Dinsdag 22/10/2019

PASSAGE

Schrijvers duiken in hun boekenkast om een fragment uit de Nederlandstalige literatuur te selecteren dat een bijzondere waarde voor hen heeft. Deze week leest Peter Terrin een fragment uit Godenslaap van Erwin Mortier.

En zo kwam de kleine Amélie Bonnard tegen
de avond van die dag bij ons aan, onder een deken
op de hondenkar, gevolgd door een stoet vrouwen
en kinderen. Mijn moeder ondersteunde madame
Bonnard, ik liep voorop, naast de bejaarde knecht
die de hond mende. Niemand sprak. Achter me klonk
onderdrukt gesnik. De wielen van de kar knarsten
op het grind, de hond hijgde. Op ons binnenerf nam
madame Bonnard haar dochter van de kar en droeg
haar in haar armen het huis in. We wezen haar
de weg, de trap af, de kelderruimte in, de overwelfde
gang onder het huis, met talloze zijkamers, een ervan
de koele kamer, met het stromende water en de grote
koude steen in het midden, waarop Amélie Bonnard
werd neergelegd.

Er is geen overlijden in de Nederlandstalige literatuur dat me meer heeft aangegrepen dan dat van Amélie Bonnard in Godenslaap. Er is Osewoudt die in De donkere kamer van Damokles, bedrogen door de wereld en de waanzin nabij, blootsvoets sterft in het bijzijn van Pater Beer, aan wiens handen 'minder vingers zaten dan Osewoudt kogelgaten in zijn lichaam had'. Er is Schaduwkind, over de dood van het dochtertje van P.F. Thomése, dat 'ergens tussen een paar woorden in, woorden die elkaar nog niet kennen' blijft bestaan. Er is Tirza. Er is Tonio. Er is aan dood in de letteren geen gebrek.

Amélie Bonnard speelt in het bekroonde boek van Erwin Mortier slechts een bijrol. Komt het daardoor, was ik zo gegrepen omdat het overlijden me overviel? Had het te maken met de omstandigheden? Ik herinner mij nooit hele boeken, slechts fragmenten, ik herinner me vooral waar en wanneer ik die fragmenten gelezen heb. In dit geval: naast een zwembad in Ménerbes. Het zicht op de heuvel was fenomenaal, het drankje koel, beneden in de wijngaard hoorde ik de hop. Nietsvermoedend laafde ik me aan het verfijnde proza van Godenslaap.

Ook daar is het zomer, in 1915. En plots verschijnt Amélie Bonnard, een meisje dat speelt in de wei achter de kerk. Ze heeft de poederdoos van haar moeder gevonden en loopt in haar kokette winterjas en met 'een nog ongeoefende mevrouwigheid' op haar wangen naar buiten. Een zorgeloze dag in het leven van een kind. Dan valt de oorlog uit de lucht. Twee verdwaalde granaten, twee droge klappen, meer is het niet.

Niet voor niets staat het tiental ingetogen pagina's over de dood en het afleggen van Amélie Bonnard centraal in het boek. Hier wordt de Grote Oorlog door vrouwen uitgekleed en naakt op een koude steen gelegd. Met het lot van de kleine Amélie is veel, zo niet alles gezegd.

Centraal in die passage staat het fragment dat ik gekozen heb. Hoe mooi ook Erwin Mortier schrijven kan, de zin in Godenslaap die me dwong in het zwembad te springen en mijn gezicht te verbergen, is misschien wel de eenvoudigste: 'De wielen van de kar knarsten op het grind, de hond hijgde.' Het is een zin vanuit de hinderlaag, die de hand verraadt van een literaire scherpschutter.

Peter Terrin

► °1968 ► Vlaamse schrijver van verhalen en romans ► Debuteerde in 1998 met de verhalenbundel De code ► AKO Literatuurprijs voor roman Post Mortem (2012) ► Recentste werk: Monte Carlo (novelle, 2014)

Erwin Mortier

► °1965 ► Vlaamse schrijver van romans, verhalen, gedichten, essays ► Debuteerde in 1999 met de roman Marcel ► Won in 2009 de AKO Literatuurprijs voor Godenslaap Recentste roman: De spiegelingen (2014)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234