Woensdag 18/05/2022

Pasen in het peloton

Net voor de laatste kilometer, zaterdag in Harelbeke, stond een groot houten kruis: 'Houd uw Pasen.' Geen van de renners keek ernaar. Het peloton viert immers zijn eigen Pasen, zijn eigen hoogdag na veertig dagen zwoegen en lijden. Pasen in het peloton betekent de Ronde van Vlaanderen, en daarom leefden de renners de voorbije weken volgens de strengste katholieke leer. Christus trok zich veertig dagen terug in de woestijn; het wielerpeloton wordt net zolang op pad gedwongen richting Zottegem, Brakel of Sint-Maria-Horebeke. Voor het publiek is het veertig dagen feest. Voor de renners een periode zonder zinnelijk genot, een tijd van kastijding van het eigen lijf, van kwellend gewetensonderzoek, van nu nog pijn verdragen om zondag glorie te beleven.

Walter Pauli / Foto's Stephan Vanfleteren

Op het Sint-Pietersplein hangt lente in de lucht. Zo dadelijk wordt het startschot gegeven voor de Omloop Het Volk, de eerste van de Vlaamse kasseienklassiekers, de verste prelude ook op de Ronde van Vlaanderen. Voor het eerst kan het publiek de nieuwe truien zien, de nieuwe fietsen keuren, de massage-olie ruiken. Ook de renners zitten vol frisse moed en goede voornemens. Voor de Omloop Het Volk zijn er alleen maar plannen gemaakt, ambities uitgesproken, dromen gekoesterd. Voor de Omloop Het Volk heeft nog niemand een nederlaag moeten lijden. De start van Omloop Het Volk heeft iets zuivers en ongerepts. Die idyllische sfeer wordt nog onderstreept door een aarzelend maar vriendelijk lentezonnetje. Meer moet dat niet zijn.

Aan de wagens van Mapei-Bricobi, het topteam rond Johan Museeuw, zorgt pr-verantwoordelijke Jos Roofthooft voor luim en pret. Hij is de enige. Sportdirecteur Patrick Lefevere oogt ernstig en bezorgd omdat zijn halve ploeg met griep geveld ligt. Jos blijft echter monter. Roofthooft - als de zon brandt tijdens de Tour grappen collega's wel eens over Roodhoofd, maar dit terzijde - is een man met een bijzondere roeping: mensen doen lachen. Een spraakwaterval met als motto: "Drie zinnen, minstens één mop." In het begin van zijn carrière trok hij met het in Limburg razend populaire gezelschap De Oude Winterpijp van het ene bejaardentehuis naar de andere instelling voor gehandicapten: presenteren, liedjes zingen, grappen vertellen, voor Jos was geen zaal te min. Dat talent heeft hij nooit verloochend. Bij de voorstelling van Mapei, met een budget van bijna een kwart miljard frank de meest prestigieuze en dure ploeg ter wereld, grijpt Jos wel eens naar de microfoon voor een 'nummer'. Zo ook 's ochtends in Gent. Moppen over Hollanders en lesbiennes, het gaat er allemaal in. Maar geen mop over nudisten. Het is ooit anders geweest. Bij de Oude Winterpijp kon Jos zijn verbouwereerde Limburgse gezellen even smakelijk als enthousiast onderhouden over zijn eigen belevenissen als naturist. Nu laat hij dat wijselijk. Maakt de functie dan toch de man?

Renners met een naam als Peter Van Petegem zijn gemaakt voor fietstochten over Vlaamse kasseien; logisch dus dat hij net als vorig jaar de Omloop Het Volk wint. Het is al donker, de dranghekkens en reclameborden zijn al verwijderd, maar Van Petegem blijft maar handtekeningen uitdelen en interviews toestaan, nu nog aan de regionale televisie van het Waasland. Het tafereel doet denken aan scènes uit het Russisch of Duits expressionisme van de jaren twintig en dertig. Wegens de duisternis hebben technici van het tv-station immers een krachtige spot op Van Petegem gericht. Dat geeft een helle cirkel op de bakstenen muur, met in het midden het donkere silhouet van de fiere winnaar. De eerste aureool van het nieuwe seizoen.

