Woensdag 06/07/2022
Hind Eljadid: ‘Mocht ik religieus zijn, dan zouden een heleboel dingen niet kunnen. Zoals tatoeages, waarvan ik er zo veel heb dat ik de tel kwijt ben. Ik zou ook niet kunnen liefhebben wie ik wil liefhebben.’

InterviewDe vragen van Proust

Performer Hind Eljadid: ‘Voor iemand die constant in pijn leeft, is het moeilijk om liefde te geven’

Hind Eljadid: ‘Mocht ik religieus zijn, dan zouden een heleboel dingen niet kunnen. Zoals tatoeages, waarvan ik er zo veel heb dat ik de tel kwijt ben. Ik zou ook niet kunnen liefhebben wie ik wil liefhebben.’Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Tweeëntwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Deze week: woordkunstenaar en performer Hind Eljadid (28). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

Ann Jooris

1. Hoe oud voelt u zich?

“Dat hangt af van het moment. Als ik als kunstenaar op het podium sta, voel ik mij zes jaar oud. Dan voel ik mij de kleine Hind. Als kind kun je helemaal overtuigd zijn van wat je speelt. Als je een brandweerman speelt, bén je ook een brandweerman. En als ik met vrienden rondhang of naar feestjes ga, voel ik mij nog altijd een jonge twintiger.

“Maar als de kindjes bij mij zijn – ik heb co-ouderschap met mijn ex-vrouw – voel ik mij ineens een stuk ouder. Dan voel ik mij een verantwoordelijke mama van 30. Het hangt dus heel erg af van welke pet ik opheb.”

2. Hoe was uw kindertijd?

“Ik heb niet de simpelste kindertijd gehad. Wij zijn opgegroeid in Antwerpen-Noord in toch wel moeilijke omstandigheden. Wij woonden in een achterbuurt, in armoede. Mijn ouders waren al vroeg gescheiden, nog voor ik deftige herinneringen kon vormen. Bovendien was onze mama heel ziek. Ik heb haar nooit gezond gekend. Mijn zus en ik moesten op heel jonge leeftijd dus al voor haar zorgen en het huishouden doen. We stonden er helemaal alleen voor.

“Als ik mij niet goed voelde, greep ik naar boeken uit de bib van mijn mama. Ik liet de verhalen in mijn hoofd afspelen als een film en maakte er toneelstukjes van. Dan dwong ik mijn zus om samen met mij toneel te spelen. (lacht) Of ik sloot mij uren op in de badkamer. Met de haarborstel in de hand voor de spiegel, na te denken hoe ik zou performen. Dat was mijn manier om te ontsnappen uit de realiteit waar ik toen in zat.

BIO • 28 jaar, groeide op in Antwerpen • schrijver, slampoëet, spokenwordartiest • bezieler van spokenwordplatformen Zonder Wolk en Slam Aleikum • won in 2017 als eerste Belgische vrouw de Van Dale Spoken Award • won in 2018 de BILL Award, de jongerenprijs van de Ultimas, en in 2020 de El Hizjra Literatuurprijs • debuteerde eind 2020 met Kruimeldief • organiseerde in 2021 het Belgisch kampioenschap slam poetry • zus van beeldend kunstenaar Zahra Eljadid • heeft drie kinderen

“Ik was een eenzaat. Ik zat heel hard in mijn eigen wereld, ook omdat andere kinderen niet zo goed begrepen wat er bij ons thuis omging. Onze school bestond bovendien uit witte middenklasse. Als mensen van kleur waren wij sowieso al buitenbeentjes, we hadden het ook veel minder breed dan de anderen. Dat zag je niet alleen aan onze kleren, maar ook aan onze verjaardagskaartjes. Wij maakten die gewoon zelf.

“Je zag mij dan ook nooit op de speelplaats. Ik zat boven in de klasbib te lezen of boeken te sorteren op alfabetische volgorde. De andere kinderen hadden het over programma’s die ze gezien hadden op Nickelodeon, terwijl wij alleen Ketnet hadden. Ik viel uit de boot, maar vond dat toen niet zo heel erg omdat ik volledig opgeslorpt werd door de verhalen die ik las. Dat was voor mij meer dan voldoende. En ik ben ook heel dankbaar dat het zo gegaan is, want het heeft mij gevormd tot de persoon die ik ben. Een schrijver, performer en kunstenaar.”

3. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik denk dat ik nogal empathisch ben. Dat schijnt ook door in mijn werk, dat vrij geëngageerd is. We zijn allemaal kinderen van onze cultuur en kinderen van onze ouders. We nemen heel veel mee uit onze jeugd. Als je van kleins af aan hebt moeten zorgen voor iemand die eigenlijk voor ons had moeten zorgen, leer je snel pijn te zien en een ander te begrijpen zonder te oordelen. Ik heb een zorgend kantje, zowel naar mijn vrienden, geliefden en kinderen, als naar de hele samenleving toe. Ik zal snel nadenken over hoe ik kan helpen.”

Hind Eljadid: ‘Ik wou als tiener naar buiten en leuke dingen doen, feesten, onnozel doen... Maar dat ging niet, omdat er thuis een gigantische verantwoordelijkheid wachtte.’ Beeld © Stefaan Temmerman
Hind Eljadid: ‘Ik wou als tiener naar buiten en leuke dingen doen, feesten, onnozel doen... Maar dat ging niet, omdat er thuis een gigantische verantwoordelijkheid wachtte.’Beeld © Stefaan Temmerman

4. Wat drijft u?

“Liefde en passie. Ik denk dat dat mijn twee grote drijfveren zijn. Opstaan en weten dat ik mama ben van drie jonge kindjes. Ook weten dat ik het anders wil doen voor hen dan het voor mij is geweest. En natuurlijk de liefde voor mijn werk. Ik sta op en ga slapen met mijn werk. Als kunstenaar besta je uit je werk. Alles wat je doet, is daaraan gerelateerd.”

5. Vindt u het leven een cadeau?

“Enorm. (fel) Het leven is een gigantisch geschenk en wij zien dat te weinig. Ik kan heel dankbaar zijn voor de kleine dingen, voor de sporadische ontmoetingen met mensen die je wellicht nooit meer zult terugzien, maar met wie je een megagoede babbel hebt.

“Maar het grootste geschenk zijn de mensen rondom mij. Mijn zus, die mijn enige familielid is hier in België, de rest woont in Marokko. Mijn kinderen. Haar kinderen. Mijn lief. En het feit dat ik mag doen wat ik graag doe en daar mijn brood mee kan verdienen. En corona te hebben overleefd als kunstenaar. (lacht) Pfoe. Dat was niet simpel.”

6. Wat vond u de moeilijkste periode in uw leven?

“Ik denk toen ik tiener was, omdat ik toen wel heel erg in de knoop raakte met mezelf. Ik was boos en gefrustreerd. Ik wou naar buiten en leuke dingen doen, feesten, onnozel doen... Maar dat ging niet, omdat er thuis een gigantische verantwoordelijkheid wachtte. Daar kwam nog bij dat ik zeer beperkte middelen had, waardoor ik heel vroeg ben gaan werken. Toen ik elf was, stopte ik briefjes in de brievenbussen van de buren met de vraag of ik boodschappen voor hen kon doen of babysitten. Voor mijn eerste studentenjob heb ik keihard gelogen over mijn leeftijd, want ik was nog maar 14. De hele zomer heb ik toen gewerkt. Dat was niet leuk, snap je.

“In die tijd heeft mijn mama ook maanden in het ziekenhuis gelegen, waardoor mijn zus en ik alleen thuis waren en voor elkaar moesten zorgen. Wij smeerden elkaars boterhammen en staken elkaar in bed. Wij waren elkaars mama en papa, wat in zekere zin vandaag nog steeds zo is. Wij bellen naar elkaar als we iets nodig hebben. De band tussen ons is onverbreekbaar. Wij zijn héél close, twee handen op één buik, maar hebben elkaar ook wel moeten leren wat liefde geven is. Thuis kregen we dat niet in de traditionele betekenis van het woord. Voor iemand die constant in pijn leeft, is het moeilijk om liefde te geven. Je wordt heel bitter van pijn, dus het was aan mij en mijn zus om elkaar dat aan te leren.

