Maandag 12/04/2021

Pennenvriend Parker@AL Inleiding:Het oogstjaar 2001 in Bordeaux kan op relatief weinig sympathie rekenen in de trendsettende nieuwsbrief van wijngoeroe Parker. En meteen staat natuurlijk half Bordeaux op zijn kop.

Geen superlatieven meer à la 2000, maar een ontnuchterende kop: 'After the goldrush'

Elk jaar in april herhaalt zich een ritueel: internationale proevers worden naar de proeflokalen gelokt om er het nieuwe millésime-in-wording van de grands crus classés te komen besnuffelen, proeven en uitspuwen. Het is ook het officieuze startschot van de primeurcampagne, want op basis van hun gepubliceerde (voor)oordelen worden immers reputaties - en vooral prijsniveaus en winstmarges - gemaakt. Dat geldt zeker voor The Wine Advocate, de nieuwsbrief die Robert M. Parker tweemaandelijks uit zijn klavier schudt.

Wanneer Parker, gewapend met zijn 100-puntenschaal, zijn verdict publiceert, wordt menig handje klam in en rond Bordeaux. Een hoge score - zeg maar boven de 90, hetzij een outstanding wine-beoordeling, of boven de 96 een extraordinary wine - staat immers borg voor hogere primeurprijzen en een gegarandeerde om- en afzet wereldwijd.

Dat bleek klaar en duidelijk met de 2000: het millenniumjaar is objectief dik en rijp en krachtig, maar werd subjectief door Parker het melkwegstelsel ingeschoten, met astronomische prijsverhogingen als gevolg.

Maar in Bordeaux - en de bevriende pers - wordt er nu eerder geknarsetand (of geklappertand). In zijn laatste nieuwsbrief wordt 2001 immers bestempeld als een kwalitatief zeer grillig, slechts behoorlijk oogstjaar zonder meer. Geen superlatieven meer à la 2000 die zelfs speculanten in de richting van primeuraankopen drijft, maar een eerder ontnuchterende kop 'After The Gold Rush'. Voor het eerst in jaren kent Parker ook geen topcategorie toe. Geen enkele cru uit 2001 heeft volgens hem een buitengewoon potentieel of bezit het kaliber om tot een klassieke wijn te evolueren. De 76 outstanding wines zijn wel een troost, maar wat importeurs, négociants, distributeurs en kasteeleigenaars nog het meest verontrust, is het feit dat Parker hun primeurcampagne ondermijnt.

Alhoewel iedereen objectief beseft dat Bordeaux 2001 enologisch geen klapstuk is, vergeleek de marketingmachine de 2001 al met zogeheten 'klassieke' jaren als 1988, 1981, 1979 en zelfs 1955. Terwijl zij reeds hun doos met kunst- en marketingtrucjes openden om de internationale markt toch maar de 2001 aan te prijzen, stelt Parker onomwonden - en m.i. terecht - dat deze oogst geen primeuraankoop rechtvaardigt.

Er zijn op de keper beschouwd vier motieven waarom de consument enthousiast én toch beredeneerd voor een primeuraankoop van bordeaux kan gaan. En geen van de vier is nu valabel.

Ten eerste gaat het niet om een spectaculaire, dus niet te missen oogst. Ten tweede lijkt het er niet op dat de prijzen van de 2001 de komende jaren sensationeel zullen stijgen, dus van een zinvolle belegging is evenmin sprake. Waarom zou een gek inderdaad reeds binnen enkele weken 50, 100 of meer euro neertellen per fles grand cru classé van een middelmatig millésime, in de wetenschap dat de wijnen pas binnen een tweetal jaar thuis worden geleverd en de kans groot is dat de flessen dan - in het gewone circuit - even duur of zelfs goedkoper zullen zijn? In het verleden zijn er nog zulke marktdipjes geweest, die menig primeuraankoper veel geld hebben gekost, dat anders op de bank beter had gerendeerd.

Ten derde geldt evenmin het motief van de schaarste: er is voldoende wijn geproduceerd, zelfs ruim meer dan in 2000. Primeuraankopen kunnen immers in sommige gevallen zinvol blijven als er maar kleine hoeveelheden werden gebotteld van de betere cru's, omdat ze anders snel onvindbaar worden. Slechts rabiate fans van sommige pomerols of garagewijnen - die per definitie in piepkleine volumes worden gemaakt - kunnen een primeurreservering overwegen, omdat ze absoluut een bepaalde 'lijn' of 'stijl' willen volgen. Maar voor de overige consumenten geldt de regel: afblijven. Of geduld oefenen.

