Zondag 22/05/2022

Passie tot aan de dood

Drugs Kept Me Alive, vandaag nog in deSingel, Antwerpen.

Stel je voor: je kwetst je bij het scheren, en voor je het weet ben je na een partijtje 'veilige seks' hiv-positief. Het overkwam de Amerikaanse danser Tony Rizzi. Dat kom je bijna terloops te weten in Drugs Kept Me Alive, het nieuwste stuk van Jan Fabre. Fabre en Rizzi halen uit dat fait divers echter iets heel anders dan een te verwachten psychodrama.

Hiv, dat betekent: elke dag pillen slikken om de bijwerking van het virus te onderdrukken. Pillen vormen dan het kader waarin iemand leeft. Dat stelt Fabre letterlijk voor: een kader van apothekersflesjes omzoomt het podium. De namen van die pillen, en van illegale extra's als speed, structureren ook de tekst. In slechts negen 'staties': de ultieme 14de statie van zijn lijdensweg heeft Rizzi nog lang niet bereikt.

Niet dat het lijden Rizzi aan te zien is. Als hij opkomt steekt hij een kaarsje aan. Als in een mis. Meteen daarna toont deze ex-Forsythe-danser echter al zijn kunsten. Wonderlijke ruimtefiguren. Pas dan heeft hij het over zijn wedervaren, maar zelfbeklag komt daar niet aan te pas. Daarvoor leeft deze man te passioneel. Passie staat echter ook voor lijden: het ultieme, sublieme vinden door geestelijk én lichamelijk over grenzen te gaan.

Passie als een ander soort 'ziekte'. Rizzi is niet alleen letterlijk ziek: als een refrein komt in de tekst ook de zin 'Ik ben ongeneeslijk romantisch', of 'een ongeneeslijke soldaat van de liefde' of 'een ongeneeslijke dierenhater' terug. Ziekte als metafoor voor passie. Het zit in onze taal al ingebakken.

Rond lichamelijke passie windt Rizzi geen doekjes. Het gaat hem om harde seks. Of om experimenten met drugs die tot hallucinante gevolgen leiden in combinatie met zijn geneesmiddelen. Geestelijke passie is meer een neveneffect. Een besef van het triviale, absurde, eindige, onmogelijke van elke passie. Niet toevallig heeft Rizzi's witte wollen muts de vorm van een kegel. Het is de hoed van een 'Pierrot Lunaire', de zot die het eeuwige slachtoffer is in de commedia dell'arte. Maar die slachtofferrol koos Rizzi wel zelf. En...de zot spreekt de (dubbelzinnige) waarheid.

Al luistert niemand naar de zot. Hij is veroordeeld tot zeepbellen blazen. En vettige grappen vertellen over zeep. Maar zijn zeepbellen zijn prachtig. Op het einde toveren zeepbellenmachines zelfs een kathedraal van zeepbellen boven zijn hoofd tevoorschijn. De zeepbel staat hier ook voor de medische luchtbel die Rizzi redt van een onmiddellijke dood. Het vettige, het wanhopige en het sublieme, ze sluiten hier zonder overgang op elkaar aan.

Op het einde van het stuk komt er nog één subliem beeld. Een machine produceert schuimvlokken die doelloos neer-dwarrelen. Tot Rizzi ze oppakt en her en der neergooit. Voor hem symboliseren ze de organismen die woekeren in zijn lijf en waarmee hij in oorlog is. Telkens hij een vlok neergooit klinkt een enorme dreun. Meteen zie je het beroemde schilderij van Magritte waarin rotsblokken als wolkjes aan de hemel zweven. Onmogelijk, maar waar in de verbeelding. De rotsblokken, dat zijn de ziektekiemen. Maar Rizzi draagt ze rond als pluimpjes, schuimpjes. Hij houdt de zot met de tragiek. Passioneel leven, tot de dood er op volgt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234