Maandag 30/03/2020

Preventie kindermisbruik

Pedofiel M.: "Het is niet mijn schuld dat ik op jongens val"

Beeld Eiko Ojala

Veel pedofielen zetten hun seksuele verlangens nooit om in daden en leiden een waardig moreel leven. Toch is het een moeilijke weg, getuigt M. in een anoniem e-mailgesprek met onze redactie. "Ontdekken dat ik op jonge jongens bleef vallen, was erg confronterend."

Wat betekent het om pedofiel te zijn? Kunt u dat omschrijven?

M: “Intrinsiek is het niets bijzonders. Ik ben een volwassen man die op een bepaald type valt. Alleen, ik val niet op voluptueuze blondines en ook niet op gespierde kerels, maar wel op puberjongens van een jaar of veertien, of meer precies: jongens ergens tussen de twaalf en de vijftien jaar. Diep in mijn binnenste voelt dat erg natuurlijk aan, ongetwijfeld op dezelfde manier waarop de doorsnee-heteroman gecharmeerd kan zijn van een knappe vrouw. Jongens van die leeftijd kunnen lichamelijk heel erg mooi zijn, zijn dikwijls speels en nieuwsgierig, soms wat brutaal, en bovendien vaak druk bezig met het ontdekken van hun eigen seksualiteit."

“Dat betekent niet dat ik voortdurend in contact probeer te komen met jonge jongens, of dat ik ze lastigval of probeer te versieren, net zomin als de meeste heteromannen zo veel mogelijk vrouwen in hun bed proberen te lokken. Er zijn overigens belangrijke perioden geweest waarop ik in het geheel niet bezig was met mijn onderhuidse verlangens, en ik ben er meermaals zelfs ernstig aan beginnen te twijfelen of ik me niet vergist had, of het eigenlijk wel waar was, dat ik op jonge jongens viel. Moest ik niet toch gewoon eens een vrouw zoeken om een nestje mee te bouwen? Maar plots kwam het dan toch weer naar boven, niet zelden na toevallig contact met een leuke jongen, of door een film, of boek, of item in de media."

“Wat wel uitgesproken ‘anders’ is aan mijn geaardheid, is dat ze niet mee evolueert in de tijd. Toen ik zelf veertien was vond ik sommige jongens, maar ook meisjes, van mijn eigen leeftijd best leuk. Pas op mijn zeventiende ontdekte ik dat ik steeds opnieuw jongens van dezelfde jonge leeftijd leuk vond, en dat mijn mannelijke leeftijdsgenoten hun aantrekkingskracht op mij helemaal waren kwijtgeraakt."

“Wanneer je dit voor mij natuurlijke gegeven in de huidige maatschappelijke context plaatst, dan wordt het echter problematisch. Sinds de dag dat ik besefte dat mijn gevoelens geen enkele plaats hebben in onze samenleving, heeft mijn geaardheid heel sterk de verdere loop van mijn leven bepaald. Mijn omgangsvormen met mensen, mijn vriendenkring, mijn keuze voor een job, de plek waar en de manier waarop ik woon: het zou allemaal heel anders geweest zijn als ik over mijn gevoelens had kunnen praten, en het zou al zeker heel anders geweest zijn als ik een duurzame relatie had kunnen aangaan."

“Ik woon alleen, ik werk erg hard, ik engageer me voor zaken die onhaalbaar zijn voor mensen met een gezinsleven, en ik verwerk mijn frustraties, tegenslagen, en gebrek aan affectie grotendeels alleen. Niet omdat dat dat alles zo leuk is en ik daarvoor gekozen heb, maar wel omdat ik niet echt een andere optie zie."

“Bovendien heb ik het gevoel dat ik voortdurend op mijn hoede moet zijn. Ik let erop zo weinig mogelijk te laten merken van mijn bijzondere interesse voor het thema, of voor jonge pubers in het algemeen. Ik praat weinig over de films die ik zie, de boeken die ik lees, of de websites die ik bezoek. Het feit dat Google tegenwoordig alles weet, is daarbij overigens niet bepaald geruststellend, ook al heb ik me nooit op illegaal terrein begeven."

