Woensdag 23/10/2019

40 jaar De Morgen Terugblik

Paul Goossens over 40 jaar De Morgen: ‘De krant kreeg een smoel, een vranke bovendien. Te vrank waarschijnlijk voor het Vlaanderen van toen’

Toenmalig hoofdredacteur Paul Goossens op de redactie van ‘De Morgen’. Beeld Hollandse Hoogte / Frans Schellekens

De Morgen begon in 1978 als voortzetting van de opgedoekte socialistische partijkranten Vooruit en Volksgazet. De eerste hoofdredacteur van de krant met de progressieve smoel was voormalig studentenleider en journalist Paul Goossens. Hij schrijft deze terugblik naar aanleiding van 40 jaar ‘De Morgen’. 

Veertig jaar geleden rolde het eerste nummer van De Morgen van de pers en begon voor mij een even boeiende als slopende rit van 13 jaar. Het was een fascinerende tijd: de verkiezing van Ronald Reagan en Margaret Thatcher effende de weg voor deregulering en neoliberalisme, de opstand van Solidarnosc in Polen luidde de val van de Berlijnse Muur en het einde van de Sovjet-Unie in, bondskanselier Helmut Kohl forceerde de Duitse hereniging en veranderde de machtsverhoudingen in Europa. 

Ook in België waren het ongewone, zelfs dramatische tijden. De ongrijpbare Bende van Nijvel terroriseerde met haar 28 doden het land, en voorts was er de laatste devaluatie van de Belgische frank en het indrukwekkend nee in 1983 van 400.000 burgers tegen de kruisraketten. Dat was de pre-digitale wereld waarin De Morgen werd geboren en allesbehalve een zorgeloze jeugd beleefde. Het was wel spannend, adembenemend spannend. Bij momenten pure rock-’n-roll, want steeds nieuwe controverses, disputen en crisissen. Daarbovenop kwam een faillissement en ongeziene reddingsactie van de krant door de lezers.

Toen SP-voorzitter Karel Van Miert me in 1978 vroeg om hoofdredacteur van een nieuwe krant te worden, was dat een politiek-strategische beslissing. Hij pikte mij op, niet omdat ik de finesses van het krantenbedrijf kende of een talentvol ‘people manager’ was – dat was ik niet – wel omdat ik een verleden had. Ik werd uitgekozen omdat ik in 1968 op de barricaden had gestaan, de regering over Leuven had doen vallen en Vlaamse emancipatie aan sociale ontvoogdingsstrijd had gekoppeld. Omwille van mijn progressief profiel werd ik hoofdredacteur. Het was een politiek statement, met alle voordelen en beperkingen van dien...

David tegen Goliath

Voor mij was De Morgen in eerste instantie een politiek project, een hefboom om het brave, volgzame Vlaanderen mondiger te maken. Tegelijkertijd moest de krant het establishment, zowel het Belgische als het Vlaamse, durven tegenspreken. Maatschappelijk engagement en rebels lef, dat was de rode draad van mijn De Morgen-project. Zo werd de krant een prikkelende dwarsligger en botste ze voortdurend met de toen dominante machtspartij, de CVP.

Het was een gevecht van David tegen Goliath, want de CVP was een octopus en haar tentakels reikten tot in de verste uithoeken van ‘la Flandre profonde’, onder meer door een compleet verzuilde dagbladpers. Met uitzondering van De Morgen en Het Laatste Nieuws behoorden alle titels tot het christendemocratisch universum. Hoewel De Morgen veruit de kleinste krant was, koos ik niet voor de vreedzame co-existentie, wel voor scherpe confrontatie. Zo kreeg de krant een smoel, een vranke bovendien. Te vrank waarschijnlijk voor het Vlaanderen van toen.

Bij de start in 1978 waren we met 27 journalisten: de redactie van Vooruit, plus enkele overlevenden van de gekapseisde Volksgazet. Allemaal hadden ze jaren onder de voogdij van de lokale partijbonzen gewerkt en dat kruipt niet alleen in de kleren, ook in het hoofd en het denken. Er zaten schitterende klasbakken en uitgedoofde pennen in die veel te kleine redactie. Een eindredactie was er niet eens, laat staan een Europese berichtgeving. Het was roekeloos en overmoedig om met zo’n bescheiden en schizofreen team the powers that be uit te dagen. 

