Dinsdag 10/12/2019

Dubbelinterview Gert Verhulst en Walter De Donder

‘Parlementsleden verdienen 7.100 euro netto per maand. Dat is te veel als je ziet hoe weinig sommigen daarvoor doen’: kandidaat-CD&V-voorzitter Walter De Donder

Beeld Johan Jacobs

Hoewel de ene burgemeester is, en de andere aan het hoofd staat van het Studio 100-imperium, blijven Walter De Donder en Gert Verhulst underdogs met een frisse hekel aan ivoren torens en hogepriesters van de goede smaak. Weinigen hadden verwacht dat Gert Late Night de Vlaamse talkshow een schop onder de kont zou geven, niemand geeft een cent voor de kansen van De Donder om CD&V-voorzitter te worden. Maar het houdt hen niet tegen. ‘Wij hebben al zoveel mensen gelukkig gemaakt.’

“En dan verbaast het hem dat ze ’m niet serieus nemen”, grapt Gert Verhulst tijdens de fotoshoot, waarbij de heren een fascinerend reeksje smoelen opvoeren, met behulp van vingers in oren, monden en neusgaten. We zien het de andere kandidaat-voorzitters van CD&V nog niet doen. De Donder trekt er zich geen fluit van aan. Hij beseft dat zijn complexloze en volkse aanpak een wapen is, ook al doen sommige van zijn uitspraken progressief Vlaanderen steigeren. Maar eerst de belangrijke kwesties.

Waar ligt de basis van jullie vriendschap?

Beeld HUMO

Walter De Donder: “Dat weet ik nog heel precies: 24 september 1990, mijn eerste draaidag bij ‘Samson en Gert’.”

Gert Verhulst: “Ik moet bekennen dat ik tevoren nog nooit van Walter De Donder had gehoord.”

De Donder: “Hans Bourlon had me gevraagd of ik een gastrol wilde spelen. We kenden elkaar van de muziekacademie en liepen elkaar geregeld tegen het lijf op feestjes. Aanvankelijk hield ik de boot af: een programma met een sprekende hond? Konden ze mij niet voor iets ernstigers vragen? (lacht) Maar een week later belde Hans terug: ‘We vinden echt niemand, je moet ons helpen.’”

Was het meteen duidelijk dat de burgemeester een blijver zou worden?

Verhulst: “Pas na twee jaar werd hij een vaste waarde, net als Alberto en Octaaf De Bolle (respectievelijk de rollen van Koen Crucke en Walter Van de Velde, red.).”

De Donder: “Omdat ik nog ambtenaar was, begonnen de opnames ’s morgens meestal zonder mij. Wanneer het aan mij was, belden ze me op en spoedde ik me als een gek van de ene kant van Brussel naar de andere, waar de studio lag. Al mijn verlofdagen en overuren gingen op aan ‘Samson en Gert’.”

Verhulst: “We hebben bijna tienduizend shows gedaan samen. In de zomer werkten we 62 dagen aan een stuk. Elke dag traden we op in De Efteling, en daarna reden we met een busje door naar Hasselt of Oostende voor een tweede show. Dan zit je úren samen in de auto.”

Wat appreciëren jullie aan elkaar?

Verhulst: “Humor. Wij hebben zóveel gelachen! Als ik onderweg probeerde te slapen, begon hij altijd rare gebaren te maken voor mijn gezicht met zijn witte burgemeesterhandschoentjes. Ik heb vaak in mijn broek gepist van het lachen.”

De Donder: “We speelden altijd kleurenwies in de bus. Als je voortdurend op elkaars lip zit, moet je zorgen dat het plezant blijft.”

Verhulst: “Op het podium zijn we perfect op elkaar ingespeeld. Soms probeer ik hem tijdens de show een loer te draaien, door iets te vragen dat niet in het script staat. Maar dan weet ik dat hij zich altijd uit de slag zal trekken.”

De Donder: “Dat komt omdat wij die personages zíjn. Op het podium geloven we dat die hond echt is.”

Verhulst: “Anders lukt het niet. Al zijn er momenten dat ik mijn lach moet inhouden en denk: waar gáát het hier eigenlijk over?”

U kondigde dit voorjaar aan dat Gertje ermee ophoudt als hoeder van Samson.

