Zondag 05/07/2020

'Paul, je hebt hier 24 jaar nodig'

Dat hij van Gent wilde leren, zei Paul Magnette (PS). Om 'zijn' stad Charleroi herop te bouwen, want na 14 oktober ruilt de minister de Wetstraat voor de burgemeesterssjerp. Dan kan hij wat tips gebruiken. 'Geen probleem', zei de Gentse burgemeester Daniël Termont (sp.a). 'Ik kom af'.

aul Magnette (41) bloost. Het is onmogelijk om de warmte buiten te houden uit café Royal Nord. 28 graden buiten, makkelijk 5 extra binnen. Maar dat is de reden niet. Magnette bloost, omdat hij snel een 'smoes' moet bedenken. Ervaring zit vaak in de kleinste attenties, dat moet je gast Daniël Termont (60) niet leren. De chauffeur heeft niet alleen de burgemeester van Gent afgezet in Charleroi, maar ook een klein papieren zakje. Met cadeautjes. "Ik ben die voor jou vergeten", zegt Magnette zo snel als kan, maar heel overtuigend komt het niet over. Termont lacht even, en haalt dan de spulletjes een voor een boven. Twee boeken eerst. Gent verlicht. Het Lichtplan: bouwsteen voor een feeërieke stad, is het eerste exemplaar dat verschijnt. "Paul, dit moet je echt doen. Bij ons is dat echt goed aangeslagen." Magnette knikt. "Wij hebben dat ook uitgeschreven hier in Charleroi." Toch wat beschaamd.

Alsof hij nog wat zout in de wonde wil strooien, gaat Termont op een drafje door. Meteen volgt al een tweede boek. Samen voor een beter en mooi Gent. "Paul, dit moet je echt lezen. Hier staan echt goeie ideeën in voor als je burgemeester bent." Termont aarzelt niet, en graait verder in de zak. Hij tovert een fles aperitiefdrank boven: Roomer. Daarna, twee bierflesjes. "Gruut, van dat bier ben ik peter." En Strop, een blond speciaalbier, waar een uitleg bij hoort. Waarom de Gentenaars stroppendragers worden genoemd? Termont vertelt het verhaal in zeventien seconden. En dan komt nog de pointe. Als een tovenaar die een konijn uit een hoed tovert, met dezelfde glimlach, haalt Termont het kroonjuweel boven. Cuberdons. En nog één: Gentse mosterd. Magnette kreunt, in stilte.

De verhoudingen zijn meteen duidelijk. Termont zal veel spreken, Magnette vooral luisteren en knikken. "Hoelang ben jij nu al burgemeester?", vraagt de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking nog even snel, en uit beleefdheid ook, aan zijn veel oudere collega-socialist. "Sinds 2007. En van 1995 tot 2007 was ik schepen." Termont doet op 14 oktober een poging om nog zes jaar langer burgemeester te zijn van Gent. Zijn partij wilde hem er best wel graag bij in Brussel, in het parlement. Meerdere keren hebben ze het hem gevraagd, verschillende voorzitters. Maar hij heeft het altijd geweigerd. Zijn stad zal altijd zijn werkplek blijven.

Meer voldoening

Geen burgemeester die dan ook beter snapt wat Magnette bezielt om zijn ministerspost, zijn bureau met knap uitzicht over de hoofdstad, de Wetstraat en de grandeur van de nationale politiek achter te laten voor een stad. Zijn stad. "Paul, ik versta u", klinkt dat dan als Termont hem rechtstreeks aanspreekt. "In een stad kun je dingen laten bewegen. Je kunt veel meer realiseren als burgemeester dan als minister. Je kunt dingen laten vooruitgaan. Je bent met concrete dingen bezig, je krijgt ook meer voldoening. Je beslist iets en ziet het veranderen. Je weet wat er leeft. Je wordt aangesproken door de mensen. Nationale politiek is abstract. Akkoord, als burgemeester jaag je je ook soms op in het feit dat het niet rap genoeg vooruitgaat, maar dat is anders."

Magnette knikt. Nadat er zovelen hem al de vraag stelden wat hem in godsnaam bezielde, lijkt hij blij iemand te ontmoeten die meestapt in zijn verhaal. "Als minister doe je iets en pas twee jaar nadat je je post hebt verlaten, begin je stilaan de resultaten te zien. Johan (Vande Lanotte, KW) gaat nu met de vruchten lopen over de energieprijzen, maar het zijn wel allemaal zaken die toen ik bevoegd was, zijn beslist. Zo gaat dat." Termont knikt even fanatiek. Roerend eens, zijn ze het.

