Woensdag 16/06/2021

Pelé, omdat schoonheid ontroert

De organisatoren van de Gouden Schoen pakken er groot en fier mee uit: die trofee wordt vandaag uitgereikt door de inmiddels 61-jarige Pelé. Pelé, bijgenaamd 'el rei de futbol' - de 'koning van het voetbal'. Maar waarom zou precies Pelé koning moeten zijn, en niet Maradona, of Van Basten, of Zidane, voetballers die de jongere generatie wel of beter kent. Want je moet al ver in de dertig zijn om die Pelé nog in actie te hebben gezien, en dan nog zijn het maar jeugdherinneringen. En toch. Toch is Pelé de allergrootste, en dat in een zeer internationale sport waarin het niet aan vedetten ontbreekt.

Brussel

Eigen berichtgeving

Walter Pauli

Als Brazilië de reputatie heeft van het beste van alle voetballanden, dan komt dat door één man: Pelé. Voor Pelé kon bijvoorbeeld Engeland zonder schaamte die reputatie claimen, als 'uitvinder' van het voetbal. Na Pelé weten ze zelfs op hun eiland wel beter. Als de wereldbeker van Mexico 1970 nog altijd de reputatie heeft van het mooiste toernooi ooit, dan komt dat door die fabelachtige Braziliaanse seleçao en haar kapitein, Pelé. Sinds Pelé speelt Brazilië met de drie (inmiddels vier) sterretjes op het gele shirt, het fiere teken van gewonnen wereldbekers. Voor Pelé was er dat nog geen.

Goed, er zijn wel wat extra-sportieve schandaaltjes rond Pelé geweest - hij flopte eigenlijk als minister van Sport, hij had wat gerommel als Unicef-ambassadeur, niet iedereen in de internationale voetbalbonden apprecieerde zijn bemoeienissen, en de pulppers had een fikse kluif aan zijn echtscheiding en nadien een paar romances met fotomodellen met een uiterlijk dat u en mij ook alleen maar vanuit die pulppers vertrouwd is. Maar dat is eigenlijk niet terzake. Pelé is een sportman, de meest weergaloze voetballer ooit.

En juist zijn uitstraling als voetbalster tilde Pelé nog tot een hoger - maatschappelijk en politiek - niveau. Als er aan het einde van de jaren zestig gelijkberechtiging voor zwarten kwam (tot dan bestond in de VS nog officiële segregation, apartheid dus), dan kwam dat natuurlijk in de eerste plaats door het politieke overtuigingswerk van iemand als Martin Luther King. Maar psychologisch even belangrijk was dat in diezelfde jaren een aantal zwarte atleten zich opwerkten tot echte en zeer sympathieke vedetten van wereldniveau, niet alleen voor de eigen black kids maar evenzeer bij het zogenaamd 'betere' blanke publiek. Het was de tijd van de Braziliaanse voetballer Pelé, van de onvergetelijke Amerikaanse bokser Cassius Clay, later Mohammed Ali, en van dichter bij huis de Portugese voetballer Eusebio - en die kreeg dan als bijnaam 'de Europese Pelé', wat al iets zegt over de uitstraling van de echte.

Een man als Pelé nam die 'black power' ook ernstig, zij het dat hij veel minder ruchtbaarheid gaf aan zijn engagement dan bijvoorbeeld Mohammed Ali. Maar ook Pelé stond op zijn principes. Ondanks de honderdduizenden dollars die hem in die jaren aangeboden werden voor demonstratiewedstrijden en commerciële opdrachten in Zuid-Afrika, zette de man nooit één voet in dat land zolang daar het apartheidsregime heerste. Pelé heeft dat uitgelegd aan bisschop Desmond Tutu, en hij kreeg diens zegen.