“Gesprekken blijven vaak noodgedwongen beperkt tot veilige domeinen: alles wat te maken heeft met relaties of emoties is verboden gebied. En als je jezelf niet blootgeeft, dan doet ook de ander dat niet. Mijn vrienden zijn mensen met wie ik samen activiteiten onderneem en plezier maak, maar ik deel mijn zielenroerselen niet met hen. En bijgevolg delen zij de hunne ook nauwelijks met mij. Ten opzichte van kinderen gedraag ik me zo normaal mogelijk, wat overigens niet zo moeilijk is omdat ik vandaag door omstandigheden nauwelijks in contact kom met de leeftijdsgroep waarover het hier gaat, heel anders dan tijdens mijn studententijd, overigens.”

Wanneer werd u zich bewust van uw gevoelens voor kinderen?

“Het is een gevoel dat er altijd al geweest is. In de lagere school al waren er jongetjes voor wie ik uitgesproken affectieve gevoelens koesterde, omdat ik ze zo schattig vond. Dat had toen echter nog niets met seksuele aantrekkingskracht te maken. Pas op mijn zeventiende besefte ik dat sommige jongens uit het tweede jaar van mijn middelbare school gevoelens van verliefdheid bij me ontlokten."

“Het probleem werd groter toen ik in Leuven ging studeren. Veel van mijn leeftijdsgenoten hadden een vrij duidelijk beeld van hun toekomst. Ik kon me echter steeds minder voorstellen wat er van mij moest worden na mijn diploma. Een relatie aangaan met een vrouw, een gezin stichten, een job aannemen voor de rest van mijn leven: het leken geen van alle reële opties, en ik begon bovendien ernstig te twijfelen aan mijn studiekeuze. Misschien moest ik toch maar gewoon gaan lesgeven in de eerste graad van de middelbare school, dat leek me plots zowat de enige job waar ik enige persoonlijke voldoening uit zou kunnen halen."

“Ik had toen overigens nog steeds niet helder kunnen definiëren wat er precies met me aan de hand was."

“Op mijn twintigste ging de bal echt aan het rollen, toen ik voor het eerst hartstochtelijk verliefd werd op een jongen, op kamp met de jeugdbeweging. C. was nog maar net dertien, maar ik vond hem werkelijk onweerstaanbaar. De eerste nacht van het kamp slaagde ik erin om me in mijn slaapzak naast hem te nestelen. Ik lag de hele nacht naar hem te kijken. De volgende ochtend merkte hij langs zijn neus weg op dat ik wel érg dicht bij hem had gelegen. Toen pas realiseerde ik me dat mijn gedrag echt niet normaal was. Ik ging in een andere tent slapen en voelde me dagenlang erg slecht."

“Na de vakantie begon ik op zoek te gaan naar informatie over mijn gevoelens: op het internet, dat toen nog niet heel uitgebreid was maar wel een stuk anoniemer dan vandaag, en in de bibliotheek. Een zucht van verlichting: ik was niet de enige! Maar tegelijkertijd kon ik het onmogelijk nog ontkennen: ik voldeed aan alle definities van de pedofiel. Erg confronterend, want ook ik leefde nog met het beeld dat pedofilie ging over het verkrachten van kinderen, iets waar ik me volstrekt niet mee identificeerde. Ik vond jongens lief en aantrekkelijk, en wilde samen met hen plezier maken, maar zeker niet tegen hun zin in.”

Waarom spreekt u van seksuele geaardheid?

“In mijn ogen moet de vraag omgekeerd gesteld worden. Zijn er namelijk redenen om te stellen dat het niét om een seksuele geaardheid gaat? Ik zie ze niet. Het gaat om een gevoel, een oriëntatie, die bij mijn weten niet door iets veroorzaakt is en voor zover ik kan inschatten dus aangeboren moet zijn. En wat zou het anders zijn? Een ziekte? Dan toch één die niet behandeld of genezen kan worden. Een afwijking, aangezien het fenomeen maar bij een minderheid voorkomt? Misschien, maar in dat geval is homofilie óók een afwijking.”

Wat trekt u precies aan in kinderen?