Verhulst: “Ik zag me dat niet tot mijn 60ste doen. Maar Samson krijgt wel een nieuw baasje. Het zou zonde zijn om te stoppen met iets dat zo bekend en succesvol is.”

Meneer De Donder, gaat u nog door met Samson als u CD&V-voorzitter wordt?

De Donder : “Dat is zeker de bedoeling.”

Kwam het door uw rol in Samson dat u de smaak van de politiek te pakken kreeg?

De Donder: “Nee, mijn politieke carrière is het gevolg van mijn sociaal engagement. Als je zoals ik actief bent geweest bij de Chiro, de fanfare, de toneelvereniging en de KWB, dan beginnen ze op den duur aan je mouw te trekken. In ’94 heb ik de boot afgehouden, omdat ik nog werkte en we de hoogdagen van Samson beleefden. Gert en Hans zagen het ook niet zitten dat daar nog iets bij zou komen.”

Verhulst: “We draaiden 140 afleveringen per jaar, met zomer- en kerstshows erbovenop, dat was al heftig genoeg. En we vonden die vermenging tussen zijn rol als burgemeester en de echte politiek ook wat raar.”

De Donder: “Omdat CD&V bleef aandringen, ben ik in 2000 toch op de lijst gaan staan in Affligem. Ik was al vijf jaar in loopbaanonderbreking, nadat mijn rol als Kabouter Plop erbij was gekomen. Dat jaar nam ik definitief ontslag en kwam er ruimte vrij voor de politiek.”

Waarom bent u kandidaat-voorzitter?

De Donder: “Ik ben bang dat het slecht zal aflopen met onze partij. Hilde Crevits en Koen Geens hadden geen zin om Wouter Beke op te volgen, en ook bij de parlementsleden stond niemand op. Ik dacht: bon, dan doe ik het zelf wel.

“Onze partij heeft 122 burgemeesters, op een totaal van 300 Vlaamse gemeenten. Die basis vormt een enorm potentieel, maar de CD&V-top zit in een ivoren toren. Als voorzitter zal ik een zwerfkat zijn die voortdurend de baan opgaat om de mensen te zien. Zo doe ik dat in mijn gemeente ook. Alle burgemeesters die ik ken, staan tussen het volk en proberen op pragmatische wijze problemen op te lossen. Als iemand mijn bureau binnenkomt, vraag ik nooit van welke politieke kleur hij is, maar wel: ‘Wat kan ik voor u doen?’ Dat is ook mijn slogan als kandidaat-voorzitter.”

Volgens insiders maakt u 0 procent kans.

De Donder: (droog) “Dat is weinig. Ik geloof nochtans dat ik kan winnen.”

Verhulst: “Hoe zit die stemming in elkaar?”

De Donder: “De kandidaat die meer dan de helft van de stemmen haalt, wint. Aangezien we met zeven zijn, zal dat in de eerste ronde niet gebeuren. De twee met de meeste stemmen zullen het in een tweede ronde onder elkaar uitmaken.”

De kandidaten worden, een beetje denigrerend, de zeven dwergen genoemd.

Verhulst: “Prachtig! Dat kan een mooie Studio 100-productie worden (lacht).”

De Donder: “Het stoort me niet, net zo min als die spottende commentaren over ‘Kabouter Plop die de CD&V moet redden.’ Mensen zien heus wel het verschil tussen fictie en realiteit.”

U presenteert zich als de underdog, die in Vlaanderen wel vaker de sympathy vote krijgt. Zit uw vriend en marketeer Jan Callebaut daarachter?

De Donder: “Ik zie Jan regelmatig, maar ik heb geen campagneteam. Ik heb op eigen houtje een filmpje gemaakt om me voor te stellen. Na 30 jaar weet ik wel hoe ik in een lens moet kijken.”

U bent de man van de basis, wat vangt u daar op?

De Donder: “Dat de mensen de politiek kotsbeu zijn.”

Verhulst: “Dat is van alle tijden, maar mensen zijn vandaag mondiger. Zelfs de grootste nitwit kan op Twitter of het forum van HLN.be het hoge woord voeren.”

De Donder: “Ze denken: ‘Ik geef mijn mening, dan zal de politiek daar rekening mee houden.’ Maar dat gebeurt niet, en dat leidt tot frustraties. De verkiezingsuitslag is daar een logisch gevolg van: alle centrumpartijen liggen in de lappenmand.”

