Donderdag 24/09/2020

Muziek

Paul Weller zal ook op Les Ardentes zijn greatest hits niet aframmelen

Paul Weller verloor zijn wilde haren maar blijft zichzelf als solo-artiest heruitvinden. "Op mijn leeftijd misschien naiëf, maar ik denk dat mijn beste platen nog gemaakt moeten worden."Beeld PHOTO_NEWS

The Jam. The Style Council. Paul Weller: drie decennia, drie iconische acts. Met meer dan honderd singles en vierentwintig cd"s achter zijn naam is Paul Weller (57) Brits erfgoed geworden, maar hij vertikt het om achterom te kijken. "Altijd dezelfde set spelen, hoe hou je dat vol?"

Op 30 juni 2010 dronk Paul Weller voor de laatste keer alcohol. Véél alcohol. In die mate dat zijn toenmalige vriendin - inmiddels zijn vrouw - hem een ultimatum stelde: ofwel vertrok zij, ofwel ging de fles buiten. Heel even leek de eerste optie hem nog de meest realistische. Weller: "Gelukkig kreeg ik nog net op tijd mijn verstand terug, en sindsdien heb ik nooit meer achterom gekeken."

Of het een met het ander te maken heeft, laat Weller in het midden. Alleen is het opvallend dat zijn carrière sindsdien een bijzondere heropleving doormaakt. Met '22 Dreams', 'Wake Up the Nation' en het nieuwe 'Saturns Pattern' heeft hij de voorbije jaren de meest avontuurlijke platen in zijn omvangrijke discografie gemaakt, en live blijft Weller eveneens een publiekstrekker.

"Elke plaat geeft weer wie ik op dat moment ben, en uiteraard sta ik nu als midvijftiger anders in het leven dan toen ik nog een twintiger was. Daarom speel ik nog maar zelden dingen van The Jam of The Style Council. Zodra ik songs niet langer aanvoel, speel ik ze niet meer. Heel soms herontdek ik ook wel eens zo'n oud nummer en leer ik het opnieuw waarderen. 'Shout to the Top', bijvoorbeeld, een van mijn oude hits. Maar eigenlijk speel ik toch altijd het liefste nieuwe songs, omdat die het dichtst bij me aanleunen."

Opmerkelijk: de meeste bands worden conservatiever naarmate ze ouder worden, maar bij u is eerder het tegenovergestelde waar. Hoe komt dat, denkt u?
Paul Weller: "Als je zestien, zeventien bent, valt je leven van de ene omwenteling in de andere. Mensen van mijn leeftijd maken minder extreme dingen mee, en al zeker niet zo vaak. Ik probeer evenwel een open geest te bewaren. Toen ik vijftig werd, heb ik een plaat gemaakt die enkel voor mezelf was bestemd. Een dubbelaar, vol experimentele songs en rare geluiden, waarop ik op heel andere manieren componeerde dan voordien. 22 Dreams werd - ook tot mijn eigen verbazing - een onverhoopt succes.

"Ik besef wel dat ik het mijn fans van het eerste uur de laatste jaren niet gemakkelijk heb gemaakt, maar ik raak alsmaar sneller verveeld. En dus heb ik voor mezelf voortdurend nieuwe uitdagingen nodig. Wat voor zin heeft het om een hele carrière lang telkens opnieuw dezelfde plaat te maken, maar dan altijd nét ietsje minder verrassend dan de vorige keer?

"Ik hoop dus dat het publiek me wil vergezellen op mijn muzikale reis. Het is alleszins nooit mijn bedoeling geweest om iemand van me te vervreemden. Ik besef zeer goed dat een deel van de mensen die naar de optredens komen, alleen oud materiaal willen horen. But that will never fucking happen."

Toen we elkaar twee jaar geleden spraken, zei u: 'Ik heb geen flauw idee wat ik op mijn volgende plaat ga doen.'
"Dat is nu weer zo. Vroeger gooide ik na elke plaat al mijn aantekeningen weg. Tabula rasa. Heel extreem, maar zo dwong ik mezelf om telkens weer zonder bagage aan een volgende te beginnen. Tot een vriend me erop wees dat al die schriftjes ooit veel geld waard zouden zijn geweest. Dus nu hou ik ze wél bij. Misschien dat mijn kinderen er ooit nog wat aan hebben."

