Zondag 11/04/2021

'Pas nu besef ik dat mijn papa ooit even sterk was als Peter Sagan'

Donderdag is het acht jaar geleden dat wielerheld Frank Vandenbroucke op 34-jarige leeftijd overleed. Stef Selfslagh trok naar Ploegsteert om hem in het gezelschap van zijn dochter Cameron (18) weer tot leven te praten. En stelde vast dat dochterliefde niet verwelkt.

Ploegsteert, een onverhoopte nazomerdag. Ik sta met Cameron Vandenbroucke voor het graf van haar vader. Ze draait aan het fietswiel dat in de grafsteen verwerkt is: een carbonwiel waarop de letters 'VDB forever' geplakt zijn. "Telkens als iemand aan dit wiel draait, zet mijn papa zijn weg figuurlijk verder", zegt ze, en er verschijnt een weemoedig laagje nevel voor haar ogen.

Op het grijze marmer van de grafzerk is in goudkleur een weg aangebracht: de laatste kilometers van Luik-Bastenaken-Luik, de klassieker die VDB in 1999 won. Al mogen we er ook de grafische weergave van zijn bochtige levensparcours in zien. Of een verwijzing naar zijn bijnaam: Il Bimbo d'Oro.

Behalve wij tweeën is er op het kerkhof geen treurende ziel te bekennen. Dat was acht jaar geleden wel even anders, zegt Cameron. "In het eerste jaar na de dood van mijn papa stonden hier op elk uur van de dag mensen aan te schuiven. Dat vond ik soms ergerlijk. Zeker als ik even met hem alleen wilde zijn. Ik verstopte me dan maar achter een muur tot iedereen weer weg was. Ik weet nog dat ik dacht: het is toch niet normaal dat ik mijn beurt moet afwachten om het graf van mijn eigen papa te kunnen bezoeken?

"Nu kom ik hier minder vaak. Ik kijk liever naar de documentaires die over mijn vader gemaakt zijn. Dan hoor ik tenminste zijn stem nog. En zie ik hem weer zoals hij was."

Bij het verlaten van het kerkhof toont ze me het graf van de familie Pétillon-Six: een reusachtig geval waarop een beeld van de gekruisigde Jezus bevestigd is. "Dit is het grootste graf van het kerkhof. Mijn nicht Sofia en ik hebben het vaak schoongemaakt toen we klein waren. Om punten te scoren: we dachten dat Jezus hier begraven lag." (lacht)

Henri VDB

Even later drinken we water (zij) en koffie (ik) in het huis van haar grootouders in de Rue de Ploegsteert. Op vijfhonderd meter van frituur Ploeg'frites, op zeshonderd meter van café Le Ploegsteertois en op duizend meter van restaurant l'Auberge de Ploegsteert. "Maar denk nu niet dat horeca-uitbaters in Ploegsteert verplicht zijn om hun zaak naar hun dorp te vernoemen", lacht ze. "Of ik van plan ben om Ploegsteert ooit te verlaten? Ik ben hier al zo lang, waarom zou ik veranderen? Tijdens de week zit ik op kot in Doornik (waar ze pedagogie studeert, STS). Maar in het weekend ben ik altijd weer blij om in Ploegsteert te zijn."

Haar vriend Henri - ook al een VDB, zij het een Vandenbulcke - kijkt in de woonkamer naar het wereldkampioenschap wielrennen. Boven de tv hangt een grote foto van Frank Vandenbroucke. Het is vreemd om het peloton te zien zwoegen onder de schalkse blik van VDB. Het lijkt wel alsof hij de renners postuum uitlacht: 'Jongens, toch. In mijn tijd had ik jullie er allemaal af gefietst.'

By the way: Cameron en Henri zijn Sagan-supporters. Buitenbeentjes hebben in VDB-kringen altijd een streepje voor.

We gaan aan de eettafel zitten en beginnen aan de taak die we onszelf hadden opgelegd: haar veel te korte leven met haar vader reconstrueren. Dat ze me gerust een draai om mijn oren mag geven als ik te indiscrete vragen stel, zeg ik, terwijl ik de bandopnemer in stelling breng. Maar ze wuift mijn bezorgdheid glimlachend weg. "T'inquiète pas. Ik praat graag over mijn papa."

'Mais oui, je t'aime'

Ze is nog maar een paar maanden oud wanneer haar vader zijn relatie met haar moeder - Clotilde Menu, met wie hij al vijf jaar samenleefde - on hold zet. Het koppel had vergevorderde trouwplannen, maar VDB blaast alles af: er is twijfel in zijn hoofd geslopen, hun liefde wankelt. Wanneer hij wat later tijdens de Vuelta de Italiaanse Sarah Pinacci leert kennen, verscheept hij zijn hart definitief naar Italië.