“Net zoals bij vrouwen en mannen is het een combinatie van eigenschappen waardoor jonge puberjongens zo aantrekkelijk kunnen zijn. Het zal u verbazen, maar als ik me eerst even beperk tot lichamelijke eigenschappen, dan kom ik al snel tot een lijstje dat eerder vrouwelijk dan mannelijk aandoet. Zachte gelaatstrekken, een gave huid, een slank voorkomen, bijna geen lichaamsbeharing, een niet al te lage stem, een stralende glimlach... Uitgesproken mannelijke kenmerken zijn zeker niet wat ik in een jongen zoek."

“Maar daarnaast gaat het ook om een paar bijzondere karaktertrekken, die uiteraard sterk persoonsafhankelijk zijn. Mijn voorkeur gaat duidelijk uit naar jongens die kwajongensachtig zijn, nieuwsgierig, sociaal en sportief zijn en gevoel voor humor hebben."

“Anderzijds val ik niet op kinderen jonger dan twaalf of dertien. Toch kan ik ook hen best leuk, lief of mooi vinden, maar zonder dat dat met erotische gevoelens gepaard gaat. Het is moeilijk te verklaren, maar ik ben in een jongen ook op zoek naar intelligentie en gemeenschappelijke interesses en gespreksonderwerpen, en dat ligt bij jonge kinderen niet voor de hand. Bovendien zijn dertien- en veertienjarigen voor mij ontluikende seksuele wezens, wat niet geldt voor jongere kinderen.”

U bent al verschillende keren verliefd geweest op jonge jongens. Hoe vermijdt u dat u een stap te ver gaat?

“Een volgende grote verliefdheid ontstond een paar jaar later en was een stuk problematischer dan mijn eerste. Het gebeurde opnieuw op een tentenkamp met de jeugdbeweging. D. was net vijftien geworden, maar ik kende hem al enkele jaren en hij was me al die tijd erg opgevallen."

“Die zomer was hij zich blijkbaar bewust geworden van mijn interesse voor hem, zelfs al had ik me behoorlijk op de vlakte gehouden. Plots leek er sprake te zijn van een soort toenadering, die van twee kanten kwam. Op een avond trok hij mijn hand naar zich toe en liet me zijn gezicht strelen. Ik was helemaal ondersteboven."

“De volgende ochtend vertelde hij me dat hij dacht dat ik verliefd op hem was, dat hij er net zelf achter was gekomen dat hij op jongens viel, maar dat hij niet zeker wist of hij ook op mij verliefd was. Hij vond me namelijk toch wel wat oud."

“Mijn wereld stortte in. Mijn verlangen naar hem was zo hevig aangewakkerd, dat ik er het eerste jaar niet meer vanaf zou geraken. En bovendien had hij mijn geheim ontsluierd. De enige – gedeeltelijke – oplossing die ik zag, was een open gesprek met hem waarin ik hem uitlegde wat er precies aan de hand was met mij, en dat het erg belangrijk voor mij was dat hij niet zou rondbazuinen wat er gebeurd was."

“Van deze episode ben ik lange tijd emotioneel ondersteboven geweest, wat mij voldoende reden gaf om alles in het werk te stellen om zoiets niet nog eens te laten voorvallen. Sindsdien ben ik daar goed in geslaagd.”

Kunt u een relatie aangaan met volwassenen?

“Een seksuele relatie met wie dan ook staat niet op mijn verlanglijstje. Als ik een relatie met een volwassene zou aangaan, dan zou ik wellicht het gevoel hebben in een grote leugen te leven en daar dan ook nog eens anderen in te betrekken. Toch zou het praktisch en sociaal vele voordelen hebben, en ik heb me al vaak afgevraagd of het niet toch een optie zou zijn om in een of andere gezinssituatie te gaan leven, waarbij seks overigens geen deel van het pakket zou hoeven te zijn. Maar aangezien het al nauwelijks mogelijk is om over mijn diepste zelf te praten, kan ik me onmogelijk voorstellen dat ik iemand, vrouw of man, zou vinden die ook naar zoiets op zoek is.”

Hebt u ooit anderen in vertrouwen genomen over uw geaardheid?