Verhulst: “Dat komt omdat de breuklijnen veranderd zijn. De socialistische partij is opgericht om de koek eerlijker te verdelen. Dat is grotendeels gelukt. Vandaag zijn de belangrijkste thema’s migratie en klimaat. Maar geen enkele centrumpartij slaagt erin om daarover met een duidelijk standpunt naar buiten te komen.”

De Donder: “Mensen begrijpen vaak niet wat politici zeggen. Zelfs ik denk bij het bekijken van Villa Politica soms: ‘Wat zit die daar uit z’n nek te kletsen?’ Wees toch helder! Want wat gebeurt er met mensen die het niet meer begrijpen? Ze haken af, worden wantrouwig en nemen extreme standpunten in.

“Sommige CD&V-kandidaten wringen zich in bochten als hun wordt gevraagd wat de ‘C’ in onze partijnaam nog betekent. Ik kan dat in drie woorden zeggen: ‘Elke mens telt.’”

Verhulst: “Als voorzitter zul je iedereen op één lijn moeten krijgen. Als je Pieter De Crem over migratie hoort, en daarna Koen Geens, geloof je haast niet dat ze van dezelfde partij zijn.”

U zei vorige week dat sommige wijken in Antwerpen en Brussel ‘volledig ontvolkt zijn van onze eigen mensen.’ Dat ligt dichter bij De Crem dan bij Geens.

De Donder: “Dat ene zinnetje, in het vuur van mijn betoog, was ongelukkig. Ik wilde alleen maar zeggen dat mensen zich in sommige wijken niet meer thuis voelen. Ben je dan een racist? Ik hoor ’t genoeg op straat: mensen hebben het gehád. We kunnen niet blijven doen alsof er geen problemen zijn. Maar ik wilde niemand bruuskeren.”

Dat is niet zo goed gelukt.

De Donder: “Nee, ik kreeg progressief Vlaanderen over me heen. Maar er waren ook veel bemoedigende reacties: ‘Eindelijk iemand die het durft te zeggen’.

“De kern van mijn betoog was positief: ik wil mensen alle kansen geven. Als mijn logeerkamer leeg staat, mag daar gerust een nieuwkomer blijven slapen. Ik zal hem eten en een douche geven. Wil hij zijn familie laten overkomen? Prima, zolang ze maar in die kamer kunnen. Maar als die mensen dan tegen mij gaan zeggen hoe ík me moet kleden en wat ík moet eten, houdt het op. Dan moet er duchtig gepraat worden.”

Wat zou u dan zeggen?

De Donder: “Dat ze zich moeten integreren, en dat wij hen daarbij willen helpen. De steden krijgen daar veel geld voor, wij als kleine gemeente niet, terwijl we in Affligem geprangd zitten tussen Brussel en de Dendervallei. We voeren een integratiebeleid met onze eigen middelen, en met vrijwilligers die nieuwkomers wegwijs maken en hun kinderen huiswerkbegeleiding geven. Voor hen neem ik mijn hoed af.”

Verhulst: “Het probleem is te lang ontkend. Tegen mensen die zich verdrongen voelden in hun wijk, werd gezegd: ‘Wees eens een beetje verdraagzaam.’ Maar dat kwam dan van mensen die zelf niet in die wijken woonden. Dat heeft kwaad bloed gezet.”

Welke oplossingen stelt u voor?

De Donder: “Zoiets moet je internationaal aanpakken. Ethiopië is de sterkst groeiende economie van Afrika, omdat de oorlog met Eritrea beëindigd is. Het beste recept tegen massamigratie is: zorgen dat er vrede is, dat de mensen het ginds zo goed hebben dat degenen die naar hier zijn gekomen heimwee krijgen.”

Wat vinden jullie van de al even gepolariseerde klimaatdiscussie?

Verhulst: “Ik mis een neutrale stem, de wetenschap komt te weinig aan bod. Als je de klimaatactivisten moet geloven, kunnen we maar beter een put graven en erin kruipen.

