Donderdag 01/10/2020

Passie betekent alles in de politiek

Guy Verhofstadt samen met Willy De Clercq in 1998: 'schier onvermoeibare energie en ambitie'.Beeld UNKNOWN

Bij het afscheid van minister van Staat Willy De Clercq, zaterdag in Lochristi, sprak Guy Verhofstadt over de stem, het vuur, de passie van zijn grote idool en liberale voorganger. Verhofstadt (Open Vld) is oud-premier en fractieleider van de Europese liberalen.

Zo'n 2.500 mensen zijn zaterdagmiddag samengekomen in Lochristi om afscheid te nemen van Willy De Clercq. De minister van Staat overleed vorige week op 84-jarige leeftijd in Gent. Ik denk, 12 of 13 jaar moet ik geweest zijn, toen Willy De Clercq mijn grote idool werd. Ik las toen mijn eerste krant, keek naar elke nieuwsuitzending op de BRT, dweepte met John Fitzgerald en Bobby Kennedy, met Martin Luther King ook. En hier in eigen land, in Gent, was er slechts één man, één politicus die mijn ideaal belichaamde: Willy De Clercq.

Nooit vergeet ik zijn eerste groet, breed wuivend langs de kant van de weg naar onze met stickers en posters versierde Opel. In een van die onmetelijke autokaravanen die op het einde van de jaren zestig bij verkiezingen zo in zwang waren. Kilometerslange, zigzaggende omzwervingen makend kriskras door de noordelijke polders van ons arrondissement. Nooit vergeet ook ons eerste gesprek, mijn allereerste discussie met hem tijdens een diner bij ons thuis aan een feestelijke tafel. Hij luisterde geamuseerd naar al dat jonge geweld, van mijn broer en van mezelf. Wij die amper 15, 16 jaar waren en die hem probeerden diets te maken wat het ware liberalisme was.

Nooit vergeet ik de eerste grote toespraak van hem die ik in levende lijve meemaakte. Dat was op het congres van de twintigduizend in de Heizel. Ik was er in de bus, samen met mijn vader en de vlag van de afdeling, heen gegaan. Willy sprak als voorlaatste, net voor Omer Vanaudenhove. Van allen die deze dag het podium beklommen, was hij de beste, de meest gedrevene, de meest begeesterende. Nooit ofte nooit vergeet ik ook mijn eerste campagne aan zijn zijde, als zijn eerste suppleant. Uren-, dagen-, wekenlang de straat afschuimen. Aan huizen bellen. Een praatje maken. Net voor de deur dichtging nog snel een postkaart met zijn foto aanreiken.

En wanneer het haast pikdonker werd, zei Willy altijd: "Guy kom op, we doen er nog een allerloatste stroate bij". Werkelijk onvermoeibaar was hij.

Opstandig vuur
Nooit ook vergeet ik zijn eerste grote tegenslag, iets waar geen enkele politicus aan ontsnapt. De klap bij de verkiezingen van 1977. Het was in de Brittania op het Sint-Baafsplein. Hij leed bij het zien van de resultaten. Maar lang duurde zijn ontgoocheling niet. We zouden de kiezers laten inzien dat ze fout geoordeeld hadden. We zouden bewijzen dat onze remedies de enige juiste waren.

Als ik nu, 34 jaar later, terugkijk, dan weet ik dat er toen in hem een hels, opstandig vuur ontbrande, een vuur geboren uit het onbegrip dat de kiezers hem hadden betoond. Het temperde pas - zonder echt ooit helemaal te verdwijnen - met de historische kiesoverwinningen van 1978 en vooral van 1981. Electoraal succes - en Willy was daar geen uitzondering op, niemand onder ons trouwens - is in de politiek de enige balsem die heelt en
werkt. Er zijn de voorbije week al veel eigenschappen van Willy geroemd en geprezen.

Maar er is er een in het bijzonder die ik voor mijn en jullie geest wil halen: zijn uitzonderlijk retorisch talent. Ik doe het als een ultiem eerbetoon aan hem. Omdat het zo kenschetsend was voor hem, het geheim dat hij bezat, de gave die hem toeliet de andere kwaliteiten die hij als politicus in zich had, ten volle te benutten en te ontplooien. Ik doe het ook omdat we blijkbaar in een tijd leven waarin zo'n talent nog weinig betekenis heeft. Nu geldt slechts de goed gemikte televisiequote - liefst niet langer dan dertien woorden: één langgerekt gestamel eigenlijk.

