Vrijdag 13/12/2019

Passage

"Het is verheugend te moeten vaststellen dat een der oudste uitdrukkingsvormen van de mens zich niet laat inkapselen in een alles zaligmakende definitie - vooral in een tijd waarin men alles tracht te codificeren - doch zich integendeel bij monde van elke dichter hernieuwt, zich losrukt en zich verzet tegen een vorige begripsomschrijving. Velen, en beslist niet de minsten onder hen die zich met het mysterie van de poëzie hebben beziggehouden, hebben getracht deze wereld van het onzegbare binnen te dringen, te verklaren en te omschrijven. Allen is dat mislukt en allen, de dwazen uitgezonderd, hebben zich ootmoedig neergelegd bij deze bij voorbaat tot mislukking genoemde onderneming."

Een boekje van achtentwintig pagina's zette mijn leven op een ander spoor.

Ik was een rechtenstudent en worstelde met mijn toekomstperspectief: advocaat, bedrijfsjurist of notaris. Geen van dat alles, dat was me toen al duidelijk. Ik had de studie aangevat als een soort uitgestelde vervulling van de droom van mijn grootvader, naar wie ik erg opkeek.

Maar het was niet mijn droom. Ik bleek liever in de bibliotheek van de faculteit letteren en wijsbegeerte te vertoeven, waar ik boeken van André Breton, Paul de Vree of Marcel Mariën verslond.

Taal, dat was mijn dada. Niet de belegen juridische bewoordingen van vonnissen en arresten of de regeldrift van het Belgisch Staatsblad. Neen, het was de taal van poëzie die mijn wereld opende.

En daarin kwam Eddy van Vliet mij tegemoet. Een advocaat die een pleidooi hield voor de poëzie. Ik kopieerde de tekst en reeg die in mijn reader van allerhande teksten die ik toen belangrijk vond: lyrics van Leonard Cohen, een interview met Tom Waits, een essay uit Streven over Kieslowki... Onlangs stootte ik terug op deze geringde map en het was een heerlijk weerzien met de 22-jarige jongen die ik toen was.

Wat was het dat me trof in het pleidooi van deze dichter-advocaat? Van Vliet reikte me woorden aan die mijn liefde voor de poëzie verantwoordde. Hij betreurde het verlies van interesse voor de poëzie in onze maatschappij, maar duidde evenzeer de weerloze waarde aan van dit genre.

Ik kon me vinden in zowat elke definitie die hij optekende, hoe contradictorisch ook, ze leken me allemaal even waar. Het was een houvast bij het schrijven van mijn eerste gedichten.

Ik ging door de jaren heen ook zelf op zoek naar mijn definitie van poëzie. Poëzie is voor mij een talige sleutel die de deur opent van een hoger bewustzijn. Haar scheppende kracht wekt een dieper leven in ons.

Poëzie is daarom in wezen romantisch. Ze biedt je de kans om te vluchten van het alledaagse, het platvloerse. Elk gedicht is een big escape die in essentie geen vlucht is, maar een thuiskomst, een terugkeer naar het volle leven.

Toegegeven, de poëtische taal is net als de juridische taal kunstmatig, artificieel, maar het einddoel ligt elders: er is geen eigenbelang mee gemoeid, geen geldgewin, geen eigendom.

In poëzie wordt de mens verlost van zichzelf.

Michaël Vandebril

► °1972
► lanceerde het Antwerpse stadsdichterschap en andere poëzie-evenementen
► eerste bundel Het vertrek van Maeterlinck in 2002
► nieuwe bundel New Romantics wordt op 17 mei voorgesteld

Eddy van Vliet

► 1942-2002
► Vlaams dichter en advocaat
► kreeg o.a. de Arkprijs van het Vrije Woord (1971) en de Staatsprijs voor poëzie (1989)
► bekend van Recht van antwoord (VTM)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234