“Kijk, niemand betwist dat de aarde opwarmt, de vraag is hoe we het probleem op een realistische manier kunnen oplossen. Wij kunnen hier wel de auto, het vliegtuig en de biefstuk afzweren, maar veel grote landen staan nog maar aan het begin van hun ontwikkeling en zullen nog meer gaan uitstoten. Daarom lijkt het mij beter de oplossing in technologische innovatie te zoeken. Dat werkt beter dan mensen schuldgevoelens aan te praten omdat ze nog een beetje normaal willen leven.”

De Donder: “Het discours is te ver doorgeslagen. Eerst had je de klimaatjongeren, nu Extinction Rebellion. Dat is bijna fundamentalisme.”

Verhulst: “Die klimaatactivisten zijn deels verantwoordelijk voor de tegenvallende verkiezingsuitslag van Groen. Hun radicale boodschap heeft een averechts effect, ze stoten mensen af.”

De Donder: ‘Afgunst is typisch Vlaams. Als een Vlaams bedrijf uitgroeit tot de grootste producent van kinder­entertainment van de Lage Landen, mag het daar dan geen dikke boterham mee verdienen?’ Beeld Johan Jacobs

Jullie hebben beiden geen hogere studies gedaan. Beschouwen jullie dat als een handicap?

Verhulst: “Ik ben tot mijn 18de naar school gegaan. Het plan was om verder te studeren na mijn legerdienst, maar meteen daarna raakte ik binnen bij de VRT. Ik heb dat papierke nooit gemist. Het leven heeft me meer geleerd dan eender welke school had gekund.”

De Donder: “Ik ben al op mijn 15de gestopt met school.”

Verhulst: “Hij was te slim, ze konden hem niks meer leren.”

De Donder: “Ik had geen goesting meer. Toen mijn ouders vroegen wat ik dan wel wilde, nam ik een muntstuk en zei: ‘Als het kop is, ga ik voor bakker, als het munt is voor beenhouwer.’ Het werd bakker. Jawadde! Elke dag om zes uur uit bed, zes dagen op zeven. Ik moest de vloer afkrabben, ovenplaten afwassen en appels schillen. Ik heb het daar niet lang volgehouden.

“Op mijn 16de verhuisde ik naar de spoorwegen, waar ik loopjongen werd. Na vier jaar mocht ik een cursus volgen om statutair ambtenaar te worden. Zo belandde ik uiteindelijk bij het ministerie van Economie, waar ik tot 1995 heb gewerkt.”

Bezorgt dat gebrek aan scholing u geen minderwaardigheidscomplex in de politiek?

De Donder: “Nee. Ik merk wel dat het bestuur van een gemeente juridischer en technischer wordt, daarin kom ik soms wat tekort. Maar ik heb evengoed al aan tafel gezeten met knappe advocaten en architecten die helemaal vastzaten, waarop ik met een oplossing kwam. Ik ben niet slimmer dan zij, maar gezond verstand is nog altijd het belangrijkste in de politiek.”

Maar als partijvoorzitter moet u straks onderhandelen met professor Paul Magnette en historicus Bart De Wever.

De Donder: “Die mannen hebben schone diploma’s en weten waarschijnlijk alles van Caesar, maar ze slagen er met al hun intelligentie nog altijd niet in om op een volwassen manier met elkaar te praten. Er is meer emotionele souplesse en empathie nodig in de politiek. Dat is belangrijker dan de boeken die je hebt gelezen.”

Wat vinden jullie van de kabbelende regeringsvorming?

Verhulst: “De N-VA en de PS beseffen dat ze tot elkaar veroordeeld zijn, maar als ze samen een regering vormen, zal dat afgestraft worden bij de volgende verkiezingen. Ik snap dat het een zwaar dilemma is.”

De Donder: “Maar die mensen zijn verkozen om het land te besturen, niet om de volgende verkiezingen te winnen! De kiezer heeft hun de verantwoordelijkheid gegeven en ze moeten die opnemen. In Affligem hoor ik constant: ‘Hoe lang gaan ze nog rondjes draaien? Wat een tijdverlies!’ En ze hebben gelijk. Stop die mannen samen in een kasteel, pak hun telefoon af, houd hun loon in, en zeg dat ze er niet uit mogen tot ze een akkoord hebben. Ze zullen rap klaar zijn.”

Johan Vande Lanotte zei vorige week in Humo dat de N-VA en de PS niet sneller kúnnen gaan, omdat ze een akkoord niet voorbij hun partijcongres krijgen.

