Woensdag 04/08/2021

Passie in geuren en kleuren

In Ivo van Hoves India Song wordt slechts een handvol korte zinnetjes op het toneel zelf gesproken. Schrijfster Marguerite Duras heeft het zo gewild. De rest is vooraf opgenomen. In combinatie met muziek, beeld én geur geeft dat een aparte, beklijvende sfeer, waarbij de acteurs in de verdrukking komen.

Het siert Ivo van Hove dat hij als artistiek leider van het Holland Festival ook met zijn eigen producties risico's durft te nemen. Het voorspelbare straatje waarin hij twee seizoenen geleden met De onbeminden dreigde te belanden, lijkt tot het verleden te behoren, nu hij minder regisseert. In India Song experimenteert hij met een vorm die vaker opduikt wanneer werk van de Franse schrijfster Marguerite Duras (1914-1996) op de planken komt: een theater waarin stemmen worden losgekoppeld van het scenische gebeuren en het verhaal vertellen zonder dat er interactie is tussen stemgeluid en beeld. Het doet, zeker in de grote zaal, vreemd aan, maar nieuw is het niet.

De Franse Belg Jean Luc Ducourt bijvoorbeeld ging eerder dit jaar in het Kortrijkse kunstencentrum Limelight nog een stap verder door uit zijn 'enscenering' van Duras' roman Détruire, dit-elle elke acteur te weren en enkel luidsprekers op het toneel te plaatsen. Dat is extreem, en niet waar Duras zelf om vraagt, maar ergens wel plausibeler dan Van Hoves keuze. Probleem bij India Song is immers de functie die de spelers toebedeeld krijgen. Daar zit een evolutie in, die verband houdt met de muzikale structuur die Duras het stuk heeft meegegeven. Aanvankelijk voeren Chris Nietvelt, Ramsey Nasr, Steven van Watermeulen, Jorre Vandenbussche, Bart Slegers en Stefan Ramautar stilzwijgend de acties uit die door voice-overstemmen worden beschreven. In de hoofdscène, een receptie in de Franse ambassade in Calcutta, slaan ze aan het playbacken, tot op het crisismoment waarop Bart Slegers als vice-consul zijn liefde uitschreeuwt voor de vrouw van de ambassadeur (Chris Nietvelt). De afwikkeling gebeurt vervolgens opnieuw via playback en pantomime. Van Hove brengt een diepgaand offer. Zijn spelers hebben présence (vooral Nietvelt), maar over de lichaamsbeheersing van een mimekunstenaar beschikken ze niet. Op hun andere kwaliteiten kunnen ze hier geen beroep doen.

Gevolg is dat er een enorme afstand ontstaat tussen de spelers en het publiek. Dat is ergens in overeenstemming met de in 1972 geschreven tekst van Duras, waarin passie en distantie gepaard gaan. De vice-consul is weinig meer dan een toeschouwer bij het geflirt tussen de ambassadeursvrouw Anne-Marie Stretter en haar aanbidders. Eén blik tussen hem en haar echter volstaat om hun lot te bestemmen. Door de spelers tot levenloze poppen te herleiden (in het geval van de ambassadeur zelfs letterlijk) geeft Van Hove de passie een te vormelijk, te rationeel karakter. De voorstelling wordt geprojecteerd, niet ter plekke gecreëerd.

De andere middelen die Van Hove inzet, mikken nochtans op een grotere betrokkenheid. Een deel van het publiek zit in een halve cirkel mee op de bühne, en dank zij Christoph Ragg geurt de schouwburg naar parfum en zeep. Het toneelbeeld van Jan Versweyveld intrigeert: op de vloer liggen oosterse tapijten, boven de hoofden van de spelers draait een reusachtige ventilator, met bovenop een spot die als een zoeklicht rondzwaait. Ook de achterwand wordt in steeds wisselende kleuren uitgelicht. De hitte van India staat na een tijdje als zweetpareltjes op het voorhoofd van de acteurs. Aan sfeer geen gebrek. Het beklijvendst is trouwens de muziek van Harry de Wit, die na De tramlijn die verlangen heet en Koppen opnieuw samenwerkt met Van Hove. Hij componeerde een jazzy score met Indische invloeden. Het titelnummer vormt, in verschillende versies, het bezwerende leidmotief doorheen de voorstelling. De Wit zelf bevindt zich op het toneel als pianist, blaasinstrumentist en percussionist. Zelden heb ik een theatervoorstelling meegemaakt die zo in muziek baadt als deze India Song. Op dat vlak plukt Van Hove dus wel de vruchten van zijn artistieke zoektocht. Peter Anthonissen

Het Zuidelijk Toneel met India Song: vanavond om 20.15 uur in de Stadsschouwburg van Amsterdam in het kader van het Holland Festival (tel. 00-31-20-624.23.11). Tournee: van 21 tot 25/9 in Minard (Gent); op 8/10 in De Warande (Turnhout); op 12 en 13/10 in Lunatheater (Brussel); op 19/10 in Stadsschouwburg Brugge; van 20 tot 23/10 in deSingel (Antwerpen); op 29/10 in CC Hasselt; op 16/11 in Stadsschouwburg Leuven. Ivo van Hoves vertaling van India Song wordt uitgegeven door Uitgeverij International Theatre & Film Books en Het Zuidelijk Toneel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234