Als kind van gescheiden ouders ziet Cameron haar vader gemiddeld een paar keer per maand. "Hij vroeg me vaak al lachend of ik nog van hem hield. Alsof hij keer op keer mijn bevestiging nodig had. 'Mais oui, je t'aime', fluisterde ik dan bedeesd.

"Of ik ooit boos op hem geweest ben omdat hij mijn mama verlaten heeft? Welnee. Toen hij wegging, was ik pas geboren. Ik herinner me zelfs niet dat hij ooit bij ons gewoond heeft. Er was geen 'voor' en geen 'na'. Ik wist niet beter."

Ze typeert hem als een zotte papa. Een liefdevolle plager die haar graag aan het lachen bracht. "We zijn ooit met z'n tweeën in Euro Disney geweest. Daar hebben we de hele tijd rare gezichten getrokken en spastische bewegingen gemaakt. Het is best mogelijk dat sommige mensen hem herkend hebben. Maar daar trok hij zich niks van aan.

"Een vader van het verantwoordelijke type is hij nooit geweest. Ik ging ooit naar een wedstrijd van hem kijken. Na de koers pakte hij plots zeven geldbriefjes uit zijn portefeuille: één van 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro. Hij hield ze in een waaier voor mij en vroeg: 'Welk briefje wil je?' Ik wees het briefje van 500 euro aan. Hij vroeg: 'Ben je zeker? Zou je niet liever het briefje van 5 euro hebben?' Ik: 'Neenee, dat van 500 euro is goed.' Waarop hij het me gewoon gaf, alsof het niks was.

"Ik herinner me ook dat Sofia en ik graag een paard wilden. Alleen: niemand wilde het voor ons kopen, ook mijn grootouders niet. En dus belden we naar mijn papa. 'Mami en papi willen geen paard kopen voor ons. Kun jij eens met hen praten?' Waarop hij me vroeg om mami door te geven en ik hem tegen haar hoorde zeggen: 'Koop eens een paard voor die twee, ik zal het wel betalen'. Gelukkig zijn mijn grootouders niet geplooid: ik heb al lang niks meer met paarden." (lacht)

Ze vertelt dat ze in het gezelschap van haar vader soms ook verlegen was. Het gevolg van de heldenstatus die hij bij velen genoot: 'Het lijkt wel de nieuwe Merckx!' "Soms zat ik bij hem op schoot en zag ik van dichtbij hoe mensen hem benaderden alsof hij God was. Daardoor keek zelfs ik naar hem op. Al kwam dat natuurlijk ook omdat ik hem niet zo vaak zag. Mocht ik alle dagen met hem aan de ontbijttafel hebben gezeten, zou ik hem veel meer als een 'gewone' papa gezien hebben."

Had ze achteraf bekeken niet liever een minder beroemde, maar meer aanwezige vader gehad? "Franchement? Non. Als ik een normale papa had gehad, zou ik vandaag op het internet geen documentaires over hem kunnen bekijken. Dan zou jij me niet komen interviewen en zouden de mensen me geen verhalen over hem vertellen. Elke dag met mijn papa was een mooie dag. Onze relatie is nooit banaal geweest."

'Vaffanculo!'

Niet lang nadat Frank Vandenbroucke en Sarah Pinacci elkaar het oui-woord hebben gegeven, belandt hun huwelijk in woelige wateren. De zelfverzekerde VDB verandert onder invloed van drugs, slechte vrienden en teruglopende prestaties in een kwetsbare, labiele man. De ruzies ten huize VDB nemen toe in aantal en intensiteit, er worden zelfs politierapporten opgesteld waarin sprake is van huiselijk geweld, bedreigingen en zelfmoordpogingen. Ik vraag Cameron of ze als peuter in de gaten had dat het huwelijk van haar vader onder hoogspanning stond.

"Ja. Op een gegeven moment logeerde ik met mijn papa, Sarah en Margaux (zijn dochter uit zijn huwelijk met Sarah Pinacci, STS) in een hotel. Margaux en ik keken op tv naar De kleine zeemeermin, terwijl mijn papa en Sarah ruzie maakten. Ik heb toen het enige Italiaanse woord geleerd dat ik ken: 'vaffanculo' (de Italiaanse variant van fuck off, STS). Dat hoorde ik hen die avond namelijk de hele tijd tegen elkaar zeggen. (glimlacht) Vandaag lach ik erom, maar toen was het best heftig. Ze maakten vaak ruzie, je zag dat het niet meer ging tussen hen.

