Dinsdag 19/01/2021

Pas op voor de buurman

Ook al zouden we het bij het lezen van thrillers misschien vergeten, het merendeel van de moorden vindt plaats in familie- of kennissenkring. De mediagenieke moorden gepleegd door seriemoordenaars, maffia of jeugdbendes maken maar 5 procent uit van het geheel. De rest springt niet zo in het oog, maar zorgt er wereldwijd wel voor dat er jaarlijks evenveel levens verloren gaan als in een kleine oorlog. Psycholoog David Buss vroeg zich af waarom al die moorden gepleegd worden en of er een patroon te zien zou zijn wanneer hij een groot aantal moordmotieven naast elkaar zou leggen. The Murderer Next Door. Why the Mind Is Designed to Kill is het resultaat.

David M. Buss

The Murderer Next Door. Why the Mind Is Designed to Kill

New York, The Penguin Press, 278 p., 24,95 dollar.

Jeffrey Wright werd teruggevonden in een ondiepe put in zijn eigen tuin in Houston, Texas. Hij had 193 steekwonden, netjes verspreid over zijn hele lichaam. Er zaten er in zijn hoofd, in zijn hals, in zijn borst, in zijn benen en zelfs een paar in zijn penis. De wonden waren hem toegebracht met een jagersmes, zo wist de politie met stelligheid te melden. In zijn schedel was immers de afgebroken punt van dit tuig teruggevonden en het ding zelf zat even verderop verstopt in een bloempot. Jeffrey was een keurige tapijtenverkoper, getrouwd met de immer stralende Susan en vader van twee schattige kinderen: Bradley en Kaily. Samen vormden ze een modelgezin en wie kon dan ook vermoeden dat de dader van de gruwelijke moord op Jeffrey niemand minder was dan zijn eigenste Susan? Moegetreiterd en beursgeslagen had ze het heft in eigen hand genomen: "Die steken in zijn benen zijn voor al die keren dat hij me heeft geschopt", gooide ze de politieman die haar kwam arresteren in het gezicht, "en voor iedere verkrachting heeft hij betaald met een mes in zijn ballen." Ze kreeg vijfentwintig jaar.

David Buss verzamelde aan de universiteit van Austin, Texas een team onderzoekers rond zich en dook zeven jaar lang onder in de duistere geest van de moordenaar. Buss is een cijferman, zo blijkt meteen. In plaats van er lustig op los te filosoferen nam hij een aantal statistieken ter hand en daar bleek al meteen een en ander uit. De FBI-database die hij mocht gebruiken vermeldde in totaal 429.729 moorden en daar bleken er maar eventjes 378.162 van door mannen gepleegd te zijn, terwijl de vrouwen voor slechts 51.567 doden hoefden op te draaien. Wanneer hij inzoomde bleek dat 4 procent door gekken gepleegd was, 6 procent door hervallen moordenaars en 90 procent door modale mensen zoals u en ik. Mannen maakten niet alleen 87 procent uit van de daders, maar ook 75 procent van de slachtoffers, meer zelfs, wereldwijd (zo bleek uit een andere studie) vermoordt 95 procent van de mannelijke moordenaars een andere man. En ten slotte - alvorens u het idee krijgt zelf maar eens aan de slag te gaan - moord is de misdaad die veruit het meest opgehelderd wordt. Maar liefst 69 procent van de daders wordt geklist, tegenover slechts 20 procent van de dieven of 15 procent van de brandstichters, wat verklaard wordt door de nauwe verwantschap die er meestal is tussen dader en slachtoffer. De politie moet immers niet ver gaan zoeken.

Populaire denkpistes als 'moordenaars handelen in een irrationele bui' of 'het is allemaal de schuld van de tv' maken bij Buss geen kans. Hij wijst er bijvoorbeeld op dat 56 procent van de vrouwelijke moordenaars - toch het impulsieve wezen bij uitstek, zo wil de volksmond - de daad heel zorgvuldig voorbereidt en het tweede non-argument doet hij van de hand door aan te tonen dat moord in culturen zonder tv even frequent, zo niet frequenter voorkomt dan in culturen met zo'n beeldbuis. Nee, volgens Buss moeten we teruggaan in onze geschiedenis om de ware reden van ons moorddadige gedrag te ontdekken en wel tot de tijd dat we nog een onafscheidelijk deel uitmaakten van het dierenrijk. We mogen wel denken dat we geen beesten meer zijn, zo beweert hij, in feite zijn we het nog steeds. Onze hersenen zijn in de paar duizend jaar dat we de beschaving kennen niet echt veel geëvolueerd en ons gedrag wordt dus nog gestuurd door primitieve logica's.

