Donderdag 25/02/2021

Passie op z’n Italiaans

Carmine Pullana, die niet lang meer te leven heeft, keert terug naar zijn geboortedorp op Sardinië. Het leven van de beroemde hartchirurg is tot nu toe een “tros lege blikjes geweest, gevuld met rampspoed, met scheldwoorden van kinderen, een ongelukkige liefde (...) en weinig geluk”. Maar voordat hij sterft, wil hij weten wie zijn echte vader is. Zodra hij voet aan de wal zet, ziet hij “een oude vrouw die alle voorbijgangers groette door naar haar met rode klei besmeurde geslacht te grijpen”. De stuitende scène is de opmaat voor een verhaal over rauwe mensen die proberen te overleven in een ruw klimaat. Salvatore Niffoi (°1950) is niet aan zijn proefstuk toe. Net als in De legende van Redenta Tiria (2005) geloven ook nu de dorpelingen in het boze oog en maken ze elkaar naar hartenlust zwart. En de natuur is er even wreed als de bewoners: de zon brandt, de maan zeilt als een stuurloos schip langs de hemel, de wind jankt, de zee barst in woede uit. De talloze natuurbeschrijvingen zijn geen kartonnen decorstukken, maar een onlosmakelijk onderdeel van Niffois opzet. De mensen en de natuur zijn met elkaar in een dodelijke omhelzing verstrengeld. Daarom dragen de graven op het kerkhof van Maladuranza hetzelfde opschrift: “We worden uit de ene spleet gehaald om in de andere te worden gestopt.” Hoewel Niffoi de lezer nu en dan wat kruimels spanning toegooit, is Terugkeer naar Baraule in de eerste plaats een grandioze karakterschets van fantastische figuren, ieder met zijn eigen variëteit van bitterheid en lusten. “Je moet eelt op je ziel hebben om te kunnen overleven in de kwaadaardigheid”, zegt Mariolu Saliu, de visser die de pasgeboren Carmine uit het water had opgevist en aan een rijke grondeigenaar had verkocht. Niffoi is in dit verhaal zwarter dan zwart. Heftige liefde, zo lijkt hij te zeggen, brengt enkel heftige haat voort. Een voltreffer.

Sardinië is ook het decor van Madame Agnese van Milena Agus (°1974). Maar hier is de natuur niet de wrede handlanger van het lot. Hier is de hemel “doorzichtig, de zee saffier en lapis lazuli, de begroeiing geurig, de granieten rotsen zilver en goud”. Madame Agnese houdt in dit paradijs een hotelletje open. Ze is pas hotelhoudster geworden “na haar zoveelste baantje en mislukte liefde”. Omdat ze weinig gasten heeft, heeft ze tijd genoeg om haar minnaars te vertroetelen. Maar houden die wel van haar? De vertelster van het verhaal is een 14-jarig buurmeisje. In haar dagboek houdt ze nauwkeurig bij wat ze allemaal ziet en hoort. Ze is erg begaan met madame. Haar hele leven lang al jaagt ze de liefde na. Maar is dat wel verstandig? Misschien vlucht de liefde altijd weg als je haar opjaagt. Milena Agus voelt zich perfect in de huid van het dagboekmeisje in. Haar onschuld vertedert, haar nieuwsgierigheid prikkelt. Is de schrijfster zelf dat gevoelige kind? In elk geval wil ze, net als zij, woorden zoeken die de schepping haar verloren betekenis teruggeven. Het is een examen waarin ze met grote onderscheiding slaagt. De vederlichte ironie opent nieuwe inzichten, de fantasie biedt andere invalshoeken, en telkens blijkt dat een eenvoudige werkelijkheid het allermoeilijkste is om te begrijpen. Madame Agnese maakt op geraffineerde wijze duidelijk dat liefde en geluk ongrijpbaar zijn. Alleen een groot auteur slaagt erin om een verschrikkelijke waarheid zoals deze zo luchtig te verpakken dat ze als een kleurige ballon in de blauwe hemel wegdrijft.

Tito kent in Onder ons is gezwegen ook een verschrikkelijke waarheid. Niemand weet wie zijn moeder is. Het is een gevoelig onderwerp, want wanneer zijn kleinzoon Titino voor school een stamboom van de familie moet opstellen, reageert opa als door een wesp gestoken. Tito heeft nog andere katten te geselen. Voor de buitenwacht is hij de gelukkige en rijke eigenaar van eeen pastafabriek op Sicilië en heeft hij een prachtvrouw, drie prachtige kinderen en vijf prachtige kleinkinderen. In feite schudt zijn wereld op haar grondvesten. Zijn vrouw gebiedt hem op te houden met “dat gescharrel met die Roemeense”, zijn twee dochters vliegen elkaar voortdurend in de haren en zijn zoon eist een meerderheidsbelang in de fabriek. En wanneer een zekere Dante Attanasio opduikt en alles wil weten over Rachele, de ongetrouwde tante die bij Tito inwoont, dreigt de wereld zelfs als een kaartenhuisje in te storten. Simonetta Agnello Hornby (°1945) doet haar uiterste best om dit broeierige verhaal van meet af aan op volle toerental te doen draaien. In tegenstelling tot Niffoi en Agus gebruikt ze daarvoor geen sprankelende taal of magische taferelen, maar beperkt ze zich tot een nuchtere beschrijving van de sinistere ontwikkelingen, in de hoop dat er in de scheur tussen de taal en de tragiek een vulkaan tot uitbarsting zal komen. Die hoop is een vrome wens. Zodra de auteur de rand van de krater nadert, deinst ze achteruit. Voor haar is een familie immers evenzeer een broeinest van seksuele frustraties, hypocrisie, jaloezie en onverwerkte herinneringen als een warme haard van liefde, compassie en geborgenheid.

Van geborgenheid is in Een ochtend in Irgalem geen sprake. Davide Longo (°1971) plaatst de gebeurtenissen immers in Ethiopië, een negorij die Europeanen gek maakt. Het land was eind 1935 na een korte maar meedogenloze strijd door Benito Mussolini in zijn imperium ingelijfd. Inmiddels is het 1937. De jonge legeradvocaat Pietro Bailo reist naar de nieuwe kolonie om er sergeant Prochet te verdedigen, een man die onder meer van barbaarse misdaden tegen zijn eigen mannen wordt beschuldigd. Maar is een proces eigenlijk nodig? Niet alleen is iedereen al overtuigd van de schuld van Prochet, ook de beschuldigde zelf heeft zich al bij zijn doodvonnis neergelegd. Bailo kan het geen barst schelen. Hij is met zijn gedachten bij zijn liefje in Italië. Is hij verliefd op haar? Of heeft hij alleen maar lustgevoelens? Longo schetst een ontnuchterend portret van een man vol schuldgevoelens. De hitte, de regens, de armoede, de corruptie, de guerrillaoorlog: alles werkt mee om hem in het verderf te storten. Voor Il Duce bracht de verovering van Ethiopië de beschaving mee. Voor de personages vreet het hun ziel op. De schrijver boort zich tot in de kern van de ziel van luitenant Bailo. Treft hem schuld wanneer hij met een inlandse vrouw naar bed gaat? Treft hem schuld wanneer hij een moord begaat? Lust en schuldgevoelens duelleren met compassie en fatsoen. Dit is zowel een wrange aanklacht tegen het kolonialisme als een verstikte noodkreet van een dodelijk gekwetste mens. Longo, die met De steeneter bewees dat hij over een vakkundige hand beschikte, schreef ook nu een uitmuntend verhaal. Joseph Pearce

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234