"Ik was natuurlijk niet van álles op de hoogte. Dat mijn papa soms de controle over zichzelf verloor, wist ik niet. Maar toen ik het wél te weten kwam, heb ik het hem niet verweten. Ik kan begrijpen dat je stommiteiten uithaalt wanneer je huwelijk op ontploffen staat. Mijn papa was een man van extremen.

Wanneer hij ontspoorde, deed hij dat grondig. Maar wanneer het goed met hem ging, was hij fantastisch. Het was altijd alles of niks.

"Sarah heeft enorm veel pech gehad. Ze is langer in het leven van mijn papa geweest dan mijn mama. Maar mijn mama heeft hem gekend in de beste periode van zijn leven en zij in de slechtste. Ze heeft afgezien. Jammer. Parce qu'elle est quelqu'un de vraiment bien."

Na de echtscheiding laat Sarah Pinacci weten dat ze VDB nooit meer wil zien. En dus komt ze twee jaar later ook niet naar zijn begrafenis. Ik vraag of de tijd de wonden uit het verleden inmiddels van een beschermend laagje heeft voorzien. "Ik denk het wel. Sarah is ondertussen hertrouwd, ze is gelukkig nu. Ze koestert geen rancune, benadrukt dat ze mijn vader heel graag gezien heeft. Maar ze heeft veel geleden. En ook dat is ze niet vergeten."

Voorgoed in Italië

Op 12 oktober 2009 om 15.30 uur lokale tijd wordt Frank Vandenbroucke dood aangetroffen in een hotel in het Senegalese kustplaatsje Saly, waar hij op vakantie was. Enkele uren later maakt Jean-Jacques Vandenbroucke, de vader van VDB, zijn kleindochter Cameron wakker. "Ik zag meteen dat hij gehuild had", zegt ze. "Zijn ogen waren helemaal rood. Hij zei: 'Er is deze nacht iets heel ergs gebeurd met je papa. Hij zal niet meer terugkomen uit Senegal.' De eerste uren heb ik niet geweend. In tegenstelling tot mijn mama, die volledig is ingestort zodra ze me zag.

"Later op de dag zette ik de tv aan en was de dood van mijn papa een hoofdpunt in alle nieuwsuitzendingen. Pas toen begon het tot me door te dringen dat hij er niet meer was. Ik ben naar mijn kamer gegaan, heb een fotootje van hem aan de muur gehangen en heb gezegd: 'Ik zal doen alsof je de rest van je leven in Italië bent.' Maar dat heb ik mezelf natuurlijk niet lang kunnen wijsmaken.

"Deze week heb ik voor het eerst de foto's gezien die mijn grootmoeder gemaakt heeft toen mijn papa in het mortuarium lag. Dat heeft me meer pijn gedaan dan ik verwacht had. In het vliegtuig dat hem van Senegal naar België gebracht heeft, had hij uren in een koelinstallatie gelegen. Daardoor ziet hij er op die foto's heel anders uit dan normaal. Ik herken er mijn vader niet in."

Sporthart

Volgens het officiële autopsieverslag overleed VDB in Senegal onder meer aan de gevolgen van een dubbele longembolie: een verstopping van een slagader in de longen. Afgelopen zomer kreeg ook Cameron een longembolie. Het lot heeft soms een vreemd gevoel voor humor.

"Ik was hier in de buurt aan het fietsen toen ik het plots benauwd kreeg. Ik ben van mijn fiets getuimeld en op straat flauwgevallen. In het ziekenhuis bleek dat ik door het oog van de naald gekropen ben. Ik had bloedklonters in mijn longen, het heeft niet veel gescheeld of ze waren in mijn hart terechtgekomen.

"Ik heb mijn leven te danken aan het feit dat ik al sinds mijn zesde aan atletiek doe (Cameron is een veelbelovende 800 meter-loopster, STS) en dat ik bijgevolg een goed ontwikkeld sporthart heb: het is keihard blijven pompen en is erin geslaagd om de bloedklonters terug te dringen. Ondertussen ben ik zelfs al weer aan het trainen. Maar ik ben nog ver verwijderd van mijn normale niveau. Om mezelf te motiveren, kijk ik af en toe naar de beelden van de ontsnapping van mijn papa op La Redoute (de heuvel in de Ardennen waar VDB in '99 tijdens Luik-Bastenaken-Luik Michele Bartoli aan flarden reed, STS). Ik spreek mezelf dan toe: 'Zie wat je vader allemaal kon. Dan moet jij toch ook tot exploten in staat zijn?'