Bij de start van Kuurne-Brussel-Kuurne willen tientallen, honderden mensen de hand drukken van dat kleine, oude mannetje met zijn grijze pet en grijze jas, en keer op keer krijgen ze dezelfde vraag als antwoord: "Hoe is het?" Alle handendrukkers klinken even opgelucht. In het begin van het seizoen werd immers verteld - gefluisterd - dat het niet goed met hem ging, dat hij tijdens de winter het bed had moeten houden. Van ver ziet het mannetje er inderdaad broos uit, van dichtbij valt op hoe kranig Briek Schotte blijft. De naam alleen al: Briek Schotte. IJzeren Briek, de renner die twintig keer startte in de Ronde van Vlaanderen; Briek, de krachtpatser. Briek, de West-Vlaamse streekjongen. Briek, de immer levende legende.

Officieel heet hij Albéric, Frans voor Alberik. De eerste Alberik was de knoestige dwerg die de Nibelungenschat bewaakte. Knoestig is zelfs een understatement voor de verweerdheid van Albéric Schotte, de schat zou een mooi metafoor kunnen zijn voor alle wielerheroïek waarvoor Briek nog steeds symbool staat en waarom zoveel supporters hem tot het einde der tijden zullen blijven koesteren. Ook vandaag zegt meer dan één handenschudder: "Coureurs als u maken ze niet meer, Briek."

Maar die omweg rond Albéric is voer voor intellectuelen. De streek hier houdt van Briek zonder meer, hùn Briek. Ze koesteren hem, bewonderen hem, aanbidden hem. Zoals hij daar staat, met zijn grote kin, zijn geprononceerde neus, met zijn vijfenzeventig jaren en zesentachtig rimpels, met zijn gebogen rug en levendige oogjes, alleen vergelijkbaar met Moeder Theresa. Zuidelijk West-Vlaanderen vereert Briek dan ook als een halve heilige. Toegegeven, hij straalt iets uit. Zelfs in een duizendkoppige massa heeft het oude ventje een allure waaraan alle aanwezige VIP's samen (en rond Zuid-Vlaamse paardenrenbanen lopen er per definitie trossen VIP's rond) een punt kunnen zuigen. Wat zijn dat trouwens, 'VIP's'? Ooit waren Very Important Persons ministers of Hollywood-sterren. Nu is het een leeg etiket voor 'genodigde van een sponsor', of vooral, 'toegelaten tot de bar'. Terwijl beneden aan het volksbuffet van hete koffies en schuimende pinten geslurpt wordt, nipt het betere volk in een benepen en dus nokvolle VIP-ruimte van een banaal aperitief. Briek blijft waar hij hoort: beneden.

Nochtans bedriegt die eenvoud. Schotte was wielerkampioen, een volksheld, dat wil zeggen: een man met trots, iemand die kan genieten van applaus. En kijk, terwijl wereldkampioen Laurent Brochard en vedette Richard Virenque zich laten masseren - ze zitten naast elkaar in de koffer van hun auto, de masseur daarvoor gehurkt; tientallen mensen gapen ernaar, zo gaat dat bij renners - schuifelt Briek er stilletjes bij. Brochard en Virenque kijken vreemd op naar opa. "Quoi?" De Belgische verzorger tot Brochard: "Ce vieux-ci a fait mieux que toi. Il a été deux fois champion du monde." Twee Franse monden vallen open. Om het zelfvertrouwen van het fiere duo niet te kraken, verzwijgt de soigneur maar dat Briek ook twee keer de Ronde van Vlaanderen won, verder twee keer Parijs-Tours, twee keer Gent-Wevelgem, twee keer Parijs-Brussel... Virenque noch Brochard won tot dusver één klassieker.