Maar sportieve halfgod wordt je natuurlijk niet zomaar. Voor we beginnen met pas écht lyrisch te doen over Pelé kunnen we misschien eerst de cijfers voor zich laten spreken. Want ook al zijn die in het geval van Pelé weinig bekend, in hun zakelijkheid vertellen ze eigenlijk de kern van het verhaal. Pelé speelde bijna zijn hele carrière bij Santos (1957-1974), voor hij op latere leeftijd naar New York Cosmos verhuisde (tot 1976). Met Santos werd hij tien keer kampioen van de 'paulista liga' (de streek rond Sao Paulo) en vijf keer landskampioen van het overkoepelende Braziliaanse kampioenschap. Hij won tweemaal de Copa Libertadores, de Zuid-Amerikaanse tegenhanger van de Europese Champions League, en tweemaal de Intercontinentale Beker, de zogenaamde wereldbeker voor clubelftallen. En reken maar dat Pelé op die grote momenten het verschil maakte. In 1963 scoort hij vier doelpunten in de terugwedstrijd van de Intercontinentale Beker tegen AC Milan. Dat dus tegen een elftal dat, meer nog dan stadsgenoot Inter Milan, doordrongen was van het catenaccio. Dat wil zeggen: de nadruk lag op hard, maar dan ook bikkelhard verdedigen. Tegen Pelé was er echter geen natrappen aan.

Net zoals Eddy Merckx was Pelé een speler die al tijdens zijn actieve carrière deel werd van de legende. Pelé deed dat toen hij in 1969 voor Santos zijn duizendste officiële doelpunt scoorde (in zijn 909de wedstrijd), van op de penaltystip. Maar even onvergetelijk blijft de wedstrijd Santos-Botafog uit 1964, zeg maar de Braziliaanse variant van Anderlecht-Club Brugge of Ajax-Feyenoord. Santos won die partij met 11-0, Pelé maakte acht doelpunten. Uiteindelijk zou de teller na zijn carrière blijven staan op 1.283 officiële doelpunten in clubverband.

En die clubverhalen, dat is dan voor Europeanen nog eens de onbekende Pelé - in die tijd waren er zo goed als geen beelden uit Zuid-Amerika, en schaars waren toen nog de Braziliaanse of Argentijnse toppers die hier een carrière uitbouwden.

Maar hoe gigantisch veel 1.283 doelpunten wel zijn, en hoe uitzonderlijk goed die Pelé dus wel moet geweest zijn, zelfs in vergelijking met de allergrootste andere voetballers, wordt alleen maar duidelijk als je hem vergelijkt met andere, haast even legendarische supervedetten. Karl-Heinz Rummenigge, de blonde Duitse stormram van de jaren zeventig en tachtig, scoorde voor zijn clubs 230 doelpunten. Zijn voorganger bij Bayern München, Gert Müller, is nog altijd de officiële recordhouder van de Bundesliga met 365 doelpunten. De haast even onvergetelijke Johan Cruijff, een man die in sommige voetbalboeken met Pelé concurreert voor de titel 'Beste voetballer aller tijden', scoorde in zijn lange carrière 315 doelpunten. Ruud Gullit houdt het bij 154 doelpunten voor clubs in Nederland en Italië, Marco Van Basten tikte af op 217 stuks in competitieverband. Pelé, het weze toch even herhaald, scoorde dus evenveel doelpunten voor zijn clubs als alle voorgaande heren sámen.

En nogmaals, dat is dus de 'onbekende' Pelé. De Europese voetballiefhebber kent Pelé vooral van zijn prachtige en onvergetelijke spel in de Braziliaanse nationale ploeg, waarvoor hij 92 caps verzamelde en 77 keer scoorde. Driemaal won Pelé de wereldbeker - in 1958, 1962 en 1970. Intussen werd hij zowel in de wereldbeker van 1962 (in de voorronde, later won Brazilië de finale waarin hij dus niet aantrad) als die van 1966 gewoon van het veld gestampt. Toch scoorde hij in die twee edities telkens één doelpunt. In totaal won Pelé dus drie wereldbekers. Niemand heeft hem dat ooit na- of voorgedaan. In vier WK-eindrondes scoorde hij bovendien twaalf doelpunten, een Braziliaans record.