"Al besef ik pas sinds kort wat hij allemaal gepresteerd heeft. Toen ik nog klein was, had ik er geen idee van wat Luik-Bastenaken-Luik was. Nu realiseer ik me dat mijn papa ooit even sterk geweest is als Peter Sagan. Als hij tijdens het WK van '99 zijn polsen niet had gebroken, was hij trouwens ook wereldkampioen geweest."

Groot gemis

Via haar Instagram-account toont ze af en toe foto's waarop ze samen met haar vader te zien is. Vorig jaar deelde ze op zijn sterfdag een screenshot uit de Belga Sport-documentaire over VDB: ze bevindt zich samen met hem in de ploegbus - hij zittend en zij staand - en houdt een leeg pakje Maltesers in haar handen. In de ondertitels vraagt VDB: 'Ben je snoepjes aan het eten?' Ze antwoordt: 'Nee, chocolaatjes.'

Het beeld doet glimlachen, maar benadrukt ook dat ze qua herinneringen aan haar vader maar uit een beperkt reservoir kan putten. "Ik heb mijn papa tien jaar bij me gehad. Op dit moment is dat nog meer dan de helft van mijn leven. Maar als ik vijftig ben, zal het nog maar een vijfde zijn. Dat is een confronterende vaststelling. En het gemis wordt met de jaren alleen maar groter. Er zijn steeds vaker momenten waarop ik denk: 'Wat zou ik graag hebben dat hij nu bij me was.' Toen ik mijn diploma van de middelbare school behaalde, bijvoorbeeld. Of toen ik aan het revalideren was. Ik zou nu nog zoveel méér aan hem hebben dan vroeger."

Stel dat ze door een samenloop van onverklaarbare omstandigheden ooit een minuut lang met hem herenigd zou worden. Wat zou ze hem dan zeggen? Ze staart even voor zich uit en zegt dan: "Dat ik hem nooit zal vergeten. Dat ik van hem hou. Dat hij een goed man was. Dat hij zich nergens zorgen over hoeft te maken. En vooral: dat hij over ons moet waken. Dat hij naast ons moet staan."

Gelooft ze dat ze hem ooit gaat terugzien? "Eigenlijk niet. Maar het zou een heerlijke verrassing zijn. Stel je voor dat je na je dood alle mensen terugziet die je ooit hebt liefgehad. Dat de dood nog beter blijkt te zijn dan het leven. Wat zou dat mooi zijn."

Ondraaglijke banaliteit

We gaan nog even naar de atletiekpiste van de Club de l'Entente Athlétique du Hainaut in Le Bizet, een gehucht van Ploegsteert. Met deze club werd Frank Vandenbroucke in 1986 - nog voor hij de wielrenner in zichzelf ontdekte - Belgisch kampioen veldlopen bij de pupillen. Hier kwam ook zijn dochter jarenlang trainen. Vaak alleen, soms in het gezelschap van haar vader, die haar weleens op een onverwacht bezoekje trakteerde.

Terwijl fotograaf Karoly Effenberger het fotografische potentieel van de piste onderzoekt, vraag ik Cameron waar ze als 18-jarige zoal van droomt. Het antwoord volgt verrassend snel. "Van een leven dat allesbehalve banaal is. De meeste mensen gaan naar school, vinden een job, trouwen, krijgen kinderen, worden oud en sterven. Voor zo'n scenario pas ik. Ik hoop dat het mij - net zoals mijn papa - zal lukken om via de sport te ontsnappen aan de alledaagsheid van het leven. En anders ga ik wel reizen. Sowieso wil ik pas kinderen wanneer ik al een eind in de dertig ben. Zo kan ik voor die tijd doen waar ik zin in heb.

"Ik hoop vooral dat ik in tegenstelling tot mijn papa wél oud mag worden. Sinds zijn dood ben ik 's avonds vaak bang dat ik de volgende ochtend niet meer wakker ga worden. Mijn vriendinnen hebben dat niet. Die fladderen vrolijk door het leven, zijn zich niet bewust van hun eigen sterfelijkheid. Soms wou ik dat ik ook zo zorgeloos was. Mais d'autre part: mijn ongerustheid herinnert me eraan dat ik elke dag van het leven moet genieten. En dat probeer ik dan ook te doen."

Ze gaat in het midden van de atletiekpiste staan en laat op verzoek van de fotograaf haar lange blonde haren voor haar gezicht vallen. De nazomerzon zorgt voor de belichting. La Ragazza d'Oro, kan ik niet nalaten te denken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234