Al uren valt een harde, onbarmhartige regen boven Zuid-Vlaanderen. Het is nat, koud, onaangenaam weer. Toch blijven duizenden toeschouwers paraat, onder hen ook vader en moeder Museeuw. Ze bevinden zich evenwel in een netelig parket: ook zij konden niet weerstaan aan de geur van het frietkot, maar nu lekt ketchup tussen de verzorgde vingers van moeder Museeuw; de regen maakt hun snacks bovendien wak en week. De Museeuws klagen echter niet: ze zijn solidair met hun zoon. Die maakt in een achtervolgende groep aan een hels tempo de plaatselijke rondjes af. Wat zou voor zo'n renner de grootste zorg zijn: snel trappen om sneller onder de douche te raken, of toch een 'mooi klassement' rijden?

Voor koplopers Frank Vandenbroucke en Andrej Tsjmil gaat het om het eerste. In het licht van de motoren - nog nooit meegemaakt dat het in maart op dit uur al zo donker kan zijn - wint Tsjmil het van de Mooie Jonge God. De ex-Sovjet, ex-GOS'er, ex-Rus, ex-Moldaviër, ex-Oekraïener en neo-Belg trekt een grijns van zijn ene flapoor tot het andere: "Mijn eerste overwinning als Belg in België, dat doet deugd." De verkleumde Tsjmil wordt bedankt met een golf van warm applaus. Uitgerekend Tsjmil, jarenlang gehaat, beschimpt en uitgefloten, en dat allemaal om dat ene halsmisdrijf: hij durfde soms te winnen van Museeuw. Diezelfde Tsjmil is vandaag helemaal geassimileerd, de eerste buitenlander die in dit stugge en wantrouwige Vlaanderen aan de borst wordt gedrukt: "Bravo, Dreten." Zo snel en spontaan verloopt inburgering soms: van Andrej over André tot Dreten. 'Onze' Dreten.

Dat heeft Tsjmil ook geweten in Kuurne. Geen halve minuut na aankomst zijn er tientallen, honderden mensen tegelijk over de afsluiting geklauterd. De politie is met het fenomeen vertrouwd en laat begaan. Allemaal tegelijk willen ze Dreten aanraken, hem proficiat wensen, hem zien, of gewoon glunderend naast hem staan. Tsjmil is uitgeput maar wordt betast, geduwd, op de schouder geklopt, over de bol geaaid. Intussen trekt zijn verzorger hem de doorweekte plunje van het lijf, midden in de hoofdstraat van Kuurne en met wel vijftig nieuwsgierigen rond hem. De regen valt met bakken uit de hemel, maar Tsjmil zal en moet ter plekke drooggewreven worden. Michel Wuyts begint de halfnaakte winnaar alvast te interviewen. De VRT-cameraman kent zijn stiel en zoomt in op het hoofd. In Sportweekend lijkt het dus alsof Tsjmil in rennerstenue een interview geeft. Wie onder die close-up kan kijken, weet beter.

Fayt-le-Franc is de eerste regionale wedstrijd, in de volksmond de eerste kermiskoers. Kermiskoersen hebben een slechte reputatie. Sport voor slecht volk, dat zou het zijn, louche toestanden waar alles geritseld en geregeld wordt. Zeker bij de modale intellectueel roepen kermiskoersen dezelfde sfeer op als catch. Nu houden alleen naïevelingen vol dat er nooit iets gebeurt. Maar omgekeerd geldt ook: alleen blinden zien niet dat er soms ook hard - keihard - wordt gereden. Zoals in Fayt-le-Franc.

Fayt-le-Franc is het levende bewijs hoe Vlaams hartje Wallonië wel kan zijn en omgekeerd. Naar buiten spreekt Fayt-le-Franc een Waals dialect. De start ligt in hartje Charleroi, vlak bij de gore stationsbuurt met zijn paarse en rode neon: de eerste kleur een lokmiddel voor eenzaten, de tweede een stopteken voor zorgzame huisvaders. Verder rijden de renners door de grauwe maar indrukwekkende terreinen van Cockerill-Sambre; de aankomst ligt in het onooglijke Fayt-le-Franc, een vlek in ruraal Henegouwen, op goed vijftig meter van de Franse grens. De inborst van Fayt-le-Franc is echter zo Vlaams als maar zijn kan. Vorig jaar werd Jo Planckaert er tweede. Dit jaar heeft Ludo Dierckxsens, een rustige, sterke Kempenaar, er duidelijk zin in.