De Donder: “Maar als ze straks naar nieuwe verkiezingen gaan, verliezen ze allebei.”

Vreest u voor het voortbestaan van het land?

Verhulst: “Nee.”

De Donder: “Wat zou er dan in de plaats komen? De republiek Vlaanderen met een president aan het hoofd? Dat kost ook geld, hè.”

Kiest u voor de Vlaamse of de Belgische sjerp?

De Donder: “De Belgische. Ik heb er nu één, ze moeten geen andere maken.”

Verhulst: “Ik zie onze democratie nog eerder verdwijnen dan de Belgische staat. Wij zijn hier geboren en vinden het evident dat we openlijk de lelijkste dingen kunnen zeggen over politici. Maar in grote delen van de wereld kennen ze geen democratie. We moeten mensen waarschuwen dat het evenwicht broos is. Dat is één van de redenen waarom ik de musical 40-45 wilde maken. Er zit een dialoog in over Joden die zich niet aanpassen, rare kleren dragen en geen respect hebben voor onze cultuur. Dat discours hoor je vandaag opnieuw over andere groepen. We weten waartoe dat kan leiden.”

Klopt het dat uw grootouders hebben gecollaboreerd met de Duitsers?

Verhulst: “Dat was mijn tweede motivatie voor die show: meer begrip creëren voor mensen die foute keuzes maken. Waarmee ik niet zeg dat we die ook moeten goedkeuren. Maar we denken heel zwart-wit, in termen van goeien en slechten. In de oorlog was er een brede grijze zone. Het is makkelijk om mensen met de vinger te wijzen omdat ze hebben meegeheuld met de vijand, terwijl ze vaak slecht geïnformeerd of ondervoed waren. Soms was het puur opportunisme: welke optie biedt me de beste kans om te overleven?

“Mijn grootmoeder en tante hebben na de oorlog een tijd vastgezeten in de leeuwenkooien van de Antwerpse zoo. Dat heeft mijn moeder beziggehouden tot op haar sterfbed. ‘Wat wisten mijn ouders? Waren het slechte mensen?’ Het werd een obsessie.”

De Donder: “Veel mensen moesten een keuze maken in moeilijke omstandigheden. Wij weten vandaag wat de goede kant van de geschiedenis was, maar voor hen was dat minder duidelijk.”

Er is een groep jongeren die opnieuw vatbaar is voor nationalistische en fascistische ideeën. Zij vinden de bijhorende Hitler-vergelijkingen ‘afgezaagd’.

Verhulst: “Ach, toen ik school liep aan het Atheneum waren er ook gasten die ongehoorde racistische praat verkochten. Alleen is de verpakking nu beter: het verschil tussen Karel Dillen en Tom Van Grieken is groot. En helaas hebben de andere partijen niet de sterkste figuren. Allee, misschien binnenkort wel (lacht).”

De Donder: “Ik vond het fout dat de partijvoorzitters op verkiezingsavond onmiddellijk zeiden dat de kiezers van extreemrechts hen niet interesseerden. Je moet die mensen respecteren, ook al ben je tegen hun gedachtegoed.”

Verhulst: ‘Mijn groot­moeder heeft na de oorlog een tijd vastgezeten in een kooi in de Antwerpse zoo, wegens collaboratie. Dat heeft mijn moeder haar hele leven bezig­gehouden.’ Beeld Johan Jacobs

Bent u tegen het cordon sanitaire?

Verhulst: “Ik wel. Stel je voor dat wij Monopoly spelen en ik zeg: ‘Hoeveel geld ge ook verdient, beste Raf, gij wint níét, zelfs al koopt ge alle straten!’ Dat kan toch niet? Ofwel verbied je die partij om deel te nemen, omdat ze onwettig is, ofwel laat je haar volwaardig meedoen aan het spel. Waarmee ik niet zeg dat CD&V en Open Vld met extreemrechts moeten besturen. Maar hen op voorhand uitsluiten werkt niet, dat is ondertussen wel duidelijk.”

De Donder: “Ik volg Gert, maar je gaat mij niet horen zeggen dat ik het cordon ga doorbreken. Het is wel mogelijk dat er straks alleen nog rechtse partijen zijn om een meerderheid mee te vormen. Wat gaan we dan doen? Kwaad weglopen?