De cijfers alleen zijn al een teken van de ongelofelijke lengte van Pelés carrière. Hij was in alle opzichten een wonderkind. Pelé debuteerde - natuurlijk met een doelpunt - toen hij nog maar vijftien jaar werd. De eerste keer topscorer op zijn zestiende (met 36 goals), datzelfde jaar al international: Brazilië verliest met 1-2 van Argentinië, maar die puber op het veld maakt wel het doelpunt. Als 17-jarige is hij al de ster van de wereldbeker in 1958, waar gastland Zweden in de finale met 5-2 wordt ingeblikt. Wie de wat houterige zwart-witbeelden van dat WK nog eens te pakken krijgt, moet ze toch dringend bekijken, en zien hoe acrobatisch, hoe onaards mooi de doelpunten van de piepjonge Pelé zijn.

Maar niets is zo mooi als het WK 1970 in Mexico - het eerste WK trouwens in kleur, letterlijk en figuurlijk. Met een van de allerbeste nationale elftallen ooit speelt Brazilië in de finale een ook al uitermate sterk Italië gewoon weg: 4-1. Pelé maakte vier doelpunten op dat toernooi, waarvan één in de finale, het openingsdoelpunt. Zijn tweede treffer in die partij (een kopbal) wordt afgekeurd omdat de scheidsrechter affluit voor rust, juist op het wel zeer ongelukkige ogenblik dat Pelé zijn hoofd tegen de bal zet.

Maar minstens zo onvergetelijk zijn de drie bijna-doelpunten die hij dat WK maakt. In de poulewedstrijd tegen Engeland kopt hij zo perfect een harde bal binnen, dat iedereen een doelpunt ziet - alleen pakt doelman Gordon Banks uit met een redding die heel Engeland nu nog altijd herdenkt als 'de save van de eeuw'. "Telkens ik de video bekijk", zegt Pelé tot vandaag, "denk ik nog altijd: die zit, mooie goal. En telkens komt dan die Banks er nog tussen."

In de wedstrijd tegen Tsjecho-Slowakije pakt hij uit met zo'n onverwacht afstandsschot, van zo verschrikkelijk ver - zelfs onze Ludo Coeck zou het haast niet aandurven - maar de bal sterft millimeters naast het doel van keeper Ivo Viktor. Zelfs de Tsjecho-Slowaken wilden dat de bal erin was gegaan: zij waren toch kansloos tegen Brazilië, en dan hadden zij tenminste een van de mooiste tegendoelpunten ooit geïncasseerd.

Dachten ze, want tegen Uruguay deed Pelé nog straffer. Hij en de Uruguyaanse doelman lopen centraal in het veld af op een inzet van de flank. Pelé stapt gewoon over die bal, die dus naar de andere zijlijn doorzoeft, loopt achter de verbijsterde keeper om, haalt de bal nog in, draait en schiet - maar helaas nipt naast. Maar alleen al het idee bewees zijn ongekende creativiteit.

Goed, soms kan lof uitzinnig worden, maar Pelé kon alles. Hij scoorde van op de verste afstanden, draaide vrijschoppen binnen, scoorde met het hoofd, na spectaculaire dribbels, maar ook op snelheid, en heel vaak ook zo acrobatisch mogelijk - de omhaal en de lob beheerste hij als geen ander. Telkens hij een afscheidswedstrijd speelde - voor de Braziliaanse nationale ploeg in 1971, voor Santos in 1974, voor Cosmos in 1976 -, was dat telkens voor een massa van ettelijke tienduizenden - in 1971 zaten er zelfs 180.000 samengepropt op de tribunes van 'zijn' Macarana-stadion - ontroerd, soms tot tranen toe, door de herinnering aan een schoonheid zoals de wereld tot dan toe niet gekend had, en tot nu toe ook nooit meer zou beleven.

Zie ook Televisie, pagina 43

Pelé scoorde 1.283 officiële doelpunten in clubverband. Dat zijn er evenveel als Rummenigge, Müller, Cruijff, Gullit en Van Basten samen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234