Opnieuw is het hondenweer. In Fayt-le-Franc giet het nog ongenadiger dan in Kuurne. Het enige café van de streek zit stampvol, pers en VIP's dringen samen in twee aftandse bussen. Het moet gezegd: lijf aan lijf voelt snel warm aan. Uitzonderlijk vinden ook de worst en glühwein genade. Buiten vindt intussen een uitputtingsslag plaats. De aankomst ligt bovenop een lange helling, iedere ronde opnieuw steekt sterke Ludo een tandje bij. In zijn spoor horen toeschouwers uitgeputte renners zuchten, kreunen, rochelen en spuwen. Ogen draaien uit hun kas, rennerslichamen kronkelen zich zowat horizontaal rond de stang van hun fiets in een poging Dierckxsens' genadeloze tempo te volgen. Ludo wint nochtans niet. In de laatste ronde ontsnappen ploeggenoot Mario Aerts en een Fransman van Big Mat. Aerts is snel, de Fransman leep: geen Belgische zege vandaag.

Na de aankomst is het even zoeken naar de kleedkamers van Lotto-Mobistar. Nu ja, kleedkamers. Een veldweg leidt naar een boerderij aan de rand van het dorp. In de veranda krijgen acht renners een plastic kom vol heet water. Dat dient om te wassen en om te spoelen. Renners morren niet. Ze zetten de kom voor hun stoel, ontdoen zich van hun kletsnatte kledij, pakken een washandje en beginnen aan de klus. Intussen stellen de journalisten hun vragen. Wat een verschil met de beelden die de NOS onlangs maakte van Ajax op bezoek bij Spartak Moskou. De Nederlandse spelers wandelen uit de bus het stadion in. Een fractie van een seconde draait de camera mee richting kleedkamer en prompt reageert half Ajax - nog altijd in overjas - boos om deze inbreuk op hun privacy. Vreemd, maar deze eenvoudige Vlaamse jongens zijn minder preuts dan de vrijgevochten Amsterdammers. Hier wassen renners zich van kop tot teen terwijl de pers vraagt, noteert, babbelt en grapt. Ze wassen zich zorgvuldig, zoals profs betaamt, zeker op de lichaamsplaatsen die essentieel zijn voor hun beroep, en ook het afdrogen gebeurt met dezelfde ernst en toewijding.

Alleen Mario Aerts zit er ongemakkelijk bij. Halfnaakt valt het pas op hoe piepjong hij is, hoe groen, maar ook hoe renners tegelijk gespierd en pezig kunnen zijn. Aerts, knalrode oren, is de enige die zich probeert te wassen met zijn spannende koersbroek aan. Eenvoudig is dat niet, hygiënisch evenmin, maar wel aandoenlijk.

Volgens de de Internationale Wielerunie is de E3-Prijs van Harelbeke - de wedstrijd die hier straks voorbijraast - de belangrijkste aanloopwedstrijd naar de echte Ronde van Vlaanderen. Dat komt onder meer doordat het parcours gedeeltelijk samenvalt met het traject van de echte Ronde.

Nergens is dat zo duidelijk als op de top van de Eikenberg. Een gele pijl, linksaf: Driedaagse van De Panne. Een andere gele pijl, rechtsaf: nog Driedaagse van De Panne. Een groene pijl, linksaf: E3-prijs Harelbeke. Een grote gele pijl, klaar om te worden bevestigd: de Ronde van Vlaanderen. Kortom, deze Eikenberg - een hele naam voor een hellende kasseistrook van een goeie kilometer, hier en daar onderbroken door een strook brokkelig asfalt en omsingeld door het soort lelijke fermette-villa's dat Vlaanderen in het algemeen en de streek van Wortegem-Petegem, Mooregem en Mater in het bijzonder teistert - deze Eikenberg dus is tot volgende zondag een heus begrip.