In elk geval, gestamel was Willy De Clercq volkomen vreemd. Hij zorgde er in radio- en televisie-interviews altijd voor dat ze na dat fatale dertiende woord nooit konden knippen. Willy praatte gewoon
door. Maar ik heb het natuurlijk daar niet over, wanneer ik Willy's uitzonderlijke retorische talent in herinnering breng.

Wel over zijn stem, zijn aangename stem, een stem die als geen ander wist te overtuigen en te bekoren. Of het nu ging om een toespraak voor een volle parochiezaal of op een partijcongres of gewoon om een korte tussenkomst voor een kleine kring van partijgenoten, altijd straalde die stem iets vertrouwds, iets gemoedelijks, iets bijzonder sympathiek uit. Nooit was het een kletterende waterval. Nooit waren het pretentieuze of hoogdravende woorden. Hij begon altijd rustig en laag van toonaard.

Zette alle overwegingen geduldig op een rijtje. Om dan zoals elke grote redenaar, een trapje hoger op de toonladder te gaan staan en retorische vragen op het publiek af te vuren, vragen die je van de juistheid van zijn argumenten overtuigden. Altijd, bijna altijd verluchtte hij zijn uiteenzetting met een grapje of een kwinkslag - niet zomaar, niet toevallig, maar juist heel opzettelijk omdat het onderhuids verband hield met de stelling die hij aan het ontwikkelen was. Waarna meestal een kort aanstekelijk lachje volgde, dat onmiddellijk weer uitdeinde in die rustige, vertrouwde manier van praten die hem zo eigen was. En het slot van zijn betoog was altijd 'vivace'. Zo begeesterend en enthousiast dat het kon gebeuren dat zijn stem twee- tot driemaal oversloeg. Wie van ons herinnert zich niet zijn toespraken.

Met zijn koninklijke hoofd. Zijn grijze, golvende, krullende manen. Zijn samengeknepen ogen, die wanneer hij het woord nam fonkelden van kracht, straalden van begeestering en gedrevenheid, gloeiden van een schier onvermoeibare energie en ambitie.

Met volle overgave
De laatste maal dat we dat mochten meemaken, was op dat bijzondere congres begin 2004. De speech die hij toen afstak en waarin hij zich met volle overgave gaf, was van de beste die hij ooit heeft gegeven. Op televisie was toen te zien hoe ik hem met tranen in de ogen heb omarmd.

Telkens gaf de pers daar het commentaar bij dat ik toen huilde omdat hij mijn regering gered had. De ware reden is anders. Pas toen ik Willy na zijn magistrale tussenkomst terug zijn zetel zag opzoeken en dat te midden van het aanhoudende handgeklap, daagde het me voor de geest welke uitzonderlijke en bijzondere man hij was. En dan heb ik het niet over zijn politieke kwaliteiten, maar over zijn pure menselijke eigenschappen. Jij, Fernande, zijn vrouw, was er erg aan toe. En Willy was daar immens verdrietig over. Ondanks dat alles vond hij nog de kracht om mij en zijn partij ter hulp te schieten. En ik, ik dwazerik die al bijna dertig jaar met hem optrok, hem dertig jaar geleden vergezeld had naar de hoofdstad, besefte pas op dat ogenblik, toen ik het spreekgestoelte beklom en het woord nam, tot welke opoffering, tot welke overgave die man in staat was. Ik stokte gewoon.

Wat Willy me toen die dag en eigenlijk alle dagen van de voorbije vijfendertig jaar bijbracht, was niet zozeer de passie voor de politiek. Die kruipt waar zij niet gaan kan. Maar wel dat in de politiek passie alles betekent. Werkelijk alles. Een politicus zonder passie is als een paard zonder hoeven of een hond zonder poten, als een nachtegaal die geen klanken kan uitstoten of een eend waarvan de lokroep voortdurend in de keel blijft steken. Niets dus. Laten we dankbaar zijn voor wat hij voor Gent, voor Vlaanderen, voor zijn land, voor België en niet te vergeten voor Europa heeft betekend. Maar vooral, en dat is zijn grootste verdienste, maakte hij het liberalisme populair in onze contreien, gedragen door brede lagen van de bevolking, waar het tot dan toe een elitaire bedoening was geweest. Tot ziens Willy De Clercq.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234