Maandag 03/08/2020

Paul Joostens, verknipte verknipper

Paul Joostens leefde in de marge en is nu nog altijd een grote onbekende. Zelfs na twee tentoonstellingen die Mu.ZEE in Oostende aan hem wijdt. De Antwerpse kunstenaar, vriend en tijdgenoot van Paul van Ostaijen, was een volstrekt aparte, ongrijpbare avant-gardist, anarchist, dadaïst en individualist.

Cinema Joostens. Collages en assemblages is het tweede deel van een dubbeltentoonstelling die Mu.ZEE in Oostende wijdt aan de Antwerpse avant-gardekunstenaar Paul Joostens. In de eerste expositie, die eerder dit jaar liep, werden zijn schilderijen en tekeningen getoond. Nu zijn de collages, assemblages en sculpturen aan de beurt.

Paul Joostens (1889-1960) was een geval apart. In 1916, kort na zijn academieperiode, begon hij collages te maken en katapulteerde hij zich meteen in de voorhoede van de toenmalige avant-garde. De collage was een innovatieve kunstvorm, geïntroduceerd door de Franse kubist Georges Braque omstreeks 1912. Maar al in 1925 trekt Paul Joostens zich terug in zijn atelier, om van daaruit - tot hij in 1960 volkomen vergeten en vereenzaamd sterft - in volstrekt isolement voort te werken aan een constant evoluerend oeuvre.

Vaak wordt dan ook gezegd dat zijn biografie hooguit 25 jaar beslaat: de periode van zijn 'openbare leven'. Zelf schreef hij in het Frans, de taal die hij, naast het Antwerps, het best beheerste: "Mijn artistieke carrière eindigt in 1923. Sindsdien overleef ik mezelf." Later zou hij die uitspraak herroepen, want hij begon kort daarna te schilderen en ontdekte de mystiek, de gotiek en de Vlaamse primitieven, die hem een referentiekader boden en van wie hij beelden zou verknippen en drastisch naar zijn hand zetten om zo zijn hoogstpersoonlijke, bevreemdende wereld te scheppen.

Dé blikvanger van de tentoonstelling in Oostende is een reusachtige collage van enkele vierkante meters, die Joostens in 1917 maakte. Of beter: wat er van die collage overschiet, want helaas bestaat ze niet meer in haar geheel. Ze is enkel nog bekend van een zwart-witfoto, waarop Joostens zelf voor het muurgrote kunstwerk poseert. De collage zou zeker tot 1941 intact zijn gebleven, maar men tast in het duister waarom ze uiteindelijk verknipt is geworden.

Expliciet

In Oostende wordt een handvol fragmenten - apart ingelijste en zo verkochte werken - weer samengebracht en als puzzelstukken tegen de muur gehangen. Lang heeft het misverstand bestaan dat de overblijvende fragmenten aparte abstracte werken waren. Ze werden soms ondersteboven opgehangen. Nu blijkt dus dat ze deel uitmaken van een grote, kubistisch-futuristische collage: met honderden gekleurde papierstroken maakte Joostens een dynamisch, wervelend tafereel van een vrouw omringd door mannen.

De vroege collages en tekeningen van Joostens ontstonden niet in het luchtledige. Hoewel hij, net als James Ensor, zelden zijn geboortestad verliet, verbleef hij tussen 1919 en 1926 meermaals en vaak voor enkele maanden in Parijs. Daar moet hij het werk van onder meer Francis Picabia hebben gezien. Net als Picabia, was Joostens in de ban van de moderniteit en tekende de mens en zijn lichaam (genitalia, spijsvertering) als onderdelen van een machine.

