Maandag 20/05/2019

Pavlov

Sinds een week lig ik met Charles Spence in bed. Nu ja: met zijn boek Gastrofysica. De Engelse versie - Gastrophysica - werd mij een paar maanden geleden door de uitgever toegestuurd, dus blijkbaar behoor ik tegenwoordig ook tot het clubje van nieuwe smaakmakers.

Maar een Engels boek met nogal wat wetenschappelijke poespas is niet mijn ideale schietgebedje voor het slapengaan. Ik was dus blij met de vertaling, want proeven en smullen is tenslotte ook waar het in mijn stiel allemaal om draait. Mijn buikgevoel zegt allang dat alles in de kop zit. Horen, zien en zwijgen wordt naar smaak vertaald in horen, zien en ruiken, want de neus gaat vóór de mond. De tong met verhaaltjes over zuur, zoet en bitter vliegt daarbij onherroepelijk een bank achteruit.

Maar het allerbelangrijkst is onze hersencomputer, die centrale verwerkingseenheid tussen onze oren die bepaalt of we iets al dan niet lekker vinden. Iedereen moet eten en de voedingsindustrie is dan ook een miljardenbusiness waar weinig aan het toeval overgelaten wordt. Misschien vermoedde je het al en vroeg je je af waarom dat eerste schelletje leverpaté, vers uit het vacuüm schaaltje van de supermarkt, zo heerlijk rook en de volgende schijfjes veel minder? Inderdaad: er wordt reukgas in het schaaltje gespoten dat je doet watertanden wanneer je het pakje opent. En zo is er ook het krakende geritsel van een zak chips, als voorbode van het krokante geluid dat bij verse chips hoort. Het boek doet meerdere keren een belletje rinkelen over onze spontane reacties, het hondje van Pavlov is nooit veraf en heft zijn pootje tegen bijna elke bladzijde.

Om alles nog een beetje complexer te maken, blijkt dat wat ík proef en ruik een ánder totaal niet ervaart. De geur van gebakken spek vind ik delicieus, terwijl het voor anderen stinkt naar een bronstig varken.

Gastrofysica leert je dus vooral iets over jezelf, en zou eigenlijk evengoed als titel De fysiologie van de smaak kunnen hebben, want ook de 18de-eeuwse gastronoom Brillat-Savarin had er al kaas van gegeten.

Zou er dan echt niets nieuws onder de zon zijn? Een analyse van hoe we als een soort superrobotjes in elkaar zitten, is misschien interessant, maar daarom nog geen handleiding om méér te genieten. Want uiteindelijk is genieten het belangrijkste, en goede seks en lekker eten kunnen ook zonder diepgaande studies van het hoe en waarom. In de seventies met mijn ouders mosselen eten in Oud Sluis, bij vader Herman, was elke keer weer een feest. Sergio was als jonge tiener wellicht in de backoffice de groentjes aan het snijden en ik zat prinselijk van de schelpen te genieten, en las daarbij telkens opnieuw de spreuk die in sierlijke letters van een halve meter op de muur stond geschilderd: 'Er is nog nooit een kok gevonden, die koken kan naar alle monden'. Daarmee is misschien alles gezegd. Ik heb het altijd onthouden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.