De twee versterken elkaar alleen maar in hun overtuiging. Gelijkgezinden, die op het eerste gezicht nochtans absolute tegenpolen lijken. De een is gemaakt voor het maatpak, niet alleen de haren zijn geborsteld. Glamourboy, 'vestimentair' en in de omgang. De andere hanteert de brute kracht, in lopen, spreken en lachen. Termont groeide op in de randgemeente van Gent, Mariakerke, met klemtoon op de eerste a. Zoon van middenstanders. Een echt socialistisch nest, was het niet.

"Kom jij eigenlijk uit een socialistisch nest, Paul?", is dan ook een van de eerste vragen die hij aan zijn gastheer stelt. "Nee, mijn vader en moeder zijn communisten." Er volgt een lachje. "Ik ben de gematigde van de familie." Vader was van Luik, moeder van Doornik. Als linkse activisten kozen ze in de jaren 70 voor Charleroi, de hoofdstad van de sociale beweging in Wallonië. "Ik heb hier altijd geleefd. Ik ben een Carolo. Ik woonde hier dertig meter vandaan, met mijn vorige vrouw."

Net als de vroegere woonst van Magnette, ligt de ontmoetingsplek, café Royal Nord halverwege de Avenue de Waterloo, in het hogere deel van Charleroi. Hij zag het er veranderen, de laatste jaren. "Ik had jullie kunnen uitnodigen op de meest fantastische plekken in Charleroi, met veel groen, waar de bourgeoisie graag woont. Maar dat wilde ik niet. Ik liet jullie naar deze wijk komen, omdat dit het moeilijkste deel van de stad is." Charleroi heeft een lager gelegen gedeelte, downtown, bij het water. Prachtige oude huizen staan er, 16de eeuws. Mooie parken ook. Daarnaast is er ook het hogere gedeelte: platgebombardeerd tijdens de tweede wereldoorlog, in de vorige eeuw volledig opnieuw opgebouwd. Maar ondertussen deels verloederd, vooral de wijk rond het café. "Het is snel gegaan", getuigt Magnette. "In vier jaar tijd is het helemaal veranderd. De huizen worden opgekocht door dezelfde families. Ik heb niets tegen vreemdelingen, absoluut niet. Je kunt lang met een mix leven, maar het kan niet dat een buurt in zo'n korte tijd plots het aandeel vreemdelingen van veertig naar zestig procent toeneemt. Kom, ik neem jullie mee. Ik zal het even laten zien."

Luchthaven en bandieten

"Hopelijk kent Paul Charleroi een beetje, want aan mij moet je het hier niet vragen", zegt Termont bij het buitenstappen. De stad kent hij niet, nee, maar de vooroordelen en clichés des te meer. In de gespierde taal, die de burgemeester van Gent meester is, klinken die bijzonder hard. "Als de mensen nu over Charleroi spreken, trekt iedereen zijn neus op. Wij kennen Charleroi van de luchthaven en voor de rest van de gangsters en bandieten." Termont vergeet even nog de politieke schandalen, die de Franstalige socialisten pijn hebben gedaan. En toch is de PS weer groot in deze stad. Zeer groot. Als Termont plots een autootje ziet met verkiezingsstickers op vraagt hij eerst nog "voor welke partij komt die op, hij is dat er vergeten op te zetten", om vervolgens in de lach te schieten en snel te corrigeren. "Ah ja, de PS, dat kan hier ook niet anders. Sorry, stomme vraag. Alles is hier PS in Charleroi." Magnette zal hier dan ook burgemeester worden. Zijn Nederlandstalige woordvoerster zal ander werk moeten zoeken, want dit wordt zijn habitat, zijn werkplek. Volgens de laatste peiling van La Libre Belgique-RTBF haalt de PS in Charleroi 45 procent.