Onlangs verscheen een fotoboek waarin uw volledige solocarrière in beeld wordt gebracht. Lawrence Watson is al 25 jaar uw vaste fotograaf. Reikt zijn invloed op uw imago even ver als Anton Corbijn bij U2 en Depeche Mode? Er duiken alleszins vaak typisch Britse iconen op in uw foto's. Rode telefooncellen, dubbeldekkers, Union Jacks...
"Da's een heel moeilijke vraag. Lawrence slaagt er wél in om me op een heel natuurlijke manier te portretteren. Veel van de locaties voor die shoots komen van mij, maar hij slaagt er wel in om er altijd nog iets extra's aan toe te voegen. In de visuele presentatie van mijn werk is zijn rol dus niet te onderschatten. Het is bovendien een goeie vriend, wat ook helpt. Ik werk graag met aardige, bescheiden mensen. He's one of us."

Watson heeft er alleszins mee voor gezorgd dat u inmiddels zélf ook als een Brits icoon wordt beschouwd.
"Ach, zo gaat het wel vaker als je maar lang genoeg blijft leven."

"Eerst schrijven ze je de lucht in, dan halen ze je neer, en als je nadien lang genoeg blijft volhouden, word je door de pers en het publiek als een icoon beschouwd. Ze doen maar, hoor. Onlangs hebben de Britse posterijen me zelfs op een officiële zegel gezet. Raar. Ik bedoel: van alle smoelen die je op zo'n ding kunt afdrukken, is de mijne toch niet de meest voor de hand liggende?"

In een carrière van 40 jaar is het onvermijdelijk dat je niet alleen pieken, maar ook dalen beleeft. Sommige van uw platen werden klassiekers, andere vonden moeilijker hun weg naar het grote publiek. Tussendoor nam u ook nog een paar flops op. Hoe gaat u daarmee om?
"Simpel: door gewoon verder te doen. Onlangs heb ik in Amsterdam een van de beste concerten uit mijn hele carrière gespeeld. Daar haal ik zelf nog steeds enorm veel energie uit, maar dat zijn geen uitschieters die in biografieën worden vermeld. En de dalen... (aarzelt) Stanley Road is een goeie plaat, maar geen goeie periode in mijn leven. Het popster spelen ging me niet goed af, ook al omdat ik wist dat je vanuit die positie nooit aan de verwachtingen van anderen kunt voldoen. Ik zocht bescherming in drugs, wat ik beter niet had gedaan.

"En na de split van The Style Council was het ook niet gemakkelijk. Ik raakte mijn liefde voor de muziek kwijt, iets dat me gelukkig niet vaak overkomen is. In het algemeen heb ik niet veel platen gemaakt waar ik écht tevreden over ben. Losse songs, dat wel. Maar verder... ik sta ontzettend kritisch tegenover mijn eigen werk.
"Op mijn leeftijd klinkt het misschien dom en naïef, maar ik denk toch dat mijn beste platen nog gemaakt moeten worden. Ik kán niet anders. Als ik ervan overtuigd was dat ik mijn hoogtepunt dertig jaar geleden al achter de rug had, dan zou het me niet meer lukken om elke dag opnieuw uit bed te komen. Alleen dénk ik zo niet. Nooit gedaan.

"Natuurlijk: ik ben blij dat sommige songs uit mijn repertoire voor veel mensen een bijzondere betekenis hebben, maar ik moet vooruit kijken, hè. En ja: als ik live 'A Town Called Malice' speel -niet noodzakelijk een van mijn eigen favorieten - gaat het publiek uit zijn dak, en daar krijg ik zelf ook weer een boost van. Wat niet wil zeggen dat ik zin heb om een nostalgie-act te worden."

De meeste muzikanten die - zoals u - in de jaren 70 zijn begonnen, schuimen nu effectief dat nostalgiecircuit af. Nooit in de verleiding gekomen om die kaart te trekken? Want zoals gezegd: u hebt ook periodes gehad dat het publiek in een grote boog om u heen liep.
"Dat is zo. Maar ik zou het niet over mijn hart kunnen krijgen om avond na avond mijn greatest hits af te rammelen. Dat interesseert me niet. Dan zoek ik nog liever een andere job. Ik hou van The Rolling Stones en The Who, maar ze spelen al veertig jaar dezelfde set. Hoe hou je dat vol? En vooral: hoe krijg je dat aan jezelf verkocht?