Al even problematisch was de administratieve en industriële omkadering: een rotatiepers uit de prehistorie, een abonnementendienst die andere prioriteiten dan abonnementen had, een raad van bestuur die gaandeweg ontdekte dat een krantenbedrijf ook een minimum aan kapitaal en management nodig had.

En toch, ondanks al die handicaps schreef de krant persgeschiedenis en verzette ze de bakens van de even verzuilde als verstarde Vlaamse journalistiek. Walter De Bock, een monument in onze onderzoeksjournalistiek, kreeg de ruimte om het netwerk van Paul Vanden Boeynants te ontrafelen en het obscure kluwen van de Bende van Nijvel uit te spitten. Zeer tot ongenoegen van de socialistische broodheren, die nooit in de andere kranten aan bod kwamen, interviewde De Morgen wel politici van blauwe, oranje en Volksunie-signatuur. Toen de rode apparatsjiks merkten dat ze niet langer in de kolommen van de krant konden inbreken, was het kot te klein. Het ontbrak me in dezen aan tactische soepelheid. Bij de start had ik een protocol bedongen dat de redactie ‘volledige autonomie’ verleende. Voor mij was het geen vodje papier, het was mijn grondwet.

Na deze ZAK-cartoon over de rakettenbocht van de SP, kwam de onvermijdelijke breuk met de socialistische beweging. Beeld ZAK

In september 1986, na een briljante cartoon van mijn soulmate ZAK over de rakettenbocht van de SP, kwam de onvermijdelijke breuk met de socialistische beweging. Wegens te veel rood in de cijfers en de redactionele lijn legden de bonzen de boeken neer. “Opgedoekt en afgehandeld”, dachten ze bij de partijtop. De volgende dag lag ‘De Moord’ in de krantenwinkels en de belofte dat we doorgingen. Tenminste, als de lezers dat wensten. Het was gokken, maar het onwaarschijnlijke lukte. Met tientallen benefieten kwam een unieke solidariteitsactie op gang en haalden we voldoende kapitaal binnen voor een doorstart. De zoektocht naar een solide krantenpartner kon beginnen.

Na opnieuw twee jaar spartelen was de overname door de groep-Hoste, de latere Persgroep, een feit. Ondertussen was de Berlijnse Muur gevallen, de Koude Oorlog voorbij, schreef Fukuyama zijn bestseller The End of History en begon extreemrechts in Vlaanderen aan een nieuwe opmars. De sixties waren voorgoed voorbij en een nieuwe eeuw kwam in zicht. Veel ijkpunten die de krant in de jaren 80 hadden geïnspireerd, verloren hun relevantie. Ondertussen hadden enkele redacteurs, die zich tijdens die tropenjaren te pletter hadden gewerkt en mee het gezicht van de krant hadden bepaald, andere oorden opgezocht. Ze hadden even genoeg van de onzekerheid, de crisissen en controverses. 

Zonder debat en meningsverschillen is een redactie een amorf iets. Het behoorde tot het DNA van de De Morgen-redactie – en mijn verantwoordelijkheid in dezen was groot – om het gelijk van hogerhand nogal systematisch te bevragen, te relativeren en te contesteren. Uitgevers, ongeacht of ze tot de socialistische dan wel de kapitalistische familie behoren, ongeacht of ze Van Miert of Van Thillo heten, verdragen dat niet. Eind 1991 besefte ik dat de geschiedenis zich niet herhaalt en dat David niet nog eens van Goliath kon winnen. Mijn tijd bij De Morgen zat erop en drie dagen na de eerste Zwarte Zondag in 1991 verliet ik de krant. Het was een lucide, rationele en juiste beslissing, maar nooit heeft een afscheid me meer pijn gedaan.

Paul Goossens op de redactie van ‘De Morgen’. Beeld Hollandse Hoogte / Frans Schellekens
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234