Donderdag 21/10/2021

Patinapop met een doffe glans

Zo'n twee maanden nadat Roxy Music Rock Werchter had mogen afsluiten, was de band vrijdagavond te gast in het Sportpaleis in Antwerpen. Even leek het een prachtige avond te worden.

Antwerpen / Van onze medewerker

Christophe Verbiest

Op 12 februari van dit jaar had Roxy Music de muziekpers, geheel in overeenstemming met het stijlvolle imago van de groep, naar het gedistingueerde Londense Savoy Hotel genood voor de mededeling dat ze nog eens op tournee zou vertrekken. Het is bijna twee decennia geleden dat Roxy Music de hort op is gegaan, meer zelfs: de band heeft al die tijd stilgelegen, al hebben de leden in de tussentijd hun hoofd niet op des duivels oorkussen te rusten gelegd. Vooral zanger Bryan Ferry is behoorlijk actief geweest, van de twee andere leden die nog waren overgebleven van de originele line-up van dertig jaar geleden is de voorbije tijd slechts sporadisch wat vernomen. Kortom, financiële motieven spelen duidelijk mee bij deze reünie. Wat niet betekent dat er te twijfelen valt aan de inzet van saxofonist Andy MacKay of gitarist Phil Manzanera.

Roxy Music is altijd een groep van extremen geweest. Zo koppelde ze, zeker in de beginjaren, een vooruitstrevend geluid aan een snuifje nostalgie en legde ze de nadruk op de vorm, maar vergat zeker de inhoud niet. De band evolueerde tussen 1972 en 1982 van excentriek naar smooth en pikt momenteel de draad op waar die aan het begin van de jaren tachtig is blijven liggen, wat betekent: geen nieuwe songs, maar wel een ongedwongen keuze uit de hele historie van de groep met de klemtoon op het bekende materiaal.

Zo'n twee maanden nadat Roxy Music Rock Werchter had mogen afsluiten, was de band vrijdagavond te gast in het Sportpaleis in Antwerpen. Deze tempel van fysieke inspanningen was flink maar niet tot de nok gevuld voor het bestaande Roxy-trio aangevuld met zeven andere muzikanten, onder wie drummer Paul Thompson (tot en met Manifesto uit 1979 lid van de band) en Chris Spedding, een erg gewaardeerde gitaarhuurling die met god en klein pierke heeft gespeeld.

Het viel op dat de meeste aanwezigen hun voeten hadden geveegd aan de kledingtips van de groep: smokings voor de heren en de dames moeten zich laten inspireren door de platenhoezen (bij voorkeur weinig textiel dus). Geen nood, want Ferry zelf veranderde een paar keer van pak. Qua captatio benevolentiae kon de start wel tellen: terwijl een toneelknecht langzaam het doek openschoof, wierp Roxy Music zich op 'Re-Make/Re-Model', een opwindende, hectische ode aan een nieuwe tijd (de seventies dus) die zo spannend klonk als de strop van een gehangene. De groep ging met 'Street Life' op haar elan door, een prachtige avond leek in het verschiet te liggen.

Niet dus, want in de wat rustiger nummers werd Roxy ongevraagd en ongewenst breedvoerig, wat steevast de angel uit de songs haalde. Ter illustratie: 'While My Heart Is Still Beating', ondanks de titel opgedragen aan de slachtoffers van de vliegtuigaanslagen van afgelopen dinsdag, of 'A Song for Europe', dat gedragen door het epische pianowerk van Colin Good nog te pruimen viel, maar toen aan het eind MacKay met het nummer aan de haal ging, vermomde het zich als een draak. Echt erg - wat zeg ik: érg - werd het toen Chris Spedding tijdens 'My Only Love' een paar solo's uit zijn snaren drukte die ik in de regel alleen associeer met de klefste ballads van Bryan Adams. Je kreeg in de loop van de avond de indruk dat elk van de zeven ingehuurde krachten contractueel zijn of haar solo's had laten vastleggen. Om hun wisselvalligheid nog duidelijker te onderstrepen wisselden de Roxy's een mat 'Avalon' en een te zeemzoeterig 'Dance Away' af met een een even schitterend als puntig 'Editions of You' en een bijna diabolisch 'Virginia Plain'.

Tijdens het snedige 'Both Ends Burning' doken drie compleet fout geklede (nou ja, geklede?) jongedames het podium op, die met een foute smile om de lippen foute danspasjes uitvoerden. Enfin, dit was de betere camp, temeer daar Ferry met zo'n gekwelde faux sérieux zong dat je lippen moeiteloos omhoogkrulden. Dit soort grapjes waren echter te schaars om het concert boven de middelmaat uit te tillen. Tijdens een van de bissen ('Do the Strand') dook het trio opnieuw op, ditmaal als maalders uit de Moulin Rouge, bovenaan, vooraan, onderaan en achteraan voorzien van helrode pluimen.

Het trio bissen startte met 'Love Is the Drug' ("love is the drug and I need to score" blijft een van de krachtigste beschrijvingen van een liefdesverlangen) en eindigde met een door Kurt Weill beademd 'For Your Pleasure'. Aan het eind van dat nummer stopten de muzikanten een voor een met spelen en verlieten ze na een hoffelijke groet aan het publiek het podium. De laatste van het tiental, Colin Good, was amper in de coulissen verdwenen of het doek werd al dichtgetrokken. Opvallend: het publiek morde niet en maakte meteen aanstalten om de zaal te verlaten. Ik - altijd al een beleefde jongen geweest - volgde gedwee en onvoldaan. Roxy Music bood ruim anderhalf uur patinapop, soms glimmend, maar te vaak met een doffe glans.

Wie: Roxy Music. Waar en wanneer: Antwerpen, vrijdag 14 september 2001.Ons oordeel: Een erg wisselvallig concert, tussen hectisch diabolisch en ongewenst breedvoerig.

Rock

Hadden de ingehuurde krachten contractueel hun solo's laten vastleggen?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234