Als dit zo zou zijn, beseften Buss en zijn medewerkers, moest moord iets algemeen menselijks zijn en niet iets van een fractie van de bevolking. Om dat te onderzoeken interviewden ze wereldwijd meer dan 5.000 mensen, waarbij steeds dezelfde vragen gesteld werden: heeft u ooit moordfantasieën gekoesterd? Had u een slachtoffer in gedachten? Wist u hoe u het zou doen? Waarom heeft u het niet gedaan? Het resultaat was verbluffend: maar liefst 91 procent van de mannen en 84 procent van de vrouwen had ooit iemand willen vermoorden en had daar een wapen en een scenario voor bedacht. Alleen de mogelijke straf weerhield hen ervan, aangevuld - en dat was iets typisch vrouwelijks - met het inzicht dat het slachtoffer misschien op een andere, subtielere manier te gronde gericht kon worden. Inspirerend is bijvoorbeeld het verhaal van de vrouw die de minnaar die haar voor schut had gezet in het bijzijn van haar hele vriendenkring helemaal niet vermoordde, maar naar de belastinginspectie trok om daar een boekje open te doen over zijn duistere financiële praktijken.

Moord is dus een zaak van ons allemaal. Het moorden zit ons in het bloed en dat is wellicht ook de reden waarom we er zo graag over lezen: in het boek doen ze immers waar wij allemaal voor terugschrikken. Kaïn sloeg Abel de kop in met het kaaksbeen van een muilezel: we zaten nog maar twee generaties ver en het was al zo laat. En voor de minder religieuzen onder ons is er Otzi, de ijsman die op de grens van Oostenrijk en Italië op jammerlijke wijze zijn gevriesdroogde piemel van zijn lijf gegletsjerd zag worden en hoogstwaarschijnlijk zo'n 5.300 geleden door een pijl in de rug werd gedood. Moorden, zo beweert Buss, hebben we altijd gedaan, het is een essentieel deel van onze overlevingsstrategie, zij het bijzonder onaangepast aan onze huidige levensomstandigheden. Maar zo zijn er natuurlijk wel meer van die trekken. Neem nu onze universele angst om vermoord te worden, of het wantrouwen tegenover vreemden dat nogal eens uitmondt in xenofobie. Statistisch gezien is er daar geen enkele reden voor. 88 procent van de blanke Amerikaanse slachtoffers is door een blanke gedood, en bij zwarten loopt dat op tot 94 procent, en toch zien ze in elkaar het grote gevaar. Het is te vergelijken met vrouwen die het woord verkrachting altijd in verband brengen met onbekende mannen die uit het duister opduiken, terwijl driekwart van de verkrachters tot de vriendenkring van het slachtoffer behoort.

Verder denkend in zijn evolutiepsychologisch kader komt Buss tot de vaststelling dat zowel mannen als vrouwen vooral één ding willen, en dat is hun genen doorgeven aan het nageslacht. Wanneer dat in het gedrang komt, verdedigen ze zich of gaan ze - indien dit tot meer zekerheid leidt omtrent het nakomenschap - over tot moord. Liefde leidt tot een vrij stabiele manier om je genen door te geven en als die liefde verloren dreigt te gaan zijn we in staat tot alles. Shakespeare schreef het al in Pericles, "Murder's as near to lust as flame to smoke". 60 procent van de vermoorde vrouwen stierf omdat ze hun partner wilden verlaten of ontrouw waren.

Hoe belangrijk die trouw wel is, blijkt ook uit hoe wij cultureel omspringen met overspel. De horendrager is wereldwijd de pineut. Hij wordt beschimpt en uitgelachen en heeft uiteindelijk nog de status van een apenoot. In veel traditionele culturen mag de man die zijn vrouw en haar minnaar op heterdaad betrapt beiden straffeloos doden, wat zelfs in Texas tot in 1974 toegestaan was. In Europa is dit al veel langer uit het wetboek geschrapt, maar wat er wel nog in staat is dat overspel een verzachtende omstandigheid is.