“Soms denk ik erover na hoe ik de wereld zou kunnen overleven zonder haar. Dan word ik snel emotioneel, want mijn zus ís mijn hele wereld. Zij betekent de wereld voor mij. En omgekeerd, ja. Voor mij is dat vanzelfsprekend, maar ik snap wel dat er bij de buitenwereld een soort fascinatie voor onze band is. Wij zijn heel verschillend in onze levenswijze en de manier waarop we onze religie beleven, maar dat houdt ons op geen enkel vlak tegen om elkaar lief te hebben. Wij hebben ook ruzies hoor. Wij zijn twee hevige temperamenten en als wij ruzie hebben is het echt ‘boef!’. Maar dat duurt ook maar een half uur. Daarna is het: wenen en sorry zeggen. Typisch zussen.”

‘Thuiskomen vind ik zalig. De deur achter je dichttrekken, je beha uitdoen en relaxen. Je beha uitdoen, dat is niet te schatten. Ze zouden dat moeten afschaffen, die brol.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Thuiskomen vind ik zalig. De deur achter je dichttrekken, je beha uitdoen en relaxen. Je beha uitdoen, dat is niet te schatten. Ze zouden dat moeten afschaffen, die brol.’Beeld © Stefaan Temmerman

7. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ja, de helft van mijn jeugd was een religieuze ervaring. (lacht) Ik ben niet praktiserend, maar heb heel veel waarden en normen uit de islam meegenomen die ik vandaag nog naleef. Ik zal altijd mijn maaltijd delen als iemand bij mij aan tafel zit, want wat genoeg is voor één is ook genoeg voor twee. Ik zal altijd glimlachen naar mensen, ook al ken ik ze niet. Geloof speelt zich af binnen jezelf. Ik geloof in energie tussen mensen, in liefde. Ik geloof ook in mezelf. (lacht) Maar dat heeft niets te maken met religie. Ik geloof niet in de heilige geest. Ik heb ook niet het gevoel dat mijn mama hier nog ergens rondzweeft. Wij willen onszelf heel graag troosten. Het hele ‘after life’-gebeuren is een hoop, omdat de mens bang is om te verdwijnen in het niets.

“Hoe ik het nu zie, is dat ik dit ene leven hier op aarde heb en dat ik dat zo zinvol mogelijk wil invullen. Natuurlijk wil ik een goed mens zijn. Maar mocht ik religieus zijn, zouden een heleboel dingen niet kunnen. Zoals tatoeages, waarvan ik er zo veel heb dat ik de tel kwijt ben. (lacht) Ik zou ook niet kunnen liefhebben wie ik wil liefhebben. Als lesbische vrouw zou ik de liefde niet kunnen beleven op de manier waarop ik ze wil beleven.

“Mijn geaardheid heb ik zelf nooit als een probleem ervaren. Ik ben ook nooit uit de kast gekomen. Ik heb gewoon aan mijn zus verteld dat ik verliefd was op een meisje. Dat was het. Mensen zijn maar gewoon mee met de flow moeten gaan en zo zou het eigenlijk altijd moeten zijn. Het zou niet uitgesproken moeten worden. Liefde is liefde, om het met een cliché te zeggen.”

8. Welke kleine alledaagse dingen kunnen u blij maken?

“Koffie. (lacht) De kinderen die naar huis komen met tekeningen. Of de middelste van acht die weer een toneelstukje of gedicht heeft gemaakt. Ik vind het heel fijn dat ze niet alleen maar spelletjes spelen op hun tablet, maar er toch ook nog voor kiezen om samen toneeltjes of dansjes op te voeren. Dat vind ik zo leuk om naar te kijken, omdat ik dan mezelf weer zie als kind dat probeert een showtje in elkaar te steken.

“Thuiskomen vind ik zalig. De deur achter je dichttrekken, je beha uitdoen en relaxen. Je beha uitdoen, dat is niet te schatten. Ze zouden dat moeten afschaffen, die brol. (lacht) En dan samen eten en de kindjes in bed leggen. Wat niet altijd kan, enerzijds door mijn co-ouderschap, anderzijds omdat ik vaak ’s avonds laat werk.”

9. Wat biedt u troost?

“Verhalen in de brede zin van het woord. Dat kan een film zijn, een docu, een podcast... Maar vooral boeken. In boeken verdwijn ik volledig. Ik hoor niemand meer als ik aan het lezen ben. Ik ben ook niet iemand die een boek in stukjes leest. Als ik aan een boek begin, moet het ook uit.

“Ook de mensen om mij heen. Ik houd mijn cirkel klein. Ik ben een heel open persoon, maar iemand heel dicht bij mij laten komen kost wel wat vertrouwen. Ik ben dan ook heel dankbaar voor de mensen die het geduld hebben om mijn muren te doorbreken en zo dicht bij mij willen staan.”

