ook al is zijn poëzie niet onder invloed geschreven, was hij geen gebruiker geweest, dan hadden zijn gedichten er zeker heel anders uitgezien, ook al had deze man bij wijze van spreken geen genotmiddelen nodig om te hallucineren. Het is bijna ondenkbaar dat hij de beelden die hij in de hasjiesjroes gezien heeft niet gebruikt heeft in zijn gedichten, maar die beelden waren niet voldoende. Rimbauds genialiteit zit hierin dat hij sowieso een groot dichter was en dus op een voortreffelijke manier gebruik wist te maken van die beelden. Als je kijkt naar de mate van drugsgebruik, niet alleen in termen van verspreiding, ook in termen van hoeveelheden die ingenomen werden, is die nooit groter geweest dan in het Amerika van de jaren zestig. Als je ziet hoe weinig aanvaardbare poëzie daaruit voort is gekomen, weet je het wel. Er zijn natuurlijk de groten zoals Ginsberg, Kerouac en Burroughs, maar dat waren zonder drugs ook grote schrijvers geweest. Je kunt hooguit denken dat hun drugsgebruik hun creativiteit binnen bepaalde paden heeft geleid waar ze misschien anders niet terecht zouden zijn gekomen, maar men kan niet zeggen dat die creativiteit het gevolg is van het gebruik."

Zoals Baudelaire al zei: een goed schrijver heeft geen roesmiddelen nodig.

"Natuurlijk, en van een slechte schrijver maak je geen goeie door hem een hasjpijp in de hand te duwen. Théophile Gautier heeft prachtig geschreven over zijn ervaringen met de dawamesc, de hasjiesjpasta die gekauwd diende te worden en veel zwaarder was dan de huidige rookversie ervan. Eens per maand ging hij naar de bijeenkomsten van de Club des hachichins in het Hôtel Pimodan. Die bestond uit lieden van allerlei pluimage en ik ben er zeker van dat velen onder hen bij het beschrijven van wat ze in hun roes gezien hadden niet veel verder kwamen dan 'een wemeling van prachtige kleuren'."

Voor Ernst Jünger was het gebruik van roesmiddelen slechts een van de vele manieren om de grenzen van het menselijke bestaan af te tasten, zo blijkt.

"Grenservaringen waren van primordiaal belang voor Jünger. Heel zijn leven is hij blijven nadenken over zijn ervaringen in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Hij merkte dat zijn waarnemingen veranderden door oog in oog te staan met het gevaar. Die ervaringen nodigden hem uit om de grenzen te verleggen en te proberen achterhalen wat zich aan 'de andere zijde' van de werkelijkheid ophoudt. Jünger had dus een project en dat stond in functie van de verbeelding die volgens hem meer over de werkelijkheid kon zeggen dan de waarneming, want zonder verbeelding hebben onze waarnemingen geen inhoud, zoals Baudelaire ook al opmerkte."

Roesmiddelen geven toch een vertekende kijk op de wereld in plaats van een duidelijkere?

"Vertekend vanuit een zeker gezichtspunt natuurlijk. Het verruimen van het bewustzijn, het ervaringsbereik of het waarnemingsbereik voegt ongetwijfeld iets toe aan onze alledaagse waarnemingen. Niet dat de roeswaarnemingen juister zijn dan de alledaagse, ze zijn complementair en maken ons spectrum breder. Wat Jünger zeker niet beweerd zou hebben is dat het te verkiezen is continu aan de andere zijde te vertoeven. In Annäherungen zegt hij op meerdere plaatsen dat dat gevaarlijk is en dat het er vooral op aankomt maat te kunnen houden. Bij Jünger zit je altijd met die dialectiek tussen gevaar, bedreiging en overweldiging enerzijds en de persoonlijke overwinning anderzijds. Zo zat Jünger nu eenmaal in elkaar. Hij heeft het gevaar zijn hele leven lang opgezocht."

In hoeverre geven opium, hasjiesj en mescaline andere resultaten?

"Opium wekt een toestand van rêverie op waarbij men aan illusionaire waarnemingsvervalsingen ten prooi kan vallen, maar dat is iets anders dan het vuurwerk van de mescaline, zelfs bij relatief lage hoeveelheden. Voor hasjiesj geldt dan weer dat je afhankelijk van de dosis wel of niet hallucinaties hebt, maar je voelt je tijdens het gebruik ook euforisch en bent onderhevig aan een onbedaarlijke lachlust. Wat dat middel met de tijd doet, is ook interessant. Die wordt helemaal anders ervaren, wat met een stof als mescaline veel minder het geval is. Je zou mescaline wat dat betreft een zuiverder stof kunnen noemen, ze voert beelden aan. Hasjiesj kan dat bij een bepaalde dosering ook, maar heeft daarbij een diepgaande invloed op de motoriek, de stemming en de affectiviteit. Opium heeft de neiging de tijd op te rekken, zelfs in die mate dat je bijna de eeuwigheid binnen de tijd krijgt. Cocaïne werkt dan weer helemaal anders. Die versnelt de tijd. Persoonlijk lijkt mescaline mij de boeiendste drug."

En vandaag? Wordt er ook nu nog door schrijvers geëxperimenteerd met roesmiddelen?

"Ik denk het niet. Het is opvallend dat er op een paar Franse schrijvers in de jaren twintig na nooit literair geëxperimenteerd is met cocaïne, een middel dat zeer dicht staat bij de amfetamines en bij ecstacy. Men kan niet zeggen dat dit zeer vruchtbaar is geweest, met uitzondering van Novel with Cocaine, geschreven door het Russische pseudoniem M. Agayev. Jünger vond het bijvoorbeeld helemaal geen vruchtbaar middel. Ik geloof dus niet dat ecstacy of een soortgelijk middel literair evenveel kan opleveren als opium, hasjiesj of mescaline. Indien hoog genoeg gedoseerd kan ecstacy hallucinaties teweegbrengen, maar dan wel in een context van uitputting en vermoeidheid. De vraag is dan wat uiteindelijk de doorslag geeft."

Marnix Verplancke

Jan Godderis

En mijn verrukking neemt geen end

Garant, Antwerpen, 765 p., 75 euro.

'Ernst Jünger en Henri Michaux hebben zowat alles gebruikt met uitzondering van morfine en heroïne en toch zijn zij nooit verslaafd geraakt. Voor hen maakten roesmiddelen deel uit van een levensomvattend project''Een man als Charles Baudelaire heeft op bepaalde momenten de opiumtinctuur laudanum gedronken omdat hij het leven ondraaglijk vond''Ginsberg, Kerouac en Burroughs waren zonder drugs ook grote schrijvers geweest. Je kunt hooguit denken dat het drugsgebruik hun creativiteit binnen bepaalde paden heeft geleid waar ze misschien anders niet terecht zouden zijn gekomen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234