Donderdag 22/10/2020

Concertverslag

Patrick Watson & Villagers in Koninklijk Circus: woelige baren, gevoelige snaren

Conor O'Brien en zijn Villagers in het Koninklijk Circus.Beeld Alex Vanhee

Zondagnacht werden Les Nuits in schoonheid afgesloten. Voor een finale in majeur zorgden Patrick Watson en Villagers. Ter hoogte van het Koninklijk Circus vulden zij een avond vol magie, mechanische liefde en... homohaat.

De Ierse songschrijver Conor O'Brien kijkt met een blik van opluchting de zaal in, wanneer iemand hem brutaal uit zijn lijden probeert te verlossen. Tot dan charmeerde de zanger weliswaar met zijn bindteksten in klungelig Frans, maar het gehaspel haalt je onherroepelijk uit een verstilde betovering.

Daar blijkt zijn groep Villagers nochtans een patent op te hebben. Net als op ontzettend fragiele liedjes. Met behoedzame, broze arrangementen kleurt het vijftal de songs van Darling Artithmetic in. Een plaat waarop de songschrijver zichzelf voor het eerst helemaal in zijn blootje zet. Net zo naakt en fragiel staat de Ier ook voor zijn publiek, in het Koninklijk Circus.

"Deze song gaat over homofobie," zet O'Brien zijn betoog dan maar verder in de moedertaal. Hij neemt vervolgens een pose aan, die lik-me-vestje verraadt. Het gelach in de zaal verstomt evenwel direct. Met 'Hot Scary Summer', de song die volgt, komt de Ierse liedjesschrijver officieel uit de kast. Niets opzienbarends, ware het niet dat het nummer tegelijk een pijnlijke breuk suggereert, tegen de achtergrond van bitterzoete herinneringen en homohaat:

"Remember kissing on the cobblestones
In the heat of the night
And all the pretty young homophobes
Looking out for a fight"

Conor O'Brien.Beeld Alex Vanhee

Er zweemt tederheid en pijn doorheen de stem van O'Brien, zelfs wanneer hij beschrijft hoe hypocriet hij zijn eigen geaardheid verborgen hield. "We got good at pretending," klinkt het met een droge snik, "And then pretending got us good." Deze Gay Parade is een treurmars. Of een stille protestmars tijdens de song die daarop volgt: 'Little Bigot' speelt met nerveuze, in opgepotte woede marinerende fingerpicking.

Het laatste woord heeft O'Brien voorbehouden aan zichzelf: "Throw that hatred, on the fire / Love is all"

Net als op de plaat garandeert zijn aanpak een vertrouwelijke, bijzonder intieme luisterervaring. Elegant getokkel op harp en een ijle synth ondersteunen het mooie 'Dawning on Me', terwijl een mismoedige blazer waait doorheen 'Nothing Arrived'. De orkestrale aanpak en flirt met krautrock en elektronica van zijn vroegere platen heeft vandaag plaats geruimd voor een dictatuur van de soberheid. Geen moment gaat hij met die regeringsvorm de mist in.

Wanneer hij solo 'Becoming A Jackal' inzet, en het publiek zich spontaan opwerpt als koortje, geeft iederéén zich gewonnen voor deze moedige songschrijver. Enig minpunt? Villagers had nét iets zwaarder mogen inzetten op sfeerschepping. Nu werpt enkel een eenzame staande lamp uit de Ikea haar povere licht op het podium.

Passie voor science fiction

Dat is wel anders bij Patrick Watson, die na Villagers speelt. Zijn vijfde soloplaat Love Songs For Robots werd ingegeven door een passie voor science fiction. In de hoofdstad vertaalt zich dat naar een decor dat je ogen zelden rust gunt. Een handvol lampenbollen op het podium werpen stemmig licht over het podium.

Tijdens 'In Circles' wordt dat lichtspel gesecondeerd door een futuristisch spektakel met groene en rode laserstraaltjes. Die draperen een wonderlijk maaswerk van puntjes over de balkons en het koepeldak. Een magisch moment, waarbij volwassen mensen op de parterre zich plots niet langer kunnen bedwingen en als uitgelaten kinderen graaien naar de ongrijpbare stralenbundels.

Eenzelfde kinderlijk enthousiasme tekent ook Watson zelf. Als een door snoepgoed aangedreven kleuter staat hij achter de microfoon, gesticuleert hij theatraal en ongecontroleerd, of bralt hij onverstaanbare bindteksten tussen de songs door. De uitgesponnen liedjes van zijn laatste plaat vallen trouwens net zo zwaar ten prooi aan hyperkinese. Met heftige uitbarstingen, euforische synths en nadrukkelijke progrock-drums, hap je na afloop van sommige songs naar adem. Patrick Watson stuurt zijn muzikale schip doorheen stormweer en woelige baren, maar kapseist gelukkig geen moment.

Patrick Watson.Beeld Alex Vanhee
Patrick Watson.Beeld Alex Vanhee

Zo ontroert hij steeds met zijn ragfijne, etherische zang en een bezielde atmosfeer. Waar de laatste plaat soms wat steriel klinkt, komen deze Love Songs For Robots op een podium pas écht tot volle wasdom.

Maar nog mooier blijven de pareltjes die de Canadees opduikt uit een verder verleden. Tijdens de bis offreert Watson zijn publiek bijvoorbeeld de keuze tussen 'The Great Escape', 'Big Bird in A Small Cage' en 'To Build A Home'. Die laatste song, ooit opgenomen met Cinematic Orchestra, wint het pleit en toont zich een fraaie stijloefening in soberheid. Geen gevoelige snaar blijft onberoerd. Maar al net zo adembenemend is 'Into Giants' waarvoor de songschrijver met zijn muzikanten de zaal intrekt voor een ongedwongen duet met het publiek.

Ondanks een taai begin biedt Watson dan ook de garantie op een meeslepend muzikaal spektakel. Quod erat demonstrandum: er is niéts zielloos aan liefde met robots.

Bekijk hier de fotoreeks van het concert van Villagers en Patrick Watson.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234