“Na de crisis met D. raadde hij me aan om hier toch minstens ook met iemand anders over te praten. En dat heb ik inderdaad gedaan. Ik had me nochtans ooit voorgenomen om er nooit tegen wie dan ook over te reppen, maar ik was zo onder de indruk van wat er gebeurd was, dat ik het niet langer voor mezelf kon houden. Het leek me evenmin verantwoord dat D. de enige zou zijn die er iets van wist. Het was een vorm van verantwoordelijkheid, die je niet zomaar op de schouders van een vijftienjarige legt."

“Ik heb er een aantal vrienden over aangesproken, en vervolgens mijn ouders. Die raadden me aan om bij een psychotherapeut te rade te gaan, wat ik een tijdlang ook gedaan heb. Dat heeft geholpen in termen van het terugwinnen van mijn emotionele stabiliteit, maar verder heeft het niets veranderd."

“Iedereen die ik erover aangesproken heb, vatte het aanvankelijk goed op. Maar niemand had echt nuttige tips. De mogelijkheid om erover te praten heeft me destijds dan wel door mijn crisis geloodst, maar vandaag is het opnieuw zo dat er vooral over gezwegen wordt, ook door de mensen die ervan af weten. Voor hen valt er namelijk niet zo heel veel meer over te zeggen, vrees ik. De situatie is wat ze is, en zolang ik me gedraag en er niets bijzonders gebeurt, lijkt er ook weinig te bespreken."

“Toch is dat vanuit mijn standpunt natuurlijk niet het geval. Eens in de zoveel tijd kom ik weer in een emotionele draaikolk terecht waar zonder veel duiding niets van te begrijpen valt voor een buitenstaander."

“Bovendien voelt niet iedereen zich er duidelijk even comfortabel bij om deelgenoot te zijn van mijn geheim. Met een paar mensen die op de hoogte zijn, heb ik inmiddels nauwelijks nog contact. Sommige anderen, onder wie een van de jongens op wie ik destijds verliefd ben geweest en die intussen al lang volwassen is, bieden gelukkig van tijd tot tijd nog een luisterend oor.”

Zou u uw leven anders hebben gewild? Alle pedofielen die hij gesproken heeft, dachten ooit aan zelfmoord, zegt een forensisch expert.

“Als men het me had gevraagd toen ik ter wereld kwam, dan had ik toch liever een vinkje gezet bij ‘hetero’ of ‘homo’. En zelfs al weet ik dat elk huisje zijn kruisje heeft, ik kijk met enige afgunst naar de vaak behoorlijk gelukkige gezinnetjes die ik rondom me heb zien ontstaan. Alleenstaand zijn zonder perspectief op ‘beterschap’, is niet het leukste wat er is. Ik heb het gevoel weinig emotionele banden te hebben met wie dan ook, en ook affectie is grotendeels afwezig in mijn leven. Mijn sociaal netwerk lijkt me ook relatief klein te zijn ten opzichte van veel van mijn leeftijdsgenoten: logisch, want een netwerk van mijn partner of via de school of hobby’s van de kinderen is vanzelfsprekend onbestaande."

“Anderzijds ben ik in de loop der jaren professioneel een stuk ambitieuzer geworden. Ik heb er bewust voor gekozen om de tijd die ik niet aan relaties en een gezin besteed, in mijn werk te investeren. En ik ben tevreden met het resultaat: ik heb vandaag een boeiende job die ik heel graag doe."

“Van zelfmoordgedachten heb ik geen last, maar dat betekent niet dat ik altijd optimistisch ben over de toekomst. Ik kijk er niet naar uit om ouder te worden. Los daarvan vermoed ik dat zelfmoordcijfers onder mensen met een pedofiele gerichtheid inderdaad erg hoog liggen. Want, geef toe, je zou van minder moedeloos worden.”

Hoe hebt u zichzelf leren aanvaarden?

“Eerlijk gezegd vind ik deze vraag wat naast de kwestie. Ik heb er veel over nagedacht, veel over gelezen, en erg moeilijke periodes doorgemaakt, maar het probleem is nooit geweest dat ik mezelf niet aanvaardde. Het is niet mijn schuld dat ik op jongens val, en ik vind niet dat ik mezelf iets kan verwijten.”

Hoe staat u tegenover kinderporno?

“Ik vind het maken en verspreiden van kinderporno even verwerpelijk als u, en ik heb me nooit met kinderporno ingelaten.”