In dezelfde lijn ligt motief 4: sommigen kopen in primeur, omdat ze dan grotere of speciale flessenformaten kunnen reserveren, zoals magnums. Dat argument lijkt me echter zinloos voor de 2001, tenzij voor echte verzamelaars.

Kortom, voor één keer volg ik Parker integraal, wanneer hij concludeert dat de normale consument het best zijn handen van de 2001 houdt. Eenzelfde geluid horen we overigens bij Christie's-directeur Anthony Hanson, die wijnkopers in zijn nieuwsbrief aanraadt zeer voorzichtig te zijn met bordeaux 2001 én zeer prijskritisch te volgen. Er zijn wel degelijk 'goede successen' gehaald in bepaalde wijndistricten - vooral in goedgedraineerde wijngaarden en waar de rendementen laag worden gehouden - maar Hanson is evenmin echt onder de indruk van het millésime, omdat veel bordeaux 2001 wel lekker fruitig geurt, maar droog smaakt en structuur mankeert in het midden, evenals rijpe lengte in de finale.

Parker geeft identieke proefnota's voor het totale oogstjaar. Vooral in Médoc kreeg men te kampen met moeilijke malolactische gistingen, waardoor in de huidige fase vaak nogal strenge en bittere tannines het halen op het fruit. De meeste wijnen openen aromatisch vrij aangenaam, maar smaken daarna nogal mager en zijn allesbehalve charmant. Eigenlijk is de vergelijking met 1988 niet slecht: ook die wijnen bleven streng en tanninerijk smaken en ontwikkelden zich nooit tot grote vlezigheid of charme. Enkel in appellations waar de merlot ruimer vertegenwoordigd is, is dit euvel minder aanwezig. Althans: dat is de teneur die we nu uit de meeste, nog vroegtijdige proefcommentaren afleiden, want vergeet niet dat de Bordelese enologen nog 6 tot 12 maanden barrique-lagering aan hun jonge 2001 opleggen en bovendien nog technische 'ingrepen' kunnen doen, die de 'concentratie' kunnen verhogen.

Maar zelfs dan zal 2001 in Bordeaux nooit bijgeschoven worden in het rijtje van klassieke, excellente oogstjaren. Bovendien is er nog een minpunt: dit millésime belandt frontaal op een gesatureerde of op zijn minst afwachtende markt. Veel consumenten en bordeauxliefhebbers hebben immers hun bankrekening geplunderd en diep in hun financiële reserves geput om toch maar enkele kistjes millenniumwijn te reserveren. Vooral in de VS, waarnaar naar verluidt zeker 60 procent van de toenmalige primeur vertrok, zit menige kelder tjokvol bordeaux grand cru classé. Ook de speculanten deden gulzig mee. De drive om nu ook massaal 2001 in te slaan, een veel slechter gereputeerd jaar, is niet erg groot. Bovendien draait de economie niet meteen op hoog toerental, lijken de aandelenbeurzen nog steeds op een groot jojospel en hebben we onder meer 11 september en een escalatie in het Midden-Oosten-conflict geïncasseerd: niet bepaald een samenspel van factoren die een succesvolle primeurcampagne voorspellen.

De conclusie van iedereen luidt: omlaag die dwaze prijzen! In de handel is men ervan overtuigd dat straks de prijzen zeker tot het niveau van 1999 gaan dalen. Of correcter: moeten dalen, zoals Hanson suggereert in een interview met Decanter: "Iedereen die reeds 1995, 1996 of 1997 heeft gekocht, moet zeer voorzichtig zijn om nog meer jonge bordeaux te kopen, want geen van deze jaargangen heeft tot nu toe echt een opwaardering qua prijs gezien."

Persoonlijk vind ik dat de Fransen hun primeurprijzen minstens moeten halveren, als ze écht een strategische tegenzet willen doen tegen het opkomende geweld uit de nieuwe wereld en de zieltjes willen terugwinnen van een heel pak gedesillusioneerde ex-bordeauxdrinkers. Tenslotte zitten de meeste kasteeleigenaars op flinke stapels harde cash. Sedert 1995 hebben ze al zes oogsten lang goed geboerd met hun primeurcampagnes en dus de nodige reserves opgebouwd. Dat ze die nu maar eens

aanspreken om een 'stunt' te doen met de 2001.

Pas met zo'n 'Campagne 50 procent' zou een schokgolf door de internationale handel gaan en zouden mensen eindelijk nog eens bordeaux herontdekken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234