“Ik geloof dat we de meeste mensen kunnen overtuigen om weer voor iets redelijks te stemmen. Maar dan zullen de centrumpartijen zich moeten heruitvinden en eventueel hergroeperen.”

Wilt u de muren rond CD&V slopen en allianties zoeken met andere partijen?

De Donder: “Ik wil eerst werken aan onze eigen structuur, want die is niet goed. Maar als onze oplossingen overeenkomen met die van andere partijen, ben ik niet tegen herverkaveling.”

In De zevende dag kreeg Jan Jambon de vraag of zijn loon van 253.000 euro per jaar niet te hoog is.

Verhulst: “Politici verdienen niet te veel. Als je talent wilt aantrekken om het land te besturen, en je betaalt maar een tiende van wat die mensen in een bedrijf kunnen verdienen, zit je met een probleem.”

De Donder: “In vergelijking met de privé worden ministers onderbetaald. Ze moeten zeven dagen op zeven paraat staan, worden om zes uur ’s morgens al uit hun bed gebeld door de radio, ’s avonds moeten ze naar debatten, en overal waar ze heen worden gesleurd, moeten ze hun bak laten volladen. Het is een hondenstiel, maar...”

U hebt zonet het bestaan van een partijvoorzitter beschreven. Weet u zeker dat u dat wilt doen?

De Donder(onverstoorbaar): “...parlementsleden verdienen netto 7.100 euro. Als je ziet hoe weinig sommigen daar voor doen, is dat te veel. Ze hebben drie maanden per jaar congé, en zolang er geen regering is, moeten ze ook bijna niks doen. Geweldig, toch?”

Is uw kandidatuur een manier om ook in het parlement te geraken?

De Donder: “Nee, ik wil niet naar het parlement. Een partijvoorzitter hoeft daar ook niet te zitten, die moet zijn partij leiden.”

Krijgt u soms het verwijt dat u een zakkenvuller bent?

De Donder: “Nooit. Het zou ook onterecht zijn als je ziet wat ik maar krijg om 24 uur op 24 beschikbaar te zijn. Bij elk accident bellen ze me uit bed. Ken jij een brandweerman of ambulancier die jarenlang elke dag van wacht is?”

Verhulst: “Van Walter hadden mensen in de eerste legislatuur nog kunnen denken: ‘Hij is populair, omdat veel mensen hem kennen.’ Maar als het dat alleen was, had hij de keren daarna niet zo’n monsterscore gehaald.”

Zou ú een goed politicus kunnen zijn?

Verhulst: “Nee, daar heb ik te weinig geduld voor. Bij mij moet het vooruitgaan. Als ik zie dat je in de politiek soms járen moet vechten voor een beetje vooruitgang, is mijn goesting al over. Het is me ook nooit gevraagd.”

Net zoals over de kansen van meneer De Donder, werd er twee jaar geleden ook sceptisch gedaan over Gert Late Night.

Verhulst: “Ik begin nooit aan iets waarvan ik denk dat het zal mislukken. Als ik morgen ga wielrennen, is dat met de overtuiging dat ik de Tour kan winnen.

“Toen ik Gert Late Night voorstelde, waren er twijfels bij VIER. Met de kijkcijfers in de hand zeiden ze dat het geen interessant tijdslot was. Maar er wás in de late avond ook niks, dan is het logisch dat mensen niet kijken. Ik ben blij dat Annick Bongers, de programmadirecteur, toch durfde te springen. Samen hebben we bewezen dat er wel een plaats is voor een spannende talkshow na half elf. Intussen zijn we wat naar voor geschoven, en probeert VTM in dat gat te springen.”

De concurrentiestrijd tussen de talkshows lijkt inderdaad helemaal losgebarsten. Na Vandaag met Danira Boukhriss kwam VTM met Wat een dag, gepresenteerd door Davy Parmentier. Opvallend: beide presentatoren komen uit uw vriendenkring.

Verhulst: “Dat is een grappige samenloop van omstandigheden, maar het leidt zeker niet tot een bitse concurrentiestrijd. We zitten al lang genoeg in het vak om dat te relativeren. Voor hetzelfde geld werkt Davy binnen twee jaar bij VIER en presenteer ik dan op VTM.”

Hoe verklaart u het succes van Gert Late Night?