Uit een onderzoek uitgevoerd op ongeveer 10.000 mensen afkomstig uit 37 culturen blijkt dat mannen en vrouwen totaal iets anders willen van hun partner. Beiden zijn ze op zoek naar iemand die lief, begrijpend, betrouwbaar en intelligent is, maar mannen willen dat vooral aangevuld zien met jeugd, schoonheid en trouw. Vrouwen daarentegen vallen voor een partner met een hoge sociale status die financiële zekerheid uitstraalt en een veilige toekomst garandeert. Dit verklaart waarom mannen met een Ferrari rijden en vrouwen onder de zonnebank gaan liggen: mannen willen als het eerste het beste alfamannetje macht uitstralen, terwijl vrouwen vooral willen bewijzen dat ze loopse teven zijn, klaar om besprongen te worden en hele rijen nakomelingen op de wereld te zetten. Het is natuurlijk karikaturaal gesteld - in realiteit gaat het er allemaal iets subtieler aan toe - maar de essentie erachter wordt al lang niet meer betwijfeld.

Dat dit gedrag de moord op de overspelige vrouw kan verklaren, ligt voor de hand. De man ziet zijn nakomelingen bedreigd en verliest zijn gezicht. Maar wat doe je met moeders die hun kinderen ombrengen? Hoe verklaar je zoiets vanuit evolutionair standpunt? En ook daar heeft Buss een antwoord klaar. Kindermoord gebeurt wanneer het kind gehandicapt is, wanneer een nieuw kind het oudere in gevaar brengt en wanneer een nieuwe man niet wil weten van de kinderen van de vrouw die ze heeft van een andere man. Wat heeft hij immers aan het grootbrengen van de kinderen van een ander? Stiefvaders blijken over het algemeen heel negatief te staan tegenover de kinderen van hun partner, en dat in alle culturen. Bij de Paraguayaanse Ache heeft een kind bijvoorbeeld 19 procent kans om voor zijn vijftiende te sterven. Bij kinderen met een stiefvader loopt dat op tot 43 procent. Assepoes mocht dus in feite blij zijn dat ze geen stiefvader had maar wel een stiefmoeder, want die blijken heel wat zachtaardiger te zijn.

En wat doe je dan met serie- en massamoordenaars, horen we u denken. Opvallend is dat seriemoordenaars - praktisch altijd zijn het mannen - een heel lage dunk hebben van zichzelf. En daarom willen ze wraak nemen op de maatschappij. Neem bijvoorbeeld Ted Bundy, die ten minste 36 vrouwen vermoordde. Gevraagd naar zijn beweegredenen zei hij stralend: "stealing the most valuable possessions of the established classes, their beautiful and talented young women". Vandaar dat seriemoordenaars ook steeds aanwijzingen achterlaten in de vorm van een bepaald ritueel en ze zo'n show maken van hun proces: ze halen er statuswaarde uit. Sinds zijn veroordeling heeft Bundy trouwens een paar hardnekkige aanbidsters, om maar even te bewijzen dat het werkt.

Voor massamoordenaars als Stalin of Pol Pot geldt dan weer dat zij hun statusgevoel voeden met lijken. Zij moorden zich een weg naar de top en blijven daar zitten door iedereen die hen belaagt het hoofd af te slaan. En ook dat heeft succes, denken we maar aan de harem van Saddam Hoessein. "Women are always attracted to power", merkte Gore Vidal ooit op, "I do not think there ever could be a conqueror so bloody that most women would not willingly lie with him in the hope of bearing a son who could be every bit as ferocious as the father." En hij kan het weten natuurlijk, want hij is een notoir homoseksueel.

The Murderer Next Door is naast een onmisbaar handboek voor de thrillerschrijver - hoe zet ik een geloofwaardige moordenaar in elkaar en hoe laat ik hem een geloofwaardig slachtoffer koud maken - ook een boek dat een verontrustend inzicht biedt in de mens tout court. Het besef dat je geen uitzondering moet zijn om tot moorden over te gaan, is ontnuchterend en na het lezen van het boek bekijk je je buurman nooit meer als voorheen - de mijne blijkt opeens heel dikke wenkbrauwen te hebben en zijn ogen staan verdacht dicht bij elkaar - of zoals Buss schrijft: "Murderers are waiting, they are watching, they are all around us."

Marnix Verplancke

Maar liefst 91 procent van de mannen en 84 procent van de vrouwen had ooit iemand willen vermoorden en had daar een wapen en een scenario voor bedacht

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234