Donderdag 20/01/2022

Pater Doodneuker en Madame Zijdekutje

De geboren wandelaar als pornograaf: Restif de la Bretonne. 'Anti-Justine' & 'Monsieur Nicolas'

Frans Aerts

Van de drie grote pornografen van het einde van het Ancien Régime, markies de Sade, graaf de Mirabeau en Restif de la Bretonne, is de laatste wellicht de minst bekende. Restif was ook de enige proletariër in dat hoogadellijke gezelschap. Eerst koos hij partij voor de revolutie, later bekeerde hij zich tot Napoleon: hij werd zelfs onderdirecteur van de napoleontische geheime politie.

Markies de Sade noteerde over het werk van deze Restif: "(...) een vulgaire kruiperige stijl, weerzinwekkende gebeurtenissen, kortom geen enkele verdienste dan dat zijn boeken verschrikkelijk dik zijn (...) waarvoor enkel de kooplui in kruiderijen hem dankbaar zullen zijn."

Restif de la Bretonne had voordien als reactie op Sades Justine namelijk een Anti-Justine gepubliceerd, een kanjer van 1.500 pagina's. Daarin de klassieke Restif-ingrediënten: veel schoenfetisjisme (hij bezat een verzameling van meer dan duizend vrouwenschoentjes), veel incest, geile nonnen en dito paters, hoofdstukjes met merkwaardige titels: 'Over de ontmaagding die was voorbestemd voor een grote lul, maar die door een kleine tot stand kwam', 'Over de twee jaloerse sneetjes', 'De beurt aan moeke'. Filosofie in acrobatische standjes zoals bij Sade zoek je vergeefs bij de la Bretonne, het gaat, rechttoe rechtaan, van de ene ontmaagding naar de andere neukpartij. Alles moet kunnen, maar in tegenstelling tot Mirabeau of Sade heeft de la Bretonne een instinctieve weerzin tegen homoseksualiteit, misschien een restant van volkse afkeer van zulk 'tegennatuurlijk' gedrag.

Soms bevatten de verhalen een politiek-demografische les, want het vaderland is gediend met actieve minnaars. Zo heeft Restif het boekje Le Curé patriote gepubliceerd, over een vaderlandslievende pastoor die in zijn eentje de ontvolking te lijf gaat door de vrouwelijke parochianen regelmatig een beurt te geven. Maar het liefst werpt de auteur zich op als specialist van de volksziel, hij liet zich 'de Jean-Jacques Rousseau van de goot' noemen. Restif kende de Parijse onderwereld als zijn broekzak, was kind aan huis in kroegen en bordelen en publiceerde een geschiedenis van de prostitutie. Kort voor zijn dood was hem door minister Fontanes nog verzocht de betaalde liefde in Parijs te reorganiseren.

Zoals zijn grote voorbeeld Jean-Jacques Rousseau was Restif een geboren wandelaar, hij slenterde door Parijs op zoek naar inspiratie in het volksleven. Voorts had hij de gewoonte onderweg zijn belevenissen op te tekenen in graffiti, waarvan sommige achteraf ook zijn teruggevonden op bogen van Seine-bruggen en op muren in de Marais (onder meer in de rue de Saintonge, 'en souvenir d'une belle Victoire'). Meer dan Sade of Mirabeau behoort Restif de la Bretonne immers tot de moderne tijd. Zijn literatuur en zijn leven zijn innig verweven met de grootstad, als drukker en graveur voelde hij zich helemaal een proletariër, de aristocratische ideologie van het Ancien Régime was hem volkomen vreemd.

Meer dan eens drijft hij de spot met de wereldvreemde pretenties van de adel. In het begin van zijn autobiografie Monsieur Nicolas pakt hij bijvoorbeeld uit met zijn volkomen imaginaire stamboom, die teruggaat tot de Romeinse keizer Pertinax, een schitterende persiflage op de adelbrieven van die periode. In die drie pagina's lange stamboom zitten koldereske personages die ontleend lijken aan Perec of Borges, zoals een "Edwinus Restif de Koppige I, die generaal was en naar het gebruik van die tijd tevens struikrover", of "Theodoricus Pertin, die zwakzinnig was, maar niettemin Anekdoten over de regering van Karel de Eenvoudige schreef, nog vóór die had geregeerd". De personages van Restifs erotische romans zijn dan ook figuren uit het volk: de hoedenmaakster Madame Zijdekutje, pater Doodneuker, Snoesje en Poesje; en niet de hertogen en bisschoppen van de Sade.

De Anti-Justine, vertaald door de Restif-specialist Martin Ros, blijft het bekendste werk van de auteur. Het past helemaal in de vlotte, vrijmoedige pornografische traditie, en lijkt vooral bedoeld als 'lectuur voor één hand'. Niettemin is zijn meesterwerk Monsieur Nicolas, zijn autobiografie in acht delen waarvan nu het eerste werd vertaald (en schitterend geannoteerd). In dat levensverhaal geeft hij als goede patriot 115 vaderschappen toe - een lichte overdrijving wellicht, de geliefde stijlfiguur van deze schrijver.

Het eerste deel van die autobiografie kan worden gelezen als een uniek document over het leven op het platteland in de nadagen van het Ancien Régime. Restif is geboren in het dorp Sacy in de buurt van Auxerre. De adellijk klinkende toevoeging 'de la Bretonne' verwijst gewoon naar de hoeve 'la Bretonne', waar hij opgroeide. De hele magie, het bijgeloof, het hele ritueel van het boerenleven waarop de Verlichting nog geen vat had, vinden hun neerslag in de verhalen die hij hier met veel verve optekent. Die vertelsels over duivels en hun gedaantewisselingen, over zwarte katten, wolven en vers maagdenbloed zitten boordevol psychoanalytische symboliek avant la lettre. Ze getuigen van volkse wijsheid die de eeuwen trotseert: "Hij houdt van vrouwen; dat is geen ondeugd, maar het is een neiging die er algauw toe leidt. Net zoals armoede, die ook geen ondeugd is, de armen altijd op de grens van de ondeugd doet balanceren."

Zijn genegenheid voor vrouwen blijkt voor de auteur de inspiratiebron bij uitstek. Ze speelde hem ook zijn hele leven parten: als hij nog maar veertien jaar oud is, wordt hij al uit Courgis weggejaagd (waar hij Latijn leert bij zijn peetbroer, de pastoor van het dorp) omdat hij te veel naar de meisjes lonkt.

Want er is helemaal geen breuk tussen leven en werk bij deze levendigste en actiefste aller pornografen. Of zoals Jean-Jacques Rousseau destijds optekende: "Deze schrijver brengt in praktijk wat ik als voorschrift heb gegeven."

Restif de la Bretonne (uit het Frans vertaald en van een nawoord voorzien door Martin Ros), Anti-Justine of de wellust der liefde, Martin Ros bibliotheek, Aspekt/de Prom, Nieuwegein/Baarn, 200 p., 650 frank Restif de la Bretonne (uit het Frans vertaald door Zsuzsó Pennings. Ingeleid en geannoteerd door Ivo Gay), Monsieur Nicolas of de menselijke inborst ontmaskerd. Deel I 1734-1751, Aristos, Rotterdam, 352 p., 998 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234