Verhulst: “Onze gasten blijven vier dagen, waardoor er een band ontstaat. Ze voelen zich op hun gemak en vertellen sneller dingen die ze in andere talkshows niet vertellen. Daar worden ze rap-rap richting grime geduwd nadat ze eerst een uur in de file hebben gestaan, en daarna krijgen ze 10 minuten tijd om hun boek of cd te verkopen. Bij ons is er meer ruimte.”

Waaraan meet u het succes van het programma af?

Verhulst: “Mensen moeten de dag nadien over ons praten. Toen Kris Peeters zei dat hij zelfs met 5 procent van de stemmen burgemeester van Antwerpen wilde worden, was dat dé uitspraak van de kiescampagne. En recent hadden we Katja Schuurman die uit het bed klapte (de Nederlandse actrice getuigde in bed bij James Cooke over groepsseks en partnerruil, red.). Er gebeurt steeds iets op die boot. De kijkcijfers volgen dan wel.

“Ik hoor van mensen dat ze na een zware dag van ons programma genieten. Dat is het mooiste compliment: dat je mensen gelukkig maakt.”

De Donder: “Dat is ook wat wij de voorbije 30 jaar hebben gedaan: honderdduizenden kinderen gelukkig maken.”

Heeft de lacherigheid over ‘Samson en Gert’ u nooit gestoord?

De Donder: “Onlangs was ik te gast op een personeelsfeest van de Nederlandse zender AVRO: het ontzag dat ik daar voelde voor wat ik al die jaren heb gedaan. Ik merk het ook bij koppels die mijn trouwzaal betreden en vereerd zijn dat ze door mij worden gehuwd. Dan verdwijnen alle zure commentaren in het niets.”

Er was dit voorjaar veel aandacht voor het nieuws dat u gaat stoppen als baasje van Samson. Dichter Stijn De Paepe tweette: ‘Half Vlaanderen ligt in zwijm voor een patser die kinderen de meest simplistische, goedkope, van alle authentieke en complexe emoties gespeende, opgewarmde kost voorschotelt.’ Dat raakt u niet?

Verhulst: “Pff, niet iedereen moet het goed vinden. Maar van Kabouter Plop of Samson en Gert kun je toch moeilijk zeggen dat het slecht gemaakt is? Dan zouden we daar toch geen 30 jaar succes mee boeken? Van de zevenhonderd afleveringen zullen er wel honderd matig zijn, maar op die andere zeshonderd ben ik nog altijd fier. Daar zitten hilarische momenten in, die je zó naast heel wat volwassen sitcoms kunt leggen.

“Toen Walter in het Sportpaleis voor 17.000 tieners en twintigers op het podium verscheen, was het alsof Mick Jagger daar stond. We veegden het decibelrecord van Metallica gewoon van de tabellen. Als dan achteraf iemand schrijft dat hij het niet goed vond, is dat bijna zielig.”

De Donder: “Juist! Dat is een soort neerkijken op al die enthousiaste mensen ‘die blijkbaar niet slimmer zijn’.”

Enkele jaren geleden uitte Slongs kritiek op ‘de geldmachine van Studio 100 die van onze kinderen domme, hebberige consumenten maakt.’

De Donder: “Dat is nu typisch Vlaams! Charles Michel vertrekt naar Europa en wat staat er op de voorpagina’s? ‘Hij gaat zoveel verdienen.’ Zo voed je de afgunst van de mensen. Als een Vlaams bedrijf uitgroeit tot de grootste producent van kinderentertainment van de Lage Landen, mogen de initiatiefnemers daar dan geen dikke boterham mee verdienen? Het alternatief is een kmo blijven en opgekocht worden door een Amerikaanse gigant die onze markt overspoelt met pulp. Bij Studio 100 hebben de producties tenminste nog een educatieve waarde.”

‘Alles wat Verhulst aanraakt, verandert in goud’, zegt men.

Verhulst: “Wij hebben niet uitsluitend grote successen voortgebracht. Big & Betsy en Wizzy & Woppy waren gewone successen. Maar flops hebben we niet gekend. Dat is een mix van gJout feeling en geluk, zeker?”

Volgens columnist Mark Coenen hebt u honderdduizenden huwelijken gered: op zondagochtend zaten de kinderen voor Samson, en hun ouders op elkaar.

Verhulst: “(lacht) “Kijk, dát is de erkenning die we verdienen!”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234