Donderdag 26/11/2020

PASSAGE

Schrijvers duiken in hun boekenkast om een fragment uit de Nederlandstalige literatuur te selecteren dat een bijzondere waarde voor hen heeft. Deze week leest Jan van Mersbergen een fragment uit Specht en zoon van Willem Jan Otten

Wat ik niet moet vergeten te vertellen is dat ik, nadat ik op een haar na Cindy was geworden, anders tegen mijn muur terecht ben gekomen dan voorheen. Te weten niet staand, maar liggend.
Het is nog niet makkelijk om te beschrijven wat dit voor mij betekende. Voor het eerst begon het me te dagen dat ik rekening had te houden met een volkomen ander lot.
Het was december geworden en de vorst was vroeg ingevallen. Schepper had het steeds over het riet aan het eind van de tuin, dat zo'n wonderlijke roestige kleur had aangenomen en zo meesterlijk afstak tegen het wit van het Randmeer, waarin een groot wak maar niet dichtvroor, en daarin dreven als spierwitte, lichtketsende vlekken tientallen zwanen. De leegte, zei schepper, de wijde koude leegte
van de ijsvlakte - die is niet te schilderen. Leegte, dat woord was een woord dat hij vaak neuriede, hij had er
een liedje van gemaakt, met, als ik het goed heb verstaan, als refrein: hij klopte en veegde zijn doeken vol leegte.
Ik rook het gevaar onmiddellijk.
Als schepper zegt dat iets niet te schilderen is bedoelt hij dat hij het gaat schilderen.



Voor romans is er maar één regel: perspectief is alles. Wie vertelt het verhaal en waarom? Is de schrijver zelf de alwetende grootmacht die de lezers uit de doeken zal doen hoe zijn karakters het ervan afbrengen of laat de schrijver een van de personages het verhaal vertellen? En in welke tijd? Vanuit het nu of achteraf verteld? Als ik lees, denk ik bij iedere zin aan het perspectief; als ik schrijf, dan kader ik de vertelling in - dan weet ik wie het vertelt en in welke tijd.

De laatste maanden denk ik vrijwel dagelijks aan de prachtige kleine roman Specht en zoon van Willem Jan Otten, uit 2004. Het verhaal over een schilder die de opdracht krijgt een overleden jongen af te beelden, wordt verteld door het schildersdoek waar de jongen op komt te staan, de drager die deze jongen opnieuw zal laten leven. Bijzonder perspectief, en bijzonder moeilijk om consequent vol te houden.

Wanneer het doek tussen andere schilderijen in de opslag geschoven wordt, 'ziet' de verteller plots veel minder. Hij hoort nog wel de stemmen - van zijn 'schepper' en andere mensen, maar hij kan veel van wat er gebeurt niet meer precies doorvertellen. Dit beperkte perspectief, voor schildersdoek én schrijver Otten, geeft dit boek glans.

Zo wordt het doek een keer op zijn kant gezet, vlak nadat het bijna drager was geweest voor een ander schilderij, een portret van ene Cindy.

De tekst en het perspectief roepen veel vragen op. Hoe weet dit doek wanneer het december is, wanneer het vriest? Hoe kent het zijn positie - liggend of staand? Boven en onder? Hoort het zijn schepper praten? Kan dat doek werkelijk ruiken? Waarom praat de schepper tegen zijn doeken?

Maar toch lezen we ook gewoon een verhaal over zwanen en schilderen en iets maken, over een schepper en een ondergrond. Het is waanzinnig goed gedaan. Het gaat over de worsteling die een schilder en iedere andere schepper doormaakt wanneer hij of zij iets maakt. Het is spannend en slopend, het kan alleen wanneer je vertrouwen hebt, en tegelijkertijd ben je uiterst onzeker en kwetsbaar. Precies daar gaat Specht en zoon over, maar uit de mond van de schilder zelf of een afstandelijke derdepersoonsverteller zou die thematiek pathetisch worden en afdoen aan het verhaal en de kern van het verhaal. Het doek is de enige passende verteller.

Het doek is ook onzeker: 'Als ik het goed heb verstaan.' Dat maakt de tekst speels, de verteller onbetrouwbaar, het verhaal levendig.

Het moet een lange zoektocht zijn geweest voor Otten om dat te vinden en uit te denken; de vondst moet hem een onwaarschijnlijk gelukzalig gevoel gegeven hebben.

Mijn nieuwe roman verschijnt begin november. De verteller is een paard.

Jan van Mersbergen

► °1971, Gorinchem ► Nederlandse romanschrijver ► schreef onder meer: De grasbijter (2001), Morgen zijn we in Pamplona (2007) en Naar de overkant van de nacht (2011) ► volgende maand verschijnt zijn nieuwe roman De ruiter

Willem Jan Otten

► °1951, Amsterdam ► Nederlandse schrijver/dichter ► schreef onder meer: Een zwaluw vol zaagsel (1973), Paviljoenen (1991), Ons mankeert niets (1994) ► zijn bekendste werk Specht en zoon (2004) werd met zowel de Libris Literatuurprijs als De Inktaap bekroond

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234