10. Wat is uw zwakte?

“Ik ben heel ongeduldig. Ik wil dat de dingen vooruitgaan, wat in mijn sector niet altijd even vanzelfsprekend is. Wij zijn eigenlijk wel lanterfanters en dromers.

“Ik ben soms ook ongeduldig met mijn kinderen. Dan denk ik ’s avonds in bed: ‘Verdomme Hind, waarom heb je nu eigenlijk staan roepen?’ Dan voel ik mij keislecht, wat normaal is. Wij zijn maar ouders en er ligt zoveel druk op ons. Er wordt van ons verwacht dat we fulltime werken en tegelijkertijd ook nog kinderen opvoeden, met alle trauma’s uit het verleden erbij. En dan de druk van de laatste twee jaar... We mogen echt niet onderschatten wat corona met ons heeft gedaan, mentaal. Wij zijn echt andere mensen geworden.”

11. Waar hebt u spijt van?

“Ik heb geen spijt, omdat ik oprecht geloof dat elke ervaring, negatief of positief, je iets bijleert. Als ik één ding zou moeten veranderen, zou mijn leven er misschien helemaal anders uitzien.

“Wat ik wel jammer vind, is dat ik het dodengebed niet kon meebidden toen mijn mama overleden is. Als je menstrueert, mag je niet deelnemen aan het dodengebed. Daardoor kan ik niet honderd procent achter mijn religie staan. Ik kan de natuur niet veranderen. Ik wil mezelf ook niet verloochenen om te passen in dat kadertje.”

12. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Exact een jaar nadat mijn mama gestorven is, was ik op weg naar de begraafplaats toen ik telefoon kreeg van mijn schoonbroer. Hij zei: ‘Hind, je moet nu naar het ziekenhuis, want je zus gaat bevallen.’ Haar dochtertje Phara is dus geboren op de sterfdag van mijn mama, wat zo uniek is. En ergens gaf haar geboorte ons de toestemming om die dag niet enkel de dood te betreuren, maar om ook het leven te vieren.

“Wij hebben er dan ook voor gekozen om op de verjaardagen van Phara niet naar de begraafplaats te gaan, maar dat kind te vieren. Zij moet haar mama en haar tante niet droevig zien, ook al wenen wij op die dag wel altijd, hoor. Wij wenen nog elke dag, mijn zus en ik, als het gaat over onze mama.

“Ik huil dus veel. Ik ben een emotionele foef. (lacht) Vroeger was ik helemaal niet zo. Toen huilde ik bijna nooit. Als je constant in overlevingsmodus zit, zit je in een bepaalde vibe waardoor je niet veel toelaat. Het moment dat het beter gaat en er meer licht is, is er ook meer ruimte voor de duisternis. Als er enkel duisternis is, merk je de duisternis niet op. Als er licht is, is er ruimte om te voelen. Om emoties te laten ‘zijn’.

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman

“De laatste keer dat ik gehuild heb, was twee dagen geleden, tijdens het voorlezen uit mijn boek aan mijn lief. Het eindigt met een brief aan onze mama. Ik kan wel een klein stukje voorlezen als je dat graag wilt. (haalt boek) ‘Aan mama. Wat een leven heb jij achter de rug. Niemand zal ooit volledig begrijpen wat jij hebt meegemaakt. Enkel een fractie ervan. Enkel wat ik besluit te schrijven, enkel wat mijn zus besluit te tekenen. Het leven is onnoemelijk hard voor je geweest, maar doorheen alles wat je meemaakte was er een soort bittere schoonheid. (...) Er zijn dagen dat mijn zus en ik samen aan de eettafel zitten. Dan halen we herinneringen op en snikken we half lachend, half wenend, terwijl we elkaar proberen te overtuigen dat het zo goed is.’”

13. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik ga vooral door het lint als de kinderen iets voorhebben. Of als het n-woord wordt gebruikt tegen hen. Mijn kinderen zijn donkerder dan ik. Zij zijn donker, punt. Soms worden ze daarvoor uitgescholden of worden er apengeluiden gemaakt. Dan moet je je proberen te beheersen en hen laten zien: zo ga je om met mensen die respectloos en racistisch zijn.

