Maandag 24/01/2022

Peilen naar de afgrond

klassiek

ian bostridge zingt schubert in de munt

Brussel / Van onze medewerker

Stephan Moens

Wie bij het woord liederavond denkt aan een oudere heer in rokkostuum die, met de rechterhand losjes op de piano leunend, op sonore wijze aangename melodieën ten beste geeft, had zaterdagavond in de Munt naar Ian Bostridge moeten komen luisteren. Als Bostridge een avond lang Schubert zingt, is dat een ervaring die je veeleer met een soiree bij E.T.A. Hoffmann of zelfs bij de duivel zelve kunt vergelijken. Een avond Bostridge is nooit ver weg van een portie gothic horror: niet alleen zijn magere gestalte en fysionomie maar ook zijn expressie suggereren huiveringwekkende dingen. Al in het tweede lied van de avond, 'Auf der Donau', is zo'n spookachtig beeld te zien, als naar het einde toe Bostridge en zijn (perfect op hem inspelende) pianist Julius Drake naar elkaar toe gebogen namijmeren. "Als men mij ooit voor iets heeft bekritiseerd, dan was het omdat ik over the top ging", zegt hijzelf.

Dat is nochtans maar de oppervlakte. Waar het Bostridge in wezen om te doen is, is het peilen naar de dieptes, de afgronden in Schuberts werk. Daartoe maakt hij als het ware suites van liederen, die thematisch met elkaar verband houden: voor de pauze via de romantische topoi 'schipper', 'nacht', 'dood', na de pauze verder langs een andere weg: 'dood', '(hopeloze) liefde', 'ironie', 'Sehnsucht'. Voor de pauze lukt hem de afgronddiepe interpretatie vooral in de donkere 'nachtstukken', al is ook het lange 'Viola' een bevreemdend moment. Hoe diep Bostridge doordringt in de tekst van een lied en hoe ver hij daarbij van de gangbare interpretaties durft afwijken, blijkt bijvoorbeeld in 'Abendstern', waar zijn cynische zegging van de woorden van Venus bijna schokkend is. Dat is nochtans niet noodzakelijk een bijzonder 'moderne' benadering; het is veeleer een hedendaagse uitwerking van enkele basiskenmerken van de romantiek in het algemeen en van Schuberts artistieke denkwereld in het bijzonder: de horror van de leegte, de nooit voltooide reis, de aantrekkingskracht van de dood. Met die laatste opent overigens het gedeelte na de pauze ('Widerschein', in de nu nog zelden gehoorde versie uit de oude verzamelde werken), om dan langs ironische liefdesliederen (de schuinse lach, waarmee Bostridge in 'Alinde' "wat een vangst" zingt! De versieringen in 'Der Winterabend!') de eindeloze nostalgie van de strofe uit 'Die Götter Griechenlands' te bereiken. De drie voor de hand liggende bisnummers - 'Heidenröslein', 'An die Musik' en 'Abschied' - bieden elk iets bijzonders: het eerste krijgt door een haast onverschillige zegging van de derde strofe een eigenaardig open einde; het tweede legt sterk de nadruk op de dankbaarheid (en dat zijn wij, meneer Bostridge!); het derde wordt door zijn haast volledige pianissimo-weergave een voorbeeld van de eenheid van technische beheersing en adembenemende ontroering.

Wat: Liederen van Franz Schubert Wie: Ian Bostridge en Julius Drake Waar en wanneer: Brussel, De Munt, 9 maartOns oordeel: Een bijzonder eigentijdse reflectie op de romantiek door een van de intrigerendste liedzangers van het ogenblik en een perfect op hem inspelend pianist.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234