"Ik zeg dat niet graag, man. Beide bands hebben een enorme invloed op mijn eigen muziek gehad. The Who in hun 'My Generation'-periode: subliem! Maar al die onnozele conceptplaten die ze achteraf hebben gemaakt waren pretentieuze onzin. Neem Tommy: een conceptplaat over een blinde. Fuck, zeg. Dan liever 'Substitute', ook een concept, maar samengebald in één enkele song.

"Wie zich in dat golden years-circuit begeeft, doet dat vooral uit luiheid. Het is snel verdiend geld, en er bestaat duidelijk een markt voor. Dat soort acts mist de kloten aan hun lijf om nieuwe songs te schrijven, laat staan ze live te spelen. Bon, ik moet hun rekening niet maken. Mijn muziek is vandaag nog steeds relevant. Ik ben trots op wat ik vroeger heb gedaan, maar vroeger is voorbij. Het enige wat telt, is hier en nu. Het volgende nummer, het volgende concert. Daar ligt voor mij het plezier en de opwinding."

Paul McCartney bewijst dat het ook op uw manier kan. Die maakt nog steeds nieuwe platen, en blijft met jonge mensen werken.
"Hij is een van de artiesten waar ik me aan optrek. Want neem het van me aan: als je je buiten het nostalgie-milieu houdt, merk ik dat het veel moeilijker wordt naarmate je ouder wordt. Niet dat ik een grote fan ben, maar Neil Young blijft ook consequent nieuwe dingen doen. En die speelt koppig z'n laatste plaat, tot groot chagrijn van het publiek. Hij volgt zijn visie en dat doe ik ook. Alleen wordt ons slag muzikanten steeds zeldzamer."

Weet u bij de release van een single meteen dat het een hit wordt?
"Nee, nooit. Zelfs niet ten tijde van The Jam en The Style Council. Ik kies sowieso nooit mijn eigen singles. Wat ik wél weet, is dat popmuziek vandaag niet langer dezelfde culturele impact heeft als in de jaren 60, 70 en zelfs 80. Het feit dat je eender welk nummer op eender welk moment kunt beluisteren zonder dat je het ook echt bezit, heeft de magie doen verdwijnen. Sinds muziek gratis wordt weggegeven - via downloads en streaming - is ze ook létterlijk waardeloos geworden. We leven vandaag in een heel andere wereld dan deze waarin ik ben opgegroeid.

"Als kind had ik weinig geld, en moest ik heel goed nadenken over welke plaat ik zou kopen. En die koesterde ik dan, als een schat. Ik wist wie erop meespeelde en kende alle teksten. Nu luisteren de kids op hun telefoon. Gratis. Ik kan niet zeggen dat ik dat een goede evolutie vind, omdat het belang van muziek er enorm door is afgenomen.

"Anderzijds: de live-optredens worden daardoor nog belangrijker. Niet alleen financieel, maar vooral omdat je in dat anderhalf uur met een paar duizend mensen een samenhorigheidsgevoel creëert. Mensen die elkaar niet kennen, worden verbonden door de muziek. Die waarde zal niet afnemen. Rechtstreekse communicatie blijft essentieel."

Ten slotte nog een vraag, of juister, een ergernis van mijn lokale platenboer: Paul Weller-vinyls zijn niet alleen opvallend duur, maar kennelijk worden er ontzettend weinig van geperst, zodat de vraag veel groter is dan het aanbod en er op eBay algauw astronomische bedragen voor worden neergeteld. Het businessmodel daarachter ontgaat me eerlijk gezegd een beetje.
"Daar kan ik me ook over opwinden, en geloof me: dat zijn beslissingen die de platenfirma boven mijn hoofd neemt. Vorig jaar heb ik een single opgenomen voor Record Store Day. Achteraf hoorde ik dat er wereldwijd maar 2.500 exemplaren van geperst waren. Kan ik mee leven. Alleen bleken er maar driehonderdvijftig voor de Britse markt bestemd. Waanzin. Tegen het eind van de dag waren de prijzen al vertienvoudigd.

"Daarom was het ook mijn eerste en mijn laatse bijdrage aan wat verondersteld wordt een feestdag voor de échte liefhebber te zijn. De feiten zijn wat ze zijn: de platenfirma's lopen op hun laatste benen, en ze proberen gewoon alles om nog snel wat geld te verdienen. Nu, de business staat dan misschien aan de rand van de afgrond, muziek zélf zal altijd blijven bestaan. Anders zou het verdomd stil worden."

Paul Wellerkomt op 11/7 naar Les Ardentes. lesardentes.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234