Veel van de collages van Joostens zijn evenwel puur abstract, terwijl nogal wat van zijn assemblages naar de figuratie lonken. Het boeiendst is Joostens in zijn bijeengeknutselde, zogeheten dadaïstische assemblages, waarvoor hij allerlei objets trouvés en 'recuperatiemateriaal'gebruikt zoals wasknijpers, stokken, schelpen, snoeren en meubelonderdelen. Die bijna achteloos ineengepuzzelde kunstwerkjes zijn door hun onaffe, postindustriële karakter nog altijd opvallend hedendaags. Niet zelden verwijzen de sculptuurtjes naar vrouwelijke geslachtsdelen: Joostens had een wat moeilijke verhouding met 'de Vrouw'. Hij zat vaak gevangen tussen erotische aantrekking en seksueel onvermogen.

In zijn tekeningen, die in de vorige expo in Oostende te zien waren, ging hij nog explicieter te werk: daar was onder meer een stoet mannen te zien die de opengesperde vagina van een vrouw binnenwandelen, en enkele tientallen Balthus- en Lolita-achtige poezeloezen: slanke, piepjonge meisjes, vaak op stiletto's en met doorzichtige topjes, de zich in allerlei verleidelijke poses wringen. Zijn persoonlijke, bijeengedroomde 'feminatheek'. Was Joostens net als schrijver Louis Paul Boon een 'viezentist'?

Joostens maakte voorts bevreemdende collages ('fotomontages') met de vrouwen die hij verheerlijkte: filmdiva's zoals Marlene Dietrich, Greta Garbo en Asta Nielsen. In de jaren 1930 verliet hij zijn woning en atelier alleen nog voor een bezoek aan de cinema: de wondere wereld van licht en donker, waar hij zich geborgen en veilig voelde.

Vaak maakte hij Madonna's van die vrouwelijke filmsterren in kunstwerken waarin hij enerzijds de godsdienst en de clerus op de korrel nam, en anderzijds zijn heil zocht in de rust, orde en mystiek van de Vlaamse primitieven. Zo bouwde hij aan zijn eigen mythische wereld, een wereld die moeilijk vatbaar is maar steeds intrigerend blijft.

Isolement

Opmerkelijk en bijzonder zijn de grote assemblages die hij in de jaren 1950, aan het eind van zijn leven, maakte en die aanleunen bij of zelfs voorlopen op de popart en een kunstenaar als de Amerikaan Robert Rauschenberg. In dat verband is het jammer dat de tentoonstelling in Oostende geen werken van andere kunstenaars toont: geen tijdgenoten zoals Paul van Ostaijen, Jozef Peeters en Georges Vantongerloo, geen surrealisten zoals E.L.T. Mesens en Marcel Mariën, en geen dadaïsten zoals Picabia en Schwitters.

Nu blijft Joostens zitten in het isolement dat hij ook voor zichzelf had gekozen. Sommige van zijn tekeningen zijn ongetwijfeld een inspiratiebron geweest voor latere kunstenaars als Fred Bervoets. En misschien zijn Joostens' collages met vrouwenlichamen van belang geweest voor Anne-Mie Van Kerckhoven. Maar ook op zijn rol als pionier en voorloper wordt helaas niet ingegaan.

Toch is het een daad van kunsthistorische rechtvaardigheid dat Mu.ZEE een dubbeltentoonstelling aan deze eigenzinnige kunstenaar wijdt en hem zo weer op de kaart zet, al zou één sterke tentoonstelling met al zijn werk samen overtuigender zijn geweest. Die versnippering wordt evenwel goedgemaakt door de twee lijvige boekdelen die Mu.ZEE zelf heeft gepubliceerd over het fenomeen Joostens: één deel bevat een ruim overzicht van zijn verscheiden oeuvre, één deel bestaat uit boeiende essays, inclusief de vele, nog onontgonnen en vaak cryptische teksten van Joostens zelf.

Het is een aanzet tot een verdere ontdekking van deze 'eigenzinnigaard', van deze surrealist, dadaïst, anarchist, nihilist en levensmoeë existentialist. Ergens schrijft hij zijn opvatting neer over het leven: "Naître, être, disparaître." Zelf was hij als kunstenaar bijna helemaal verdwenen en vergeten. Dat zou geheel ten onrechte zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234