"Als je hier de nieuwe burgemeester wordt, moet je een nieuwe geest brengen. Je moet zorgen dat de mensen op een andere manier over Charleroi spreken", zegt Termont terwijl hij Magnette stevig op de rug klopt. "De mensen moeten denken: 'Wat is er in Charleroi? Wat is daar te doen?' Maar je hebt werk, veel werk." Amper tien stappen is Termont het café uit of hij stelt al een eerste probleem vast in de moeilijke wijk rond de Avenue de Waterloo. "Gewone gezinswoningen zijn hier veel te veel opgedeeld in kleine appartementjes, of studio's", zegt hij tegen Magnette. "Tel eens de brievenbussen. Paul, wij hebben dat ook gehad. We hebben dat verboden, zoveel opdelingen." De minister kijkt verbaasd. "Kun je dat dan als stad?" "Maar ja, natuurlijk. Je kunt in je stedebouwkundige voorschriften inschrijven dat een wooneenheid een bepaalde grootte moet hebben." Magnette knikt: "Dat hebben wij ook, een woonst moet minimaal een oppervlakte hebben van 28 vierkante meter." Termont schudt het hoofd. "Bij ons is dat 70 vierkante meter. En als ze er zich niet aan houden, dan weiger je gewoon die mensen in te schrijven. Simpel. Investeerders zagen ons de oren van de kop dat we dat moeten terugdraaien, maar we geven niet toe." Magnette kijkt naar zijn medewerkster en zegt: "Kun jij eens kijken voor een kopie van die artikelen."

Magnette stapt met een stevige tred richting het stadion van voetbalclub Charleroi, zo'n tweehonderd meter verderop. "Een van de weinige stadions die nog in het centrum van een stad is opgetrokken." Termont knikt geïnteresseerd, maar ziet meteen problemen. "Is daar een parking onder?" Nee, maar wel even verderop. Een ondergrondse parking voor 2.000 wagens. En het stadion is ook bereikbaar met de metro. Jawel, Charleroi heeft een metro. Magnette stapt verder. Fier, dan toch. Even later kan hij nog eens uitpakken. De stad bouwt aan een nieuw politiekantoor, een - letterlijk - blauwe toren. "Mooi", zegt Termont kort terwijl hij naar de ontwerptekening kijkt. Duizend politiemensen zullen er straks hun kazerne hebben. Duizend ordehandhavers voor 200.000 inwoners.

Er recht tegenover staat al een nieuw justitiepaleis. Maar daar pronkt Magnette niet mee. Integendeel. "Dit is hier door de Regie der Gebouwen, de federale overheid dus, neergezet, zonder dat de stad daarin geconsulteerd is." Termont heeft maar één blik nodig en ziet meteen een serieuze vergissing. "Je steekt hier een prachtige dreef in het donker door het gebouw zo dicht bij de straat te zetten en totaal geen ramen te voorzien aan die kant. Konden jullie daar echt niets tegen inbrengen? Weet jij hoe wij dat in Gent doen? Als het ons niet aanstaat, geven we gewoon geen bouwvergunning, voilà." "Oké", zegt Magnette, "maar dan zeggen ze bij de Regie der Gebouwen dat we ons nieuw justitiepaleis mogen vergeten". "Ja, dat is ook waar", geeft Termont toe.

Aan de andere kant van het grote gebouw blijkt pas echt dat er vreemde kronkels door het hoofd zijn gegaan van wie het gebouw er heeft neergeplant. De conciërge woont op de gelijkvloerse verdieping. Zijn tuin geeft uit op het parkje dat naast het justitiepaleis ligt. Afgezet met een groene draad, om zijn barbecue en tuinstoelen buiten het bereik te houden. "Man, man", schuddebolt Termont. "Wie komt nu op zoiets? En daar, die auto's staan hier midden in het park op een parkeerterrein. Dat moet toch ondergronds? Vreselijk." Magnette vult nog aan. "Kijk daar, naar die inkeping in de gevel, dat hoekje. Dat is vragen om sluikstorten."

Tussenkomen in wijken

Twee straten verder, blijft Termont plots staan. "Dat Paul, dat zijn kankers." Hij wijst naar een pand dat duidelijk vervallen is, op instorten staat eigenlijk. "Ik vergelijk dat met tanden. Als er één rot is, volgen de andere automatisch." "Ik weet het", antwoordt Magnette, "maar de eigenaar betaalt gewoon de boetes". Termont snapt het. "Onteigenen", zegt hij vrijwel meteen. "Het zal je veel geld kosten, maar uiteindelijk doet het wel iets met je buurt. Wij hebben dat ook gedaan in Gent. We hebben zo op verschillende hoeken van straten parkjes aangelegd. En weet je wat je ook moet doen: start een autonoom stadsontwikkelingsbedrijf op. Je koopt oude huizen op, en bouwt ze opnieuw op voor jonge gezinnen. Zo kun je zelf interveniëren. De privésector volgt dan altijd.

"Een stad moet durven tussenkomen in wijken. Ook op de scholen doen wij dat. We hebben een inschrijvingsstop voor vreemdelingen ingelast in bepaalde wijken, om te vermijden dat we totaal zwarte scholen zouden krijgen." "Kan dat zomaar?", reageert de minister meteen. "Ja, natuurlijk kun je dat als stad." Magnette kijkt opnieuw naar zijn medewerkster. "Daar wil ik een kopie van."