Zestig man staat op wacht in de steile bocht. Allemaal turen ze naar beneden. Niets te zien. Een enkeling torst een verrekijker, velen dragen een rennerspetje, de helft schoenen met natte spatten. Het is dan ook een heikele klus: proper wateren in de berm en niet ophouden te kijken naar de vallei achter de rug. Waar blijft die kopgroep toch? Een blik op het publiek doet spontaan de vraag rijzen of de wielerliefhebbers inderdaad een dwarsdoorsnede van de Vlaamse bevolking zouden zijn. Rijden er echt zoveel Mercedessen rond? Rookt driekwart van de Vlaamse vrouwen? Draagt een kwart van de mannen een trainingsvest? Vast staat wel dat een wielertoerist met een minimum aan zelfrespect alleen buitenkomt met een sponsor op de trui. 'Afbraakwerken Verfaille', bijvoorbeeld, of ginds: 'Kapsalon Peeters'. En daar, die man met een truitje van Molteni. Molteni was de ploeg van Eddy Merckx, althans tot 1976. Dat betekent dat dit stukje textiel minstens 22 jaar dienst doet.

Twee dagen na de Harelbeekse E3-prijs start de Driedaagse van De Panne op net dezelfde plaats: het parkeerterrein voor het stadion van voetbalclub Harelbeke. Tijdens het weekend was het vanzelfsprekend drukker, maar toch slenteren honderden mensen tussen de auto's, mobilhomes en bussen van de teams. Hoe massaler de vergrijzing, hoe massaler het publiek voor het Vlaamse wielrennen. Het zijn trouwens niet alleen oudjes die hier samentroepen. Voor de bus van Mapei-Bricobi staat het volk rijen dik. Merkwaardig genoeg is er niets te zien. De Mapei-bus heeft geblindeerde ramen, alleen de smalle zijdeur staat open. Wie daardoor piept, ziet alleen een steil trapje naar boven, met een beetje geluk de voeten, kuiten en dijen van de renners. Met andere woorden: sensatie. Zeker voor Greet en Wendy. Een dubbel paar meisjesogen glinstert. Hun lippen fluisteren, giechelen, vergeten even te ademen. Een lichte blos kleurt de wangen.

De reden voor zoveel opwinding is de op het eerste gezicht onschuldige maar juist daarom zo spannende striptease waarop ze zichzelf trakteren. Eerst twee benen in trainingsbroek, twee voeten in witte sokken met slippers. Slippers uit. Eén broekspijp uit, één bloot been zichtbaar. Enzovoort. Twee benen. Twee knokige, magere, getaande maar uiterst gespierde stekken. "Peeters", fluistert Wendy. Ze heeft gelijk, zo blijkt als de benen het trapje afdalen en het hoofd zichtbaar wordt. Was Peeters' hoekige onderstel inderdaad markant, de twee dikke spierbundels die nu verschijnen lijken bijzonder standaard. Opnieuw Wendy: "Zanini." Weer juist. Hoe doet ze het? Zanini heeft vorig seizoen inderdaad nogal wat chirurgie moeten ondergaan, dus is dat grote maar moeilijk zichtbare litteken achteraan de knie misschien haar herkenningspunt? Museeuw (Greet eerst) en Leysen (Wendy) vormen evenmin een probleem, maar dan begint het duo te sidderen en te schokken. Wendy knijpt Greet in de hand, Greet kreunt zachtjes: "Oh-oh-oh." Franco Ballerini, inderdaad één en al spierbundel, moest het weten.

Maar niet overal is het even druk. Bij US Postal kijkt de rosse verzorgster vragend naar de norse renner voor haar: "It's okay, Anton?" "No. Bad feeling." Anton Villatoro zwijgt. Villatoro is een in de VS geboren Guatemalteek, een Hispanic. De kans is groot dat Antons mistroostige ogen een harde, rauwe jeugd camoufleren, vol vernederingen zoals die van een agent in Paul Simons pakkende maar al te onderschatte 'Songs from the Capeman': How about you, son? / You look like you got Spanish blood / Do you 'Habla Inglés', am I understood? Anton heeft het al lang begrepen: vandaag wordt niet zijn dagje.