“Maar als ik dan alleen in de badkamer ben, ga ik door het lint. Dan is het echt wenen en roepen en de muziek keiluid zetten om mij helemaal te laten gaan. Dan durf ik al eens met dingen te smijten. Je voelt je ontzettend machteloos als ouder. Ik ga mijn kinderen nooit kunnen beschermen tegen de pijn die de samenleving hen aandoet, net zoals mijn ouders mij niet hebben kunnen beschermen tegen racisme en discriminatie.

“Het moment dat je je kinderen moet uitleggen welk deel van de geschiedenis ook op hun schouders rust, waar het n-woord vandaan komt en waarom bepaalde mensen dat soort woorden gebruiken... Als je samen documentaires moet bekijken over slavernij, dat is gewoon heel pijnlijk. Het enige wat ik dan op dat moment kan doen, is proberen hen zoveel mogelijk kennis mee te geven, waardoor ze het beter begrijpen.”

14. Wat is uw vroegste herinnering?

“Een heel lange tafel met allemaal joelende kinderen die kervelsoep met balletjes eten. Toen we nog heel klein waren, moesten we een periode op internaat, omdat onze mama in het ziekenhuis in een coma lag. Die scène staat ook beschreven in mijn boek. Ik herinner mij dat mijn zus vroeg of die balletjes halal waren of niet en dat dat mij weinig kon schelen, want ik was ze lekker aan het opsmikkelen. En dat de volwassenen daar ook gewoon maar wat mee lachten, met die vraag. Wat ik toen niet besefte, is dat die reactie van die begeleiders heel fout was. Nu zou dat onacceptabel zijn.”

15. Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Tekeningen van mijn zus. Net zoals ik heel vroeg was met lezen en schrijven, was zij heel vroeg met tekenen en illustreren.”

16. Welk boek heeft een speciale betekenis voor u?

“Harry Potter. I love it.”

17. Hoe definieert u liefde?

“Niet. (lacht) Liefde valt niet te definiëren. Dat is net het mooie eraan. Je kunt het niet vatten. Liefde is net iets heel fluïde. Liefde vloeit. Iets wat wij gelukkig allemaal kunnen en mogen voelen.”

18. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Elke dag anders. Er zijn dagen dat ik mij heel goed voel in mijn lichaam, maar ik denk dat ik zoals elke vrouw soms wel struggle met mijn zelfbeeld. Zelfliefde is niet iets wat wij aangeleerd hebben gekregen. We hebben vooral geleerd hoe perfect we er moeten uitzien.

“Ik heb drie kinderen gedragen. Dat heeft zijn sporen nagelaten. Als ik in de spiegel kijk en ik zie mijn striemen, word ik daar heel wrevelig van. Maar dan zijn er ook dagen waarop ik denk: ‘Damn girl, you go!’ (lacht) Dat is en blijft een zoektocht, jezelf graag zien.”

19. Wat vindt u erotisch?

“Een vrouwenlichaam. (lacht) En erotische verhalen. En fruit. Een aardbei opensnijden is toch ongelooflijk sensueel.”

20. Wat is de speciaalste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“Nu moet ik even nadenken. Goh, misschien ben ik daar best saai in. Ik zou kunnen zeggen ‘de keukentafel’, ‘de tuin’, ‘de auto’... Maar heel speciaal is dat allemaal niet. Ik hou wel van het comfort van een bed en van een zachte ondergrond als ik intiem ben.” (lacht)

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman

21. Hoe zou u willen sterven?

“Ik wil ooit, op een warme plek, een stukje grond waar ik zelfvoorzienend kan leven, met dieren en een grote moestuin. Ik wil minstens 100 worden. (lacht) Ik lig in een hangmat met een boek en zie de maan. Dan vertrek ik rustig. Zo zou ik willen sterven. Met mijn geliefde naast mij.”

22. Welke droom hebt u nog?

“Ik zou die plek ook openstellen voor jongeren die tijd nodig hebben om tot rust te komen, door te mediteren, het maken van kunst en het verzorgen van dieren en planten. Volgens mij zit daar heel veel helingskracht in.

“Maar eerst wil ik nog duizend boeken schrijven en op duizend soorten podia staan. En als eerste spokenwordartiest, net zoals Alex Agnew heeft gedaan als eerste comedyartiest, een Sportpaleis vullen. Dat klinkt misschien keistom, maar dat zou toch fantastisch zijn!” (lacht)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234