Termont stapt verder, en wijst plots een toren aan. "Wat is dat?", vraagt hij. "Het stadhuis", zegt Magnette fier. "Ah, dat is speciaal", antwoordt de gast zo rustig mogelijk. In Gent is dat politiek correct voor... "wat is me dat voor iets?" "En efficiënt ziet het er ook niet echt uit." De toren is het Belfort en vormt eigenlijk een van de ingangen van het stadhuis. Werelderfgoed, erkend door Unesco. De toekomstige burgemeester van Charleroi leidt met plezier rond. Dat hij straks trouwers mag ontvangen, doet hem wat mijmeren. De trappen zijn majestueus. De buitenkant kon Termont op het eerste gezicht dan misschien niet bekoren, maar de binnenkant wel. "Dit is knap, Paul", zegt hij stilletjes. "Een beetje donker, maar toch."

Handen uit de mouwen

Straks moet het in deze gangen gebeuren voor Magnette. Er zijn er in Brussel die hem gek verklaren, maar wat Termont betreft, hoeft hij zelfs helemaal niet terug te keren naar de hoofdstad. "Ik heb al veel gezien hier in deze stad", zegt Termont plots, "maar wat mij vooral opvalt zijn de vele mogelijkheden." Termont praat over Charleroi alsof hij zin heeft om zelf de handen uit de mouwen te steken. "Dit is Gent 25 jaar geleden. Een industriële stad die een verval heeft gekend, en die dringend een inhaalbeweging moet maken. De problemen die ze hier nu zullen kennen, hebben wij allemaal meegemaakt." Het plein voor het Museum voor Schone Kunsten, een paar straten verderop, doet Termont zelfs denken aan 'zijn' Sint-Pietersplein. Nu ja, zoals het plein er jaren geleden uitzag. "Die auto's moeten hier weg, Paul", zegt hij heel serieus tegen Magnette. "Hier kun je evenementen organiseren. Zet er geen bomen op, want dan lukt dat niet meer. Maar maak hier een prachtig plein van. En nodig dan Leonard Cohen uit, zoals wij gedaan hebben. Maak dat hier elke week iets te doen is. Dan wordt al wat malafide is, weggepest door mensen die zich amuseren."

Magnette knikt. "Zo zie ik het ook. Die bussen daar weg, een ondergrondse parking waar nu die tunnel is die naar de autostrade rijdt." Beide heren raken zichtbaar opgewonden als ze aan al die plannen denken. "Je hebt hier nog de ruimte om dingen te doen", zegt Termont. "Dat is in veel steden niet meer het geval. Maar je hebt geld nodig. Veel geld. Hier is veel werk. Als je burgemeester wordt, dan heb je 24 jaar nodig." "Dat is toch wat lang", zegt Magnette meteen. "In 12 jaar moet er ook al veel lukken." Termont twijfelt. "Vierentwintig jaar. En daarna doe je iets anders. Je zult dat goed doen, ik ben ervan overtuigd."

Het tweetal wandelt terug naar café Royal Nord. "Paul, ik zie hier geen fietsen rijden", zegt Termont ineens. "Ja, ik weet het, maar hier zijn veel hellingen, hé", antwoordt Magnette ter verdediging. Termont geeft geen krimp en legt uit hoe je in Gent subsidies krijgt van de stad bij de aankoop van een elektrische fiets. "Je hebt gelijk, ook daar moeten we werk van maken."

"Weet je, ik wil van deze stad echt iets maken." Magnette staat stil en kijkt wat in het rond. "Ik heb veel zin. Ik heb in het verleden al een paar projecten uit de grond proberen te stampen. In een wijk waar veel drugs verhandeld wordt, wil ik echt een centrum voor studenten uitbouwen, met plaats voor innovatie, een museum, onderwijs. Charleroi heeft geen universiteit. Daar moeten we toch aan werken. Dit is de grootste stad van Wallonië. Ik wil die opnieuw opbouwen. Ik vind dat een grote uitdaging. Charleroi is vaak het toonbeeld van Wallonië, om te zeggen dat alles slecht en verkeerd is. Wat goed is voor deze stad, is ook goed voor Wallonië. Maar je hebt gelijk: er is hier heel veel werk." Voor Termont het café binnenstapt voor een snelle pint, richt hij zich even tot zijn chauffeur. "Bart, ga nu maar eerst eens kijken of ze niet ingebroken hebben in onze auto". Een grapje. Zegt hij.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234