Begrijpt u de woede van de maatschappij jegens pedofielen?

“Ik kan natuurlijk begrip opbrengen voor ouders die hun kinderen willen beschermen tegen elk mogelijk gevaar van buitenaf. Maar de huidige hysterie rond pedofilie vind ik moeilijk verdedigbaar. De achtergrond daarvan heeft meer te maken met het zoeken naar een zondebok, dan met een reëel probleem. Het is erg verleidelijk om de samenleving op te delen in goed en slecht: ‘wij’ zijn dan goed, en ‘zij’ zijn slecht. Er lijken vandaag slechts twee vormen van ‘echt slechte mensen’ over te blijven: Kim Jong-un en de pedofiel."

“Pedofilie is van alle tijden en komt veel vaker voor dan we graag willen geloven. Er zijn dan wel geen goed onderbouwde cijfers, maar ga er gerust van uit dat er op elke middelbare school een paar jongens zijn zoals ik destijds, en dat er in elke woonwijk wel iemand woont met minstens ten dele een pedofiele oriëntatie. De overgrote meerderheid van deze mensen gedraagt zich heel erg keurig, deels uit overtuiging, maar ook uit angst voor de schandpaal. Sommigen zijn voor het gemak toch maar in een relatie met een meerderjarige gestapt, en anderen komen beroepsmatig wel degelijk met kinderen in contact zonder problemen te veroorzaken. De misbruikschandalen die de media halen zijn bijna alle historisch. Logisch, want de beschermende cocon die de kerk en het klooster ooit boden aan mensen met afwijkende geaardheden bestaat al lang niet meer."

“Op zich is het positief dat er nauwelijks nog nieuwe misbruikschandalen lijken te ontstaan. Maar waar we geen idee van hebben, is welk leed de huidige heksenjacht, waar ook de media toe bijdragen, heeft veroorzaakt. Hoeveel diep ongelukkige levens en zelfmoorden zijn hier het gevolg van? Geen mens die het weet."

“In mijn ogen moet er rond pedofilie een open debat gevoerd kunnen worden, en moeten mensen met pedofiele gevoelens ergens terechtkunnen. Akkoord dat kindermisbruik verwerpelijk is, maar het tonen van enige menselijkheid ten aanzien van pedofielen is daarmee niet in strijd.”

Welk advies zou u geven aan iemand die ontdekt dat hij pedofiele gevoelens heeft?

“Ik vrees dat de huidige hetze tegen pedofilie erg weinig marge laat, en ik heb destijds enorm geworsteld met de schijnbare onmogelijkheid om erover te praten. Het is natuurlijk ideaal als je enkele goede vrienden of nabije familieleden hebt die je erover kunt aanspreken en van wie je zeker weet dat ze een minimum aan begrip zullen proberen op te brengen, maar dat is niet iedereen gegeven, vrees ik."

“Er bestaan enkele internetfora, maar daar is het probleem dan weer dat je niet zeker weet wie er allemaal op post of meeleest, en je anonimiteit is slechts tot op zekere hoogte gegarandeerd."

“Psychotherapie kan eveneens hulp bieden, maar dan voornamelijk in de vorm van een luisterend oor. Voor mij is die drempel echter lang zeer hoog geweest, en een substantieel verschil heeft het voor mij ook niet gemaakt."

“Eigenlijk weet ik het dus ook niet. Ik ben nog steeds op zoek naar de levenswijze die me het meest voldoening geeft; vroeger vond ik die in intensieve hobby’s en vandaag vooral in mijn werk. Maar daarmee is niet alles opgelost. Soms mis ik de aanwezigheid van jongens in mijn leven, en een leven zonder seks is ook niet echt het leukste wat er is."

“Los daarvan is het belangrijk dat je duidelijk grenzen stelt voor jezelf. Wees niet naïef: er mag nog zoveel potentieel begrip zijn voor je situatie, met kinderporno of daadwerkelijk seksueel contact is de kans erg groot dat je het helemaal verknoeit, niet alleen voor jezelf maar ook voor een ander.” 

Dit artikel maakt deel uit van het dossier 'Preventie seksueel kindermisbruik'. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234