Maandag 03/08/2020

PASSAGE

Schrijvers duiken in hun boekenkast om een fragment uit de Nederlandstalige literatuur te selecteren dat een bijzondere waarde voor hen heeft. Deze week Ruth Lasters leest een fragment uit Jij zegt het van Connie Palmen.

Vlak voor haar zevenentwintigste verjaardag tikte ze zonder ophouden, uren achter elkaar, bezeten, onbereikbaar, [...], een koortsachtige blos op de konen, het schampschot van de vorige dood paarsrood van opwinding. Ze schreef het ene gedicht na het andere en ik zag, hoorde en las hoe ze op papier een andere stem baarde, een nieuw geluid, de niet eerder beluisterde hartslag van de dichter die ze zo volhoudend en overmoeibaar had gezocht. Zelfs de klankenstroom waarmee ze de gedichten in de avond naar buiten liet vloeien - opgewonden maar beheerst - was veranderd, golfde warmer en woedender, smartelijker en sardonischer dan ik ooit had gehoord. Verbijsterd zag ik ze voorbijkomen in de prachtigste strofen en zinnen, de krakende, lijdende bomen van Yaddo, de peren als kleine, dikke boeddha's, de dode mollen als een blinde tweeling, de verzwelgende moeder van de monden, de dode vader als een gefragmenteerde Colossus die ze aan elkaar moet lijmen in uren getrouwd met schaduw, de stad waarin mensen wor- den gerepareerd en waarin ze volt na volt door haar hersens jagen.



Ik kies voor deze passage uit Jij zegt het van Connie Palmen, waarin het herwonnen scheppingsplezier wordt beschreven dat Sylvia Plath ervaart tijdens het schrijven van haar beroemde dichtbundel Ariel. Palmen verwoordt in dit fragment prachtig de haast magische bevrijding die Plath moet hebben gevoeld na haar getormenteerde zoektocht naar haar ultieme literaire stem. Door creatievreugde op zo'n fraaie wijze te omschrijven, gebeurt er hier iets opmerkelijks.

Bij het lezen van dit fragment waan ik me niet alleen aanwezig bij Plaths schrijfgeluk, maar eveneens bij dat van Palmen zelf, slijpend aan deze tekst, waardoor uiteindelijk ook mijn eigen scheppingsverlangen wordt aangewakkerd. Door de thematiek en de verwoording heeft deze paragraaf iets weg van zo'n bevreemdend schilderij van een huis waarin een schilderij hangt van precies hetzelfde huis, met daarin een schilderij van nogmaals hetzelfde huis.

En hier blijft het niet bij. De betekenis van dit stukje tekst blijft verderritsen terwijl je het leest, tot eender welke creatievonk erin lijkt opgeslagen, die van Ludovico Einaudi's eerste noten bij het componeren van zijn sublieme Primavera, die van Manets prilste aanzetten van Olympia, die van de chef die lavendelsorbet ontdekt, die van de leerkracht die dé techniek vindt om de leesweerzin van een pupil te overbruggen en hem zo de gouden sleutel aan te reiken van de wereldliteratuur. Zolang dit fragment je gedachten overlapt, lijkt het onmogelijk om creatieve blokkades van welke aard dan ook te kunnen ervaren.

Het stukje papier waarop deze paragraaf staat gedrukt, fungeert in zekere zin als een archiefdeur, waarachter alle gedichten en romans liggen die Plath de voorbije 53 jaar allicht nog had voortgebracht als zij haar dramatische einde had kunnen ombuigen voor zichzelf. Over de grenzen van haar afwezigheid en haar soms onvolledig begrepen wanhoop heen, kunnen we niet weten welke verzen zij nog zou hebben geproduceerd als die tragische elfde februari van 1963 gewoon in een nieuwe dag was overgegleden, in een ochtend barstensvol moed en mogelijkheden.

Het echte vervolg van Ariel blijft voor immer ondoorbladerbaar, er is geen woord van terug te vinden op het net, het zal nooit in hoe weinig exemplaren ook verschijnen, laat staan in miljoenen. Maar wie deze paragraaf leest waarin scheppingseuforie zo helder wordt opgeroepen, kan de schoonheid van Plaths latere, niet tot stand gekomen werk aanvoelen en er, hoe onbestaand het ook is en blijft, zelfs een fractie van een tel door ontroerd worden.

Ruth Lasters

► °1979 in Antwerpen ► Schrijfster van poëzie, romans, verhalen... ► Romandebuut: Poolijs (2006, Vlaamse debuutprijs) ► Laatste dichtbundel: Lichtmeters (2015, Herman de Coninckprijs)

Connie Palmen

► Nederlandse schrijfster (°1955) van romans, verhalen, essays Debuutroman: De wetten (1991) ► AKO Literatuurprijs voor De vriendschap (1995) ► Laatste roman: Jij zegt het, over de nood- lottige relatie tussen de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath en de Britse dichter Ted Hughes

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234