Ook Hilaire Vander Schueren, sportdirecteur van het bijzonder bescheiden Collstrop, staat er eenzaam en misnoegd bij. Net zoals De Baeremaeker mag zijn ploeg niet starten in de Ronde. Een schande, bromt Hilaire, en hij trekt zijn verschrikkelijke grote gezicht in een verschrikkelijk boze plooi. Je reinste incivisme, zijn Vlaamse ploeg zo brandschatten. Met tegenzin maant hij zijn renners naar de inschrijving.

Net als Waregem (woensdag) en Harelbeke (zaterdag) is vandaag Zottegem (dinsdag) in feeststemming: de renners komen immers aan. Het stemmige stadhuis maakt zich op om de vroede vaderen vanavond met een lading bier voor twee weken te vol te gieten; de knusse markt staat klaar voor de renners die nu rondjes draaien over de beruchte kasseien van de Paddestraat en de Lippenhovestraat. Een bonkig parcours dat slachtoffers maakt. Ook al wordt er niet verschrikkelijk snel gereden, toch bengelen al bij de eerste doortocht in Zottegem twee renners op vier minuten. Twee groene truien, dus twee Collstrops: Steven De Neef en Tim Lenaers. Een goedmenende speaker moedigt hen aan: "Steven De Neef voert de forcing (sic). Mogelijkerwijze - wie weet - kunnen zij misschien nog binnen de tijdsgrens arriveren, zodat ze morgen opnieuw mogen starten hier in Zottegem." Dat zou voor deze renners inderdaad al een hele prestatie zijn: mogen starten in Zottegem. Kan hun ploegleider Vander Schueren het anderen kwalijk nemen dat zij van mening zijn dat starten in de Ronde van Vlaanderen misschien een ietsepietsje te hoog gegrepen is? De voetbalbond laat Westerlo toch ook niet toe in de Champions League?

Ook Anton Villatoro is een van de eersten die moet lossen. Er volgen er nog. Het hele peloton ligt uiteen, verbrokkeld over ettelijke groepjes. Als ze aankomen, valt pas op hoe hard deze stiel is. Alle ogen diep in de kassen, de gezichten verweerd, verrimpeld, slierten speeksel uit de mond, alle gezichten vuil, grauw, stoffig, modderig en smerig - op die gouden oorbellen na, die blijven blinken.

Het publiek kent geen genade. Ook hier dringen ze naar de renners. Greet en Wendy zijn er ook. Groupies, maar échte. Meisjes die zot zijn van Michael Jackson kunnen hun idool amper live zien - en dan nog. Greet en Wendy daarentegen kunnen Ballerini aanraken, ze rieken zijn zweet, merken zijn vermoeidheid. Zou de sterke Italiaan niet willen kijken? Merken dat zij hem troost, steun en geborgenheid willen verlenen? Hunkert hij dan nooit? Wendy en Greet krijgen concurrentie van een ouder stel vrouwen, gewapend met kinderwagentje én kind. Gewapend, want terwijl ze vanmorgen in Harelbeke meegraaiden toen de Asics-verzorger foto's van Bartoli uitdeelde, begon de oudste plots te roepen: "Mijn kleinkind, blijf van mijn kleinkind af." Iedereen sprong verschrikt achteruit en zij griste bliksemsnel het hele stapeltje uit de vingers van de onthutste man. De truc werkt altijd. Terwijl Ballerini drinkt - met gulzige slokken, zoals alleen wielrenners dat kunnen na twintig scherpe en stoffige kilometers - klauwt de jongste al naar zijn drinkbus. Een snauw, boos, bijna een beet: "Attendez" - binnensmonds Italiaans gevloek. De twee druipen af: "Oei oei, wa nen onbeleefde."

Ballerini's donkere ogen liggen dieper dan ooit in zijn kassen. Een witte handdoek glijdt over zijn bezwete, bestofte gezicht, in het linnen zitten de sporen van zijn lijdende tronie. Weg magie: de lijkwade van Zottegem verdwijnt in een sporttas, Ballerini snoot er bijna zijn neus nog in. Maar toch is het duidelijk: Pasen kan niet ver meer zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234